KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE EENHEIDSBEWEGING DER KERKEN.
IV.
Dr. B. Wurth merkt in zijn belangrijke brochure over de éénheidsbeweging der Kerken op, dat het een verblijdend verschijnsel is, dat men zich in de bespreking van de vragen, rakende het kerkelijk leven, laat leiden door Schriftuurlijke beginselen.
Zoo lezen we in „de boodschap van Lausanne" : „De Kerk van den levenden God is tot stand gekomen door Zijn eigen wil, niet door den wil of de toestemming of het geloof van menschen. Van deze Kerk is Jezus Christus het Hoofd en de Heilige Geest het voortdurend levende Kerk is als gemeenschap der Christgeloovigen, overeenkomstig het N.T., het volle des nieuwen Verbonds, het lichaam van Christus , en de tempel Gods, gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, terwijl Jezus Zelf de uiterste hoeksteen is."
Wanneer we zulke dingen lezen dan verblijdt ons een dergelijke omschrijving in die kringen. Maar het mag ons niet verwonderen, wanneer dan bij de nadere uitwerking van deze belijdenis en speciaal hij de toepassing ervan in het concrete kerkelijke leven (to.v. wat betreft Kerkinrichting, tuchtoefening enz.) de moeilijkheden weer naar voren komen en de verschillen weer gaan rijzen. Dat is het tragiscne van vele vergaaderingen en conferenties, dat ze ons doorgaans practisch zoo weinig vooruit brengen. Gewoonlijk als ieder, als 't er op aankomt, weer zoozeer overtuigd van het groote belang van zijn eigen geestelijke en kerkelijke overtuiging, dan dat (men zoo maar over zulke verschillen kan heenstappen. En zoo is men dan ook in Lausanne niet gekomen tot aanvaarding , van één geloofsbelijdenis en èén Kerkorde. Wat ook maar gelukkig is, want een dergelijke vereeniging zou toch in wezen onwaarachtig zijn geweest en in de practijk in minder dan geen tijd weer zijn verbroken, Intusschen is de vrucht van de bespreking, waarop geen vereeniging is gevolgd, dat nu helderder dan te voren in 't licht is getreden, dat de verschillen bestaan en dat de verschillen ernstiger zijn en dieper gaan, dan men gewoonlijk voorgeeft. Ja, het is nu meer dan te voren duidelijk geworden, dat het verloochening van beginsel zou zijn, ontrouw tegenover den wil van (God en verloochening van den Heiland, indien men over alle verschillen zóó maar heenstapte en eigen beginsel en overtuiging zóó maar los liet. Dat mag en dat kan niet.
Is er alzoo geen éénheid Verkregen — wat niet mogelijk bleek — zoo is Lausanne toch hierom niet van belang ontbloot, omdat op deze Conferentie vrij sterk aan 't licht is getreden de zwenking naar rechts, die, althans tot op zekere hoogte, in de theologie zoowel in Europa als 'in Amerika valt op te merken. Het blijkt dat de, oorlogsjaren en heel. de cultuurcrisis, waarin onze wereld verkeert, toch geestelijk wel eenige vrucht afwerpt; wat b.v. wel hierin uitkomt, dat de geest van het humanisme, van het geloof in den mensch, in den goeden en gaven mensch, in vele kringen plaats gaat imaken voor het besef : God moet er aan te pas komen — al weten we héél goed, dat met deze kentering zeker nog niet alles gewonnen is.
Wanneer we ons nu bezinnen op de verschillende beschouwingen, die men in de onderscheidene kringen huldigt met betrekking tot de vraag : hoe principieel vereeniging alleen mogelijk zal kunnen zijn, dan kunnen enkele dingen hier als volgt worden genoemd.
We weeten dat Rome aan de éénheid der Kerk groote waarde hecht, 't Is zelfs zóó sterk, dat voor Rome de éénheid iets is waarmee de Kerk staat en valt.
En toch staat Rome tegenover héél de tegenwoordige eenheidsbeweging der Kerken zonder meer afwijzend. Voor de uitnoodigingen van alle tot dusver gehouden Conferenties heeft Rome bedankt en het laat zich niet verwachten, dat Rome die houding spoedig zal wijzigen.
Dit mag ons geenszins verwonderen. Rome kan en zal niet anders doen. Rome's afwijzing hangt immers geheel en al samen met haar beschouwing ten aanzien van de Kerk. Zij wil de ééne Catholieke of Algemeene Kerk(zijn en blijven. En wie van haar als Kerk zich afscheidt, scheidt zich af van Christus. Buiten haar, buiten haar organisatie is geen Kerk en geen zaligheid. En hoe ook de Christelijke Kerk in den loop der eeuwen uiteengegaan is in tal van formaties, Rome blijft op haar standpunt staan : buiten haar instituut is geen zaligheid. Daarom zal ieder en alles zich moeten opsmelten in Rome's Kerk. Elke andere groep en Kerkformatie zal met schuldbelijdenis in haar moederschoot moeten terugkeeren. Bij is de draagster der ; waarheid en daarom dwaalt elk die buiten haar ronddoolt. En zoo komt het dat Rome niets dan critiek heeft en afkeuring van de Conferenties van Stockholm en Lausanne. Van Rome is niets In deze te verwachten, want zij heeft de waarheid en zij bezit de zaligheid, zij is de eenige ware Kerk — en daarmee uit. Er is dan ook in den grond der zaak bij Rome niets dan leedvermaak bij de mislukte pogingen van het Protestantisme om tot méér éénheid te komen. Glimlachend ziet zij toe hij de: krampachtige pogingen van het verdeelde Protestantisme om weer tot eenheid te komen en zij is er van overtuigd, dat men altijd weer teleurgesteld zal uitkomen, omdat men weigert den eenigen goeden weg in te slaan n.l. terug te keeren tot de moederkerk.
Een man als wijlen Nathan Söderblom kan genoemd worden als iemand die in deze precies van een ander gevoelen is dan Rome. Hij is een van de leidende figuren geweest in de eenheidsbeweging op de Conferentie te Stockholm. Hij sprak niet van het opsmelten in één, maar hij stelde den weg der liefde; der Christelijke samenwerking. En hij zei telkens : Wij kunnen het ons eenvoudig niet veroorloven gescheiden te blijven en daardoor in den staat van onnoodlge zwakheid, tot den tijd, dat wij waarlijk één zullen zijn in geloof en in Kerkinrichting. We moeten op elkaar toewerken, er moet samenwerking komen, ook al is er nog geen éénheid, ja, al zou er nooit éénheid komen.
Söderblom teekende de wereld als in groot gevaar zijnde om weg te zinken. En moeten dan niet alle handen in beweging komen en uitgestoken worden om te redden en te helpen waar maar eenigszins mogelijk is? Dan moeten we niet praten over allerlei dat ons scheidt of doét verschillen — dat doen we later wel eens — maar dan moet er geholpen worden.
„Ons geslacht lijkt maar al te veel op een verdrinkende. Velen zoeken edel en dapper zichzelf om anderen van den ondergang te redden.
Velen geven den besten bijstand, die in hun macht is. De onderscheidene Christelijke Kerken ; voelen bij tijden haar saamhoorigheid. De nood van de wereld heeft dichter tot elkander gebracht hen, die anders gingen op verschillende wegen, terwijl zij allen in des Heilands voetstappen wenschen te wandelen. Is het noodig in te gaan op de vraag van onze verschillende geloofsbelijdenissen, beschouwingen, gewoonten, wanneer het ééne gemeenschappelijke n.l, de gehoorzaamheid aan des Heeren stem, waarlijk gevonden wordt in ons hart? Dan moet, de ernstige begeerde om den Heiland te volgen genoeg zijn voor ons samenwerken."
Dat is dus andere taal dan bij Rome te beluisteren valt. Maar we behoeven het niet te zeggen, dat daarmee de éénheid onder de Christenen van verschillende Kerkformatie nog niet verkregen is, zelfs de samenwerking .nog geen feit geworden is. omdat met name het Geref. Protestantisme — om dit maar alléén te noemen — er ten diepste van overtuigd is, dat de grondslag van de éénheid der Kerk een geestelijke éénheid moet zijn, naar uitwijken van Gods Woord. Ook wanneer men samen spreekt van den Christus, laten vragen als : Wie is voor u de Christus ? enz. niet onderdrukken.
Om een woord van prof. Bavinck aan te halen : „Sedert de Reformatie is de Kerk overgegaan in de periode der pluriformatie en dit feit dwingt ons om de éénheid der Kerk veel meer in den geestelijken band des geloofs dan in den uitwendigen vorm der regeering te zoeken".
Eenerzijds is het waar : wat God vereenigd heeft, zal de mensch niet scheiden ! Anderzijds geldt ook: wat God gescheiden heeft, zal de mensch niet vereenigen !
Toch behoeft natuurlijk het pogen om tot meer éénheid te mogen komen op het terrein van de Christelijke Kerk niet zonder meer betiteld te worden met „het bouwen van den toren van Babel".
Waar éénheid is, mag de verdeeldheid niet worden vergoelijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's