FINANCIËN
Zoo omtrent dezen tijd van het jaar heerscht op menig terrein meer dan gewone bedrijvigheid. Binnen en buiten uw woning laat zich hetzelfde opmerken. Zoo tegen Paschen moet er schoon schip zijn gemaakt.
We laten eerst onzen blik eens gaan over wat in onze onmiddellijke nabijheid zich voordoet. Het vrouwelijk personeel ziet ge in overleg met elkander wat het eerst moet worden aangepakt. In den regel beginnen ze van boven af, op zolder, om daarna verdieping na verdieping haar beurt te geven. En dat is gewoonlijk raak. De mannen mogen tegenpruttelen — want niemand hunner vindt het aangenaam — toch moeten ook zij toegeven, dat het werkelijk geen overbodige arbeid mag worden genoemd.
Wat komt er dan niet voor den dag.
Nu, hieraan zullen we ditmaal niet te veel aandacht wijden. Ik wensch ieder in dezen arbeid sterkte en gelatenheid.
Buiten op den akker merkt ge ook het zelfde. Alles wordt in gereedheid gebracht voor het komende jaargetij. Wanneer de akkers niet bewerkt worden, laat zich niet veel anders verwachten dan doornen en distelen, dan ellende en kommer. Hier heerscht de wet: waar niet gezaaid wordt, zal ook niet worden gemaaid.
De landman moet beginnen met geven, met geven van zijn arbeid, met geven van zichzelven. Voor den onnoozelen toeschouwer heeft het alleszins den schijn, dat hij het zijne nutteloos wegwerpt. Immers elk zaaisel wordt met handen vol weg geworpen. Moeilijk kan hetgeen wij opmerkten, in levendiger kleuren worden uitgebeeld, dan in de taal van de Schrift zelve. Slaat maar eens op Psalm 126.
„Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en weenende."
Onder deze wet heeft iedereen zich te buigen. Zal er straks geoogst worden, zoo moet eerst de zaaimand worden geleegd. Wie er iets inlaat, omdat hij door kwalijk gedreven zuinigheid zich laat leiden, zal straks de nadeelige gevolgen zelf ondervinden, 'k Geloof niet, dat dit laatste zich vaak zal voordoen. De mensch geeft graag als hij weten mag, dat straks de uitkomst hem ruimschoots de moeite zal beloonen.
Dezelfde Psalmist geeft het zoo heerlijk weer.
Die hier bedrukt met tranen zaait, Zal Juichen als hij vruchten maait. Die 't zaad draagt, dat men zaaien zal. Gaat weenend voort, en zaait het al. Maar hij zal, zonder ramp te schromen. Eerlang met blijdschap wederkomen. En met gejuich, te goeder uur, Zijn schoven dragen in de schuur.
Wanneer deze natuurwet nu elk jaar opnieuw ons aanschouwelijk wordt uitgestald, zoo ligt het alleszins voor de hand, dat wij hierin ons de leiddraad zien overgereikt voor heel het menschelijk leven. Wat een moeite en zorgen getroosten wij ons voor ons huisgezin, voor onze samenleving. Welk een arbeid, wat een kosten worden gemaakt om dat te bereiken, wat wij noemen een vruchtbaar leven.
Zoo dacht ik ook in de week welke achter ons ligt, in verband met wat in de komende weken voor ons ligt te wachten.
Verleden Vrijdag opende onze Professor zijn college-arbeid in de aula van de Leidsche Universiteit, in die Academie, welke als een geestelijke schenking aan ons Nederlandsche volk werd gedaan in de dagen, toen door de reddende hand des Heeren de bange greep van den vijand werd afgeweerd.
De vraag, welke in dien kommervollen tijd aan het volk en zijn overheid werd gedaan, wat zij, als een zekere vergoeding voor het doorgestane leed, begeerden was ; geef ons een Hoogeschool, waar de komende leidslieden van ons volk de jeugd der natie de banen der wetenschap worden ontsloten, het lichtend schijnsel van het Evangelie der goddelijke genade, in Christus.
Hier in deze omgeving werden wij opnieuw bepaald bij het onschatbare voorrecht, ons en onzen kinderen geschonken in de gave van mannen, die zich het Evangelie van Christus Jezus, den Koning der koningen, niet schamen.
Natuurlijk gaat het oprichten van leerstoelen met groote kosten gepaard. En niet alleen het oprichten, maar ook het onder houden. Wanneer de wetenschap niet bij ons vast stond, dat dit van Godswege op volle arbeid door ons niet zijn ondernomen. Het gaat om het heil van ons volk in zijn geheel, om, zoo het Gode belieft, op Zijn tijd de vruchten te maaien.
Dat we weer voor nieuwe zorgen komen te staan spreekt vanzelf. Helpt ze ons dragen, allen, die de waarheid Gods als het ééne noodige leerden verstaan. Helpt ons door mede de hand aan den ploeg te slaan, de zaaimand te vullen, en het zaad met handen vol uit te strooien.
Wat de toekomst geven zal, ligt in de hand des Allerhoogsten. Van Hem komt de wasdom. Hij heeft te gebieden over vruchtbare en onvruchtbare tijden. Van Boven moet het komen. Van den Heere alleen zij onze verwachting. Wie het zaad met biddende handen strooit, zal evenwel nooit beschaamd uitkomen.
Waren dit de gedachten naar aanleiding van wat wij verleden week mochten ontvangen uit Gods wondere leiding, thans staat weer het werk van deze komende week te wachten. Wij hopen a.s. Donderdag onzen Bondsdag te houden. Waren er verleden Vrijdag vele vrienden vergaderd in de Leidsche Hoogeschool, wij staan thans gereed in noch grooter getale de kennissen en vrienden uit nog wij deren kring te ontmoeten in de bekende omgeving van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen, op de Mariaplaats in Utrecht.
Het doet zoo goed, en stemt zoo hoopvol, de gezamenlijke nooden op te dragen aan den Heere, de daden Gods te gedenken van ouds, te beluisteren wat uitgedragen wordt uit de schatkameren van Gods getuigenis, om de dingen te behartigen met eensgezindheid en eenswillendheid. In één woord met elkander het goede te zoeken voor Gods aangezicht, tot heil van de Kerk, welke ons lief Is.
Een ieder, die komen kan, die lust heeft om in dezen mee te werken, late zich niet weerhouden, 't Zou mij geen klein leed doen, als de moeitevolle tijden, de zorgen waaronder velen gebogen gaan, oorzaak zouden zijn, om den gang naar onze vergadering niet te ondernemen. Velerlei dingen zijn te bespreken, en in gemeenschappelijk overleg is nog zooveel goeds te bereiken. Wij rekenen op een niet minder talrijke opkomst dan we gewoon zijn. Geve de Heere ons een rijk gezegende samenkomst, waar de banden opnieuw worden toegehaald en ons aller handen worden gesterkt in den Heere.
Laat me thans u een overzicht geven van wat inkwam in deze week.
1. We beginnen met een gift van een ouden gulden uit Sluipwijk ƒ 1.—
Ds. Schroten liet me dezen ter hand stellen. De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat er nog hier en daar een enkele verscholen ligt, zoodat dit voorbeeld uit Sluipwijk door meerderen wordt gevolgd. Wij willen deze gaarne in ontvangst nemen.
2. Gecollecteerd in de Jacobi-kerk alhier: voor De Waarheidsvriend van N. N. f 1.—, voor het Studiefonds van d. V. f 1.—, onder letter O f2.50, samen ƒ 4.50
3. Uit de brievenbus van ds. Kruishoop te Bodegraven ƒ 2.50
4. Van onzen vriend A. v. Loo, godsdienstonderwijzer te Oldebroek, voor 't Studiefonds een dankoffertje bij gelegenheid van de koninklijke onderscheiding op zijn 75sten jaardag ƒ 10.—
5. Teruggestort voor spreekbeurten ƒ 20.—
6. Door ds. van Dorp te 's-Hage van H. nagift spreekbeurt f 1.—, van een oud-Rotterdammer voor de fondsen f5.—, van mej. N. N. voor 't Studiefonds f2.50, samen ƒ 8.50
7. Van den kerkeraad te IJsselmonde een deel van de collecte voor 't Leerstoelfonds ƒ 12.—
8. Uit de catechisatiebus van D. Bosboom te Hillegersberg ƒ 5.—
9. Door ds. Pott te Kralingen van N. N. voor den Geref. Bond ƒ 2.50
10. Gecollecteerd bij een spreekbeurt te Schoonhoven, waarbij voorging ds. Kruishoop te Bodegraven, ƒ 26.25 plus nagiften van ƒ 1.— en f 2.75 ƒ 30.—
11. Door ds. de Geus te de Bilt uit den collectezak l.—
12. Deel van een gift, gevonden in de collecte van de Evangelisatie Oudshoorn,
van een landarbeider. wegens ondervonden zegeningen ƒ 5.—
13. Van fam. v. D. te Utrecht voor 't Studiefonds f 1.50, van den heer v. D. te Utrecht f 0.50, van mej. wed. N. N. met bijschrift f5.— ƒ 7.—
14. Door ds. Enkelaar te Hasselt, gift van N. N. voor 't Leerstoelfonds ƒ 2.— 15. Door ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland, deel van een gift van den heer A. de Jong, aldaar ƒ25.—
16. Het sluitstuk kwam uit Ouderkerk aan den Amstel. Van hier zond de heer I. Mansvelder me een postwissel van ƒ75.10
In de Ned. Hervormde Kerk werd tot nu elke maand een collecte gehouden voor christelijke belangen, waarin ook de Geref. Leerstoel deel de. Deze post kwam dan ook geregeld voor in de Waarheidsvriend.
Deze post werd afgevoerd van de lijst. Dat onze vrienden hiertegen hun bedenkingen inbrachten, ligt voor de hand, evenwel zonder resultaat.
Wat zij nu gedaan hebben ?
Zij zijn met een lijst rondgegaan bij de vrienden. Het resultaat is geweest, dat wat er zoo inkwam, ver de verwachtingen — ook onze verwachting — heeft overtroffen.
Wat een schadepost dreigde te worden is in winst omgezet.
Wij danken de vrienden voor hun trouw en toewijding.
Toch willen we den door hen gegeven raad opvolgen, en blijven bij den mensch niet staan, maar brengen onzen dank aan den Heere.
Wat de menschen vaak zoeken te bereiken, wordt verijdeld, en wat de Heere wil wordt alleen verkregen.
Wij hebben het adres van de nieuwe abonné doorgegeven, en twijfelen niet of meerderen zullen volgen. Wij zullen de extra-nummers laten verzenden.
Deze week kwam alzoo in de som van
f 211.10.
Wij zijn niet ondankbaar en hopen op 's Heeren bijstand verder.
Bij leven en welzijn tot a.s. Donderdag
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's