De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

HET ZWAARD DES HEEREN.

9 minuten leestijd

„Zwaard, ontwaak tegen mijnen herder en tegen den man, die mijn metgezel is, spreekt de Heere der heirscharen ; sla dien herder en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal mijn hand tot de kleinen wenden. Zacharia 13 vers 7.

De stadhouder Pilatus stelde den Heere Jezus Christus de vraag : „Weet gij niet dat ik macht heb u te kruisigen en macht heb u los te laten ? "
En het antwoord van den Zone Gods was : „Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware."
Dit antwoord van den Zaligmaker Zelf bevestigt ons den zin van ons tekstwoord, dat om het Heilsplan ten uitvoer te brengen Christus naar den Wil Zijns Vaders alle deze dingen heeft moeten lijden.
Naar den Raad en Wil van God is het geschied, dat Hij Zijn Eeniggeboren Zoon overgegeven heeft tot den vervloekten en smadelijken kruisdood tot verlossing met Zijn dierbaar bloed van de Zijnen.
Wij staan hier voor een wonder van zondaarsliefde, onbegrijpelijk in al haar uitingen.
De Vader geeft Zijnen Zoon over tot verbrijzeling in de handen der moordenaren.
De Zoon laat zich zelf, daartoe gewillig zich overgevende, als een Lam ter slachting leiden.
Beiden beoogden daarin hetzelfde doel, namelijk : zich een Kerk te vergaderen te midden dezer zondige wereld. Uit alle volken der aarde, uit Jood en Heiden zal deze samenkomen eens rondom den troon Gods, waar zij staande den jubelzang aanheffen zullen : „Hem die op den troon zit en het Lam zij de dankzegging en de Eer en de Heerlijkheid en de Kracht in alle eeuwigheid."
De profeet Zacharia mag in ons tekstwoord ons even den sluier oplichten over hetgeen verborgen is. Dit hieroglyphenschrift der profetie, eerst onleesbaar, gaat voor ons leven, als wij ons stellen op den Heuvel Golgotha. De Heilige grafurselen worden dan leesbaar en wij verstaan iets van de diepte des Lijdens van den Zone Gods onder den toorn des Vaders.
1. De toorn des Vaders. Zwaard ontwaak zoo vangt onze tekst aan.
Het zwaard is het symbool der wrekende gerechtigheid, waardoor de zonde gestraft wordt.
Het is daarom, dat van de overheden geschreven staat, dat zij het zwaard niet tevergeefs dragen.
In 't bijzonder heeft de Rechter van Hemel en Aarde het zwaard tot Zijn symbool verkozen tot straf over de zonde.
Hij kan geen zonde ongewroken laten. Niet alleen moet Hij, als de volstrekt Heilige, die geen gemeenschap kan hebben met het onreine, de ongehoorzaamheid en de verdorvenheid des menschen naar Zijn rechtvaardig oordeel straffen, maar ook wil Hij die straffen.
Zijn gansche willen en wezen haat de goddeloosheid en ongerechtigheid der menschenkinderen.
Geen wonder dat Gods Woord ons spreekt van het vuur van Gods gramschap, dat verteert dengene, die Zijnen wil wederstaat.
Als wij ons als zondaren, mijn lezer, plaatsen gaan voor den rechtvaardigen Rechter, die den schuldige niet onschuldig houdt, wel dan zullen wij den dichter nazeggen :
Zoo Gij in 't recht wilt treden o Heer en gadeslaan Onz' ongerechtigheden Ach wie zal dan bestaan.
Immers: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven staat in het boek der Wet om dat te doen.
Het is echter gebleken in de gansche geschiedenis van Adam tot Christus, dat God geen lust had tot wraak. Hij. beweldadigde de gevallen menschheid met tijdelijke en vooral ook geestelijke zegeningen.
Zeker, het zwaard van Gods toorn deed den mensch menigmaal gevoelen zijn zwakheid en nietigheid, maar toch Zijn straffen werden ingehouden.
Het zwaard dreigde wel sinds Adams val als het zwaard van Damocles, gehangen aan een zijden draad. Ieder oogenblik dreigde het neder te storten op dengene, die rustig sliep den slaap der zonden. God betoonde zich echter niet een God der wrake. Hij beloofde aan Abraham en zijn zaad een rijken zegen : „In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden."
Meer en meer leek het zwaard wel geheel en al in de scheede te zullen terugglijden.
De profeet hoort echter een stem, die luid uitroept: Ontwaakt. De tijd der wrake is gekomen. Wordt wakker uit uw sluimering! De Rechter van hemel en aarde zal Zijn Rechterstoel beklimmen, opdat het oordeel nu eindelijk volvoerd zal worden.
De tijd der ontferming is voorbij.
Het verbond der genade ligt verbroken. De Levensgemeenschap, eens het kenmerk van den paradijstoestand, is afgesneden.
De vuurgloed der vertering gaat Hem voor ter vernietiging.
Op den Heuvel Golgotha zien wij het ontwaakte zwaard, tweesnijdend, scherp gewet ten strijde.
Niet ter vernietiging van den zondigen en schuldigen mensch, maar het zwaard komt neder in een feilen, doodelijken slag op het Hoofd van den Zone Gods, in Wien de Vader een welbehagen had.
De toorn des Vaders zal losbreken tegen Zijn eigen Zoon.
2. Uitgegoten over Zijn Zoon.
Achter al het lijden dat Christus nu wordt aangedaan op de via dolorosa, zien wy de onzichtbare hand van een toornend rechter.
Een Kajafas, Herodes, Pilatus spreken het doodvonnis uit, hoewel Hem onschuldig erkennende. God beveelt hen echter aldus te spreken, daar zij Zyn instrumenten zijn om aan den Zoon te voltrekken Zijn gerechtvaardigden toorn over de zonde.
Judas, een discipel des Heeren, verried Hem, verradend onschuldig bloed.
Ook hij staat in dienst van den Raad Gods opdat aan Christus de last des toorns op de schouders zou worden gelegd.
Zelfs de discipelen moeten Hem verlaten, opdat in de eenzaamheid zou blijken, dat Hij, ondersteund door de Goddelijke kracht, den strijd zou brengen kunnen tot de overwinning.
Verlaten van God en menschen, van vriend en vijand trof dit zwaard Hem als een scherp zwaard, als een tweesnijdend, zoowel in het lijden des lichaams als in het lijden der ziel,
In Gethsémané, waar de vorst der duisternis zijn klauwen uitstrekt tot een laatste poging, ziende zijn macht ontglippen, klaagt Hij in zielsbenauwdheid : Mijn ziel is bedroefd tot den dood toe.
De duistere wolken die Golgotha's heuvel als een rouwfloers omkleeden, in een drie-urige duisternis, beelden af de volkomen verlatenheid van Zijn Vader, hetgeen Hem deed uitroepen : Mijn God, Mijn God, waarom hebt GIJ Mij verlaten !
De fiolen van Gods gramschap, gevuld tot den rand, worden over Hem uitgegoten.
Hoort slechts, hoe krachtig het bevel luidt in ons tekstwoord : Sla dien Herder,
Hier is geen pardon. Hij moet bukken in het stof der aarde. Hij is een worm en geen man.
Deze rechtshandeling is geen schijnbeweging. Er moet geslagen worden met een doodelijken slag, tot Hij, het hoofd bukkende, de helsche pijnen lijdende, den geest geeft.
Bange ure speelt zich daar af nabij Jeruzalem, de stad des Grooten Konings,
Mijn lezer, zaagt gij wel eens in het toornig aangezicht des Vaders? Kwaamt gij wel eens op Golgotha voor een gesloten hemel te staan ? Dat alles is geschied om den gruwel der zonden.
Er is echter meer te zien, niet alleen een toornig, maar ook een vriendelijk aangezicht.
Gods vriendelijk aangezicht, heeft vroolijkheid en licht, voor alle oprechte harten ten troost verspreid in smarten.
Een prediking der genade is het:
„Zwaard ontwaak tegen Mijn Herder."
Mijn Herder d.w.z. Christus is de door God zelf tot dit verlossingswerk aangewezen Herder der kudde.
Zeker, bij Zijn dood leek het of allen verstrooid waren, en ook de Zijnen kwijnden heen.
Hij zou deze kudde slachtschapen, die wel ten doode opgeschreven waren, samenbinden door Zijne twee staven : De staf liefelijkheid en de staf samenbinding.
Hij zou Zijn kudde weiden in de grazige weiden van Gods Woord en van Zijne genade.
Hij zou hen beschermen tegen de verdrukkers en kwellende machten, die haar voortdurend in deze wereld plagen zullen.
De staf Liefelijkheid een beeld van trouwe zorg van den Goeden Herder,
De staf samenbinding een beeld van de gemeenschap der heiligen, wanneer Christus zal zijn alles in allen.
Tot dit geweldige werk der Verlossing was de Zone Gods in staat gesteld. Als de sterke Leeuw uit Juda's stam of om met de woorden van onzen tekst te spreken : als de Metgezel van den Goddelijken Vader zou Hij een volkomen schulduitdelging kunnen bewerken,
In de duisternis van Golgotha werd gehoord : „Het is volbracht".
Voor Christus een klievend zwaard, en voor Gods Kerk de balsem des vredes, uit Zijne wonden vloeiende,
3. Het heil Zijner Kerk, „Ik zal Mijne hand tot de kleinen wenden".
Hier is geen slaande hand meer, doch een zegenende hand der ontferming.
Hij zocht diegenen die verstrooid waren, vluchtende voor de brieschende leeuwen en scheurzieke avondwolven, te verzamelen.
Hij brengt ze bijeen : een weenende Petrus, een ongeloovige Thomas, vluchtende discipelen, een eenzame Maria, niet te troosten vrouwen, de Emmaüsgangers en zoovele anderen.
Deze bange schare geeft Hij moed en krachten.
Zij worden betiteld met den naam van „kleinen".
Klein was hun getal, geen schare van honderden, slechts enkele tientallen waren verzameld op den Pinksterdag. God beliefde het uit te breiden tot duizendtallen.

Klein van verstand. Geen concurrentie is er mogelijk met de wijsheid dezer wereld. De Schrift zegt echter dat wat wijs is in het oog der menschen, is een dwaasheid bij God. Het dwaze zal ons blijken de opperste wijsheid te zijn, immers het is den wijzen en verstandigen verborgen en den kinderkens geopenbaard.
Klein van moed. Eens hadden zij gesproken als leeuwen :
Al moesten wij ook met u sterven.
Al zullen ook allen aan U geërgerd worden
Doch woorden zijn nog geen daden.
Als weerlooze schapen worden zij vaak tegen de steenrots gedrongen door de leeuwen en beren, van vreeze der menschen, van ongeloof en wat al niet meer.
De vreeze der Joden is nog niet uitgestorven.
Die klein van moed zijn, zij kunnen echter weer sterk worden. Immers God heeft een arm met macht. Hij wil zich nu hunner ontfermen.
Zwakheid, het lijkt te zijn een ondeugd, maar het is in den waren zin des woords een deugd te noemen.
De gemeente van Philadelphia wordt er om geprezen. Gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard en hebt Mijnen Naam niet verloochend.
Immers als ik zwak ben, zoo ben ik machtig, dan zal de Heere het voor mij voleindigen. Hij zal de hand der verlossing toesteken aan degenen, die met ootmoedig geween mogen naderen, belijdende hun zonde en schuld, aan dien troon der Genade.
Hij zal niet verlaten degenen, waar eens Zijn werk in is begonnen geworden. Zoo zij dan uwe bede, gij kleingeloovige :
Verlaat niet wat Uw Hand begon o Levensbron Wil bijstand zenden.
Bleiswijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's