KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONZE JAARVERGADERING.
Wanneer het volgend No. van „De Waarheidsvriend" verschijnt ligt onze jaarvergadering al weer achter ons, wanneer er niets bijzonders tusschen beide komt.
Daarom willen we in dit No, een enkel woord van opwekking schrijven, bestemd voor onze vele vrienden in Noord en Zuid, Oost en West van ons goede Vaderland, om hen op te roepen met ons mee op te trekken naar Utrecht, ter jaarvergadering op Donderdag 30 Maart a, s.
Het kan zoo verkwikkend zijn als een groote schare de bekende zaal van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen vult, als we saam zingen, saam lezen, saam bidden ; om dan ook saam te mogen luisteren naar het referaat en saam te hooren naar de verslagen van secretaris en penningmeester en saam ons te bezinnen op de beste middelen en wegen, die dienen kunnen om onzen Geref. Bond te steunen en te doen groeien en bloeien tot eere van Gods grooten en heerlijken Naam en tot zegen van de Hervormde Kerk, die wij om des beginsels wille liefhebben en die wij trouw blijven, ondanks het vele dat er in die Kerk is, dat niet goed is, dat ons bedroeft en benauwt, dat ons pijn doet, maar dat ons tegelijk naar de geestelijke wapenen doet grijpen, om voor het erfdeel der Vaderen op te komen.
Wij weten het, dat het moeilijke, zorgvolle tijden zijn waarin we leven. En we zullen dat niet licht achten. We glijden daar maar niet over heen.
Maar we hebben toch volle vrijmoedigheid, om op te wekken mee ter vergadering in Utrecht te gaan, omdat het raakt de zaak des Heeren, omdat het gaat om Kerk en Vaderland.
De Waarheid Gods, de Waarheid in Jezus Christus geopenbaard, de Waarheid van 's Heeren Woord bindt ons en vereenigt ons en daaraan uiting te geven op onze jaarvergadering is heerlijk.
Wat hebben we den Heere zéér te prijzen voor Zijne goedertierenheden en zegeningen ! Wat heeft Hij ons Zijn gunst willen betoonen!
Laat ons onszelven voor Hem verootmoedigen, vanwege onze zonden.
En laat ons onszelven en elkander mogen sterken en bemoedigen, aanroepende den Naam des Heeren.
Vinde Utrecht Donderdag a.s. een gansch groote schare van jongeren en ouderen, van broeders en zusters in 't geloof, saam vereenigd rondom, Zijn
Woord, om te luisteren naar Zijn stem, om te vermelden Zijne groote daden, om ons te sterken tot den arbeid en den strijd, die ons weer roept bij ons huiswaarts keeren.
Dat ds. Woelderink voor ons spreekt in de morgenvergadering zal een aansporing te meer zijn om niet thuis te blijven.
En de mededeelingen van den Penningmeester in de middagvergadering, ja, daar willen we immers liefst allen zelf bij zijn, om ze te ontvangen uit de eerste hand !
De Heere geve ons een goeden, gezegenden dag !
DE PAASCHCOLLECTE IN 'T ZICHT
We moeten nog even met elkaar praten. De Paaschcollecte vraagt ons aller belangstelling. Met Pinksteren staat de Zendingscollecte in 't middelpunt. Met Paschen de collecte voor het Studiefonds ; om de prediking des Evangelies te bevorderen In onze Kerk hier te lande.
Daarom vragen we heel vriendelijk en heel dringend aan alle Kerkeraden : mag er een Paaschcollecte gehouden worden op de komende feestdagen in Gods huis ten behoeve van onzen Gereformeerden Bond ? Toe, Broeders, weigert dit niet. Helpt, helpt allen mee. Vooral nu !
En waar 't niet kan met een Kerkcollecte, wil men daar, onder leiding van een commissie, plaatselijk bevorderen dat er een collecte bij vrienden en kennissen gehouden wordt?
Daarvoor wordt een circulaire in gereedheid gebracht op de drukkerij van „De Waarheidsvriend" te Maassluis, Daar kan men een aantal aanvragen en ze zullen gratis worden verstrekt.
Dan kan onder elke circulaire de plaatselijke commissie, met namen en adressen, vermeld worden. Als men daarvan nu maar ten spoedigste bericht geeft aan de Administratie te Maassluis.
In dorp en stad kan nu gewerkt worden.
Ieder die meehelpen wil, zoeke plaatselijk samenwerking. Zoo kan Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag, Maassluis, Raamsdonksveer, Dordrecht, Zwijndrecht, Rotterdam, Utrecht, Zeist, Apeldoorn, Meppel, enz, enz. enz. plaatselijk werken met circulaires. En men zal eens zien, als we elkaar helpen, dat het resultaat zal meevallen.
Laat ons werken met vereende krachten. Laat ons werken, waar 't maar eenigszins mogelijk is, met vereende krachten !
De Heere zegene dezen arbeid naar den rijkdom Zijner barmhartigheid, in 't belang van de prediking van het heerlijk Evangelie van Jezus Christus.
Maassluis wacht op de opgave van namen en de aanvrage van het benoodigde aantal circulaires.
HET SPEL IS BEGONNEN.
We hadden het wel verwacht. Leiden is in last. De kerkelijke hoogleeraar prof. Knappert gaat heen, omdat hij 70 jaar is geworden. Dat is voor een professor de uiterste grens. Langer mag het niet. En nu is prof. Knappert de eenige kerkelijke hoogleeraar van vrijzinnige beginselen ; de eenige moderne professor, niet alleen van Leiden, maar ook van Utrecht en Groningen. Wat is er toch veel veranderd de laatste 30 jaren. Al de modernen zijn verdwenen uit de Katheder — en nu de laatste, te Leiden. Maar natuurlijk laat men dat zóó maar niet passeeren. Onder de Leidsche theol. studenten is een actie op touw gezet (vroeger nooit van gehoord !), om leiding bij de benoeming van een opvolger van prof. Knappert te geven. Die heeren — die student zijn — kunnen het natuurlijk weten, wie er geschikt is als professor. Als de mannelijke en vrouwelijke kiezers van Nederland straks precies weten wat de beste lijst is van de 53, die ingeleverd zijn, dan weten toch zeker de studenten van Leiden wel wie de beste theoloog van Nederland is en wie er 't eerst en 't meest in aanmerking komt voor een professorsbenoeming. En daarom hebben 70 van de 110 theol, studenten een adres geteekend aan de Synode, om te verzoeken, dat er een vrijzinnige benoemd zal worden. Want dat is de beste ! Wat de Commissie van Voordracht natuurlijk niet weet en de Synode ook niet, maar de studenten wel.
Moest men eigenlijk dien heeren niet een uitbrander thuis sturen ? Zoo iets van : weet je fatsoen te bewaren! Of moet dat demonstreeren en adresseeren en intimideeren ook al op dit terrein komen en in deze kringen ? Wie praat er hier nu van richtingskwestie ; rechts of links ?
In elk geval wordt er geadresseerd en gedemonstreerd en geïntimideerd de wetenschap gaat verloren en de Kerk gaat verloren en de studenten gaan verloren.... En daarom : laat er toch een vrijzinnige komen !
De studenten moesten zulke dingen toch niet doen.
En als men dan — naar de geruchten gaan — ook nog pressie uitoefent op jongens van het eerste jaar, met dreigementen enz., dan wordt het toch al te bar. Zoo iets is niet toelaatbaar.
Laat men liever een ander spel spelen dan dit spel.
Als wij in de Commissie van Voordracht of in de Synode zaten zouden we ook zonder intimidatie van studenten wel weten wie we zouden moeten voordragen of benoemen. En dan werd het nu eens niet een vrijzinnige ; ook weer niet een ethische. Er zijn ook nog andere menschen, die heusch zoo'n gek figuur niet zouden slaan in de professorale toga.
Wie weet ?
Maar het Leidsche studentenspel dat nu gespeeld wordt moest men stop zetten. 't Zou de studenten eeren.
HET CALVINISME EN DE TOLERANTIE- POLITIEK VAN PRINS WILLEM VAN ORANJE.
Prof. dr. H. Visscher heeft Vrijdag 17 Maart j.l. 's middags 4 uur, onder groote belangstelling, bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleeraar in de Gereformeerde Godgeleerdheid vanwege den Gereformeerden Bond aan de Rijks-Universiteit te Leiden, in de aula dier Hoogeschool een rede uitgesproken over bovenstaand onderwerp, waarvan wij hier een kort verslag willen geven.
De ontwikkeling der cultuur gaat niet bij sprongen, maar gaat geleidelijk. Daarbij keert hetgeen geweest is weer terug, in opgaande lijn gaande naar de voltooiing, zij 't niet zonder conflicten, geboren uit nieuwe verhoudingen. Zoo is er continuïteit en ontwikkeling. Door alle tijden leeft de vraag naar de verhouding van Staat en Kerk, van Overheid en religie. Constantijn de Groote streefde naar een ideaal van vrijheid van godsdienst. Het Edict van Milaan (313) is van zeldzame beteekenis. Het verwoesten van de Kathedraal van Nicomedië heeft er toe moeten bijdragen, dat de groote Caesar opkwam voor de vrijheid van religie. Hoewel de volgende dagendoen aanschouwen, dat de Chr. Kerk zwaard en vuur gebruikte tegen de consciëntiën. Het ideaal was verdwenen bij het nageslacht. Naast Constantijn den Groote zien we de figuur van Willem van Oranje, die óók in benarde tijden van geloofsvervolging levend, bezield werd door het hooge ideaal van vrijheid van godsdienst; waarbij Oranje niet gedragen werd door koele politieke berekening, maar door zijn religieus geloof, dat hem drong om, onder eerbiediging van aller recht, op te komen voor vrijheid van religie (blz. 14).
Hier moet worden verwezen naar Calvijn, in wiens beginsel ook vrijheid van religie gegrond is, al treffen we bij hem, als kind van zijn tyd, ook allerlei aan, dat met dat grondbeginsel in strijd is. Laten we niet vergeten, dat in Calvijn leefde het rechtsbewustzyn van zijne dagen ; en daarom moet ook bij Calvijn onderscheiden worden tusschen de eeuwige waarheid en hare tijdelijke openbaringsvormen.
Het Calvinisme is een rein religieus leven. Het wil alleen maar zijn aanbidding in geest en waarheid. God is immers Geest! Het wil dan ook God ontmoeten in de onmiddellijkheid van eigen religieus bewustzijn. Daarom is het sacrament slechts een teeken en is er tusschen God en de ziel geen priester, die Christus vertegenwoordigen moet op aarde. En het Godshuis moet geestelijk zijn en alleen betreden worden in het geloof, smachtend naar de aanschouwing van Gods lieflijkheid en schoonen dienst, zich verblijdend in Gods vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog.
Twee zuilen staan er in Calvijns tempel: die van Gods absolute souvereiniteit en die van de volstrekte gehoorzaamheid aan Zijn Woord.
En deze twee zijn ook de grondpilaren van Oranje's politiek.
Calvijn verschijnt met een oorspronkelijke levensbeschouwing, die uitsluitend stoelt op den wortel der religie. Hij is de antipode der Renaissance en de Scholastiek was hem een mengelmoes van philosophie en religie, waardoor de kennis Gods, zoowel als des menschen zelfkennis werd verduisterd. Het denken der Kerk, zoo zeer vertroebeld, trad in Calvijn wederom in zijn reinheid op. Calvijn versmaadt den steun der wijsbegeerte en het Calvinisme duldt geen bewerking met een philosophisch serum. De religie heeft haar eigen zekerheid. Het Calvinisme schouwt het gansche wereldproces in Gods eeuwig licht. Het is de vrucht van Gods eeuwig denken, gerealiseerd door Zijn wil. God is de kracht aller dingen, alle dingen bestaan door Hem en worden door Hem onderhouden. Zoo moet alles worden bezien onder het licht van boven, onder den glans van de eeuwigheid.
Voor Calvijn is God geen begrippen-God, maar de eeuwig levende Geest. Zijn verhouding tot God ligt in het kindschap Gods. Zijn religie is aanbidding en zijn Godskennis is vrucht des geloofs, dat hem van God gegeven is. Hij wil niet overschrijden hetgeen hem van God gegeven is en zijn Godskennis is leven in Zijn gemeenschap en gaat gepaard met een stillen omgang met God en bepeinzen der goddelijke dingen, hem geopenbaard. God, als voorwaarde van alles wat is en boven het zijnde uitgaande, ligt buiten de grenzen van ons kunnen. Geen denkproces, maar geloofsobject. En de mensch, als zedelijk wezen is in niets aan God onttrokken, blijft Hem met zijne zedelijke verantwoordelijkheid in alles onderworpen. De religie moet niet intellectualistisch worden besmet. God stuurt alles, groote en kleine dingen naar Zijn raad, maar voor ons op verborgen wijze. Wat wii weten, weten wij door God, in den weg van Zyn zelfopenbaring, zoodat er ook weer niet gezegd mag worden, dat wij niets weten. Voor scepticisme is hier geen plaats.
Calvijn heeft zich theologisch vrij gemaakt van alle dogmatische scholastieke philosophie. Voor hem ligt er een conflict, ais hij het heeft over de wijsbegeerte wanneer zij uitgaat van beginselen, die met het wezen der religie, zooals zij in het menscheiijk bewustzijn verschijnt, onvereenigbaar blijken.
Elk conflict in zake kosmische vragen, rakende het wereldbeeld ons in de Heilige Schrift gegeven, wijst Calvijn af met de verklaring „dat Mozes geschreven heeft in overeenstemming met de naïeve zintuiglijke waarneming." Met dankbaarheid wil Calviin de natuurwetenschap uit Gods hand aanvaarden, om hare ontdekkingen te waardeeren als Gods gewrocht; hare werkelijke resultaten wil hy ontvangen, doch om deze te waardeeren in het licht van Gods scheppend werken. Voor Calvijn Is er geen conflict tusschen godsdienst en ware, reine wetenschap. Alles vertoont voor Calvijn een zoo vernuftigen bouw, dat ledere ware wetenschap tot de bekentenis zal moeten komen, dat het werk den Maker eert. (Inst. I, 5, 2.)
Calvijn's primair grondbeginsel der souvereiniteit Gods typeert hem als een zuiver religieus denker. Hij leeft in de denkwereld van Apostelen en Profeten, voor wier bewustzijn natuur en cultuur volstrekt religieus waren bepaald. Ook het ethisch bewustzijn was aan de religie niet onttrokken. De religie heeft geen ruimte voor een creatuurlijke autonomie. God is de Schepper en de Wetgever, alles heeft Hem te dienen en te gehoorzamen naar Zijn wil. Het Calvinisme heeft dan ook niets gemeen met het wilde individualisme, waarvoor hedendaagsche modernisten de Reformatie soms willen doen doorgaan. De autoriteit van Gods Woord, de souvereiniteit Gods domineert in het Geref. Protestantisme.
Oud-en Nieuw Testament, waarvan Christus het middelpunt is, dewijl Hij verschijnt als uit der eeuwen schoot door Gods uitverkoren volk gegenereerd, is voor Calvijn de goddelijke norm voor religeus en ethisch leven. Hij vond er den toets voor gansch het menschelijk leven. Waarom ? Omdat de Almachtige Schepper, die alles geformeerd heeft, Zelf in Zijn Woord ons Zijn wil en wijsheid heeft geopenbaard. Daarin en daardoor werd de menschheid zich bewust van de waarachtige doeleinden, door God voor alles gesteld. Daar licht het komend Paradijs en wenkt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Daar leert de mensch ook de absoluutheid van den zondestaat, waaraan de Schrift verbindt het optimisme van het geloof en de zekerheid van Gods raad en welbehagen.
In de canoniek geworden Schrift, die het Christus-beeld geeft, zooals het leefde in de eerste discipelen en die dus ook geeft het reine, nog niet door den invloed der verwording vertroebelde leven der gemeente zelve, vond het vernieuwde geloof van het Calvinisme haar uitdrukking. En de geloofsverzekerdheid van het Calvinisme was en is niet minder dan de verzekerdheid der wetenschap !
Gods souvereiniteit en het gezag Zijns Woords (maar dat gezag niet als van buiten, door menschelijke willekeur opgelegd — niet als „een papieren paus" — maar als vrucht des Geestes en in gemeenschap met de Gemeente Gods van alle eeuwen) zijn de zuilen van het Calvinisme. Daardoor verschijnt elk levensgebied voor Calvijn ook in religieus licht en worden ze saam begrepen in eene hoogere éénheid.
Het Calvinisme moest zich zóó wel een Kerkelijk leven scheppen, dat rein geestelijk, in strikten eenvoud, Christus als Koning te gehoorzamen heeft en een Kerkformatie, waarin Hij zelf krachtens Zijn Woord het regiment voert door de gemeente zelve. Een Kerkelijk leven en een Kerkformatie, die alzoo eene aristocratisch-democratische regeering zlcli schepte, die geestelijk van karakter, zlch slechts over de gemeente uitstrekt en niet daarbuiten.
Door deze Kerkelijke formatie echter werd het Calvinisme de leerschool eener politieke democratie, die de Overheid erkent als volstrekt zelfstandige inzetting Gods, die op hare wijze aan Hem gehoorzaamheid schuldig is.
Staat en Kerk, hoewel wezenlijk onderscheiden, hebben, elk op eigen wijze, in overeenstemming met den eisch van hun wezen, aan dezelfde Goddelijke norm te gehoorzamen.
Het Calvinisme erkent zoowel den vrijen Staat als de vrije Kerk, maar beide onderworpen aan Gods gezag en Woord. (blz. 25) (Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's