JONKER VAN STERRENBURGH
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Ook wat nieuws op het dorp ? "
Met deze vraag begroet de knecht van boer Yntema op „Landlust" Klaas Lolkes. als deze met hem het veld ingaat, om den grond om te spitten, en klaar te maken voor het volgend zaaisel tot den nieuwen oogst,
„Jongen ja, de dominee heeft gister afgekondigd, dat jou wel eens wat trouwer in de kerk mocht komen, je mist er te veel zei hij." — „Kom, neem mij er nu eens tusschen." — „Waar ben je geweest gister ? " — „Naar de oudelui en verleden Zondag had ik zoo'n kiespijn." — „Lastige kwaal voor jonge dames ; je hebt vooral gisteren een mooie preek gemist." — „Zoo waar ging het over ? " —-„Over de gelijkenis van het tarwegraan, dat in de aarde moet vallen en sterven, om vrucht te dragen, en dat wie zijn leven behouden wil, het zal verliezen, maar wie het verliezen wil, het zal bewaren tot het eeuwige leven — "Een mooie tekst, maar niet makkeiljk om hem op te volgen, vind je wel " — „Makkelijk is anders, maar het zal toch wel moeten." — „'t Gaat mij slim genoeg." — „Wil je het liever op een akkoordje gooien met het zalig worden? " — „Dat weet Ik niet, maar wat heb je aan je jonge leven als het zoo moet ? " — „'t Is maar de vraag, wat noem je leven." — „Nou, het er fatsoenlijk goed van nemen, en nu en dan eens uitkijken, en een beetje pret maken."-— „Maar daar is 't niet goed mee". — 't Kan wel wezen, maar wie later leeft, die later zorgt. Daar zijn toch wel meer, die er zoo over denken, en dat toch beste menschen zijn." — „Toch geloof ik, dat het met minder niet toekan." — „Dan weet ik niet waar het met de meeste menschen heen moet." — „Zou de groote menigte ook niet buiten het Koninkrijk Gods staan ? " — „Daar wil ik mij niet in verdiepen ; mijn stelregel is : doe je best en geef elk het zijne, en dan zal alles wel terecht komen." — „Maar dan moet God toch zeker allereerst het Zijne hebben? " — „Och, daar kom je toch allemaal niet aan toe. Dat doet toch zeker niemand, wel ? " — „'t Moet toch de begeerte wezen." — „Maar als men het dan toch niet doet, zal het wel op 't zelfde neerkomen."
Hier zit Klaas Lolkes wel een weinig vast', met de waarheid. Hij gevoelt, dat het toch niet hetzelfde is, maar kan het zoo niet in. woorden uitdrukken.
„Weet je het van Jap ? " vraagt hij. — „Wat ? " — „Die heeft het, geloof ik, gisteravond met den knecht van Grunstra aan kant gemaakt." — „Hoe is 't nu ? Ik meende, dat het alles was ? " — „'k Denk als gevolg van de preek." - „D'r kan ook wel eens iets anders achter zitten ; houd Jap in de gaten, zij is glad." — „Maar een flinke eerlijke meid, waar je op aan kan." — „Is .zij niet geschikt voor jou ? " — „Voor mij ? Ik ben te oud, vent !" — „Kom nu, jullie passen precies bij elkaar, dunkt mij. Kijk, daar komt haar vader aan met een twee-span. Wat boft die, niet ? " — „Ja, prachtig ; 'k ben blij om die menschen." — „De volgende week is er een groote jachtpartij op „Grovestins", heb ik gehoord." — „Zoo ; de Jonker was gisteren in de kerk." — „Dat mag ook wel in de krant." — „Men zegt dat hij geheel veranderd is." — „En hij houdt een jachtpartij ? " — „Dat kan toch wel ? " — „Maar dan mogen wij zeker ook wel eens pret maken. Rijke menschen en arme menschen worden, dacht ik, gelijk geoordeeld, en wat kwaad is voor den een, is ook verkeerd voor den ander." — „Natuurlijk." — „Nu, en wat gaan die groote lui vaak uit; naar concerten en muziek en comedie en toch 's Zondags ook wel naar de kerk." — „Wat weet jou het." — „Zeg eens dat het niet waar is, en waar moet je daar nu meê heen." — „Ik denk, dat het niet is een verliezen van het leven." — We worden het hier niet over eens. Klaas."
Met deze woorden wordt het gesprek afgebroken en de blinkende spade in de vette klei gedreven, waarin over enkele maanden de vrucht geborgen zal worden als in een graf, maar om vermenigvuldigd, tot een nieuw leven op te staan.
En terwijl met krachtige vuist de kluiten worden omgewoeld, denkt Klaas Lolkes al maar aan het tarwegraan, dat deze donkere diepte als een weg der vernedering in moet, om tot nieuwe heerlijkheid te komen.
Ook denkt hij aan den Jonker, over wien hij zich gister zoo verheugd heeft, daar hij onder 't gehoor van de Waarheid was, en van wien hij in stilte is gaan houden, omdat hij het huis van Douwe Mollema zoo wél doet, maar die nu een jachtpartij gaat organiseeren, waarvan gewoonlijk 'n drinkpartij het einde is; en hij peinst er over hoe dat alles met elkaar gerijmd moet worden.
En hij denkt aan Jap, die zoo geheel anders doet, waar zij opgeofferd heeft wat weg moet.
En dan denkt hij aan hetgeen de knecht zoo juist zei, dat hij en Jap zoo bij elkander zouden passen, waarop Iets, dat op een glimlach lijkt, over zijn gebruind gelaat glijdt.
In het ruime voorhuis van de „Eendenkooi" zit boer Brandsma naast de groote wijde schouw, waar het haardvuur lustig brandt. Hoewel nog betrekkelijk vroeg in den tijd, is het vuur van morgen aangelegd, omdat de boer zich niet recht wél gevoelt. Ook de kerkgang van gister heeft het niet beter gemaakt. Een vermoeide trek ligt over zijn gelaat, 't welk bleeker ziet dan gewoon en waardoor de grijze haren en de witte baard te meer uitkomen. Diep liggen de oogen in hunne kassen.
Met bezorgdheid heeft de boerin hem zoo nu en dan gadegeslagen en er reeds op gezinspeeld om dr. Hannema te halen, maar Brandsma heeft die gedachte ver weg geworpen. Niets dan een beetje kou heeft hij gezegd, waarvoor een goede dosis Haarlemmerolie een afdoend middel is. Een warme plaatstoof doet de rest.
Op zijn knie ligt een der werken van vader Hellenbroek, doch van lezen komt niet veel. Veel meer schijnt hij in gedachten verzonken, terwijl de oogen somtijds neiging hebben om dicht te vallen.
Vrouw Brandsma is bezig een sok te stoppen. Nu en dan tracht zij een gesprek met haar man aan te knoopen, wat echter ditmaal in het geheel niet vlotten wil. Allerminst als zij het heeft over de boerderij of hetgeen daarmede verbonden is. De aardsche aangelegenheden schijnen het thans in het geheel niet te kunnen boeien.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's