OPGANG
Met Christus ten doode gekruist, En met Hem ten leven herrezen, Dan zal ook de weg van Gods kind Een weg van den opgang voorts wezen.
Gods Geest spoort de ziel aan tot „gang'. Bij den aanvang zoowel als daarna. Op het: „Om uws levens wil, spoed !", Volgt: „Zeg Isrel, dat het verder ga !"
Die voortgang is een — woestijngang Waar zich 't zondige hart openbaart. Maar ook. God zij dank, het geloofsoog, In Christus meer rijkdom ontwaart.
Woestijngang, doch tevens ook opgang. Want het doel van de reis ligt omhoog. Daarheen richt de pelgrim zijn schreden. Met Jeruzalem hoopvol in 't oog.
„Wij gaan op", dus zong Isrel weleer, „Naar de Godsstad, zoo kunstig gebouwd. Waar God in Zijn tempel op Sion Zijn deugden op het heerlijkst ontvouwt".
Doch rondom de Godsstad zijn bergen. En dies — zijn er dalen dichtbij. Zoo gaat ook de opgang naar Boven, Gepaard vaak met — dal en vallei.
Als echter fel de zonnestralen, Den pelgrims steken in het dal. Dan is, in Christus, God zijn schaduw God is zijn eer. God is zijn al.
Hemelvaartsdag. Feest van den opgang. Christus vaart op, als het Hoofd Zijner Kerk
Eens zullen de leden Hem volgen. God immers houdt trouwe, doet nooit half werk.
Zend dan, o God, Uw licht. Uw waarheid Opdat ik opga en u prijz'. Opdat de neergebogen ziele. Door Uw genade weer herrijz'.
DEN HAAG, Mei 1933.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's