De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

10 minuten leestijd

MISVERSTAND EN VERWARRING.
Er heerscht over de samenstelling, zoomede over het karakter van het nieuwe kabinet nog heel wat misverstand en verwarring.
Vooral zijn het de vrijzinnigen, en onder deze weer bijzonder de Vrijzinnig Democraten, wien de politieke constellatie nog niet helder en duidelijk voor oogen staat. Zij meenen, dat door de samenstelling van het kabinet met ministers van verschillende levensbeschouwing een nieuw tijdperk in de parlementaire historie van ons land is ingeluid geworden.
Naar het oordeel van deze politici behoort, ten gevolge van wat dr. Colijn deed, de partij groepeering van rechts én links, waarbij de christelijke politiek zich plaatste tegenover de staatkunde, welke door de voorstanders van de moderne levensrichting wordt voorgestaan, tot het verleden, en heeft zij voor eene nieuwe politieke scheidingslijn plaats gemaakt, een partijgroepeering naar sociaal-politiek inzicht gevormd.
De heer Joekes, de nieuwe leider van de Vrijzinnig-Democratische Kamerfractie, deed zulk een geluid hooren bij gelegenheid van de bespreking van de door de Regeering gedane mededeelingen betreffende het te volgen regeeringsbeleid.
Dit kamerlid zeide in de vergadering van de Tweede Kamer van 1 Juni, dat hij het verheugend achtte, dat bij het verrichten van het zoo moeilijke werk der kabinetsformatie de ban is gebroken, waarin gedurende vele jaren ons staatkundig leven besloten is geweest, .n.l. de tegenstelling tusschen de belijdende en niet belijdende partijen.
Deze afgevaardigde, die verder betoogde, dat de belijdenis van de kerkelijke groepen in Nederland geen richtsnoer geeft voor het in de groote staatkundige en economische vragen te volgen beleid — het bekende oude liberale standpunt — zag he; nieuwe tijdperk in de parlementaire geschledenis reeds aangebroken.
In dezelfde richting schreef ook mr Marchant, de tegenwoordige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in De Vrijzinnig Democraat van 27 Mei. In een artikel, dat deze bewindsman het opschrift gaf van: „Aan het begin van een nieuw tijdperk", lezen wij : „, In de tweede plaats moge het voor onze partij een voldoening zijn, dat eindelijk een proef wordt genomen met de samenwerking van rechter-en linkerzijde in één kabinet, met het doel om deze positie blijvend (cursiveering van ons, redactie) te maken. Zij het dan later in eene bepaalde politieke richting”.
En alsof deze uitspraken nog niet voldoende waren om de blijdschap der Vrijz, - Democraten tot uiting te brengen, vinden wij in hetzelfde blad van 3 Juni in een artikel onder het opschrift : „Het einde der Coalitie" deze ontboezeming : „Van welk grootste beteekenis is het, dat de vorming van het Crisiskabinet een eind heeft gemaakt — en waarschijnlijk voor altijd — aan de rechtsche coalitie”.
Echter, al wat hier gesproken en geschreven werd en ook wat te dien aanzien in sommige persorganen beweerd wordt, berust op niets anders dan op misverstand en verwarring.
Gelukkig hebben de heeren mr. de Geer en Schouten de woordvoerders van de Chr, Historische en Antirevolutionaire Kamerfracties in de Tweede Kamer bij het debat over de regeeringsverklaring in hunne uitnemende redevoeringen eene waarschuwende stem laten hooren tegen de ontijdige en onjuiste conclusies van hen, die over een nieuw tijdperk in de parlementaire historie droomen.
De heer mr. de Geer zeide : Men trekke uit de samenstelling van het minister: o geen consequenties, die er niet in zitten en die de levensvatbaarheid van het Kabinet verzwakken. Ik bedoel de consequentie, d; i: deze samenstelling beteekent het bankroet van de partij groepeering naar geestelijken inslag ; de inleiding tot een nieuwe politieke constellatie.
Die consequentie — zoo zeide mr. de Geer voorts is èn onjuist èn gevaarlijk.
En om dit nader toe te lichten, ging voort en sprak :
Zij, die de partijgroepeering naar geestelijken inslag als kunstmatig en ongerijmd verwerpen, hebben daarvoor steeds in de plaats willen stellen een partijgroepeering naar sociaal-politiek inzicht. Indien de samenstelling van dit Kabinet eenige aanwijzing in die richting gaf, dan konden zij victorie roepen. Maar reeds een oppervlakkige kennisname van de samenstelling toont, dat hiervan geen sprake is. In sociaal-politiek inzicht is dit Kabinet minstens evenzeer een gemengd gezelschap als in geestelijke overtuiging. Indien het een bankroet is voor de eene opvatting, dan u het er ook een voor de andere. Dit leidt tot de conclusie, dat wij hier hebben een speciale en uitzonderlijke figuur, die noch 1.1 de eene, noch in de andere richting iets praejudicieert en die volkomen plaats laat voor terugkeer tot een normale formatie in normale tijden.
Maar de consequentie, die ik wraakte, Is niet alleen onjuist, zij is ook gevaarlijk. Immers, zij verzwakt de levensvatbaarheid van het Kabinet. De zin tot medewerking van hen, die aan de oude partij groepeering willen vasthouden, wordt er door verslapt. Zij willen wegens de crisis tijdelijk de principiëele geschillen ter zijde stellen en de handen Ineenslaan ook met wie eens anderen geestes zijn. Maar de noodzakelijke voorwaarde daarvoor is, dat die principieele geschillen in statu quo blijven en dat in geen enkel opzicht crisiswinst gemaakt wordt. Indien nu hun tegenstanders dezen godsvrede gaan gebruiken om op één der voornaamste geschilpunten — de basis der partijgroepeering — politiek gewin te behalen, dan zal dit hun neiging, om aan den Kabinetsformatie steun te verleenen, in hooge mate verzwakken. Daarom waarschuw ik : trek geen onjuiste consequenties uit wat nu geschiedt; zet niet hoogpolitieke theorieën op over een gewijzigde partijgroepeering ; want daardoor zoudt ge den onderlingen goodwill, die doel van deze Kabinetsvorming is, ingrijpend verste ren en precies het tegenovergestelde bereiken van wat met deze formatie bedoeld is.
En verder :
Wanneer de formateur als zijn meening uitspreekt, dat de toestand nog bedenkelijker is dan tijdens den oorlog en dat er daarom reden is thans alle nationale! krachten in één Kabinet te vereenigen, dan zijn velen geneigd dit te beamen, maar wanneer dan een zijner medewerkers eraan toevoegt, dat dit een springplank is om te komen tot een gewijzigde partijgroepeering, dan ontstaat wantrouwen en dan wordt de doelstelling van den Premier tegengewerkt.
Geheel in denzelfden toon vertolkte de heer Schouten, hetgeen op dit punt in al antirevolutionaire partij leeft.
Deze afgevaardigde zeide : Het is eei vergissing, als men uit de houding van df. Colijn, van ons antirevolutionairen afleidt.
Dat thans van onze zijde het initiatief genomen is tot of actief medegewerkt is aan eene hergroepeering der politieke partijen, aan een andere partij groepeering dan de historisch in ons land gegroeide. Zij, die dit in en buiten deze Kamer stellen, dwalen. Van hen geldt, dat hun wensch de vader is van hun gedachte, maar hun wensch is niet de onze, hun gedachte is geen kind van ons verlangen. Op welk inleidend woord de heer Schouten dan dit laat volgen.
Het principiëele standpunt der antirevolutionairen in zake de partij groepeering is niet gewijzigd. Wij willen ook thans niets anders dan voortzetting en verder herstel der samenwerking tusschen de drie rechtsche partijen. Ons oordeel was en is alleen dat het in de gegeven omstandigheden wel niet mogelijk was voor dr. Colijn aan den wensch van prof. Aalberse te voldoen. Wij zijn ook thans van gevoelen, dat het najagen van een partij groepeering, welke negeert, verzwakt of niet bevordert de alles beheerschende beteekenis van de Christelijke beginselen voor het staatkundig beleid, van de Christelijke grondslagen voor Staat en maatschappij, een hersenschim is voor ieder, die deze beginselen en grondslagen acht niet een vrucht van menschelljke vinding, maar van Goddelijke openbaring.
Wij hebben de samenwerking van de drie rechtsche partijen niet begraven, wij wenschen deze ook niet te begraven. Wij wenschen haar verder herstel, maar niet op kunstmatige, onvoorzichtige of onrijpe wijze. Uit den brief van dr. Colijn blijkt duidelijk, dat hij bezwaar had tegen de vorming van een Kabinet op de basis van 52 mede met het oog op de beteekenis, welke een mislukking op die basis voor de samenwerking der rechtsche partijen hebben zou voor het heden en voor de toekomst.
Uit hetgeen hier van Christelijk-Historische en Antirevolutionaire zijde gezegd werd, blijkt duidelijk, dat deze partijen — en terecht — een geheel tegenovergesteld gevoelen zijn toegedaan, als diegenen die van oordeel zijn, dat door opneming van vrijzinnige ministers in het crisiskabinet-Colijn het tijdperk der Christelijke politiek zou zijn afgesloten geworden.
Wanneer weer rustige tijden terugkomen en de vrijzinnigen hun strijd voor de beginselen, die uit de moderne levensbeschouwing voortvloeien, gaan voortzetten, zal het wel blijken, dat de macht der feiten sterker is dan de redeneering, die wij thans vernemen.
De machtige tegenstelling van het Christelijk levensbeginsel en dat, waaruit de Fransche revolutie is naar buiten getreden, zal ook in de toekomst de historie der wereld beheerschen.

OP DEN TWEESPRONG.
Met zou het haast niet gelooven.
En toch is het waar!
De Sociaal Democratische Arbeiderspartij staat op den tweesprong. Zij zal zich hebben te beraden, welken kant zij zal moeten uitgaan. Zal het de weg zijn van het voeren van constructieve politiek, dan wel zal de partij zich in revolutionaire richting Wijven bewegen.
Velen in de Sociaal Democratische Arbeiderspartij Ier ij gen genoeg van de tweeslachtige houding, die de partij sinds 1918, het jaar der revolutie, aanneemt.
Nog onlangs was het professor Goudriaan, de intellectueeele socialist, die op geruchtmakende wijze de partij verliet en thans is het niemand minder dan. mr. Duys, die de Sociaal Democratische Arbeiderspartij voor het feit stelt hare houding te herzien.
Dit kamerlid deed bij de uitgeversfirma W. J. Thieme en Co. te Zutphen eene brochure verschijnen getiteld : „Ter oriënteering naar aanleiding van enkele vragen van democratie".
Aan de hand van stellingen behandelt mr. Duys : de verhouding der Sociaal Democratische Arbeiderspartij tot de Communisten ; de verhouding der partij jegens het Koningshuis, het wettig gezag en de eenzijdige ontwapening.
De zeven stellingen, die mr. Duys poneert, zijn de volgende:
1. De partij spreke zich duidelijk en klaar uit, dat onder geen enkele voorwaarde ooit van eenige samenwerking, verstandhouding, „eenheidsfront" of wat dan ook met de communisten sprake kan en zal zijn.
2. De partij stelle een onderzoek in naar de vraag of de communisten niet onder zoodanigen invloed (resp. bevelen) staan van een buitenlandsche mogendheid (Rusland) , dat zij daardoor in een Nederlandsch Parlement eigenlijk niet kunnen worden getolereerd, tenzij duidelijk kome vast te staan, dat zij eiken band, zoowel direct als indirect met dien buitenlandschen Staat hebben verbroken en Nederlandsche volksvertegenwoordigers zijn, in staat in volle onafhankelijkheid van buitenlandsche Mogendheden, Nederlandsche belangen te behartigen.
3. De S.D.A.P. spreke het duidelijk uit en brenge practisch haar optreden daarmede in overeenstemming dat zij tegenover het Koningshuis in Nederland inneemt hetzelfde loyale standpunt als de zuster-partijen in Engeland, Denemarken, Zweden enz.
4. De S.-D. partij spreke zich duidelijk en klaar uit hierover, dat zij haar doel niet anders dan met wettige middelen wenscht te bereiken en zich volkomen stelt op den bodem der Legaliteit.
5. De S.-D. partij spreke zich eveneens klaar en onomwonden uit, dat zij het wettig gezag steeds wenscht te eerbiedigen, zulks onder geen enkel ander voorbehoud, dan zooals ook vanzelfsprekend ieder (ook b.v. de Anti-Revolutionaire Partij en alle burgerlijke partijen) natuurlijk maakt.
6. D. S.-D. partij verklare uitdrukkelijk, dat wanneer ons land in gevaar mocht komen, zij onvoorwaardelijk achter de Regeering staat wanneer het er om gaat die gevaren van ons land af te weren of tot een minimum te beperken. Elke gedachte aan sabotage van mobilisatie of handelingen van dergelijken aard, wanneer een oorlog, ondanks al onze pogingen om dien te keeren, eenmaal een feit is geworden, worden door haar onherroepelijk en met den meesten nadruk veroordeeld.
7. De partij benoeme een commissie, ten einde te onderzoeken, of, gegeven de veranderde internationale omstandigheden, het standpunt van eenzijdige ontwapening nog wel juist mag worden genoemd.
De Sociaal Democratische Arbeiderspartij maakt moeilijke tijden door. Het is echter haar eigen schuld.
Het zal ons benieuwen, hoe de partij op de stellingen van haar Kamerlid mr. Duys reageert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's