De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

5 minuten leestijd

Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods ? Alzoo de vraag uit den Heidelberger. Het antwoord is u niet onbekend.
Daaronder versta ik, de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, als met Zijne hand nog onderhoudt en alzoo regeert dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.
Alzoo staat alles onder des Hoogsten bestel. Daar gebeurt niets of daarachter vindt ge Gods hand, tenminste als het onderzoek geschiede op de juiste wijze.
't Gebeurt nu maar al te vaak, dat wij bij de zooveelste oorzaak staan blijven. De ouden spraken n.l. van een eerste oorzaak, en van die er op volgden. Het onderzoek door ons ingesteld is maar al te vaak zoo, dat wij heelemaal niet tot de diepte afdalen, of beter gezegd tot het hoogste punt opklimmen. Wij zien allerlei oorzaken, doch vinden er God niet in.
Zoo komt het dan ook dat wij, als het ons voor den wind gaat, evenzoo als wij met tegenspoed te kampen krijgen, heel uit het evenwicht worden geslagen. Tegen geen van beide zijn we opgewassen. Voorspoed maakt ons hoogmoedig, eigenlievend, koud voor alles en iedereen. Tegenspoed doet ons morren, maakt ons wrevelig, voor de samenleving ongeschikt.
Doch zie er Gods hand eens in, merk op Zijn bemoeienis, kom eens uit bij Zijn wijs bestel, hoe verandert dan alles als bij tooverslag. Vandaar is het leven ook zoo inarm van ieder die zonder God leeft in deze wereld. Wij zijn zoo gewoon geworden om de armen, de behoeftigen met een blik van medeleven te beschouwen — alles wat lijdt — toch is het kamp, waar de ongelukkigen ondergebracht moeten worden, veel wijder.
Wat hebben wij een armen tijd achter ons, toen iedereen zich maar kon toeëigenen wat hij wilde. Wat een koude, kille wind van egoïsme woei er de heele wereld over. Het parool klonk u overal tegen : „ben ik mijns broeders hoeder ? " Ieder zorgde voor zich zelf. De Almachtige was uit talloos veler leven weggevallen. In de practijk werd met Hem niet gerekend.
Welke gevolgen daaruit voortvloeien merken we thans in alles. De Heere laat het zien, waar men uitkomt zonder Hem. Vandaar is het een betrekkelijke waarheid, dat wij leven in een bangen tijd. Betrekkelijk. Bang hebben het velen. Moeilijkheden meer dan ooit stapelen zich op van alle kanten. Doch de mogelijkheid wordt op deze wijze geopend, dat de wereld onzer dagen eens weer leert zien, dat het fundament van den opbouw van ons heele maatschappelijk en zedelijk leven ontbreekt, als wij niet met God rekening houden. In den grond der zaak zijn in deze donkere tijden de momenten niet van de lucht, dat men de aandacht der schare kan vestigen op deze dingen. Wat in de dagen van schijnvoorspoed niet kon : kan nu wel.
Vandaar dat de bekentenis onzerzijds niet achterwege mag blijven : Heere ook voor deze leiding Uwer hand zeggen we U dank. Och, Heere geef nu oogen om te zien, opdat hoog en laag, regeerders en die geregeerd worden weer leeren vragen naar U en Uw dienst.
Dit hebben we noodig. Wie Mij eeren zegt de Heere, zal Ik eeren, en Ik zal hun Mijn heil doen zien. Geve de Heere ons allen tezamen Hem aan te roepen, inzonderheid nu, waar aller oogen uitzien naar hulp. Van de menschen, ook van de allerhoogste, is geen heil te wachten. Als de Heere het gebiedt, zoo is 't er. Schenke Hij aan allen, die bidden geleerd hebben, Hem aan te loopen. Immers dan behoeft geen vreeze meer te worden gekoesterd. Hij doet het. Hij alleen.
Wij mogen dit gedurig opnieuw weer opmerken.
Deze week, die toch uit den aard der zaak behoort tot de meest stille, werden we op onderscheidene wijze hierin bevestigd, dat wie op 's Heeren bijstand wacht, niet beschaamd wordt.
1. De eerste gift kwam uit Gouda. Ons werden toegezonden, als gecollecteerd onder de prediking van de Vereeniging Calvijn, 2 oude guldens f 2.—
'k Hoop ze in nieuwe om te zetten.
Ik ben er zeer mee verblijd.
2. Van een goeie kennis uit Veenendaal, onzen vriend, die ds. Jongebreur jaren als knecht heeft bijgestaan, ontving ik als dankoffer, waar hij 12'/2 jaar getrouwd was, een Rijksdaalder, 'k Breng hem en de zijnen op deze wijze mijn allervriendelijksten dank. Spare de Heere hen nog lang voor elkander f 2.50
3. Uit eigen gemeente ontving ik van N. N. de maandelijksche gift voor den Bond f
2.50
4. Van den heer D. K. te Vorchten ontving ik als Paaschgift f 2.50
5. Door ds. van Grieken te Rotterdam kreeg ik van N. N. ook f 2.50
6. Door ds. v. d. Wal te Wageningen ontving ik van oudere lidmaten cat. f 15.—, van de wed. S. f 0.50, als nagift op de collecte f 2.50 ; door den heer P. D. van N. N. f 2.50 ; uit den collectezak f 2.50, samen f 23.—
7. Door ds. Abbringh van Papendrecht kreeg ik nog een gift uit de catechisatiebus, van Wilsum me toegezonden. Deze bedroeg f 5.40
8. Door ds. van Nie te Hoogeveen een extra gift voor 't Studiefonds f 10.—
9. Van den heer P. Waardenburg uit Schipluiden ontving ik f 2, 50
10. Van de wed. N. N. te Utrecht kreeg ik voor de beide fondsen f 5.—
11. Het bekende busje uit Zegveld van den heer C. Bardedmeijer bracht op in de afgeloopen maand f 3.12
't Is niet de eerste keer, dat ik op zulke bijdragen de aandacht vestig. Maar elke maand een bijdrage wordt in een jaar een heele som. Wij zijn er zeer blij mee.
12. Door ds. Kievit te Baarn werd in zijn beurt een collecte gehouden voor onze fondsen. Deze bracht op de niet onaanzienlijke som van f 59.05
Wy zeggen hem en de vrienden allerhartelijkst dank.
13. Van onzen vriend, den heer D. de L. te Schoonerwoerd en huisgenooten kreeg ik voor de fondsen f 15.—
Wij zijn voor alles hoogst erkentelijk en houden ons ten zeerste aanbevolen.
De gezamenlijke opbrengst van deze week was
f 135.07.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's