De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

11 minuten leestijd

HET VOORSTEL INZAKE VERBETERING VAN PASTORALIA BEHEER.
Wij hebben al te kennen gegeven, dat wij het Synodale Voorstel in zake verbetering van Pastoraliabeheer toejuichen. En wel om oorzake, dat het dikwijls voor een predikant .„Gevaarlijk" goed is, wat men „Pastoralia" noemt. Hier moeten andere en betere verhoudingen geschapen worden. Vooral ook bij het toezicht op het beheer. Liefst zagen wij alle pastoralia uit handen van den dominé verdwijnen, opdat er meer normale verhoudingen voor den predikant zouden komen. Maar als dat nu nog niet kan, dan moet de Kerk eischen, dat het toezicht zoo nauwkeurig mogelijk is. Want er zijn al heel wat ongelukken gebeurd (ook vele die nooit gepubliceerd zijn) en de huidige omstandigheden geven geen waarborg, dat ook in de toekomst nog niet veel ellende uit deze zaak zal geboren worden. Daarom moet het toezicht zoo goed mogelijk worden geregeld.
En nu blijkt het wel, uit de discussies in de pers, dat het Synodale Voorstel lang niet vér genoeg gaat.
We nemen hier een stukje over, dat we in de N. R. Crt. lazen. Het is van een predikant, die het volgende schrijft:
„Tot de voorstellen der Synode der Ned. Herv. Kerk inzake reglementswijzigingen, die derhalve behandeld zullen worden op de komende classicale vergaderingen, behoort een voorstel, dat verbetering wil brengen in het beheer der Pastoralia en dat zijn oorsprong vindt in een geval, waarbij door een beheerder-vruchtgebruiker fraude is gepleegd.
Volgens het reglement op de pastoriegoederen voeren predikanten het beheer over de plaatselijke pastoralia en genieten zij daarvan de inkomsten (natuurlijk na aftrek van alle lasten). De kerkvoogden der gemeente hebben, volgens datzelfde reglement, toezicht op dat beheer, maar in de praktijk is wel gebleken, dat dit toezicht meestal slechts een vorm is, zich bepaalt tot goedkeuring bij koop, verkoop, enz. Thans wil men voorschrijven, dat de predikant-vruchtgebruiker jaarlijks de rekening over het afgeloopen jaar opzendt aan het Classikaal bestuur, dat ze weer doorzendt ter goedkeuring aan het Provinciaal kerkbestuur. Ongetwijfeld een uitnemende bepaling als daar nog bij voorgeschreven wordt, dat de rekening — voordat ze wordt opgezonden — door kerkvoogden voor „gezien" moet zijn geteekend.
Of de rekening juist is, zal beter beoordeeld kunnen worden door de kerkvoogden, die ter plaatse wonen, dan door de hoogere besturen.
De Classikale vergadering van Leeuwarden heeft reeds het vorig jaar de wenschelijkheid hiervan uitgesproken, maar de meerderheid der Synode besloot de kerkvoogden hier buiten te houden. Bij amendement zou deze bepaling er weder ingebracht kunnen worden. De meeste leden der Synode komen weinig met Pastoralia in aanraking en kennen daardoor de toestanden en de mogelijkheden niet. Geen wonder, dat wijlen dr. Niemeijer, die als secretaris van het Provinciaal kerkbestuur van Friesland dagelijks met het beheer van Pastoralia in aanraking kwam, de goedkeuring der rekening door kerkvoogden heeft bepleit.
Aan den predikant-vruchtgebruiker wordt reeds te veel vrijheid gelaten, wat vooral gevoeld wordt in gemeenten, waar men zich houdt aan het reglement op de predikantstraktementen of ook, zonder dat, aan den predikant een minimum-traktement is gegarandeerd. Zoolang de opbrengst der Pastoralia het minimum te boven ging, had de predikant belang bij een redelijke huur, maar nu de opbrengsten dreigen te dalen beneden het minimum, wordt hem het bedrag dier opbrengsten onverschillig, immers het minimum wordt toch aangezuiverd. Ligt hierin niet veel onbillijks tegenover de kerkvoogdij ? De predikant kan verhuren voor het bedrag, dat hij goed vindt, reductie verleenen zooveel hij wil, maar aan het eind van het jaar kan hij tot de kerkvoogden zeggen : „Nu moet gij bijpassen wat ik te weinig ontvangen heb". Het is hoog noodig, dat deze vrijheid van den predikant verkort wordt en omdat ook dan de rekening der Pastoralia door kerkvoogden gecontroleerd zal moeten worden, lijkt het me de aangewezen weg. dat dit ook nu reeds in dit voorstel, bij amendement, wordt vastgelegd.
Dat deze rekening reeds in Februari moet worden opgezonden, is m.i. ook een bezwaar. De rekening is geen kasboek, dat men op 31 December afsluit; wat wordt niet vaak in Mei nog ontvangen wat tot de rekening van het voorafgaande jaar behoort. Waar b.v. in Friesland in Mei en November de huur wordt betaald, behoort van in Mei betaalde nog ongeveer 1/3 tot het voorafgaande boekjaar. Men kan dit 1/3 niet verantwoorden zoolang men dit niet ontvangen heeft. Huur, in Mei betaald, van hooilanden, in het vorige jaar gemaaid, behoort tot het voorafgaande jaar ; in Februari kan men nog niet weten of in Mei het verschuldigde wel ontvangen zal worden. Daarom lijkt het me beter te bepalen, dat vóór 1 Juni de rekening moet worden opgezonden.
Met dat al blijven de voorstellen van weinig beteekenis en zullen ze wel niet voldoende blijken te zijn voor het verkrijgen van een richtig beheer”.

HALVE MAATREGELEN
Hoezeer het Synodale Voorstel inzake verbetering van Pastoralia-beheer, vooral in Friesland, waar vele van die „gelukkige" dominees met „pastoralia" zitten, de aandacht trekt, blijkt ook wel uit een artikel van prof. dr. C. G. Wagenaar, Ned. Herv. predikant te Leeuwarden en buitengewoon hoogleeraar aan de Rijks-Universiteit te Groningen. In „Evangelisch Zondagsblad" schrijft hij 't volgend artikel, dat we, zonder commentaar, hier geheel overnemen. Men kan zich dan inzake dit Synodale Voorstel een en ander des te beter in denken. Prof. Dr. Wagenaar schrijft dan, onder het opschrift: „Halve Maatregelen” het volgend artikel:
„Onder de Synodale voorstellen, die dit jaar op de Classicale Vergaderingen ter fine van advies moeten worden behandeld, behoort ook onder No. VI een aanvulling van art. 5 Reglement op de pastoriegoederen, waarbij de predikant-vruchtgebruiker der pastoralia verplicht wordt een register bij te houden van inkomsten en uitgaven, de pastoriegoederen betreffende en deze boekhouding na elk kalenderjaar af te sluiten. Deze rekening moet dan in Februari worden toegezonden aan het Classicaal Bestuur, waaronder de predikant ressorteert, waarna dit bestuur de rekening van zijn advies voorzien, ter goedkeuring opzendt naar het Provinciaal Kerkbestuur. Dit voorstel is oorspronkelijk afkomstig van het Classicaal Bestuur van Leeuwarden, dat in de practijk met de onhoudbare toestanden op dit gebied had kennis gemaakt en met name gevoeld had, hoe moeilijk het is in een beheer van pastoralia, dat in het ongereede is geraakt, weer wegwijs te worden, indien er niet een boek van inkomsten en uitgaven bestaat, waarin alles wat gebeurd en uitgegeven is, in verband met de pastoralia moet worden verantwoord. Het voorstel werd door de Classicale Vergadering van Leeuuwarden overgenomen en in dezen vorm door de Synode aanvaard. In dezen vorm, maar d.w.z. dat het voorstel eerst was onthoofd, doordat de Synode niet meeging met het denkbeeld, dat in het oorspronkelijk voorstel was opgenomen, n.l. om deze rekening, vóór zij naar het Classicaal Bestuur wordt opgezonden, te doen viseeren door de Kerkvoogden. Blijkbaar heeft de meerderheid der Synode deze inmenging van „beheer" in bestuurszaken niet gewild, maar dan is het inconsequent, dat zij art. 3 van het Reglement op de Pastoriegoederen opdraagt aan Kerkvoogden ! Gevoelt men niet, dat men deze bepaling tot een zinledige geste maakt, als men Kerkvoogden niet jaarlijks de rekening laat goedkeuren ? En beseft men niet, in welk een moeilijke situatie het Classicaal Bestuur komt, dat straks geroepen wordt, een advies uit te brengen over de rekening, die het nauwelijks goed beoordeelen kan ? De Synode heeft zich hier door vrees voor spoken laten verleiden tot een wijziging, die inderdaad het geheele voorstel van zijn kracht en beteekenis berooft. Het verdient daarom sterke aanbeveling, dat men de geschrapte bepaling bij wijze van amendement er weer in brengt, zooals ik nader bij de opzettelijke bespreking der Synodale voorstellen hoop aan te geven.
Dat ik deze zaak thans reeds ter sprake breng, vindt zijn oorzaak in het feit, dat bij bespreking in de pers de zaken reeds hopeloos door elkaar gehaspeld worden. Men heeft dit voorstel n.l. in verband gebracht met een ander, eveneens uit Leeuwarden afkomstig voorstel tot aanvulling van art. 10 van ditzelfde Reglement op de pastoriegoederen met een clausule : „Besluiten door beheerders der pastoriegoederen genomen, die, verandering brengen In de inkomsten der!pastoriegoederen, behoeven de goedkeuring der rechthebbenden" Dit gaat om iets geheel anders. Onder de hiergenoemde „beheerders" moeten de kerkvoogden worden verstaan, die naar art. 9 van dat Reglement tijdens de vacature als zoodanig optreden. Wat ziet men nu echter, vooral in deze tijden, vaak geschieden ? Dat kerkvoogden, die de aanspraken van den ring op het evenredig deel der inkomsten aan de standplaats verbonden, maar nauwelijks kunnen billijken, in sommige gevallen, er gemakkelijk toe overgaan landerijen te verhuren aan dorpsgenooten tegen prijzen, waarvoor zij hun eigen land niet zouden willen missen, of dat zij van bestaande huren reductie verleenen tot een bedrag, dat verre uitgaat boven het billijke en gebruikelijke. Mij zijn gevallen daarvan bekend. Het kan nooit in de bedoeling van den Wetgever gelegen hebben, dat de rechtverkrijgenden op de inkomsten, hier totaal rechtloos zouden staan. Het is volstrekt niet uitgesloten, dat op die wijze het totaal der inkomsten daalt beneden het aan de standplaats verbonden minumum — ook daarvan zijn mij voorbeelden bekend — waardoor het beroepingswerk straks zwaar gehandicapt wordt. Het is zeer te betreuren, dat de Synode dit voorstel wegens gemis van een nadere toelichting, heeft ter zijde gelegd en het is te hopen, dat men andermaal, maar dan beter geadstrueerd aan haar oordeel onderwerpt, omdat er inderdaad hier een leemte in de wet is, die tot herhaalde procedures aanleiding kan geven en de beslissing in die procedures bovendien twijfelachtig maakt.
Men moet dorpstoestanden kennen om te kunnen begrijpen, dat dit Voorstel werkelijk beoogde aan zéér ongewenschte misstanden een einde te maken.

DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN.
Ieder krijgt in dezen tijd z'n beurt, dat er van het salaris, tractement of inkomen wat afgaat. En zoo is nu in de buitengewone zitting van de Synode op Vrijdag 9 Juni j.l. een voorstel tot vermindering van de predikantstractementen voorloopig aangenomen. Dit voorloopig aangenomen voorstel zal nu hals over kop aan de a.s. Classicale Vergaderingen, op Woensdag 28 Juni te houden, worden toegezonden om advies — en als dan D.V. Woensdag 19 Juli de Synode hare gewone vergaderingen begint kan het voorstel in tweede instantie worden behandeld èn aangenomen, om dan 15 Januari 1934 in werking te treden.
Het voorstel omvat: het bedrag van de 12 twee-jaarlijksche verhoogingen van f 160.— te brengen op f 120.—.
Voor iemand die 6 dienstjaren heeft gaat er dus f 120.— af van het tractement en iemand met 25 dienstjaren zal f480.— moeten missen.
Wij hebben het voorstel met toelichting nog niet onder de oogen gehad en weten dus nog geen bizonderheden. Maar met een paar dagen zullen de stukken wel zijn toegezonden aan de Kerkeraden.
Doch hoe 't ook alles nader belicht en beredeneerd worde, er zal niet anders opzitten, dan het voorstel aan te nemen.
Men weet, dat de predikantstractementen aldus geregeld zijn:
1. Het aanvangstractement is f2500.—. Het minimum-tractement in grootere gemeenten is f 3000.— ; kan ook f 3500.— zijn.
2. Vrije woning of vergoeding daarvoor.
3. Twaalf tweejaarlij ksche verhoogingen van f160.—.
4. Kindergeld, voor kinderen tot 6 jaar f25.— ; voor die van 6—12 jaar f50.— ; voor die van 12 jaar tot hunne meerderjarigheid f 100.— per kind.
In 't belang van de groote gezinnen is dan nog een bijzondere bepaling : dat boven de 3 kinderen de kindergelden met 50 pCt. verhoogd worden voor het aantal waarmee het drietal wordt overtroffen van het vierde af gerekend. (Voor kinderen die zelf geld verdienen, minimum f800.— per jaar, wordt geen kindergeld uitbetaald).
Dit Reglement is vastgesteld door de Algemeene Synode den 18den Augustus 1920, om in werking te treden den 15den Januari 1921.
Omdat het minimum tractement met vrije woning of vergoeding daarvoor, door de plaatselijke gemeente zelve moet worden gegarandeerd en verstrekt, wat de gemeente vinden moet uit het rijkstractement, de inkomsten uit pastoriegoederen en andere bezittingen — terwijl de verhoogingen naar dienstjaren en de kindergelden uit de Generale Kas voor de predikantstractementen, die onder den Raad van Beheer staat, moeten worden uitbetaald, kan het ons niet verwonderen, dat de Raad van Beheer deze zaak bij de Synode aanhangig heeft gemaakt en allerlei gegevens heeft verstrekt.
Op die tweejaarlijksche verhoogingen — niet op de kindergelden — wil men de predikantsgezinnen nu met 140.— tot f 480.— per jaar korten.
En omdat de Generale Kas voor de predikantstractementen dan minder zal hebben uit te keeren, gerekend over al de predikanten met twee en méér dienstjaren, zullen de bijdragen van de gemeenten ook minder kunnen worden.
Wij vermoeden, dat op de a.s. Classicale Vergaderingen niemand van de ouderlingen tegen verlaging van de predikantsinkomens bezwaar zal maken, omdat alles staat in het teeken van bezuiniging.
En juist omdat de dominees dit ook maar al te goed weten, zullen ook zij geen bezwaren naar voren brengen ! En zóo kon het wel eens wezen, dat deze verlaging van de predikantstractementen met algemeene stemmen op de Classicale Vergaderingenen straks in de Synode werd aangenomen en vastgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's