KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE ACTIE VAN DE VRIJZINNIGE HERVORMDEN.
Het verslag van de Algemeene Jaarvergadering van de Vrijzinnige Hervormden in Nederland, gehouden te Amersfoort onder voorzitterschap van prof. dr. J. Lindeboom van Groningen, geeft ons aanleiding hier iets mee te deelen van de actie, die in de moderne kringen van onze Hervormde Kerk, gevoerd wordt.
Uit het inleidend woord van den voorzitter knippen we uit :
„Hij wijst op prof. Knappert's afscheid van het professoraat en spreekt er z'n blijdschap over uit, dat door de benoeming van prof. Sevenster op vrijzinnige wijze in de vacature is voorzien door de benoeming van een bekwaam man. Hij vestigt den nadruk op de moeilijke tijdsomstandigheden, waarvan de vrijzinnig hervormde beweging nog maar weinig kwade gevolgen heeft ondervonden, maar wijst op dreigende gevaren.
De taak van het vrijzinnige protestantisme, van dit christelijke humanisme is, om op te wekken tot eendracht en verbroedering tusschen hen, die verschillend denken, ook tusschen gelijkgezinden in eigen beweging en vereeniging".
Uit het jaarlijksch verslag nemen we over :
„Gezien de omstandigheden, waaronder men moet werken, constateert het hoofdbestuur, dat de beweging en de organisatie gezond en krachtig zijn. In zijn kerkelijk politiek overzicht herinnert het aan de mislukking van het pacificatie-voorstel en aan den steeds sterker merkbaren invloed van Kerkopbouw, uit welker geest ook de voordracht in de vacature-Knappert geboren is (spatiëering van ons. Red. Wh.vr.).
Oogenschijnlijk blijft de orthodoxie zichzelf gelijk, maar innerlijk voltrekt zich zeer geleidelijk een geestelijk proces van omvorming van overtuigingen. Men forceere dit proces niet, noch bemoeilijke het door al te spoedig verwijten te maken van te gering rechtstreeksch praktisch resultaat. In dit verband memoreert het hoofdbestuur de uitslagen van de kerkelijke verkiezingen, de benoeming te Slootdorp, enz."
„Het dagelijksch bestuur heeft zijn houding nader bepaald ten opzichte van de Openbare School, het godsdienstonderwijs op die scholen; heeft een brochure uitgegeven over doop en avondmaal (ds. M Beversluis).
Vanwege de vereeniging is een predikantenvergadering belegd, een geschrift over de belijdenisvragen uitgegeven en een correspondentie met de regeering gevoerd over het godsdienstonderwijs bij het middelbaar en voorbereidend hooger onderwijs.
De tien provinciale vereenigingen tellen thans samen 192 afdeelingen, dat is 2 minder dan het vorige jaar, van deze 192 afdeelingen zijn 93 gevestigd in vrijzinnige gemeenten en 99 in orthodoxe. Over de provincies verdeeld is het aantal : Gelderland 24, Zuid-Holland 39, Noord-Holland 37, Zeeland 8, Utrecht 3, Friesland 31, Overijsel 13, Groningen 17, Noord-Brabant en Limburg 6, Drente 14.
Het aantal aangesloten gemeenten bedraagt 187, kerkeraden 237, kerkvoogdijen 239, organisaties 20 en verspreide leden 831. Dit laatste aantal daalt gestadig ; het vorig jaar telde men 934 ; in 1930 nog 1200.
In het werk van de provinciale vereenigingen komt niet veel wijziging. De arbeid in de afdeelingen vertoont een ietwat gunstiger indruk dan 't vorige jaar.
Het totaal-aantal leden (verspreide en afdeelingsleden) is van 31.528 tot 31.655 gestegen.Het aantal eigen voorgangers is met 2 toegenomen. Er zijn in 12 afdeelingen 169 kinderen gedoopt, in 21 afdeelingen 40 huwelijken ingezegend, in 9 afdeelingen is het avondmaal gevierd, 83 afdeelingen houden godsdienstoefeningen. Inzake het godsdienstonderwijs geven de cijfers wederom een stijging te zien. Schoolcatechisaties werden in 39 afdeelingen gegeven. Het aantal lidmaten, dat zich laat aannemen, loopt ieder jaar iets terug. In dit jaar werden er in 33 afdeelingen 361 aangenomen.
Er is in 47 afdeelingen actie voor kerkelijke verkiezingen gevoerd.
Wat de financiën betreft, staat thans een nadeelig slot van ƒ 55.43 tegenover een batig saldo van ƒ263.50 ten vorigen jare. Tegen ƒ137.758 ten vorigen jare ontving de vereeniging dit jaar ƒ161.300, een stijging aan contributies e.d. van ƒ23.542, ondanks de malaise dus, welke in dezen kring de offervaardigheid niet blijkt te hebben verminderd."
WAT HEEFT DIT ONS TE ZEGGEN ?
Dat wij uit den kring van de Vrijz. Hervormden een en ander hier boven meedeelden heeft natuurlijk een bedoeling.
Ten eerste zegt het ons : dat wij de beweging van de modernen in onze Hervormde Kerk niet moeten onderschatten. Wie z'n tegenstander kleineert en regeert is geen verstandig man. Bovendien : eere wien eere toekomt!
Wanneer wij dan ook lezen, dat er 192 afdeelingen van de Vereeniging voor Vrijz. Hervormden in Nederland zijn, willen wij nu alleen maar zeggen : hoever zijn wij in ónzen kring ?
Is er niet iemand te vinden, die onder leiding en met medeweten van onzen secretaris ds. J. J. Timmer te Ermelo, moeite wil doen, om het oprichten van afdeelingen van onzen Gereformeerden Bond in alle Gereformeerde gemeenten te bevorderen ; daar waar een Gereformeerde kerkeraad en Gereformeerde prediking is (daar zeer zekerk!), maar óók daar, waar de Gereformeerde bonders een minderheid vormen ! Overal, waar 't maar eenigszins mogelijk is, moeten l e d e n van onzen Gereformeerden Bond en afdeelingen van onzen Gereformeerden Bond komen.
En zoover zijn we nog lang niet!
Misschien, dat er wel iemand is, die zich eens wil geven voor dezen arbeid, om dan b.v. in September—October eens flink aan 't werk te gaan.
Dan kan ook het aantal abonnees van „De Waarheidsvriend" hier en daar zéér zeker nog wel worden uitgebreid. Ons Bondsblad, dat aan de lezers zóó veel en zóó velerlei geeft en tegelijk zoo prachtig werkt voor onze fondsen, is het waard om in alle Gereformeerde gezinnen te komen. Dat kan opbouwend werken, den band versterken en onze actie steunen.
Dan lezen we van de Vrijz. Hervormden :
„Het aantal aangesloten gemeenten bedraagt 187, kerkeraden 237, kerkvoogdijen 239, organisaties 20 en verspreide leden 831".
Dat moeten ónze Kerkeraden, ónze Kerkvoogden, onze vereenigingen en organisaties, ónze menschen hier en onze menschen daar eens goed lezen. Laten ze het maar eens hardop elkaar voorlezen, en met elkaar deze dingen eens bespreken.
Het moest toch onder óns zóó zijn, dat alle Gereformeerde Kerkeraden, alle Gereformeerde Kerkvoogdijen, alle Gereformeerde organisaties en vereenigingen lid van den Gereformeerden Bond waren ! De Gereformeerde Bond, die nu zoo lang reeds onder ons werkt en zóó veel reeds gedaan heeft in 't belang van ons kerkelijk leven verdient het, dat allen zich bij den Gereformeerden Bond aansluiten. Dat allen eendrachtelijk samen werken en samen strijden in het midden van de Kerk onzer Vaderen, de aloude Gereformeerde Kerk in Nederland !
Dan lezen we in 't verslag nog :
„Het totaal aantal leden (verspreide en afdeelingsleden) is van 31.528 tot 31.655 gestegen".
Dat gestegen is allereerst merkwaardig.
Geldt dat ook onder óns ? Het aantal leden van de Gereformeerde Bond gestegen?
De crisistijden zijn voor de Vrijz. Hervormden precies dezelfde als bij ons.
Is het aantal leden bij ons gestegen?
En dan hoe gestegen ?
Het totaal aantal leden van de Vereeniging van Vrijz. Hervormden is ruim 311/2 duizend.
Waarom is dat bij óns niet 't geval ? We hopen, dat we spoedig een krachtige actie krijgen, waardoor ook onder óns een stroom van nieuwe leden zal komen aanvloeien.
En dan lezen we van de totaal inkomsten bij de Vereeniging van Vrijz. Hervormden:
„Tegen ƒ 137.758 ten vorigen jare ontving de Vereeniging dit jaar ƒ161.300, een stijging aan contributies e.d. van ƒ23.542 ondanks de malaise dus, welke de offervaardigheid niet blijkt te hebben verhinderd".
Wanneer we zulks lezen, o, zeker ! we danken den Heere uit den grond van ons hart voor de vele en groote en heerlijke en blijde zegeningen die Hij onzen Gereformeerden Bond bij voortduring schenken wil.
Wekke voorts het voorbeeld van anderen al ónze menschen op — in al onze Gereformeerde gemeenten en al onze Gereformeerde kringen — om ook in deze tijden te doen wat onze hand vindt om te doen, uit liefde tot de Waarheid Gods en uit liefde tot onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk, uit liefde tot ons Volk en Vaderland !
NOG EENS HET VOORSTEL TOT VERMINDERING DER PREDIKANTS- TRACTEMENTEN
Men verwijt den Gereformeerden wel eens, dat zij te veel zoeken naar een waarheid achter de waarheid. Wij hebben dat verleden week, in ons artikel over het Synodale Voorstel tot vermindering van de Predikantstractementen, absoluut niet gedaan. Integendeel. Wij hebben het Voorstel genomen, zooals het daar lag en omdat de toelichting ontbrak (alles gaat wat vlug !) konden wij niet veel meer zeggen dan wij gezegd hebben.
Onze gedachtengang was : overal, althans in zéér vele gemeenten, zit de Kerkvoogdij finantiëel in de moeite. Nu wil men de 12 tweejaarlijksche verhoogingen van de dominees verminderen en brengen van ƒ 160.— op ƒ 120.—. Dan behoeven de Kerkvoogden minder te sturen naar den Raad van Beheer. En daarom zal het Voorstel wel met algemeene stemmen worden aangenomen ; omdat de Kerkvoogden er niet tegen zullen zijn, de ouderlingen evenmin en de dominees zelf zullen óok zich niet verzetten. En dus straks op de Classicale Vergaderingen zullen allen wel voor stemmen !
Nu heeft men ons intusschen gevraagd, of dat wel waar is, dat de Kerkvoogden minder aan Amersfoort, aan den Raad van Beheer, zullen behoeven te betalen, als het tractement van den dominé b.v. met ƒ 200 of 320 of 480 (dat is 't maximum) achteruit gaat ?
Men heeft ons gevraagd, of Amsterdam, Ameide, Hedel, Hierden, Amersfoort, Groningen, Rotterdam, Veenendaal, enz. enz. naar evenredigheid minder zal krijgen te betalen aan den Raad van Beheer als de dominee te Ameide, Hierden, Rotterdam, Delft enz. enz. minder salaris krijgt?
En ja nu we de toelichting bij het Synodale Voorstel gelezen hebben, aarzelen we een weinig.
't Is wat minder eenvoudig dan wij ons hadden voorgesteld. Omdat er zoovele gemeenten zijn, waar de finantiën heelemaal aan den grond zitten en de uitkeeringen toch al zoo allerongelukkigst waren. Blz. 3 van de Toelichting spreekt daar over. Daar staat, dat dit Voorstel mee dienen moet, opdat daar „de uitkeeringsbedragen van die predikanten, die thans de helft van hun verhoogingen (en kindergelden) ontvangen, niet behoeven te worden verlaagd" enz.
Maar van zéér bevoegde zijde wordt ons verzekerd, dat niet 't minst de Kerkvoogden, die in den Raad van Beheer zitting hebben, er van overtuigd zijn dat er zéér zeker ernstig mee te rekenen is, dat de aanslag van de plaatselijke gemeente naar beneden moet, als de uitkeering aan den plaatselijken predikant vermindert. Zoodat Ameide, Amsterdam, Hedel, Rotterdam, Utrecht enz. enz. het zéér zeker plaatselijk zullen ervaren, dat de vermindering van het tractement van den dominé eigen gemeentefinantiën ten goede komt — wat ook alleszins billijk is. En het zou psychologisch een onvergeeflijke fout te achten zijn, als de Raad van Beheer hiermee geen rekening hield. Het Reglement voor de Predikantstractementen, dat toch al niet populair en geliefd is bij velen, zou zeker niet in sympathie winnen, als de plaatselijke predikant minder tractement ontving en de plaatselijke finantiën zouden daarvan geen bate hebben. Amsterdam, Rotterdam, Ameide, Hierden enz. enz. zal het zéér zeker plaatselijk wat de finantiën betreft, merken.
De Bond van predikanten — met welken Bond wij geenszins dwepen — ageert nog al tegen dit Voorstel. Misschien wel, omdat die Bond er niet in gekend is (zooals blijkt uit het Orgaan). Dat is een grief. Waarbij de Bond de pretentie heeft „de vertegenwoordiger van de predikanten" te zijn (iets wat natuurlijk niet waar is). Maar wij vermoeden, dat het grootste bezwaar bij den Bond van predikanten (althans bij het Hoofdbestuur, of misschien nóg juister bij den secretaris) zal wezen, dat door den Raad van Beheer niet alle geld van de plaatselijke gemeenten (rijke en arme gemeenten, moderne, ethische, confessioneele en bondsgemeenten met elkaar genomen) in één grooten pot wordt gedaan en aan alle dominees, zonder onderscheid, naar het Reglement wordt uitbetaald. Voor den Bond van predikanten bestaan alleen maar dominees en geen gemeenten, geen Kerkvoogdijen enz. Omdat de Raad van Beheer te veel met de plaatselijke gemeenten rekening houdt, vindt de Bond van predikanten „het tractement van den predikant" niet veilig. Maar dien weg moeten we heelemaal niet op ! Dan wordt er nóg meer geweld aangedaan aan de plaatselijke gemeenten !
Wij willen dus zoo lang mogelijk het Synodale Voorstel, dat uit den nood der tijden geboren is, nemen zooals het er ligt; en wij zouden nu willen adviseeren, dat zooveel mogelijk op de Classicale Vergaderingen werd uitgesproken, dat men stellig en vast aanneemt, dat de plaatselijke gemeenten het zullen ondervinden in vermindering van de bijdrage, als het tractement van den dominé is verlaagd.
Wanneer de Raad van Beheer dat niet zou doen, zou het een onvergeeflijke fout zijn en zou er aanleiding zijn —zij 't op andere gronden dan de Bond van predikanten aanvoert, die al spreekt van sabotage — om hier krachtig op te treden, wat dan ook zéker niet zou uitblijven. Het zou ontoelaatbaar zijn, dat men plaatselijk niet zou ervaren door minderen aanslag, dat het tractement van den plaatselijken predikant achteruit gegaan is, door lagere tweejaarlijksche uitkeeringen, die over het Bureau te Amersfoort loopen. Wij zijn en blijven daarom vóór het Voorstel — omdat er finantiëel, ook met de dominees iets moet gebeuren ten opzichte van hun inkomen — maar laat men op elke Classicale Vergadering uitspreken, dat men de stellige overtuiging heeft, dat met dit Voorstel de plaatselijke gemeenten vermindering krijgen van hun aanslag en bij een lager dominees-tractement ook minder uitgaven van de Kerkvoogdij via den Raad van Beheer komen !
Die uitspraak moet dan, wél omschreven, doorgezonden worden van de Classicale Vergadering aan de Synode.
En als dan 5 Juli a.s. de Provinciale Kerkbesturen over deze aangelegenheid zullen moeten handelen om „advies" uit te brengen, zal men goed doen ook daar in denzelfden geest te spreken, opdat de Synode wete, dat dit leeft in de kringen van Kerkeraad en Kerkvoogdij, van dominees en ouderlingen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's