De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN DEN WOORDE GODS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN DEN WOORDE GODS

Uit het ongeschreven Woord.

9 minuten leestijd

Genesis 4 : 15, 16 , Doch de Heere zeide tot hem : Daarom al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden, , En de Heere stelde een teeken aan Kaïn, opdat hem niet versloeg iün Kam ging uit zicht des Heeren in het land Nod, al wie hem vond. van het aangeen hij woonde ten oosten van Eden.

2e Serie.
XXXV.
De overheid is eene inzetting Gods om der zonde wil. Zooals in art. 36 onzer Confessie geschreven staat : „Wij gelooven, dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijken geslachts, koningen, prinsen en overheden verordend heett". Het doel daarvan is de ongebondenheid der menschen te bedwingen. Zonder dit zou alle menschelijke samenleving onmogelijk worden en de menschen-wereld zou niet meer geschikt kunnen wezen om de wederbarende daden Gods te ondergaan, zoo dat het Koninkrijk Gods er uit opkomen kan. De inzetting der overheid heeft dus ook voor het gebied der particuliere genade eene groote beteekenis. De particuliere genade zou hare uitwerking niet kunnen verlangen, indien God in Zijne gemeene genade geene overheid verordend had, die de samenleving waarborgde. Zonder inzetting der overheid zou de duivel onder de menschen zoo vrij spel hebben, dat er eene volkomene zelfverslinding het gevolg van wezen zou en de hel op aarde zou losbreken. De dagen, waarin de revoluties worden voltrokken leeren het, dat de mensch, wanneer hij eenmaal teugelloos is geworden, het gruwzaamste aller wezens is. In de geschiedenis van alle revoluties zijn er bladzijden, die in kalmer dagen de haren doen te berge rijzen en de vraag op de lippen leggen : „hoe is het mogelijk, dat menschen tot zulk een staat van dierlijkheid en wreedheid kunnen vervallen". En ook de geschiedenis der oorlogen staan vol van de daden van den beest-mensch, die geboren wordt, zoodra het gezag van de wet is ontbonden. Inderdaad, zonder overheid zou geene samenleving mogelijk zijn.
En nu worden hier in Kaïn's geschiedenis, dus reeds in den eersten aanvang der historie, geopenbaard de grondslagen van het overheidsgezag. De goddelijke inzetting der overheid, haar oorsprong uit hoogere orde, wordt terstond nadat de zonde hare gruwelijke werking in Kaïn's misdaad heeft voltrokken, aan de menschheid voorgelegd. Zij moet het weten, dat het gezag van God is, dat Hij den grondslag daarvoor legt. Hoe eenvoudig deze eerste maatschappij ook zij, hoe klein de samenleving nog moge wezen, God openbaart onmiddellijk, dat er een gezag is afdalende van Hem als van den Vader der lichten. Uit dit oogpunt gezien is dus Kaïn's geschiedenis een zeer gewichtig moment in de Godsopenbaring. In haar verschijnt terstond de overheid in goddelijk licht, bekleed dus met Gods gezag.
Kaïn's consciëntie sprak haar oordeel over hem uit en onder den druk daarvan voelde hij zich bedreigd door het zwaard der gerechtigheid, zooals dit in de vijandschap der andere menschen en in hunne wraakzucht boven zijn hoofd hing. Zooals hij zichzelven kende, zoo vertrouwde hij de anderen. Hij besefte den indruk, dien zijne misdaad gemaakt had op zijne omgeving. En alzoo kwam hij tot de van angst en vrees getuigende woorden : „het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan". Hij was er zich klaar van bewust, dat er eene door het natuurlijk gevoel ingegeven rechtsoefening aan hem zou worden voltrokken. Van eene overheid kon er nog geene sprake zijn, omdat daarvoor het menschdom nog niet genoegzaam uitgegroeid was, maar aan het rechtsgevoel dergenen, die er waren, deed zulks niet te kort. Die er waren, voelden met Kaïn zelden, dat er straf moest volgen op deze gruweldaad. En Kaïn wist, dat hem deze straffende gerechtigheid zou kunnen treffen, even onverwacht, als hij zijne hand had opgeheven om Habel, zijnen broeder, het levenslicht te benemen. En daarom komt het angstgevoel over hem en ontwringt hem de klacht: „al wie mij vindt, zal mij doodslaan". Want zoo bestaan de menschen van nature en de bloedwraak moest hem wel treffen. Geheel onverwacht kon zij over hem komen.
En merk nu op, hoe nu de Heere de rechtsorde schept, hoe Hij zelfs waar het dezen Kaïn geldt, dien Hij te vergeefs het woord Zijner waarheid had voorgehouden, niet kan toelaten eene ordelooze, ongeregelde toepassing van het strafrecht. De Heere openbaart hier, dat er eene rechtsorde is, door Hemzelven gegrond in het menschelijk wezen en dat deze rechtsorde menscheiijk willekeurige strafoefening en wraakoefening uitsluit, dewijl Hij zelve de uitoefening van dit strafrecht aan Zich houdt. En ook dat moet Kaïn weten, niet om zich minder schuldig te gevoelen, niet omdat hij er een grond tot verontschuldiging in zal vinden, maar opdat aan zijn voorbeeld de geslachten na hem zullen weten, dat er zulk eene door God zelven ingezette rechtsorde is. Zij moeten hun sociale leven daarnaar reguleeren, opdat niet de willekeur in het straffen den toon zal aangeven, maar Gods rechten en inzettingen. In hetgeen in Kaïn aanschouwelijk Wordt, zullen de toekomende geslachten de leidende beginselen kunnen ontdekken voor hun levensorde, de grondslagen kunnen vinden, waarop hun gemeenschapsleven naar zedelijke normen zich zal hebben te regelen.
Daarom zegt de Heere tot Kaïn : „Daarom al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden". Merk hier nu op de lankmoedigheid en de barmhartigheid Gods. Kaïn verkeert in angst en vreeze. Door zijne consciëntie-wroegingen wordt hij verscheurd in zijne ziel. Rust en vrede kent hij niet, vertroosting vindt hij niet, want niemand zorgde voor zijne ziel. Den Heere zijnen God viel hij niet te voet met eene oprechte belijdenis van zonde en schuld. Aan zichzelven bleef hij overgelaten met al zijne ontroerende ellende. En hij voelde zich bedreigd door het leed, dat hem naakte, wanneer de straffende gerechtigheid hem zou treffen met haar zwaard. En zoo verkeerde hij in angst en vreeze bij dagen en nachten. In eiken voetstap, die dreunde, beluisterde hij de komst van den bloedwreker, in iedere ritseling van den nacht de wondere sprake, die het loover van het woud fluistert in het oor van den door eigen misdaad achtervolgden boosdoener. Zooals het kind in de nachtvrees de geheimnisvolle machten meent te hooren, waarvan het de ouderen heeft hooren verhalen, toen zij hem de tooversprookjes vertelden, waarin verborgen krachten en wondere geestelijke grootheden een rol speelden. Zoo ook was voor Kaïn het leven geworden tot eene angstige marteling, tot een smartvol leed. Geen vreugdevolle levensdag zou voor hem meer dagen, geen uur van onbezorgde, gulle blijdschap meer slaan, want de bloedwreker zou komen, zou het recht voltrekken, zou hem vergelden het vergoten bloed van Habel, onschuldig gevallen als het offer van zijn ijverzucht en haat.
En tot dezen benauwden Kaïn, die zich overgegeven waant aan het oordeel, dat menschen, als hij zelve er een was, aan hem zouden voltrekken, tot dienzelfden Kaïn komt nu de Heere met de prediking der rechtsorde, die voor alle eeuwen het zal bevestigen, dat ook de misdadiger niet zal worden overgeleverd aan de willekeur zijner medezondaren, doch dat er ook voor hem eene orde des rechts is, waardoor hem de straf zal worden toegemeten, gesteld naar den maatstaf van den allerhoogsten Rechter, die geen onrecht doen kan. Gods woord tot Kaïn gesproken, eeuwen voordat er nog van een geschreven Woord Gods iets kan worden gespeurd, legt in het bewustzijn der komende geslachten den zedelyken grondslag voor een recht, dat niet door willekeur, maar door eene overheidsmacht, die door God wordt ingezet, is bepaald. Daar is eene bestelling des rechts door God aan de menschen geopenbaard in den beginne, die eene overheid vordert en met zich brengt, opdat zij het goddelijk recht zal uitvoeren en alzoo een maatschappelijk leven mogelijk maken zal.
Daarom zeide de Heere tot Kaïn : „al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden". Voor Kaïn was daarin, hoe onbekeerlijk hij ook bleef, een wonderteeken van de groote goedertierenheid Gods en voor de geslachten die komen zouden, de aanwijzing, dat zelfs tegenover den gruwelijksten misdadiger niet de wraakzucht der menschen mag worden botgevierd, maar het recht moet worden gehoorzaamd. Niet in de handen der menschen zal Kaïn vallen, niet aan hun willekeur en wraak worden prijsgegeven, maar in de handen Gods. Daar gaat van Gods wege eene bedreiging uit tegen ieder, die zijne hand zou uitstrekken tegen Kaïn, eene bedreiging, die ons tevens leert, hoe er een strafrecht is, dat de God de Heere Zichzelven voorbehoudt. Niet aan menschelijk, maar aan goddelijk recht wordt de misdadige Kaïn onderworpen en niemand mag daarom de hand aan hem slaan. God spreekt het uit tot zelfs voor Kaïn's ooren : „daarom al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden". Dit is dus een volstrekt verbod van willekeurige menschelijke strafoefening.
Daarom is 'dus veroordeeld de Amerikaansche lynch-wet, waarbij het volk geheel eigenmachtig zijne handen slaat aan iemand, die van misdaad wordt verdacht en op de wreedste wijze eene wraakoefening houdt met uitschakeling van alle wet en recht en dus van de daartoe van Godswege verordende macht in den Staat. Maar al te vaak worden daarbij onschuldigen de slachtoffers van eene publieke rechtsverkrachting, waarbij zelfs geen onderhooring van den beschuldigde kan plaats hebben en rassen-haat tegen de negers vaak een grooten rol speelt. Deze lynch-methode, die zich het Amerikaansche publiek in de Zuidelijke Staten aanmatigt, dankt dan ook waarschijnlijk haren naam aan een farmer in Virginia, die de uitvoering der wet geheel op eigen gezag ter hand nam, toen het gold èen vonnis te voltrekken aan zijn zoon, waartoe zelfs de officiëele beul zijne medewerking weigerde. Tegen zulk eene willekeurige wraakoefening, die in de politieke geschiedenis, ook van ons Nederlandsche volk, geene zeldzaamheid is, denk slechts aan den moord op de de Witten, keert zich nu het Woord onzes Gods. Zevenvoudig zal hij gewroken worden, die Kaïn doodslaat. „Zevenvoudig" dus met eene volkomene goddelijke wraak zal die man worden getroffen, die Kaïn den broedermoorder dooden zal.
Met deze goddelijke dreiging nu snijdt de Heere alle willekeur in het strafrecht af, onderdrukt God dus alle verdere bloedstorting, stelt Hij deze strafbaar voor het goddelijk recht en schept Hij dus een antirevolutionair recht, opdat de mensch der zonde zal worden teruggehouden van veel, waartoe hij door zijne zonde neigt en in staat blijken zal. Zoo is er dus van Gods wege reeds terstond een tegengift tegen den geest van opstandigheid en verzet, tegen wraakzucht en bloeddorst, dat aan de eerste menschheid reeds moet bij brengen den grondslag voor eene rechtsorde, die het maatschappelijk leven aan zedelijke norm en tucht zal onderwerpen. Zonder deze zou een menschelijk samenleven niet mogelijk blijken. Deze rechtsorde is een werk, door Gods Geest gewrocht in het leven der eerste menschheid, opdat zij niet zou ondergaan door eigen wraakzucht en bloeddorst. En als dan ook zulk eene, der zonde onderworpen menschheid vermenigvuldigt en de wrevel toeneemt, dan komt het oogenblik van Gods rechtsvoltrekking en luidt Zijn goddelijk vonnis : „Ik zal den mensch, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem".
Alleen Noach vindt dan genade in Zijne oogen, dewijl hij was een rechtvaardig en oprecht man, die wandelde met God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VAN DEN WOORDE GODS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's