De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

7 minuten leestijd

DE CONFERENTIE TE LONDEN.
Wat zal de grootsche Conferentie te Londen, waar ook onze Nederlandsche afgevaardigde, Z.EX. dr. H. Colijn, zoo'n voorname plaats inneemt, niet alleen als afgevaardigde van Nederland, maar ook als Voorzitter van de Oeconomische Commissie, ons brengen?
Mannen die beter op de hoogte zijn dan wij, zijn zéér pessimistisch. Toch heeft de Conferentie ongetwijfeld groote beteekenis.
Op het programma ter bespreking staat: de kwestie van het geldwezen (de monetaire kwestie). Sedert Engeland het goud als basis van zijn geldwezen verlaten heeft is het eene land na het andere dat slechte voorbeeld gevolgd, en nu ten slotte ook Amerika tot hetzelfde is overgegaan is de verwarring ten top gestegen — zegt dr. Nederbragt in „De Bazuin”.
De landen zullen hun geldwezen weer op peil moeten brengen, zal het beter worden met den wereldtoestand.
Dan zullen er hoogere goederenprijzen moeten komen om de internationale welvaart weer op peil te brengen.
Vervolgens moet het kapitaal weer in beweging gebracht worden en worden benut in 't algemeen belang.
Ten vierde moeten de handelsbelemmeringen, door de regeeringen geschapen, worden weggenomen. Steeds zijn, al pratende, de hindernissen verzwaard. Eerst door de tarievenverhooging, toen door de invoerbeperkingen, toen door de deviezenmaatregelen.
Er is nu een soort „wapenstilstand" gesloten — en dat is al iets — maar er zal hier dieper en duurzamer moeten worden ingegrepen.
Het zal duidelijk zijn, dat voor een scheepvarende natie als wij zijn, de handelsbelemmeringen funest werken. Waarbij de Scheepvaartsubsidies die sommige landen toekennen (dr. Colijn heeft er ook over gesproken te Londen) heel slecht werken op het vrije economische leven. Deze subsidie-kwestie zal zeker een rol spelen op de Londensche Conferentie.
Het vijfde punt — een zaak voor de regeeringen — is de tarief- en verdragspolitiek. De handelsbelemmeringen moeten worden opgeruimd. Onze Minister-President heeft er in de Tweede Kamer ook reeds over gesproken.
Dan komt als zesde punt de organisatie van de productie en den goederenruil.
Op het programma komt niet als punt van behandeling voor : de oorlogsschulden.
Dr. Nederbragt is niet optimistisch gestemd, omdat de economische conferentie van 1927, te Geneve gehouden, die zooveel beloofde met „een nieuw geluid" en met „een nieuwen geest" zoo heeft teleurgesteld. Het is bij praten gebleven en de daden zijn niet gekomen. De regeeringen — waar 't juist op aan komt — hebben de mooie woorden van particulieren naast zich neer gelegd. En de wereldcrisis van 1929 heeft ten slotte de deur op 't slot geworpen.
Als er tegenstrijdige belangen zijn slaagt een Conferentie niet gemakkelijk. En dat geldt zeer zeker van economische conferenties waarbij elke regeering aan haar eigen touwtje trekt.
Men wil wèl, dat anderen beginnen. Maar het beginnen bij zich zelf verschuift men telkens.
Men moet bij zich zelf beginnen. Dat wil zeggen, dat men nationaal (zooals Nederland wil) een zoodanige politiek toepast, dat, als andere Staten dezelfde politiek huldigen, er geen conflict, maar harmonie, overeenstemming zou zijn.
En is men door de dwaasheid van anderen gedwongen maatregelen te nemen, die het internationale verkeer belemmeren, dan moet men het zóó voorzichtig mogelijk doen en bereid zijn, die maatregelen op te heffen, zoodra het ook maar even mogelijk is — zooals Nederland de zaak ziet.
Hierbij komt helaas ! dat de Staten niet door de wetten der moraal zich gebonden weten, maar op eigen belang berekend zijn. Tot eigen behoud en eigen welzijn mag men blijkbaar alles doen wat men" goed acht! Men acht het dwaasheid, dat een Staat offers brengt! Het egoïsme zit op den troon en men ziet niet, dat men elkaar vermoordt.
De leer van het Staatsraison — van het eigenbelang van den Staat — viert hoogtij. Men komt dan ook met een lange lijst van eischen in den zak ter Conferentie.Een lijst van tegemoetkomingen ontbreekt. Men wil een politiek van „gelijk oversteken" en niemand wil dan beginnen.
Natuurlijk moet men maar niet „luk raak" offers brengen. Want dan gaat men ten gronde. Maar met wijs beleid en voorzichtigheid moet men tot het brengen van offers bereid zijn en dan gaat men niet ten gronde !
Tot nu toe wordt men samen in de ellende gedreven en er is niemand die de eerste wil zijn, om de hand ter verzoening uit te strekken.
Er is noch van Geneve, noch van Locarno, noch van Parijs, een geest uitgegaan, waarvan we zeggen kunnen en mogen, dat het een geest uit God is. Men zal op de Conferenties, 't zij door Gods algemeene genade of sterker nog door de bijzondere werking van Gods Geest, meer beïnvloed moeten worden met 't geen ons in Gods Woord geleerd wordt.
Onze huidige economische crisis is in den grond der zaak een zedelijke crisis, 't Komt op de zedelijke grondslagen van het volksleven, van het internationale leven aan !
Daarom zijn we krachtens Gods Woord pessimistisch gestemd : het allerslechtste denkend en verwachtend ten aanzien van de menschen die ter Conferentie zijn.
Maar als Christen zijn we tegelijk optimistisch d.w.z. het allerbest denkend en verwachtend ten opzichte van onzen God, die alles regeert naar Zijn welbehagen en het hart der vorsten kan neigen als waterbeken.
„Van die gedachte uitgaande maak ik nog drie opmerkingen", zoo schrijft dr. Nederbragt, aan wiens artikel uit „De Bazuin" wij bovenstaand ontleenden :
„De eerste is van neutralen aard : aan deze conferentie, zooals aan alle conferenties van den Volkenbond, ontbreekt iets, maar ze is niet in dien zin intrinsiek slecht, dat men er als Christen geen deel aan zou mogen nemen ; eer zal men, van goede beginselen bezield, met den zooeven bedoelden economischen politicus al het mogelijke, om niet te zeggen het onmogelijke, moeten doen om te bevorderen dat zij slage.
Voor ons beteekent dat: vasthouden aan wat er gezonds is in onze politiek en bereidheid om by het eerste gloren van een beteren dag onze noodmaatregelen geleidelijk prijs te geven.
Of de conferentie slagen zal of niet — ziedaar de tweede opmerking — dat hangt niet van menschen af, maar van God alleen.
Al ware zij beter — of, zoo gij wilt, nóg beter — voorbereid dan zij is, slagen zou zy niet, als het niet in Gods raad besloten was ; ondanks het feit, dat zy wel, om zoo te zeggen, wetenschappelyk, maar niet organisatorisch, goed voorbereid is, zal zy gelukken als het den Heere behaagt.
wy kunnen gerust zyn : de Heere zal het voorzien.
Maar, zegt men — zeggen ook Christenen — zeggen helaas ook sommigen dergenen, die de banier van het Godsvertrouwen voor ons uit moesten dragen :
maar, als de conferentie niet slaagt, dan is de ellende niet te overzien, dan gaan we allen samen te gronde, dan verdrinken we allen als schipbreukelingen.
Ik antwoord :
Zeker, als de conferentie niet slaagt, zouden vele regeeringen nog erger maatregelen kunnen treffen dan dusver, maar :
ook dan als de conferentie niet slaagt, gebeurt er niets buiten 's Heeren wil, valt geen haar van ons hoofd, noch een muschje ter aarde, zonder zyn bestel.
Mislukt de conferentie, dan zal de Heere niettemin de crisis, die ons drukt, doen eindigen zoodra het in zyn wereldbeleid past.
Moeten we nog verder de diepte in, dan zal de Heere hun, die op Hem vertrouwen, geven, zorg en moeite zonder morren te dragen.
Nog eenmaal: de Heere zal het voorzien !
Ten slotte nog dit:
wy menschen kunnen de wereld niet besturen, we kunnen haar niet redden, maar laat ons wel bedenken, dat we ook te onbeduidend zyn om haar te verderven.
Een Christen-staatsman herinnerde my, toen wy over deze zaken dezer dagen spraken, eraan, dat, eeuwen geleden reeds, Thomas Aquino zeide :
Mundus regitur sapientia Dei, confusione hominum.
Dat is : de wereld wordt geregeerd door de wysheid Gods en door de dwaasheid (verwarrring) der menschen.
Laat ons allen doen wat onze hand vindt om te doen, rustig toeziende wat de conferentie van Londen al of niet brengt, vertrouwende op de wysheid Gods.
De Heere zal het voorzien”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's