KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE TACTIEK DER MODERNEN.
Wij blijven, in dit verband, liever nog spreken van de Modernen dan van de Vrijzinnigen, 't Geeft voor ons — we zijn wat traditioneel en hechten nog al aan de continuïteit, die er in de geschiedenis, ook in de kerkelijke geschiedenis, gevonden wordt — wat meer houvast, 't Staat voor ons dan wat duidelijker voor oogen met wie we te doen hebben. Heel typisch werd er onlangs in vrijz. kring gezegd : „een stovenzetster in een orthodoxe vacante gemeente schrikt méér, als er gezegd wordt, dat er een moderne dominé komt preeken, dan wanneer zij hoort van een vrij zinnige dominé, die straks op den preekstoel komt staan." — „Vrijzinnig" klinkt wat makker en gemoedelijker, 't is wat waziger en onbestemder dan „modern". Modern heeft inhoud, vrijzinnig zegt nog niets op zich zelf. De moderne levens-en wereldbeschouwing is méér zeggend dan dat iemand van vrijzinnige overtuiging is.
Wanneer we hier dan nog eens wijzen willen op de tactiek der Modernen in onze Hervormde Kerk, dan is het naar aanleiding van het referaat, dat ds. Vorster, predikant-voorganger van de Vereeniging van Vrijzinnige-Hervormden te Arnhem, gehouden heeft op de Algemeene Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden (een referaat, dat als „vlugschrift" zal worden uitgegeven en als propagandaboekje zal worden verspreid) waarin hij aangeeft, hoe de Modernen in de Hervormde Kerk moeten handelen en optreden, plaatselijk en in 't algemeen, om in de Hervormde Kerk een vastere en breedere plaats te veroveren en de Hervormde Kerk te maken tot een kerkgemeenschap, waar de modernen zich thuis zullen voelen, ook al zou dan een groot gedeelte van de orthodoxen die Kerk gaan verlaten". —
Dat ds. Vorster, die zelf predikant-voorganger is bij een plaatselijke afdeeling van de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden, in de eerste plaats denkt aan die gemeenten, waar zulke af deelingen met eigen predikant zijn (en het aantal van zulke afdeelingen neemt geregeld toe) ligt voor de hand.
We zullen zien, dat materieel genomen — wat de inhoud van zijn beschouwing aangaat, ten opzichte van rechtzinnigen en vrijzinnigen — ds. Vorster niets nieuws zegt. Hij werkt eenvoudig naar het bekende recept : dat de vrijzinnige mystiek-vroom leeft uit z'n Godsbewustzijn en dat de rechtzinnige intellectualistisch-uitwendig leeft uit z'n leerstellingen of dogma's. De orthodoxie mist daarom het echte, innige, warme, mystieke, persoonlijke, religieuse dat het bezit is van de modernen.
De waarheid is, dat de modernen de reformatorische, gereformeerde, bijbelsche waarheden, die God ons in Zijn Woord, in Christus, geopenbaard heeft, om die door Zijn Heiligen Geest bekend te maken aan de harten der geloovigen, over boord gooien en dat zij er voor in de plaats stellen de vrijzinnige, htmianistische leer, die zich uitspreekt in „geloofs-overtuiging" aangaande God, Christus, schepping, zonde, verzoening, verlossing, geloof, kerk, sacramenten, dood, opstanding, eeuwig leven enz. enz. enz. Geloofs-overtuiging, religieuse meening (dogma's) tegenover geloofs-overtuiging, religieuse meening (dogma's). Naast onze anthropologie d.i. de leer wat de mensch en het menschelijke is, staat de moderne anthropologie enz. enz. Hun overtuiging in zake de voorzienigheid Gods, het gebed, het wonder staat naast — en helaas ! tegenover — de onze. En zoo kunnen we doorgaan. Hun modernistische levens-en wereldbeschouwing staat vierkant tegenover de gereformeerde levens-en wereldbeschouwing.
Wanneer we zoo met onze wederzijdsche geloofs-overtuiging op kerkelijk terrein eens eerlijk tegenover elkaar gingen zitten, zouden we kunnen onderzoeken, of we in de Nederlandsche Hervormde Kerk, krachtens haar geschiedenis, haar confessie en haar reglementen, bij elkaar hooren en met elkaar kunnen leven, of niet. Kerkelijk zouden we in de Kerk dan kunnen beraadslagen. En als dan de Hervormde Kerk krachtens haar geschiedenis, haar belijdenis en haar reglementen (óók dat laatste!) een belijdende Kerk behoort te zijn, met Jezus Christus als haar Hoofd en niet een Vereeniging, waarin voor elke overtuiging plaats is, een Vereeniging voor elk wat wils, dan behooren we eerlijk, over en weer, te bekennen, dat er een oplossing van het kerkelijk vraagstuk moet komen, niet in den zin van de machts-politiek waaraan de Modernen zich geheel en al gaan overgeven, om met de helft plus één de meerderheid en de macht in handen te krijgen (dikwijls met allerlei trucjes, die beneden alle waardigheid zijn), maar dat we moeten zoeken naar een oplossing van het kerkelijk vraagstuk in geestelijken zin, waarbij het gaat om onze wederzijdsche geloofsovertuiging.
En ons geloof in den Christus, onze overtuiging aangaande het christelijk geloof als verzoenings-en verlossingsgeloof is hier al voldoende, om duidelijk te maken, dat de rechtzinnigen en de vrijzinnigen niet bij elkaar hooren in één kerkgemeenschap.
Dat is de consekwentie ten opzichte van de Kerk vair onze wederzijdsche geloofsovertuiging! Wat niet verschoven moet en mag worden naar de machtspolitiek, naar de stembus-schandaligheden, naar de werkmethode met allerlei trucjes, vol van allerlei unfaire middelen enz. maar wat geestelijk en kerkelijk moet behandeld worden.
We hooren niet bij elkaar krachtens onze geloofs-overtuiging!
En dan moeten in de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk krachtens haar geschiedenis en haar belijdenis, krachtens haar innige en oprechte geloofs-overtuiging aangaande Jezus Christus en dien gekruisigd, gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (om dit ééne nu maar eens te onderstrepen) bij elkaar wonen in één Kerkgemeenschap, die in innige, oprechte geloofsovertuiging bij elkaar hooren (wat God door Zijn Geest en Woord in éénigheid des waren geloofs komt vereenigen, mag kerkelijk niet gescheiden zijn en blijven). Terwijl dan naar hun overtuiging ook uit elkaar moeten gaan, die naar hun overtuiging niet bij elkaar hooren.
We moeten de consekwentie van onze wederzijdsche geloofsovertuigingen deze in 't geloof aandurven !
En in zooverre is het referaat van ds. Vorster voor ons een bittere teleurstelling. Of beter gezegd — teleurstelling is 't voor ons niet; want we hadden, gezien de teekenen der tijden niet anders verwacht"; maar we willen hier onze diepe spijt. uitdrukken, dat de trein wéér en zóó in de rails wordt gezet; in de richting van de machtspolitiek, 't Gaat wis en zeker de verkeerde kant uit en de Hervormde-Kerk wordt er de dupe van ! Zullen we nu nooit verstandig worden, om het van een anderen kant te gaan aanpakken ?
We willen nu het referaat van ds. Vorster hier weergeven, zooals we het verslag in de N. R. Ct. vonden, met de discussie — die op sommige punten eenvoudig verschrikkelijk is te noemen !
„De Afdeelingen der Vereeniging van Vrijzinnige-Hervormden, in die gemeenten, waar het vrijzinnige bestanddeel in de minderheid is, en inzonderheid de sterker georganiseerde afdeelingen met eigen voorgangers, gaan hoelangs hoemeer", aldus ds. Vorster, „een bijzondere en belangrijke plaats innemen in de geheele Vrijzinnig-Hervormde beweging".
„De spanning, die ontstaat door den drang om niet slechts zich als krachtige groepen te handhaven, maar om voortdurend er op bedacht te zijn, voor haar rechten in de Ned. Hervormde Kerk op te komen, noodzaakt deze afdeelingen tot een voortdurend streven zich bewust te blijven van eigen geestelijken inhoud, en van de consequenties daarvan voor de samenleving. Dat er steeds meerdere afdeelingen komen met eigen voorgangers, dat dus een groot deel der Vrijzinnig-Hervormden daar, waar zij in de Hervormde gemeenten in hun rechten niet erkend worden, niet de Hervormde Kerk verlaat, maar zich daarmee verbonden blijft gevoelen, wijst op een verandering in geestelijk besef. Hoe langer hoe meer wordt verstaan, dat het vrijzinnig Protestantisme is een natuurlijke ontwikkeling van het Protestantisme als zoodanig.
Het Protestantsch beginsel verlegt den grond van het geloof van het vertrouwen in priester en sacrament naar het eigen innerlijk leven, en werkt alzoo bevrijdend en bewustmakend op het persoonlijk geestelijk leven.
Het komt hiermee overeen met het wezen van het Christendom, dat niet een volksgodsdienst of groepsgodsdienst heeft willen zijn, maar heenwijst naar het Godsbewustzijn, dat in lederen mensch verborgen ligt, en dat uitgaande van de gedachte God is Geest, en van de aanbidding in geest en waarheid, het godsdienstig leven niet aan bepaalde formuleeringen heeft willen binden, maar aan den groei van het godsdienstig bewustzijn in onbeperkte mate ruimte laat. Het Vrijzinnig Protestantisme weet zich derhalve in beginsel niet gescheiden van het geestelijk uitgangspunt der reformatie, maar trekt alleen de lijn door, dat de verlossing door den geest van Jezus Christus een ontwaken van de diepste krachten der menschelijke ziel ten gevolge heeft.
Het is er tegelijkertijd van doordrongen, dat het Godsbewustzijn met zich meebrengt een diep besef van eenheid met de menschheid, en dat hieruit bepaalde consequenties voortvloeien voor de samenleving der menschheid en haar verhoudingen. Het bewustzijn der verbondenheid met God heeft tot gevolg een gemeenschapsbewustzijn, dat het egocentrische en louter op den mensch gerichte in het leven der menschheid kan helpen overwinnen, om de samenleving in haar geheel op een hooger peil te verheffen.
Van een levende Christelijke kerk zou een krachtige geest tot samenwerking moeten uitgaan op de maatschappij en op de christelijke volkeren der wereld. Het Vrijzinnig Protestantisme is ervan overtuigd, dat het orthodoxe christendom door zijn gebondenheid aan dogma's en traditie niet die groote krachten kan ontwikkelen, die ook voor de samenleving der menschheid in het christendom besloten liggen. Wijl aan den anderen kant het Vrijzinnig Protestantisme versterkt kan worden door een geloofskracht als die het orthodoxe Protestantisme bewaart, is het voor beide groepen van de grootste waarde indien zij elkander kunnen beïnvloeden, en door de spanning der wederzijdsche overtuiging de kerk kunnen maken tot een levend getuigenis van den Geest Gods in de verwarring der tijden.
De afdeelingen, en alle leidende krachten in haar, die zich hiervan bewust worden, zullen daardoor ook groeien in verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van het doel : handhaving van het Vrijzinnig Protestantisme binnen de Ned. Hervormde Kerk, moeten de afdeelingen ieder voor zich een krachtig geestelijk leven handhaven, daarbij gesteund door de geheele beweging der Vrijzinnig-Hervormden. De afdeelingen moeten alles in het werk stellen om te groeien tot geestelijke gemeenten, die als zoodanig met overtuiging opkomen voor het eene groote doel. Maar zij kunnen alleen aan hun taak beantwoorden, indien zij zich weten als de vooruitgeschoven voorposten, waarop men rekent, indien zij deel uitmaken van één krachtige levendige beweging van alle Vrijzinnig Hervormden tezamen.
Aan den anderen kant moeten de afdeelingen iedere gelegenheid aangrijpen om zich door verzoeken en goed gedocumenteerde adressen te richten tot de kerkeraden harer gemeenten, om altijd weer opnieuw van hun recht te getuigen tegenover een orthodoxie, die door haar verzet tegen de erkenning van het Vrijzinnig Protestantisme de ontplooiing van belangrijke geestelijke waarden tegenhoudt.
Zij moeten tevens waar het mogelijk is, contact zien te verkrijgen met orthodoxe groepen en personen, om deze van het Christelijke van hun geloof en van het goed recht van hun streven te overtuigen. Een van de vormen die zich daartoe in onzen tijd aanbieden is de vereeniging Kerkopbouw.
De ontwikkeling van de afdeelingen in plaatsen, waar de Vrijzinnig-Hervormden in de minderheid zijn, is een gelukkig verschijnsel. Deze afdeelingen zullen echter in hun inspanning en geestelijke bezieling geen oogenblik mogen verslappen, willen zy op haar wijze ten volle medewerken aan de geestelijke ontplooiing van de krachten, die in het Vrijzinnig-Protestantisme verborgen liggen".
Men ziet het: het gaat bij de Vrijzinnige Hervormden, die met de rechtzinnige prediking, sacramentsbediening, catechisatie, huisbezoek enz. geen genoegen kunnen nemen en zich principieel daartegenover stellen, net als met de groote (en kleine) mogendheden der wereld : de tactiek is „we zullen je wel krijgen" ; „we zullen je dood-concurreeren" enz. enz.
Ook de discussie na het referaat is leerzaam. Hoort maar.
„De heer Bos uit Rotterdam herinnert er aan, dat wij, practisch gesproken, alleen door de kerkelijke verkiezingen onze positie kunnen handhaven of uitbreiden.
Ds. C. H. Hagen uit 's-Hertogenbosch merkt op, dat men ook door het wijzigen van de reglementen der Ned Herv. Kerk reeds veel kan bereiken in de richting van vreedzaam samen wonen met de orthodoxie.
Ds. H. J. Barnouw uit Zierikzee herinnert in dit verband aan het werk van Kerkopbouw !
Ds. P. W. J. van der Poel uit Den Helder vraagt, of het niet op den weg van de vrijzinnigen zou liggen, zich met de orthodoxen in nauwere verbinding te stellen om tegenover de groote, massale machten van dezen tijd althans gezamenlijk onze Ned. Hervormde Kerk te redden.
Ds. G. Horreus de Haas uit Zwolle waarschuwt tegen hetgeen de vorige spreker in dit verband heeft gezegd omtrent de wenschelijkheid om met de orthodoxie tot een gemeenschappelijke belijdenis te komen, Dit zou noodlottig zijn !
Ds. J. P. C. Poldervaart uit Naarden - dat dicht bij Huizen is gelegen ! — acht het noodzakelijk het werk van de kerkelijke verkiezingen primair te stellen ten einde hierdoor gelegenheid te hebben tot het bewustmaken van de kerkelijke massa. De vrijzinnigen mogen geen genoegen nemen met kernvorming naast de eigenlijke kerk, Er zijn bovendien in de orthodoxe kringen, welke allen samenhang met het Protestantisme hebben verloren en nog verder var. de vrijzinnigen afstaan dan de Roomschen en zelfs dan een Mohammedaan! Met dit soort orthodoxen is geer samenwerking mogelijk; tegenover deze orthodoxie, welke de Ned. Herv, Kerk vermoordt, bestaat geen andere houding dan strijd.
In zijn antwoord aan de sprekers verklaart ds. Vorster ook zeer sterk de noodzakelijkheid te gevoelen van een actie door verkiezingen en reglementswijzigingen, waardoor de Ned. Herv, Kerk als instelling aan het beginsel van de vrijzinnigen zal beantwoorden. Dan zullen die orthodoxen de kerk verlaten, waarin zij nu al lang niet meer thuis behooren".
Men ziet het : het zal een strijd worden „op leven en dood".
En ds. Horreus de Haas, Poldervaart en ook de referent ds. Vorster zelf staan op 't standpunt, dat de vrijzinnigen een plaats vooruit moeten verkrijgen en dat een gedeelte van de orthodoxen — welke ds. Poldervaart, die in Huizen zoo goed bekend is. erger noemt dan Roomschen en Mohammedanen ! ~ dan de Hervormde Kerk, waarin z ij allang niet meer thuis hooren, maar moet verlaten !
De verkiezingsstrijd staat dus op 't program.
En reglementswijzigingen.
Zoo gaat de Ned. Hervormde Kerk als Kerk verloren !
Zou de Vereeniging „Kerkopbouw" (voorzitter prof. Brouwer) hierbij de hulp. welke men blijkbaar in vrijzinnige kringen verwacht, willen verleenen ?
We kunnen het niet gelooven.
We zullen ook zeggen waarom we 't niet kunnen en willen gelooven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's