De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

Het is met de Crisis-Conferentie te Londen misgeloopen.
Waren de verwachtingen voor een goeden afloop der besiprekingen tusschen de Mogendheden, reeds vóór de Conferentie samenkwam, niet hoog gespannen, toch werd door niemand, zelfs niet van de zijde der pessimisten, vermoed, dat de Conferentie een totale mislukking zou worden.
Wanneer dit artikeltje onder de oogen onzer lezers komt, is de Conferentie misschien al ontbonden en voor goed uiteen, of in het gunstigste geval tot latere oproeping verdaagd.
Wat tot mislukking der Conferentie aanleiding gaf, was, dat een basis van samenwerking ontbrak. De moeilijkheden, die zich te Londen voordeden, lagen niet in de allereerste plaats op economisch terrein, doch in de oplossing van het geld vraagstuk.
De financieele toestand beheerschte op de Conferentie de economische.
Tegenover Engeland en Amerika, de landen, die den gouden standaard hebben losgelaten, stonden de goudlanden, die een krachtige financieele politiek eischten, welke noodzakelijk werd geacht, om tot de oplossing van de economische crisis te geraken.
De eisch, welke de goudlanden Frankrijk, Duitschland, Italië, Nederland en Zwitserland aan Engeland en Amerika stelden, was, dat deze hun geldstelsel en daarmede hun wisselkoersen zouden stabiliseeren.
Een niet-stabiel pond en een onvaste dollar maakt op den duur den wereldhandel en het wereldverkeer kapot.
Dat in het bijzonder Amerika voor den eisch der goudlanden doof was, vindt hierin z'n grond, zooals mr. Trip, President van de Nederlandsche Bank de vorige week, na zijn terugkomst uit Londen, in een persgesprek mededeelde, dat de Amerikaansche President niet opgewassen is tegen de strooming in het Congres, een strooming, die zich richt op een stijging van de goederenprij5; en. Amerika deinst — zoo vervolgde mr. Trip — voor geen enkele daad terug, om deze prijsstijging te krijgen. Dat is het gevaarlijke in den tegenwoordigen toestand.
Amerika verwacht voor zijn land van den gedeprecieerden dollar verbetering van den economischen toestand.
Tegen deze houding van Amerika kwamen de goudlanden in verzet, omdat alleen een geleidelijk herstel van het internationaal ruilverkeer — het uitjblijven van dit herstel maakt den toestand bij den dag hachelijker — mogelijk wordt gemaakt door stabilisatie van de valuta.
Dank zij het energiek optreden van onze regeering in saamwerking met de Nederlandsche Bank kan positief gezegd worden dat Nederland, zooals de toestand zicli thans heeft ontwikkeld, den gouden standaard zal handhaven; ook ondanks de groote hoeveelheid goud die in de laatste weken uit de kelders der Nederlandsche Bank wegvloeiden.
Aan deze aderlating van de Bank moet echter paal en perk worden gesteld. Ook moet elke schijn worden weggenomen, alsof de pariteit van den gulden gevaar zou loopen.
De schuldigen hier zijn de speculanten. Daarom zullen de meest krasse en doortastende maatregelen moeten worden getroffen, om de speculatie aan banden te leggen.
Ten einde het vertrouwen in de gaafheid van den gulden te versterken, mag er nog wel eens aan herinnerd worden, dat, terwijl in een resolutie van de financieele commissie van de economische Conferentie te Londen als wettelijke dekking van de centrale banken — dat is van de banken der goudlanden — een minimum van 25 pCt. goud ais voldoende werd beschouwd de Nederlandsche Bank op dit oogenblik 'n gouddekking heeft van 83, 3 pCt.
Nu is het bekend, dat er ook hier te lande heel wat menschen, zelfs vooraanstaande personen zijn, die de meening zijn toegedaan, dat een beetje inflatie 'Wel goed zou zijn, omdat bij inflatie van den gulden, de uitvoer van goederen gebaat en de concurrenitie met het buitenland gemakkelijker zou zijn. Toch zijn al deze voorstanders van een geringe inflatie van oordeel, dat bij Waardedaling van den gulden aan stabilisatie moet gedacht worden. Zij zien echter niet voldoende in, dat al moge het middel van inflatie tijdelijk den uitvoer ten goede kunnen komen, de inflatie zelve onverbiddelijk op een nieuwe crisis moet uitloopen.
Wat in Oostenrijk en Duitschland kort na den wereldoorlog plaats had, moet voor Nederland een baken in zee zijn.
De President van de Nederlandsche Bank zeide nog in het reeds genoemde persgesprek, dat een voortzetting der Conferentie meer kwaad dan goed zou doen, omdat dit slechts de zenuwachtigheid zou vergrooten.
Ons volk doet in deze bange en ernstige tijden het beste rustig te blijven, en zich onder Gods zegen met vol vertrouwen achter de regeering te scharen. Dr. Colijn is een goed en vertrouwd stuurman op het schip van Staat.
IS ER GEVAAR?
Een onzer lezers, die blijkbaar zeer onder den indruk verkeert van de berichten, die uiit Duitschland komen, over onderdrukking en geweldpleging, benevens over het aan banden leggen der vrijheid en het onder voogdij stellen der kerken, stelt ons de vraag, of het gevaar niet groot is, dat het in ons land denzelfden weg op gaat.
Op deze vraag zouden wij dit antwoord willen geven : dat voor zoover de mensch op deze dingen invloed heeft, het van ons volk zelve afhangt, of het hier te lande zoover zal komen.
Nederland is geen communistische, socialistische of fascistische Staat, doch heeft een democratisch Staatsbestuur.
Zoo moet het in den gezonden zin des woords blijven.
Daarvoor is het echter noodig, dat orde en gezag heerschen. Aan alle extrimistische uitingen, van welke zijde deze komen, moet de breidel worden aangelegd.
Het is ontoelaatbaar, dat een staatje in den Staat regeert.
Het parlement zal de juiste verhoudingen tegenover de Regeering in acht hebben te nemen.
Het is een misbruik, wat in de laatste jaren in deze verhoudingen is ingeslopen, dat de volksvertegenwoordiging zich op den stoel plaatst der Regeering en de regeertaak mede tot de hare maakt.
Groen zeide eenmaal: „Volksinvloed begeer ik, volksregeering niet. Gezag van de Kroon, invloed van het volk"
Zoo is het, dat is democratie in den gezonden zin des woords.
Onduldbaar is het, wat b.v. in Zaandam gebeurt, ten aanzien van de loonen van het overheidspersoneel.
Communisten en Sociaal-Democraten zien in deze loonen het heilige huisje, waaraan de hand niet mag geslagen worden.
Zulk eene houding verhaast de koers van het fascisme.
Het revolutionaire optreden der Marxisten is koren op den molen der fascisten.
Communisten en Sociaal-Democraten zijn de gangmakers van de Natlonaal-Socialistische beweging.
Het Kabinet heeft in zijne regeeringsverklaring toegezegd, dat het worden hoog gehouden.
Daarom kan ons volk gerust zijn en behoeft onze lezer geen slapelooze nachten te hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's