1933
Met wankelende schreden, Wordt weifelend betreden, Het wisselvallig levenspad, In het zoo donker heden.
Geen kunstlicht kan doorboren De nevels, die verstoren Het helder uitzicht op den weg. De dag laat na te gloren.
Men tast, als blinden, om zich heen. Men spitst het oor, doch hoort alleen De felle branding, waar de golven al dreigender de kust betreen.
Zal ’t duister nimmer zwichten ? Geen dageraad meer lichten ? Zal 't stormgetij, steeds meer en meer, Zelfs 't hechtst gebouw, ontwrichten ?
De vragen hoopen zich opeen. Het antwoord daarop weet slechts Eén, Die eeuwen reeds deze aard bestiert En straft haar ongerechtigheen.
Gods kind kent ook een tijdsgewricht, Dat in zijn ziel ontbrak: het licht, En vragen, zonder tal, verrezen. Op eigen zieleheil gericht.
Het was een tijd van zucht en traan Van in zichzelf ten ondergaan. Want bij 't ontdekkend Geestes-licht, Kan niemand toch voor God bestaan.
Toen werd hartgrondig schuld bekend. En God : verloste uit d' ellend. Vervulde het hart met juichensstof En vrede, die Gods volk slechts kent.
Belijdt, o wereld. God , uw schuld. Speel langer niet met Zijn geduld, Want weet. God laat zich niet bespotten. Wee, zoo g' u niet bekeeren zult.
„Beginnend van Jeruzalem". Dat dit ons tot bezinning stem. Elk steek' de hand in eigen boezem. Opdat ze daarna 't Kruis omklem.
Daar bij het Kruis wordt wereldwee wordt zondesmart en zondaarsbeê Door God gelenigd en verhoord. Daar nestelt zich de eeuwge vreê.
DEN HAAG, April 1933.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's