RONDOM DE LEESTAFEL
ANNETJES GELUK door M. A. M. Renes—Boldinfgh. Uitgave: J. H. Kok. Kampen.
Voor den uitgever zal het een genot zijn geweest de copie ter perse te leggen en aan de schrijfster mag de verschijning van dit boek voldoening schenken.
Wat een mooi boek is „Annetjes geluk".
Mogen wij er u iets van vertellen ? Annetje woont In Indië, op Sumatra, bij het zeldzaam mooie Toba-meer, dat echter ver van de bewoonde wereld ligt. Haar vader is dokter, die veel op reis en dikwijls dagen van huis is. En.... haar moeder is vroeg gestorven. Gelukkig „in vrede ontslapen", maar toch haar man en vooral haar dochtertje in eenzaamheid achterlatend. Annetje is een droomstertje en dadelijk, reeds op de eerste bladzijde, wordt ze ons zóó geteekend, dat men aanstonds van haar houdt. Het is een lief kind, dat zoo graag zit te droomen en dan altyd, met haar gedachten weer met haar vroeg gestorven moeder bezig is. Vader moet haar veel alleen laten, maar denkt altijd aan haar, juist nu nog te meer, nu zijn vrouw overleden is. Door de drukke werkzaamheden verwaarloost hij zijn kind en zijn huis geenszins, maar hij kan niet voor zijn dochtertje zijn, wat hij zoo graag zou willen. En door de vele beslommeringen Van het leven is hij ook niet meer en meer nabij de dingen van Gods Koninkrijk gebracht, integendeel ; hij is er van losgeraakt in onachtzaamheid. Als een zorgzame Vader heeft hij een plannetje bedacht, dat Annetje een poosje in Medan kan logeeren. Zij komt bij dr. en mevr. Barendrecht en daar komt ook dikwijls aan huis een onderwijzeres, Gertje, die zich tot Annetje voelt aangetrokken en haar les geeft, ook pianoles. Als dr. van Velzen, de Vader van Annetje, ten huize van mevr. Barendrecht deze onderwijzeres ontmoet, rijpt het plan haar tot zijn vrouw te vragen, 't geen gebeurt als de vader van Annetje eenigen tijd later zijn dochtertje komt halen. In gezelschap van mevr. Barendrecht gaat Gertje met dr. van Velzen en Annetje dan naar het Tolbameer, om de woning en de omgeving te leeren kennen en hiermee eindigt dit verhaal.
Wij hebben met groot genoegen dit boek gelezen. Alle personen zijn zoo echt natuurlijk en zoo geweldig goed geteekend, dat het een genot is zoo'n boek te lezen. Gelukkig worden we hier bewaard voor allerlei gecompliceerde dingen, waarop de menschen blijkbaar zóó verzot zijn, dat ze dit boek wel te „vlot" zullen vinden bij t verloop der dingen. Maar wij hebben genoten bij de teekening van het leven van Annetje, niet minder van personen als mevr. van Barendrecht, Gertje en Oma, gelijk ook van de kleine, leuke Jan Hendrik. Dat Gertje en Oma ons geteekend worden in hun eenvoudige, oprechte vroomheid verblijdt ons buitengewoon.
Annetje’ s geluk is een mooi boek, dat we zeer hartelijk en zeer gaarne aanbevelen !
KAART VAN PAULUS' REIZEN door Pothuis. Uitgave H. ten Brink. Arnhem.
Deze in moderne uitvoering, door ten Brink's Uitgevers-Mij. te Arnhem uitgegeven kaart van Paulus' reizen, maakt een goede uitzondering op de gewone „zendingsreis-kaarten". De heer Pothuis 'heeft 't „kriebelige" geheel vermeden en vervangen door de duidelijke, vlotte, moderne, eenigszins grafische lijnen, waardoor 't geheel zéér aan duidelijkheid wint!
Voor school, catechisatie, Vereeniging en eigen studie zéér aanbevolen !
De Vervaardiger en de uitgever hebben verdienstelijk werk gegeven.
OVER DE JODEN EN HUNNE VERVOLGERS door Herman de Man. Uitgave : Hollandia-drukkerij. Baarn.
Herman de Man, de vervaardiger van dit boekje (67 blz.), als schrijver in Nederland overbekend, heeft een goed werk gedaan door dit geschrift van zijn hand te publiceeren. Vooral in deze dagen, nu ieder spreekt over de Joden, in venband met de Jodenvervolging in Duitschland, doet het goed een boekje als dit te lezen.
Met teerheid en groote toegenegenheid des harten schrijft deze Roomsche christen, die zelf Jood geweest is óver het Joden-vraagstuk. „Aan zee staat een knoestige eikentronk, geteisterd door de zeewinden. Het is geen mooie boom, eer een gehavend en gelidteekend vergroeisel, maar hij leeft en brengt jaar op jaar vruchten voort". Dat is voor den schrijver het volk der Joden. En dan weet hij, dat „tal van boomen, welverzorgde rechtopgaande eiken, die de inrijlaan vormen van het feodale kasteel, gelegen in de luwte van een edel park, minachtend neerzien op hun gehavenden soortgenoot, die daar eenzaam vecht tegen zilten wind en een armen bodem. Maar dat zou die trotsche eiken niet fraai staan". Zóó behandelt de Man z'n onderwerp; echt meevoelend met het volk, waartoe ook hij heeft behoord en dat hij nooit, nooit kan vergeten. „Ik toen een jood. Nimmer ben ik mij dat wezenlijker bewust geweest, dan sinds God mij de genade van het Doopsel deed deelachtig worden", zoo begint de schrijver het eerste hoofdstuk. En dan schrijft hij over : „de oorsprong der tegenstelling"; „is de jood inferieur? "; „de jood en de goede zeden" ; „de jood en de goede trouw'; „het joodsche intellect"; „de spekjoden" ; „de zelfkant der joden" ; „uitzonderingsbepalingen tegen joden" ; terwijl dan een fijn en teer geschreven „naschrift komt aan z'n „toevalligen joodschen lezer", voor wie deze beschouwing eigenlijk niet bedoeld is, maar er toch kennis van genomen heeft.
Wij hebben dit boekje met zéér veel aandacht en genoegen gelezen en dit mooi, royaal uitgevoerde geschrlft, dat door de Hollandia-drukkerij is uitgegeven, verdient dat het door velen wordt gelezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's