De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

7 minuten leestijd

15. In zijn opkomst in de vorige eeuw was het Socialisme zeer beslist anti-godsdienstig, bepaald anti-christelijk. „Wij zijn Godloochenaars", zei Liebknecht; „Christendom en socialisme staan tegenover elkaar als vuur en water", zei Bebel; „Godsdienst is opium (ter bedwelming) voor het volk", sprak Marx. Christendom en Marxisme sluiten elkaar uit. En de oorzaak ligt in liet historisch-materialisme (het materialistisch atheïsme) van Karl Marx c.s. De stoffelijke dingen, de maatschappij-verhoudingen, de sociale toestanden zijn de oorzaak waardoor de z.g.n. geestelijke dingen bij de menschen opkomen ; het „Goddelijke" komt uit de emoties van den mensch op; slaven gaan geestelijke, goddelijke dingen fantaseeren en de rijken bevorderen dat, om ze te gemakkelijker te kunnen onderdrukken en zoet te houden. „De religie is een door de economische verhoudingen ontstane waan". Komen er dus andere maatschappij-verhoudingen dan verdwijnt de Godsdienst vanzelf. Volgens de materialistische geschiedenis-en wereldbeschouwing zal in de komende socialistische maatschappij geen Godsdienst meer zijn. Alle goden zullen dan op de vlucht gejaagd worden en met beschaamd aangezicht zullen ze haastig weg vluchten, als de nieuwe dageraad aanbreekt.
Domela Nieuwenhuis (standbeeld te Amsterdam) was de man van de oude beweging ten onzent (1879 „Recht voor Allen") en is bijna als een Messias vereerd. „Van Christen tot Anarchist" ; „De Vrijdenker en zijn ongeloof" enz.
R. Kuyper, „de sociale materialist", leert ook in zijn artikel „Sociaal-democratie, marxisme en godsdienst" en in zijn „Marxistische Beschouwingen", dat de religie met het Marxisme in strijd is en naar zijn vaste overtuiging zal de godsdienst in de socialistische maatschappij verdwijnen. (Het Volk, 21 Mei 1921).
Van der Goes schreef : „Wij ontkennen niet en verheffen ons integendeel er op, dat de groote massa van het proletariaat, tot het socialisme overgaande, den godsdienst vaarwel zegt" („Nieuwe Tijd" 1904, blz. 133).
Mevr. H. Roland Holst schrijft in „Uit Sowjet Rusland" (blz. 130 enz.) dat zij nu begrijpt, waarom het sowjetbestuur te Moskou boven de Iberische Kapel liet aanplakken : „de godsdienst is opium voor het volk", want uit een kerk komend voelde zij dat de heerlijke muziek enz. den werkelijkheidszin verzwakt, het hart sust tot rust bij zoovele slechte dingen dezer wereld, inplaats van het proletariaat te wekken tot daadkracht, tot den strijd, tot de revolutie. „We mogen van die bedwelming niet te diep drinken".
Mannen als Karl Marx, Karl Kautsky e.a. leeren, dat de godsdienst fantasie is. „De goden hebben de menschen niet gemaakt, maar de menschen maken de goden". Ook Jezus is niet anders dan het product van het maatschappelijk leven van de oude wereld die wegzonk, waarbij naar iets nieuws, een nieuw wereldrijk gegrepen werd enz.
De stof is het eenige dat bestaat!
Dat Jezus de redder der wereld, de redder ook van het sociale leven is, wordt niet begrepen. Dat de vreeze Gods het beginsel is van alle wijsheid, wordt niet verstaan.
16. De Natuur. Voor den christen is de natuur het middel waardoor God Zich aan de menschen laat zien en Zich openbaart. Zij is niet slechts een werk Gods, maar bedoelt bepaald te zijn een openbaring Gods, in algemeenen zin, omtrent Zichzelven. (Zijn Naam). Daarom herinnert Art. 2 Ned. Gel. belijdenis ook aan Rom. 1 : 20, waar we lezen, dat de geschapen wereld ons „de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, namelijk Zijne eeuwige kracht en goddelijkhei d". In de natuur wil God doen zien, wie Hij is en wat Hij vermag. Heel de geschapen wereld draagt als het maaksel van Gods hand 't stempel van goddelijke heerlijkheid en spreekt voor ieder van den goddelijken oorsprong. Al 't geschapene wijst op het Vaderschap Gods (Art. 1 Apostolische Gel.) zoowel wat in de hemelen, als wat op de aarde is, waarom de geschapen mensch tusschen al het geschapene voor God den Schepper heeft te buigen, om Zijn lof ie verkondigen. Rom. 11 : 36.
En dit is te meer ernstig, omdat nu in l^et laatst der dagen de loochening van het Goddelijk Wezen, de loochening van ds Schepping als werk van Gods handen, aan öe orde van den dag is. (De evolutie-leer is de dogmatiek van het Materialisme).
Heel het scheppingsleven, als veld van onderzoek, vraagt dat de mensch zal aflezen Gods wijsheid, Gods wetten, Gods ordeningen ; om, van God daartoe geroepen, alles te schikken en te richten, te gebruiken en te onderhouden tot eere van Hem, die het geschapen heeft en het sinds bewaarde. Ook de Schepping is theocentrisch en niet de mensch is het middelpunt — en vraagt naar een geloofslied van dezen inhoud : „Gij, Heere ! zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht: want Gij hebt alle dingen geschapen en door Uwen wil zijn zij, en zijn ze geschapen".
Alles heeft goddelijke wetten en ordeningen ontvangen, om daarnaar te leven en zich te bewegen.
17. De Geschiedenis. In de geschiedenis komt telkens en overal uit, dat een Groote Werkmeester, de Almachtige God, alle dingen bestuurt en regeert naar Zijn raad en plan. Al is het waar, wat Ps. 97 zegt: „Rondom Hem zijn wolken en donkerheid" (vers 2), toch belijdt de dichter van dien zelfden Psalm: „De HEERE regeert" — „Gij, HEERE, zijt de Allerhoogste over de geheele aarde, Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden" (vers 9).
De geschiedenis is een reeks van Godsdaden, waarin de Heere, de Schepper van de einden der aarde, die niet moede noch mat wordt, Z ij n raad uiteindelijk uitvoert, zoodat de eeuwigheid ook zal brengen de heerlijkste openbaring van Gods werk.
De geschiedenis is de ontwikkeling van Gods raadsplan. Onder alle volkeren leeft het bewustzijn, dat de gang der historie afhankelijk is van de goden. (Het z.g.n. historisch-theologisch bewijs voor 't bestaan van God).
18. De les der Historie. Niemand kent beter de historie der wereld en der menschheid dan die trouw den Bijbel leest, het Woord Gods kent. Daar vindt men in groote trekken héél de geschiedenis der wereld. „Woest en ledig" was 't eerst, maar dan komt de Geest Gods en maakt alles schoon en zéér goed. Dan komt het conflict met God : de zonde. Door den zonde-geest komen ook de conflicten tusschen mensch en mensch. Adam tegenover Eva, Kaïn slaat Abel dood. Noach, de prediker der gerechtigheid, twist met de menschheid om haar te winnen, de zondvloed verdelgt de eerste wereld. De verstrooiïng bij Babels torenbouw komt als oordeel over de zonde. De zonde scheurt uiteen; mensch van God losgescheiurd, de menschheid onderling gescheurd. De conflicten zullen en kunnen niet uitblijven. De menschheid heeft de rust en den vrede verjaagd ; het oordeel achtervolgt ons overal. Het wezen van de geschiedenis is conflict, door de zonde, gedekt door Gods algemeene goedheid en liefde. Hij bestendigt de geschiedenis en zal Zijn Koninkrijk doen komen in den Vrede-Vorst. Die draad loopt niet alleen door de geschiedenis, maar het is de verwezenlijking van Gods raad. „De Heere regeert — de aarde verheuge zich". Zonder de Godsregeering kwam er niets van terecht. Nu "verwachten we een nieuwen hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont en God zaJ zijn alles in allen. Dan geen conflict meer.
De zelfzuchtige mensch wil de ellende wel bezweren en de gevolgen wel ontloopen, om in zelfzucht rustiger te kunnen leven. Poging na poging mislukt. God laat Zich niet wegdringen. Hij wil gezocht en gebeden zijn en gediend worden. Daarom eerst vrede met God gezocht door de verzoening welke is in Christus Jezus, het Hoofd van de nieuwe menschheid, de tweede Adam.
Vrede met God .geeft ook vrede met den naaste. Men wil het hoofdstation ontwijken en weigert eerst vrede te zoeken met God, maar dan komt men nooit tot het gewenschte doel. De vredesbeweging, die God niet als de Eerste en de Laatste erkent, mislukt.
„Op den bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld". Daarom het offer van Golgotha als het centrale. Daar staat de levensboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's