De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
„Als Brandsma dat eens geweten had", roept dominé uit. Gelukkig maar, dat den besten man althans dit leed bespaard is ; hij had het altijd zoo op met zijn Vader's erf, en nu gaat wellicht heel die mooie bezitting in handen van vreemden over." — „Zou het werkelijk dien kant op moeten ? " vraagt mevrouw, die, zelf uit een Friesche boerenfamilie afstammend, zich zoo indenken kan wat dit voor de kinderen moet zijn. „Daar is niets aan te doen", antwoordt de Jonker. „Vooreerst verstaan de erfgenamen elkander onderling niet en wil elk voor zich het leeuwenaandeel uit den buit hebben, en dan is het — hier gezegd — zulk een verward beheer en is er zoo voor en na door déze en gêne zooveel geld opgenomen, wat de een weer van den ander niet wist, dat het de eenige oplossing is om tot zuivere toestanden te komen." — „Al wat ik hoop, maar in elk geval niet, dat er iemand van het nieuwe licht op de boerderij komt wonen. Sinds menschenheugenis is de eigenaar een belijder geweest en het zou de grootste smaad nog wezen, die men wijlen Brandsma zou aandoen, wanneer het bestuur op „de Eendenkooi" in handen kwam van een man, die zich om God noch Zijn gebod bekommerde, " aldus zegt dominé. „'t Gevaar bestaat natuurlijk ook, dat de groote zathe uiteen gaat en een aantal strijkgeldschrijvers *) met een deel blijven zitten. Om zulk een boerderij te koopen, daar is kapitaal voor noodig", meent mevrouw. — „We zullen er het beste maar van hopen, " zegt de Jonker, „in elk geval ben ik blij, dat noch boer Brandsma noch zijn vrouw eenig last meer hebben van wat voor hen de smartelijkste ervaring zou zijn geweest." — „'t Wordt voor Jap ook een afbreuk, " merkt mevrouw weer op en waar over allen het eens zijn. — „Een beste meid, die ik bewonderd heb in de wijze, waarop zij voor haar zieke vrouw zorgde en zich over haar heengaan bedroefd heeft. Dat was nog iets anders dan bij de kinderen gezien werd, " spreekt Van Sterrenburgh. — „Geheel het beeld harer ouders, " oordeelt dominé, „met de werkkracht, de trouw en de eerlijkheid van haar vader en de beslistheid in heel haar handelen van haar moeder. Een heldere meid met een vlug verstand, die altijd een mijner beste catechisanten was." — „Weet je, man, dat zij verkeering heeft met Klaas Lolkes? " — „Ja, ik hoorde het laatst op huisbezoek bij vrouw Van Wieren; Anneke vertelde het mij." — „Ik geloof, dat deze die twee zoo wat bij elkaar gebracht heeft, " zegt mevrouw met een ondeugend lachje. — „Een degelijke jonge man, is 't niet ? " vraagt de Jonker. — „O ja, mij dunkt, die twee passen precies bij elkaar." — „En niet zoo jong meer, zeker ? " — „'k Dacht, van tegen de dertig." — „Ho, ho, " roept mevrouw, „vijf en twintig komt eerst." — „Neen, hij is vast ouder." — „'t Lijkt zoo, hij teekent oud." — „'t Kan zijn, hij heeft ook voor goed het juk in zijn jeugd gedragen." — „Wat een goede waarborg zijn kan voor het verdere leven, " zegt Van Sterrenburgh; „nu, wij zullen het beste maar voor die jongelui hopen."
Als hij dien avond onder de schittering van een prachtigen sterrenhemel naar „Grovestins" terugkeert, heeft hy het hoofd vol gedachten en plannen. Opnieuw zal hij wellicht naar de begeerte van zijn hart met de toevertrouwde talenten nuttig werkzaam kunnen zijn. Als het ten minste 's Heer en wil is, Wien hij zich met al het zijne heeft toevertrouwd.
Het is eenige dagen later zoowel door het Provinciale nieuwsblad als door tal van plakkaten, opgehangen in de verschillende dorpsherbergen, aan de gansche grieterij wordt bekend gemaakt, „dat over veertien dagen de vruchtbare zathe en landen, alle behoorende tot de zoogenaamde „Eendenkooi", staande en gelegen in de onmiddellijke nabijheid van Kleiterp, Vrij van alle reed en drift, publiek zullen worden geveild in een aantal perceelen met recht van samenvoeging".
Dat geeft een opschudding in gansch den omtrek, niet het minst onder den boerenstand. Moet dit nu het einde wezen van die prachtige bezitting, door den noesten arbeid en wijze zorg van boer Brandsma tot deze hoogte gebracht? Al de kennissen schudden hun hoofden en Yntema en Lettinga en zoovele anderen meer kunnen zich maar niet begrijpen, dat de kinderen van zulk een ouderpaar niet meer eensgezind zijn. Wat kan men al niet beleven, vooral als er vreemd bloed in de familie komt!
De dagen die nu komen kenmerken zich inzonderheid voor Jap door groote drukte. Geen dag gaat er voorbij of er komt Vreemd volk op het heem, om het huis te bezien of Inlichtingen te vragen oef het land te boren, ten einde de gesteldheid van den bodem te weten te komen. Het is een geloop en gedraaf van den morgen tot den avond en geen wonder, dat zij in het eind maar één begeerte meer heeft: om zoo spoedig mogelijk van haar post ontslagen te worden. Immers, nu toch besloten is tot algeheelen verkoop van de eigendommen, moet daarop de boeldag van het vee en al de verdere roerende goederen van zelf volgen, en dan zou haar taak hier afgeloopen zijn, waar zij zoo langen tijd met genoegen gewoond had.
Als eindelijk de verkoopdag is aangebroken, blijkt de belangstelling enorm te zijn. Op de bovenzaal van „de Vergulde Hoorn" is geen stoel onbezet. Van alle kanten zijn ze komen opdagen, de belanghebbenden en de nieuwsgierigen, gezeten boeren, en jonge mannen die uitzien naar eigen boerderij, ten einde te kunnen trouwen, benevens tal van personen, die het wagen zullen een bedrag te schrijven, in de hoop op deze wijze een flinke daghuur te verdienen. Al spoedig blijkt het, dat hier geld gemaakt zal worden. Velen vragen aan den oproeper een bordje om daarop met krijt de som te noteeren, die zij voor het een of ander perceel wenschen te besteden. Sommige stukken land komen ver boven den getaxeerden prijs. Met een vergenoegd gezicht zitten de schoonzoons van Brandsma naast den notaris aan tafel en maken in het verkoopboekje allerlei aanteekeningen. Reeds deze eerste dag overtreft verre de verwachting. Nu komt de finale nog. Eén ding is wel wat jammer. De kans is namelijk zeer gering, dat van het recht van samenvoeging gebruik zal worden gemaakt en bij het scheiden van de markt is elk vrijwel overtuigd, dat velen zich vandaag een strop om den hals hebben gehaald.
Hoofdschuddend gaan Yntema en Lettinga hun weg.
Wordt vervolgd)


*) Menschen, wien het te doen is om de verhoogingsgelden en daarom een bod doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's