UIT DE PERS
„HET MES VAN MARCHANT”.
In „De School met den Bijbel" schrijft de redacteur J. L(ens) onder bovenvermelden titel:
„De boom was wat al te weelderig uitgegroeid. Er kwam loos schot in, dat verwelkte eer het zelfs aan vruchtzetting was toegekomen.
Dus moest het snoeimes zijn werk gaan doen.
Dat is een werk naar de hand van Marchant. Ongenadig gaat hij kappen. Hij zet er het mes diep in.
Ziehier enkele maatregelen, die worden voorgesteld.
1. Scholen, die leerlingen beneden den bij Kon. besluit vastgestelden leeftijd van toelating opnemen, zullen niet beschouwd worden als scholen in den zin der wet.
Vrijheidsaantasting ? M.i. heelemaal niet. Maar een vraag op zichzelf is, of dit voornemen op de wet berust. Regeering bij K. B.'s heeft in een democratischen staat al bezwaren. Maar die bij ter kennisbrenglng van ministerieele voornemens toch nog grootere. De statistiek leerde, dat er te jonge kinderen tot de school werden toegelaten. De bepaling in het K. B. kent eigenlijk geen sanctie. Laat die in wet of K. B. worden aangebracht, en géén loyaal schoolman zal er tegen zijn !
2. Voor de splitsing van stamklassen bij middelbaar en voorbereidend H. O. moet er van te voren goedkeuring worden gevraagd. Een maatregel, die onaangename verrassingen, wat de begrooting betreft, kan voorkomen.
3. De 4 K.M.-grens voor vrij vervoer wordt gewijzigd tot een 6 K.M.-grens. Begrijpelijk, gezien het misbruik, dat er van dit artikel werd gemaakt. De vrijheid van schoolkeus wordt er niet door beperkt. Alleen worden de consekwentles wat minder kostbaar gemaakt.
4. Stopzetting van scholenbouw gedurende 2'/2 jaar. De ervaring, die de oud-wethouder en de oud-chef der afdeeling Onderwijs van Den Haag opdeden, zal wel leiding hebben gegeven bij de vorming van dat besluit. Kooien, mooie, prachtige kooien zonder vogels zijn er in Den Haag wel zooveel, dat voor het zich uitbreidend bizonder onderwijs in alle wijken der stad dergelijke kooien aanwezig zijn. Een vraag is, of hier niet van ergerlijke verspilling bij den bouw van openbare scholen mag gesproken worden. In ieder geval, tegen de tijdelijke stopzetting van den bouw kan in deze abnormale tijden weinig bezwaar worden ingebracht.
5. Begrenzing naar boven en naar beneden, der exploitatiekosten. Tegen geen van beide kan m.i. bezwaar bestaan.
6. Beperking van de mogelijkheid om schoolmeubelen en leermiddelen buiten de exploitatie om te vernieuwen. De praktijk in Den Haag heeft geleerd, dat zulks als regel mogelijk is.
Ziehier de voornaamste aangekondigde maatregelen. Inderdaad toont minister Marchant hierin den weg te kennen om zonder aantasting der vitale belangen van het onderwijs, waartoe zeker ook de salarissen behooren, te komen tot bezuinigingen, die aanvankelijk reeds voldoende beteekenis hebben.
De stam blijft ongerept: vrijheid van onderwijs en financieele gelijkstelling blijven principieel gehandhaafd.
Maar de looze loten worden ingekapt.
En die looze loten trekken immers juist een onevenredig groot deel der voedings sappen tot zich ?
Ik hoop, dat de minister langs dezen weg zal voortgaan en het mes niet in het levende hout gaat zetten !”
IN GEMEEN OVERLEG ZOEKEN NAAR OVEREENSTEMMING.
Ook de r.k. Volkskrant wenscht nog geen definitieve afwijzing van het wetsvoorstel-Marchant.
Het blad schrijft:
„Wij mogen tot nader order aannemen, dat de minister inderdaad bezuiniging heeft bedoeld en niet — zooals hem verweten is — op sluwe wijze zijn zorg heeft gecamoufleerd om den achteruitgang van het aantal leerlingen hij het openbaar onderwijs tot staan te brengen.
Wij mogen tot nader order aannemen, dat de minister niet opzettelijk de Kamer op een dwaalspoor heeft willen leiden toen hij in zijn memorie van toelichting schreef, dat hij de twee beginselen : vrijheid van onderwijs en financieele gelijkheid, wil zien gehandhaafd.
Voor ons geldt voor het oogenblik vooral, dat geenszins is uitgemaakt, dat tusschen den minister en de oppositie tegen zijn ontwerp geen accoord zou zijn te treffen.
Maar dan moet men aflaten, bij den minister allerlei slechte en sluwe oogmerken te veronderstelden; — - wij houden ons overtuigd dat geen enkel Kamerlid voor zijn rekening zal willen nemen wat voor den persoon van den minister krenkends in sommige bladen is gezegd.
En omdat geen enkel Kamerlid dit zal doen, hebben wij vertrouwen dat tusschen den minister en de Kamer de overeenstemming zal worden gevonden, die noodig is om het ontwerp — geamendeerd — te doen aannemen niet alleen, maar het aan z'n opzet: bezuiniging aan te brengen, te doen beantwoorden”.
HET ONTWERP-MARCHANT.
De Standaard verklaart zich in een hoofdartikel niet voor afwijzen en verwerpen maar voor overleg, om te komen tot enkele veranderingen en zegt o.a. :
„Van groot belang is het ontwerp voor het openbaar onderwijs niet. Kan het ook niet zijn. Hier moet de verzorgster van het onderwijs in de practijk toonen, dat zij de noodzaak der bezuiniging verstaat.
Van ingrijpende beteekenis wordt het ontwerp eerst als het bijzonder onderwijs ter sprake komt, als het aankomt op de regelen, volgens welke dit onderwijs ook bij de noodzaak tot bezuiniging tot zijn recht komt.
Men behoort dan te zorgen, dat het grondwettig recht, in de Lager Onderwijswet nader uitgewerkt, behouden blijft.
De Grondwet waarborgt, dat het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, naar denzelfden maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas wordt bekostigd, en dat de Wet de voorwaarden vaststelt, waarop de bijdragen kunnen worden verleend. Natuurlijk ontbreken de voorwaarden niet. Dit blijkt reeds uit den eisch, door de Wet gesteld, dat voor een aanvraag om een bijzondere school een bepaald aantal kinderen vereischt wordt. Verdubbelt men dit getal, dan blijft men in de lijn van de Wet. Zegt men : een kind, dat reeds op een bijzondere school gaat, mag niet worden meegeteld voor een nieuwe school, dan blijft men nog (binnen den wettelijken waarborg.
Maar wat niet moet geschieden, is ten eerste, dat de wettelijke regel wordt vervangen door willekeurige beslissing, en ten tweede, dat een beginsel wordt binnengehaald, dat noch voor de Grondwet bestaanbaar, noch tot een goed regeerbeleid te rekenen is.
Hoe men nu ook over de betrokken maatregelen moge oordeelen, over de verdubbeling van het aantal kinderen valt te praten, en evenzeer ook over de beperking ten aanzien van de kinderen, die reeds bijzonder onderwijs genieten of voor wie het binnen een bepaald gebied verkrijgbaar is.
Het andere past echter niet in het kader van het recht, noch in het kader der bezuiniging.
Hier liggen dan ook onze bezwaren.
De subsidieering van het bijzonder onderwijs moet gebonden blijven aan de objectieve gegevens der Wet. We men die gegevens verzwaren, dan is dat een zaak, waarover kan gepraat, maar het objectief gegeven moet blijven, zal het recht en de vrijheid van het bijzonder onderwijs niet worden getroffen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's