De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

BEZUINIGINGSVOORSTEL.
Het is een coïncidentie (samenloop van omstandigheden), dat de beide portefeuilles van Financiën en van Onderwijs in handen zijn van twee Vrijzinnig-Democraten, mr. Oud en mr. Marchant, van wien de laatste als kassier kan beschouwd worden van den eerste.
Het groote object voor bezuiniging en van inkrimping der Staatsuitgaven, is ontegenzeggelijk het onderwijs, zoodat als de Minister van Financiën geld behoeft voor de Staatshuishouding, hij het beste doet om bij zijn ambtgenoot van Onderwijs aan te kloppen.
In dezen zin spraken wij van het kassierschap van mr. Marchant.
Dat de Minister van Onderwijs inderdaad bereid is zijn partijgenoot aan de noodige middelen te helpen, blijkt uit de indiening van zijn wetsontwerp bij de Staten-Generaal, strekkende om de uitgaven, welke voor de openbare kassen voortvloeien uit de uitvoering der Lager-onderwijswet 1920, tijdelijk tot het strikt noodige te bepalen.
De Minister is: van oordeel, dat voorshands voor het grootste gedeelte van het land het getal beschikbare en in goeden staat verkeerende schoolgebouwen met de totale behoefte daaraan in overeenstemming is, vermoedelijk veelal die behoefte eenigszins overtreft. Daardoor moet, naar het den Minister voorkomt, onder de bestaande omstandigheden, — groote financieele zorgen der overheidscolleges — het vraagstuk der distributie van de bestaande schoolgebouwen, voor dat de stichting van nieuwe schoolgebouwen In de plaats treden. De oplossing van dat vraagstuk is er in de eerste plaats een — zoo vervolgt de Minister — van plaatselijk overleg en beleid.
Aan de goedkeuring van de Kroon zullen daarom onderworpen zijn (de gemeenteraden verliezen hier het beschikkingsrecht) : besluiten van den gemeenteraad betreffende vermeerdering van het aantal scholen en de plaats waar een nieuw schoolgebouw zal worden gevestigd, terwijl de Minister van Onderwijs zal hebben goed te keuren : de besluiten van den gemeenteraad tot verbouwing en verandering van inrichting van openbare lagere scholen en de besluiten van den gemeenteraad of van Burgemeester en Wethouders tot het aanschaffen van nieuwe schoolmeubelen.
De Minister, die het doel van het wetsontwerp beschouwt als een regeling van noodrecht, is van meening, dat de in 't wetsontwerp neergelegde regeling, die voor wat het openbaar onderwijs betreft, met het voorschrift der Grondwet in overeenstemming is, en, voor wat het bijzonder onderwijs aangaat, het grondwettelijk recht der besturen van de bijzondere scholen onaangetast laat, noodzakelijk is.
Het wil ons voorkomen, dat de bepaling van het wetsontwerp, waarbij voor den bouw van scholen, dus ook van bijzondere scholen de beslissing is bij de Kroon, voldoende waarborg geeft voor de gewenschte ontwiikkeling van het bijzonder onderwijs.
Vermelding verdienen nog twee wijzigingen, die de bestaande Lager-Onderwijswet by aanneming van het wetsontwerp zal ondergaan.
De eerste wijziging is, dat de afstand van 4 KM. op 6 K.M. wordt gebracht, als de grootste afstand, waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen, dat zij door schoolgaande kinderen dagelijks te voet kan worden afgelegd.
De tweede wijziging is, dat de aantallen leerlingen, die noodig zijn om een schoolgebouw voor het bijzonder onderwijs te stichten, op het dubbele worden gesteld.
Vooral deze beide wijzigingen zullen nog wel eenige bedenking ontmoeten.
Intusschen is liet volkomen juist, wat de Minister schrijft, dat scherpe bezuiniging op de kosten van het onderwijs noodzakelijk is. Deze harde waarheid moet tot een ieder doordringen en een ieder behoort zich daarbij neer te leggen.

IS HET BIJZONDER ONDERWIJS DUUR ?
Onder dit opschrift gaf „De Nederlander" van 29 Maart eenige cijfers over de duurte van het onderwijs.
In verband met het wetsontwerp, dat mr. Marchant indiende, kan het zijn nut hebben nog eens aan deze cijfers te herinneren.
De Nederlander beantwoordt bovenstaande vraag als volgt :
De onophoudelijk herhaalde bewering van vrijzinnigen kant, dat de kleine scholen, de verbrokkeling van de scholen en dus de duurte van het lager onderwijs voor rekening komt van de bijzondere scholen, is met de eenvoudigste feiten in flagranten strijd.
Wij zullen het met de cijfers aanwijzen ; voor zoover wij konden nagaan, hebben wij de laatstbeschikbare gegevens gebruikt. Wij zullen niet al te veel materiaal geven, om den lezer niet in de cijfers te laten verdrinken.
Maar twee staatjes zetten wij onze lezers voor.
Hoe zit het met het aantal leerlingen per school en per onderwijzer ? Ziehier ! Op 31 December 1931 was de toestand aldus : Openb. Bijz. Aantal scholen 3.284 4.252 Aantal leerlingen 441.150 760.394 Gemiddeld aantal leerlingen p. school.. 134 179 Gemiddeld aantal leerl. p. onderwijzer.. 31 34
Derhalve is bij het bijzonder onderwijs het aantal leerlingen per school en per onderwijzer groot er dan bij het openbare. Het openbare is dus duurder.
Tweede staatje !
Hoe zijn de eenmans-, en tweemans-en groote scholen verdeeld ? Ziehier; stand
op 31 December 1929. Openb. Bijz. Eenmansscholen 213 21 Tweemansscholen 624 459 Groote scholen (d.i. : 8 of meer onderwijzers) 176 621
De „snertschooltjes" zijn dus bij het openbaar onderwijs ; de groote scholen zijn bij het bijzonder onderwijs zeer verre in de meerderheid !
Een der gevolgen van dit alles is : dat in het jaar 1928 uit de overheidskassen voor gewoon en voor uitgebreid lager onderwijs samen per leerling uitgegeven is : Openbaar 120 gulden Bijzonder 96 gulden
Deze cijfers behoeven geen aanbeveling. Zij spreken duidelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's