MEDITATIE
DE KOPEREN SLANG,
„Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet de Zoon des menschen verhoogd worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". Johannes 3 vers 14 en 15.
DE KOPEREN SLANG,
Wat ligt de zaligheid van Gods kinderen toch vast. Zegt de Heere niet: „Ik heb u lief met een eeuwige liefde". Wel is waar is door den zondeval de toegang tot den boom des levens afgesneden. De Heere God had den dood bedreigd op het overtreden van Zijn goddelijk gebod en de dood is gekomen ; de mensch werd los van God. In dien toestand mocht hij niet blijven, de natuurlijke dood zou hem een eeuwige rampzaligheid tegemoet voeren, of van de ellende ontheffen, hem de eeuwige gelukzaligheid binnen leiden.
Maar de Heere sluit den toegang tot den hof van Eden af en ieder die het wagen . mocht door te gaan om tot den boom. des levens te naderen, zou met het vlammend lemmer van het zwaard kennis maken en omkomen.
Doch ziehier nu het wonder der genade, want opdat des Heeren Kerk zou verlost worden is het woord van den profeet in vervulling gebracht. De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken, zij zullen doorbreken en door de poort gaan en door haar uittrekken en hun Koning zal voor hun aangezicht henengaan en de Heere aan hunne spits.
En de Kerk bidt:
Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden De poorten der gerechtigheid, Door dezen zal ik binnentreden. En loven 's Heeren Majesteit.
Want de poorten ontsluiten zich, want de groote doorbreker moet vallen onder de slagen van dit vlammend lemmer van het zwaard, de slagen zijn nedergedaald op den plaatsbekleedenden Borg en Middelaar. En Hij, die nooit geen zonden gekend noch gedaan heeft is tot zonde gerekend.
Ons tekstwoord is ontleend aan het merkwaardige gesprek tusschen den Heere Jezus en Nicodemus. Deze laatste kwam des nachts tot Jezus, opdat men hem niet zien zou; want hij was bevreesd voor de Joden. Een innerlijke begeerte dreef hem uit om met Jezus te spreken en om door Hem onderwezen te worden. En de Heere, die is een hartenkenner en nierenproever, wist wat in het hart van dezen Nicodemus gevonden werd. Hij wist ook wat de oorzaak van deze vrees was. Hij miste de geboorte uit God.
En nu zegt Jezus als hij niet wedergeboren wordt, dan kan hij het Koninkrijk Gods niet ingaan. Maar hij verstaat de verborgenheden van dat Koninkrijk niet en het verwijt klinkt hem tegen : Zijt gij een leeraar Israels en verstaat gij deze dingen niet, m.a.w.: moet gij anderen onderwijzen, terwijl gij van deze zaken onwetende zijt.
En als Jezus hem daarna onderwijs komt te geven en zegt, dat die wedergeboorte door Gods Heiligen Geest gewerkt wordt, die bij den wind vergeleken wordt, dan stelt Jezus zich zelf voor als een tegenbeeld van de opgerichte koperen slang, die door Mozes in de woestijn gesteld werd tot genezing van de doodelijk gebetene Israëlieten.
Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet de Zoon des menschen verhoogd worden. Met dit woord worden wij bepaald bij hetgeen geschied is tijdens de omzwerving van het volk Israël in die Woestijn. Wat was er geschied ? Het volk moest op bevel des Heeren om het land der Edomieten heen trekken. Doch deze omtrekkende beweging, die natuurlijk langer duurde, dan wanneer ze door het land van Edom waren heengegaan, was niet naar den zin van Israël. Ze murmureerden tegen den Heere en Mozes en het oude verwijt werd naar voren gebracht : waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij In deze woestijn zouden sterven ; want hier is geen brood noch water en onze ziel walgt van dit zeer lichte manna. Doch wie Gods volk aanrandt, krijgt met den Heere te doen, want die raakt Gods oogappel aan. Dat zou Israël ondervinden. Deze misdaad kon niet ongestraft blijven. De Heere zond temidden van het murmureerende Israël vurige slangen, die het volk beten met doodelijke beten. Ontzettend oordeel, want men stond er machteloos tegenover en men bezat geen middel om er zich van te ontdoen. De Heere alleen was bij machte om hen van dit oordeel te bevrijden. Ze gevoelden de slaande hand des Heeren en ze zagen al dadelijk in dit oordeel de rechtvaardigheid Gods. Ze werden diep getroffen door het gevoel van de grootheid van hun kwaad en het berouwde hen, dat ze zich tegen den Heere zoo vergrepen hadden. En de belijdenis steeg uit het diepst van hun iziel: wij hebben gezondigd en zij vroegen aan Mozes : bidt den Heere, dat Hij deze slangen van ons wegneme.
Toen bad Mozes voor het volk.
En de Heere, de lankmoedige en goedertierene God verhoorde het gebed. Hij sprak tegen Mozes, dat deze een koperen slang moest oprichten en het zou geschieden, dat een ieder, die op deze slang zag, levend bleef.
En nu zegt hier ons tekstwoord, dat deze koperen slang en hetgeen er mee plaats vond het beeld was van den Heere Jezus Christus en van het verlossingswerk, dat door Hem aangebracht werd. De Zaligmaker spreekt hier dus van de verhooging, die met Hem plaats zou hebben.
Hiermede worden we vanzelf gewezen op Zijne kruisiging. De Zaligmaker voorspelt in deze woorden de wijze van Zijn dood. Was de slang door Mozes op een stang verhoogd, zoodat gansch Israël op dezelve zien kon en de gebetenen genezen werden, dit zou ook plaats moeten hebben met den Christus Gods. Hij zou buiten Jeruzalem op Golgotha aan den kruispaal genageld en verhoogd worden. Hij zou aan dit hout sterven, zoodat het gansche volk Hem aanschouwen kon. Want niet alleen Israël zou het moeten zien, maar ook de einden der aarde, want het zou bewaarheid worden wat de dichter zegt:
Die de einden dezer aard bewonen Aanschouwen dag aan dag. De teekenen, die Uw almacht toonen Met vrees en diep ontzag.
Doch dit alles moest geschieden naar den eeuwigen raad des Heeren. Want ofschoon onschuldig aan de zijde der menschen, was Hij schuldig in de oogen van een heilig en rechtvaardig God.
Deze verhooging was dus de straf van den Goddelijken rechter. Hij die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Maar dan , komt het ons ook niet vreemd voor, dat de Heere Zich in Zijne kruisiging bij de koperen slang laat vergelijken.
De Heere nam de zonde van Zijn volk op Zich en ging daarvoor den dood in alsof het Zijn zonden waren, van een volk, dat door den val en ongerechtigheid van Adam kinderen des duivels, dus kinderen van den helschen slang geworden zijn, wiens beeld wij allen van nature dragen. En daarom behoeft het ons niet te verwonderen, dat Hij die Zijns volks zonden in Zijn lichaam op het hout gedragen heeft en als de schuldovernemende borg de straf op Zich geladen heeft, om Zijn kinderen te verlossen, bij een slang vergeleken wordt.
Doch gelijk dit middel de Israëlieten, die gebeten waren, ter genezing gegeven was, opdat zij van den gewissen dood bevrijd zouden worden, zoo moest de Christus Gods aan het kruis verhoogd worden en werd Hij gegeven als het eenige ware geneesmiddel om zondaren te zaligen en om ongelukkigen, die door den helschen slang gebeten waren en alzoo aan den geestelijken en eeuwigen dood onderworpen waren, te behouden en eeuwig gelukkig te maken. Ja alzoo moet de Zoon des menschen verhoogd worden. Het was dus noodzakelijk, dat Hij aan het kruis genageld werd. Maar waarom, vraagt gij ? En nu zouden wij verschillende redenen kunnen opnoemen. Wy kunnen antwoorden omdat het alzoo in den raad Gods besloten was of omdat het door de profeten was voorgesteld of door de offeranden en plechtigheden der wet was afgebeeld en zoo zouden we nog andere redenen kunnen opnoemen. Maar het moest zoo zijn, omdat de heiligheid en rechtvaardigheid Gods het vorderde. Wat men ook voorstelle van een Godheid die enkel liefde is, hoe afkeerig men zich toone van de noodzakelijkheid van de strafoefenende gerechtigheid Gods, het zou in strijd zijn met Zijn heiligheid en rechtvaardigheid en waarheid als Hij de zonden ongestraft liet.
Daarom moest alzoo de Zoon des menschen als die plaatsbekleedende Borg en Middelaar verhoogd worden, opdat Hij zonder verloochening van Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en waarheid, Zijn barmhartigheid aan zondaren verheerlijken zou.
O hoogte en diepte, lengte en breedte van die onpeilbare liefde Gods, wat stof zal uitmaken tot eeuwige grootmaking van Zijnen dierbaren nooit genoeg volprezenen Naam., door de zaligen in den hemel en om met de vier en twintig ouderlingen en de vier dieren de kroon aan Zijne voeten neder te leggen en dit lied aan te heffen : Het lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de eer en heerlijkheid en kracht.
En nu zegt de Heere Jezus ten slotte tot Nicodemus : „opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
Dus hier geloof in Hem den Christus Gods, den , Zoon des Vaders, is het eenige middel om van het verderf verlost en het eeuwige leven deelachtig te worden. Dat is het geloof in Hem, die het werk der verlossing vrijwillig op zich genomen heeft, die uit den Hemel nedergedaald is en de menschelijke natuur heeft aangenomen en gehoorzaam geweest is tot den dood, ja tot den dood des kruises. De gansche weg der zaligheid wordt hier ontsloten. Geen werken der wet, geen zelfverbetering of welke middelen de mensch al meer heeft uitgedacht tot behoudenis, stelt de Heere aan Nicodemus voor, doch alleen het geloof in Hem.
Het geloof in den Christus Gods is het eenige middel waardoor wij van het verderf kunnen verlost worden en het eeuwige leven deelachtig worden.
Het volk van Israël gevoelde niet alleen hun smartelijke wonden, doch ook het doodsgevaar waarin zij verkeerden door hun eigen ongehoorzaamheid.
Zoo ook de zondaar. Hij moet overtuigd worden van zijn diepen ellendestaat, waarin hij zich door moedwillige ongehoorzaamheid gestort heeft. Hij leert gevoelen de smart van de diepe doodelijke wonden die door den helschen slang aangebracht zijn en zijn oog wordt ontsloten voor het ontzettende gevaar waarin hij verkeert, zoolang hij onder de harde dienstbaarheid van Satan leeft.
Want als de ziel aan zich zelf ontdekt is geworden, is hij de ongelukkigste aller schepselen. De eeuwige verdoemenis is hij waardig. Van 's menschen zijde is het totaal afgesneden om behouden te worden. Maar als dan in Christus, de vrij stad, de weg der behoudenis voor dien ellendigen zondaar ontsloten wordt, dan leert hij door de werking van Gods heiligen en lieven Geest en door 's Heeren onwederstandelijke genadekracht zien Op Jezus als den verhoogde aan het kruis, om het ware geneesmiddel der ziel te zijn. Dan zinkt hij met een (hartelijk vertrouwen op Hem neer, wetende, dat Hij alleen bij machte is om de zonden op zich te nemen en door Zijn kruisdood de straf en den vloek te dragen en de ziel eeuwig gelukkig te maken.
Dat zien op Hem is een geestelijk zien met het oog des geloofs en wordt bevestigd : Wij hebben hef, omdat Hij het eerste heeft lief gehad.
Dan gevoelt de ziel, die dat geestelijk zien heeft leeren kennen, zich ontheven Van de schuld en straf der zonden. Zij ontvangt de vrijspraak en den vrede 'Gods, die alle verstand te boven gaat daalt neder in haar hart.
Dan gevoelt zulk een, dat zij het eigendom van een ander geworden is, van de slavernij der zonden en van satan is zij vrijgemaakt en zij gevoelt zich een nieuw schepsel in Christus Jezus. En als de ziel met dat geestelijk oog op Hem heeft leeren zien, dan roept zij het uit: Alles wat aan Hem is, is gansch begeerlijk. Daarom lezen wij ook, dat de Bruid in het Hooglied alles trotseerde om haren Heiland te zoeken of ze Hem ook vinden mocht. Welk een wonder van genade, die alzoo op dien Christus leert zien, die weten mag, dat hij voor tijd en eeuwigheid Zijn eigendom geworden is. Doch wat diep ellendig, die Hem niet tot Zijn Borg en Zaligmaker noodig heeft. Hebt gij reeds op Hem, medereiziger naar die groote nimmer eindigende eeuwigheid, leeren zien ? Blijft u toch niet tegen Hem aankanten, verwerpt Hem toch niet, terwijl het aanbod. der genade nog tot u komt. nog zijt gij in het heden der genade. Heden, zoo gij Mijne stemme hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden.
Vreeze moet de vijanden van Christus bevangen.
Hoe zult gij den sterken ontkomen, indien gij niet tijdig luistert en niet in Hem leert gelooven, want dan is uw oordeel gewis!
Wilt gij dan leeren zien op Jezus en Zijn kruis, bidt dan eerst om den Geest Gods, opdat deze uwe harten reinige. Kunt gij het niet ? Roept dan uit: Heere, leer mij maar bidden, opdat die Geest uwe harten herscheppe en alzoo u met uzelf en God bekend make. Zonder dit zult gij deze verborgenheid van het Koninkrijk Gods nooit verstaan. Maar te laat zult gij het beklagen, dat gij in het heden der genade dat aanbod der bekeering verworpen hebt.
En als gij door Gods Heiligen Geest aan Uzelveh bekend gemaakt zijt, zoodat gij de wonden door den helschen slang u toegebracht gevoelt, uw schuld belijdt, uw doodelijk gevaar ziet, en alle hoop op redding u ontzinkt, hoort dan het woord des Heeren: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet de Zoon des menschen verhoogd worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar toet eeuwige leven hebbe.
En zegt gij : Kon ik maar gelooven: Bidt om den Geest des geloofs en leer onder de leiding des Geestes op den verhoogden Jezus zien en gij zult het ervaren: een iegelijk, die in Hem gelooft zal het eeuwige leven hebben.
Is dit door Gods genade uw ervaring ? Hebt gij uw zielewonden leeren kennen ? Hebt gij op Jezus leeren zien in den geloove ? O wonder van vrije genade het is uit Hem, door Hem en tot Hem dat alle dingen zijn. Gaat gedurig met uwe wonden tot den Heere, Hij is de Heere uw Heelmeester, Hij zal het maken. En de tijd zal weldra komen, dat gij Hem zien zult, doch niet een vreemde. Dan zal met de zaligen het hemellied gezongen worden : Gij zijt waardig te ontvangen de lof, aanbidding en dankzegging.
Amen.
Huizen.
W.L. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's