RONDOM DE LEESTAFEL
DE AFSCHEIDING in haar wording en beginperiode door dr. J. C. van der Does. Uitgave : W. D. Meinema te Delft.
De herdenking van „het eeuwfeest" der Afscheiding is aanstaande (1834—1934). In October 1934 zal men de herdenkingssamenkomsten enz. houden. Geen wonder, dat een geboren „afgescheidene", die te gelijk geboren historicus is, zich gedrongen heeft gevoeld, om over de voor ons Vaderland zoo belangrijke kerkelijke beweging, te schrijven. Dr. van der Does, die uit de kringen van het lager onderwijs is voortgekomen en met eere zich een doctorstitel heeft veroverd, is begonnen met allerlei aanteekeningen te maken en heeft daarvan Schetsen uit het ontstaan en de eerste jaren der Afscheiding geschreven in het Weekblad „Woord en Geest" (onder redactie van dr. Geelkerken). Die Schetsen waren belangrijk en trokken de aandacht. En geen wonder, dat de begeerte opkwam deze Schetsen te bundelen en uit te geven, 't welk nu is geschied. Nu moet men niet denken, dat dit boek slechts overdrukken uit een courant bevat. Want ten eerste is het een boek, dat in uitvoering ten volle onze lof verdient, zóó mooi en royaal is de uitgave. Maar ten tweede zijn de Schetsen hier en daar bij-en omgewerkt en ook zijn er geheel nieuwe hoofdstukken aan toegevoegd. En zoo is het in alle opzichten een nieuw boek, dat alleszins belangrijk is voor allen, die belangstellen in een voornaam stuk van onze nieuwe Vaderlandsche Kerkgeschiedenis en dat niet zonder ontroering zal worden gelezen door duizenden in den lande. Want de zaak van de Afscheiding leeft nog in de harten van zéér velen, 't zij zij in 1834 „meegegaan zijn", dan wel dat zij in de Hervormde Kerk zyn gebleven. En het Gereformeerde volk van Nederland — zoo jammerlijk verdeeld en verscheurd — zal goed doen dit boek te lezen en nog eens met volle aandacht te doorlezen 't geen in de vorige eeuw binnen de grenzen van Kerk en Vaderland is geschied.
Het schrijven van ds. D. Molenaar van Den Haag aan al zijn „Hervormde Geloofsgenooten" (1827) is het aanknoopings-en beginpunt. Wat trok dat schrijven van den Haagschen predikant direct de aandacht in ons Vaderland ! In hetzelfde jaar waarin het werd gepubliceerd beleefde het den 7den druk ! Achtereenvolgens verschijnen dan verschillende bekende personen voor 't voetlicht. Dirk van Hogendorp, Da Costa, Capadose, De Clercq, baron van Zuylen tot Nyevelt worden ons geteekend. Achtereenvolgens passeeren dan de revue dr. F. Kohlbrugge, ds. H. de Cock, ds. H. P. Scholte, ds. A. Brummelkamp, ds. G. F. Gezelle Meerburg, ds. S. van Velzen, ds. H. J. Buddingh, de Haan, Ledeboer, van Raalte enz.
Dr. van der Does, zelf een zoon der Scheiding en met de Kerk der afscheiding saam gegroeid, beeft alles te voren naarstig onderzocht. En niet alleen van de bekende dominees weet hij de bekende dingen na te vertellen, maar van de velen, die om der waarheid en om der consciëntie wil zooveel geleden en gestreden hebben, weet hij allerlei te verhalen. Omtrent de vervolging van de Afgescheidenen weet dr. van der Does tal van bizonderheden, die in 't geheel of bijna niet bekend zijn, mede te deelen. En we kunnen, bij 't lezen, ons voorstellen wat onze Vaderen — want 't zijn ook ónze geestelijke voorouders — geleden hebben, niet 't minst van den kant van de verlichte dominees en ouderlingen, als ook van 't denkend deel der natie. Doordat dr. van der Does het Rijksarchief geraadpleegd heeft en de geheime dossiers van den minister van Maanen, kan hij allerlei boeiende mededeelingen doen omtrent den arbeid van speciale speurders, die deze minister in dienst heeft gehad (!!!) Twee van deze speurders F. C. Muysken woonachtig in de provincie Utrecht en zekere Bergmann, die in 1830 uit België naar Amersfoort was verhuisd, hebben den minister voortdurend door brieven op de hoogte gehouden van het doen en laten der Afgescheidenen en dr. van der Does publiceert in zijn merkwaardig boek verscheiden brieven van deze geheime agenten, wat geweldig interessant is. Want o.a. wordt melding gemaakt van een rapport, door Bergmann met potlood in de hand opgesteld tijdens een rechtszitting in 1836, waarbij ds. Buddingh als beklaagde terecht stond. Een .welsprekend getuigenis van de partijdigheid tegen de Atgescheidenen aan den dag gelegd en van de houding der overheid in het betrokken conflict.
Merkwaardig is hetgeen de schrijver met citaten uit de authentieke documenten meedeelt omtrent de uitspraken van den Raad van State, die door Koning Willem II, na zijn troonsbestijging, over het geval werden geraadpleegd. Deze stukken zijn altijd alleen maar bekend geweest aan den Koning en zijn ministers en hebben voorts rustig gesluimerd in het geheime archief Er blijkt nu uit, dat — gelukkig! — de Raad van State geenszins accoord is gegaan met het strenge en harde optreden van de regeering ! Telkens heeft men getracht de besluiten in zachteren vorm uitgevoerd te krijgen, maar helaas! tevergeefs.
Vele portretten en tal van illustraties versieren dit boek, dat door Meinema te Delft op buitengewoon mooie wijze is verzorgd en van een typografische uitvoering is welke in alle opzichten valt te roemen,
Wij hopen van geheeler harte, dat dit belangrijke, mooie boek zéér veel aftrek mag hebben. Wij bevelen het gaarne bij onze lezers aan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's