JONKER VAN STERRENBURGH
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Buurvrouw Aaltje moet in elk geval de reuk er maar niet van krijgen, want dan is er geen huis meer met haar te houden.
Zoo wordt gesproken, terwijl de wijzer van de klok al meer en meer het gewichtig uur nadert.
Tegen achten komt Klaas bij de familie. Na de eerste begroeting en gelukwensch met den verjaardag is ook zijn vraag :
„Wat zullen wij nu beleven ? " „Weet je er dan werkelijk niets van, Mollema, wat hier achter zit ? "
„Niets", zegt Douwe, en ieder kan aan zijn gezicht wel zien, dat hij zelf niet minder verlangend is om te weten te komen wat de avond nog brengen zal. Alleen verzwijgt hij wat de Jonker gezegd heeft over hun huwelijk, omdat hy vreest, dat de jongelui dan nog meer in de war zullen geraken en omdat hij ook niet weet, hoe zij daarover zelf denken. Wil de Jonker daar al meer van weten dan moet hij het hun zelf maar vragen.
„Hoe moet ik hem aanspreken ? " vraagt Klaas.
„Zeg maar van „mijnheer" of „Jonker, " Met is hem beide goed."
„'k Wou ook al zoo lief een dag aan de spade staan, dan dit karwei opknappen, " zegt hij, en Jap is stil.
Als zij er zeker van is, dat buurvrouw Aaltje niet om een hoek staat, wordt vlug de hoed opgezet om te vertrekken.
„Goede reis, " zegt Douwe; en moeder lacht maar : „wat ben jullie helden."
Maar Jap meent, als moeder zelf maar eens naar dat groote huis moest, dan zou zij er wel anders over spreken.
Als de heldere bel aan de hoofddeur hoog opklinkt door de ruime vestibule, dan zegt Jap tegen Klaas:
„Mijn hart slaat acht en tachtig, " en haar gelaatskleur verraadt, dat zij niet ver mis is.
Weldra wordt opengedaan. Gelijk indertijd haar vader, zoo wordt nu ook zij met Klaas door de lange gangen gebracht, om eindelijk in een rijk gemeubileerde kamer te worden gelaten. Niemand is hier nog aanwezig, zoodat zij allen tijd hebben om op hun verhaal te komen en de omgeving eens op te nemen. Fluisterend maken zij elkander opmerkzaam op de bijzonderheden, die hier te zien zijn. Alles is hier zoo vreemd en zoo nieuw. Dat is nog wat anders dan in de pronkkamer op „de Eendenkooi". Wat is er al een vreemd goed in de wereld, denkt Jap, en wat moeten de menschen daar toch al te maal mee.
„Zou je hier wel wonen willen ? " fluistert Klaas.
„Niet graag ; 't is me te fijn, " luidt het antwoord.
Eindelijk wordt de nadering van voetstappen vernomen. Nog eenige oogenblikken — daar opent zich de deur. Het is de Jonker.
„Goeden avond, samen, " zegt hij, „kom, dat is flink op tijd, daar houd ik van. Hoe gaat het jullie ? " — „Best, mijnheer, " is het eenigszins bedeesde antwoord. — „'k Feliciteer je hoor met den verjaardag van je vader, " — „Dank u wel, mijnheer." — „Al wat tot rust gekomen na de vele drukte van den laatsten tijd ? " vraagt hij aan Jap. — „Ja, mijnheer, 't gaat wel, maar nu komt eerstdaags het boelgoed en dat brengt ook al weer allerlei beslommeringen mee. Ik lever de meubels ook liefst netjes af." — „En dan ? " — „Dat weet ik nog niet, mijnheer; 'k heb ook al eens rond gezien, maar tot nu toe nog niets. Men weet van zelf ook nog niet wie op de boerderij komt wonen en of die menschen ook een meid moeten hebben Misschien, dat ik er dan blijven kon." — „En weet jij ook niet wat ze doen moet ? " vraagt de Jonker opeens aan Klaas.
Verwonderd kijkt deze hem aan en antwoordt dan :
„Neen, mijnheer. Ik wou hebben, dat ze eerst maar eens wat rust zou nemen, maar zij is bang, dat zij zich dan vervelen zou. Zij kan niet stil zitten moet mijnheer rekenen."
„Dus je zou Wel op „de Eendenkooi" willen blijven wonen ? " — „Als het kon en het geschikte menschen waren, graag." — „Anders niet ? " — „Hoe bedoelt de Jonker ? " — „Ik 'bedoel, als je daar nu eens boerin kon worden, met dezen man als boer, " en dan tot Klaas, „als jij daar nu eens boer werd, met haar als boerin."
De uitwerking van dit woord is moeilijk weer te geven. Met een paar vreemde gezichten zien de jongelui elkander aan. Al hadden zij het in Keulen hooren donderen dan kon hun verbazing niet grooter zijn. Niet een van hen zegt een woord Zij begrijpen niet goed wat dat alles inhoudt. Het is nog niet goed tot hen doorgedrongen, wat daar achter ligt, omdat geen oogenblik aan de mogelijkheid hiervan gedacht is.
Verlegen schuilt Klaas in den stoel heen en weer, en Jap frommelt haar zakdoek tot een prop, terwijl haar vingers zenuwachtig beven.
„De zaak zit zoo, " aldus vervolgt Jonker van Sterrenburgh, zich houdend alsof hij hun verlegenheid niet merkt, „ jullie weet, dat ik door aankoop eigenaar van „de Eendenkooi" geworden ben. Nu word ik overladen met aanvragen van menschen, die gaarne de boerderij willen huren, maar ik heb een ander plan. Mijn bedoeling is de plaats aan mij te houden en iemand als zetboer aan te stellen op vast salaris, met vrij gebruik van de opbrengst der landerijen voor eigen huishouding, benevens van de zuivelproducten en een bepaalde provisie voor het gemaak. Nu had ik gedacht. dat dit juist iets voor jullie was, te meer, waar er zeker wel banden zijn, die Jap op "de Eendenkooi" binden en ik daardoor meteen een eereschuld af doe, die eigenlijk van af de kinderjaren nog op mij rust tegenover een schoolkameraad."
Maar nog altijd bewaren de jongelui het stilzwijgen. Niet een zegt een woord, omdat geen van beiden zich heeft voorgesteld zóó spoedig voor een gewichtige verandering in het leven te worden geplaatst.
„Komaan, hebben jullie misschien bezwaren ? " vraagt de Jonker. En dan verder : „laat ik dit nog even zeggen, ik heb maar een voorwaarde of eigenlijk twee. De eerste is, dat jullie zoo spoedig mogelijk man en vrouw wordt, om dan samen met frisschen moed en kracht den arbeid op „de Eendenkooi" te aanvaarden, en de tweede, dat althans de eerste tijden alles daar zooveel mogelijk blijft, ter eere en nagedachtenis van de familie Brandsma, die ik hoog achtte."
Maar nog altijd is hun tong als verlamd. Jap is anders niet spoedig verlegen, maar dit wordt haar te kras. Het duizelt haar; zij boerin ; dus trouwen ? En dat met zulke vooruitzichten ?
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's