De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever .J. H. Kok te Kampen
„Nu begrijp ik er niets meer van. Geen boer en geen boerenzoon, er kan toch ook geen kleermaker op de boerderij wonen. Zeg het eens ; ik geef het op".
„Klaas Lolkes".
„Klaas Lolkes ? Met Jap ? "
„Ja".
„Heb je van je leven. Je moet ook maar gelukkig wezen. Dan wil ik wel gelooven, dat de jongelui gisteravond zoo hoog stapten. Nou, ik feliciteer je maar. Het is anders geen kleinigheid. Dat kost ook geld".
Maar meer wordt Aaltje niet gewaar. Trouwens, zij kan het hier voorloopig mee doen.
Even later moet zij naar Klaas Kroontje om iets te koopen, maar om hem tevens te vertellen wat zij weet, en nog dien zelfden dag wordt het in 't gansche dorp van mond tot mond herhaald, dat Jap van Douwe Mollema op „de Eendenkooi" „vrouw" wordt en natuurlijk Klaas Lolkes haar man. Gelijk gewoonlijk in dergelijke gevallen, ontbreekt het niet aan allerlei op-en aanmerkingen. Daar zijn er, die het niet kunnen hebben, dat deze eenvoudige menschen zoo vooruit geholpen worden, en kwaadsprekende tongen doen hun best om de edelmoedigheid van Jonker van Sterrenburgh aan lage doeleinden toe te schrijven. Doch de meesten spreken anders. Boer Yntema b.v. verheugt zich bijzonder over deze daad van den rijken Jonker, die nog eens wat doet met zijn geld, ter beschaming van zoo velen, die altijd maar vergaderen, zonder ook eens uit te strooien.
Zoowel ds. Velthuis als ds. Feurman gaan nog dienzelfden dag naar de familie Mollema, om deze geluk te wenschen met de onderscheiding, welke Jap ten deel gevallen is en die in hun oog zoo dubbel en dwars is verdiend. Klaas Lolkes heeft dien dag maar vrij-afgenomen. Telkens kwamen er om hem te feliciteeren, en hij wist ternauwernood waar zijn hoofd stond. Jap zelf ging Anneke boodschappen welk een verandering in haar leven aanstaande was, en vergat niet om op te merken, dat Anneke mee de hand hierin had, omdat zij Klaas had aangemoedigd Jap te vragen. En beide vriendinnen zijn één in de belijdenis, dat het van den Heere is geschied en Hij het met hen beiden zoo wonder wél heeft gemaakt. Zelfs oude Marijke van den zandweg, als zij het hoort, kan het niet nalaten den brievenbesteller een kaartje voor Jap mee te geven, waarop zij haar beste wenschen uitdrukt. Weliswaar wordt hierdoor een schoone illusie haar ontnomen, waar zij indertijd zoo gehoopt had dat Hein van den smid in den kring van de Mollema's zou zijn opgenomen, doch zij wist ook dat deze dingen niet plaats hadden zonder de voorzienigheid Gods. En van harte kon 't oudje zich met de velen verheugen, die de toekomstige bewoners van „de Eendenkooi" een recht gelukkig leven toedachten.

HOOFDSTUK XV.
Wij slaan een vijftal jaren in de geschiedenis over.
Niettegenstaande al de sombere voorspellingen van Klaas Kroontje, dat het nu op „de Eendenkooi" wel spoedig een janboel worden zou, omdat zoo'n arbeider, als zijn naamgenoot, lang niet berekend was voor het bestuur van zoo'n groot bedrijf, en Jap inplaats van te werken nu wel „de vrouw" zou gaan uithangen, gaat het daar bovenst best. Was het in 't begin voor Klaas Lolkes vreemd geweest, dat hij, inplaats van ondergeschikte te zijn, nu zelfstandig moest optreden, en kwamen er wel eens dingen voor, die hem niet altijd dadelijk duidelijk waren, het ontbrak hem niet aan den noodigen werklust en evenmin aan nauwgezette plichtsbetrachting. „We zullen 't vertrouwen van den Jonker ons zien waardig te maken", had hij tot Jap gezegd, en zij was het daar volkomen mee eens geweest. Vóór dag en dauw is hij al bij de pinken, als op geen enkele boerderij de haan nog kraait, om den arbeid van dien dag te regelen of het vee te verzorgen, terwijl zijn vrouw voor hem niet onder doet. Bij de aanvaarding van de boerderij had de Jonker hem gezegd, dat aan Lettinga was opgedragen hem, zoo vaak dat verlangd werd, met raad en daad bij te staan, en Klaas is niet te voornaam geweest om hiervan gebruik te maken, zoodat Lettinga zijn rechterhand is geworden, wiens raad, vooral bij den aan-en verkoop, voor hem van onschatbare waarde is.
Zoo komt het, dat „de Eendenkooi" inplaats van achteruit te gaan, nog eerder vooruit gaat, en als oude Brandsma na de eerste jaren eens had kunnen zien hoe groot het gemaak is geweest, zoowel op den bouwgrond als bij den zuivel, dan had hij zeker van verbazing de handen inéén geslagen.
Wat echter bovenal niet vergeten mag worden dat was, dat de jonge boer en zijn vrouw zich beiden bewust zijn, dat de zegen des Heeren hun arbeid kroont. De beste wenschen op den trouwdag door ds. Feurman zoowel voor hen als voor Jouke en Anneke uitgesproken, toen hij hun beider huwelijk bevestigde met de woorden welke God tot Abraham sprak : „wees gezegend en ten zegen", schijnen althans tot hiertoe letterlijk in vervulling te gaan. Geen enkelen tegenslag van belang is er nog geweest. Wél is er eens een schaap verdronken of een kalf dood ter wereld gekomen ; een enkelen keer bezweek een varken aan de vlekziekte en ook is de opbrengst van de een of andere vrucht wel eens beneden het middelmatige gebleven, doch zelfs aan vreemden viel het op, hoe gelukkig de nieuwe boer van „de Eendenkooi" altijd was. Eens is het zelfs voorgevallen dat zijn boter de eerste keur kreeg, tot Niet geringe blijdschap van Jap, die deze bereid had, en tot hooge voldoening van den Jonker, die in stilte gadesloeg hoe uitstekend het bedrijf daar ginds werd uitgevoerd.
Intusschen is mede door deze geschiedenis Jonker van Sterrenburgh ongewild de man geworden, wiens naam op aller lippe zweeft. Reeds had de geestelijke verandering, Welke bij hem had plaats gegrepen, in de hooge kringen algemeen van hem doen spreken. Op de sociëteit vertelden Van Nauta en Van Rinia, dat het op „Grovestins" zulk een fijne boel was, dat zelfs het lachen binnen de poort van het Slot was verboden, en alles van een kleur moest zijn precies als in een klooster. Nu bracht de geschiedenis van „de Eendenkooi" den boerenstand in beweging. Niet het minst, omdat er zoovele liefhebbers om deze boerderij geweest waren, die zich teleurgesteld zagen. Dat was geheel iets ongehoords! Zoon groot bedrijf, op zulk een vruchtbare zathe. die vast wel tegen de zestig gulden per pondemaat kon doen, in handen geven van een man, die zijn heele leven lang gewoon arbeider was geweest, en van een vrouw die, nu ja, als meid wel flink kon zijn, maar een paar goede handen aan haar lijf, maar die zich toch met geen „boerendochter met munny" kon vergelijken. Wat zou dat worden !

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's