STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE KERKELIJKE GEZINDTE.
Het dezer dagen vanwege het Centraal Bureau voor de Statistiek in druk verschenen derde deel van de 11e algemeene volkstelling, die, zooals bekend is, op 31 Dec. 1930 werd gehouden, geeft een aantal gegevens omtrent de kerkelijke gezindten der bevolking, welke gegevens een uitgebreid studiemateriaal opleveren, waaruit de gang van zaken van het kerkelijk leven in ons land gedurende de laatste tien jaren, aan de volkstelling voorafgaande, gekend wordt.
Uit den schat van cijfers, die het Centraal Bureau in dit derde deel bijeenverzameld heeft, willen wij enkele cijfers naar voren brengen.
In de eerste plaats die van de Nederduitsch Hervormde Kerk.
De jaarcijfers voor Nederland van 1932 vermelden, voor wat betreft de indeeling der bevolking naar de Kerkgenootschappen, dat het aantal Ned. Hervormden bij de volkstellingen van de jaren 1869, 1889, 1899, 1909 en 1920 respectievelijk bedroegen 1956852, 2194649, 2471021, 2588261 en 2826633 mannen en vrouwen ; een gestadigen vooruitgang dus van het aantal Hervormden. De groei is intusschen niet van zoo groote beteekenis, wanneer in aanmerking wordt genomen, dat de bevolking iedere 10 jaren met ongeveer één millioen zielen vermeerdert.
Welke resultaten voor de Ned. Hervormde Kerk heeft nu de laatste volkstelling opgeleverd ?
Het resultaat is dit, dat zich als behoorende tot deze Kerk op 31 December 1930 opgaven 1343693 mannen en 1388640 vrouwen, alzoo in totaal 2732333 ingezetenen.
Vergelijkt men dit cijfer met dat van het resultaat der vorige tienjarige volkstellingen, dan blijkt daaruit, dat in de laatste tien jaren voor de eerste maal achteruitging in het ledental van de Ned. Hervormde Kerk heeft plaats gehad. Zelfs kwam 't cijfer van de laatste volkstelling bij dat van de volkstelling van 31 December 1920 ruim 90.000 ten achter en zulks niettegenstaande het feit, dat wij hierboven reeds opmerkten, het totaal der bevolking in het tijdperk van 1920 tot 1930 met één millioen zielen vooruitging.
De teruggang van het aantal Hervormden in den loop van het derde decennium (tijdruimte van 10 jaren) van de twintigste eeuw, is het zeer ernstige feit, dat het Centraal Bureau in zijne belangrijke cijfers constateert.
De Ned. Hervormde Kerk boet van hare positie als de meest invloedrijke Kerk een belangrijk deel in.
Het is het gevolg van de geestelijke verwildering en de groeiende onverschilligheid ten opzichte van de religie, die vooral in de laatste jaren haar stempel op 't kerkelijk leven van ons volk hebben gedrukt.
Het kwaad komt bij de volkstelling in de rubriek van hen, die op 31 December 1939 verklaarden, tot geen Kerkgenootschap te willen worden gerekend, tot uiting.
Deze rubriek vormt vooral voor de Ned Hervormde Kerk de groote schadepost.
Bij eene vorige gelegenheid — onze lezers zullen zich dit herinneren — hebben wij al eens de aandacht gevestigd op het verlies dat de groote Hervormde gemeenten van Nederland blijkens de gegevens van ^^ laatste volkstelling geleden hebben, ten gevolge van het groote aantal lidmaten en doopleden, dat tusschen de jaren 1920 en 1930 de kerk heeft verlaten.
Met het verschijnen van dat gedeelte der volkstelling, dat handelt over de kerkelijke gezindte, is thans het totaal van de rubriek van : „tot geen kerkelijke gezindte behoorende", bekend geworden.
Dit totaal bedroeg op 30 December 1930 613705 mannen en 530688 vrouwen, tezamen alzoo 1144393 personen, d.i. 14.42 pCt. der bevolking.
Hoe de rubriek „tot geen kerkelijke gezindte behoorende" bij de verschillende volkstellingen is verloopen, blijkt ook weer uit de jaarcijfers voor Nederland van 1932,
Bij de volkstellingen van de jaren 1869, 1889, 1899, 1909 en 1920 gaven zich op, als tot geen kerkgenootschap behoorend, respectievelijk 6461, 66085, 115179, 290960 en 533174 ingezetenen.
Het getal Nederlanders, dat zich op 30 December 1930 opgaf als tot geen kerkgenootschap te behooren, bedroeg dus meer dan het dubbele van dat van hen, die in 1920 deze verklaring aflegden.
Dit belangrijke feit moet ongetwijfeld de Ned. Hervormde Kerk een ernstige waarschuwing zijn.
Opmerkelijk is intusschen de mededeeling, die het Centraal Bureau voor de Statistiek doet met betrekking tot de percentages, van de tot geen kerkelijke gezindte behoorende, verdeeld over de verschillende provincies :
Noordbrabant Gelderland Zuidholland Noordholland Zeeland Utrecht Friesland Overijssel Groningen Drenthe Limburg 1.12 pCt. 6.13 pCt. 16.45 pCt. 28.51 pCt. 6.25 pCt. 11.59 pCt. 23.17 pCt. 11.67 pCt. 21.48 pCt. 11.29 pCt. 1.03 pCt.
Uit deze verdeeling van de tot geen kerkelijke gezindte behoorende over de verschillende provincies, blijkt, dat daar waai' in de Ned. Hervormde Kerk het modernisme het weligst tiert, de afval van de kerk ook het grootst is.
Noord-Holland, Friesland en Groningen staan boven aan de lijst.
Wij zullen van deze dingen verder niets meer zeggen. Wij geven alleen de cijfers. Het laatste woord zal over dit onderwerp nog wel niet zijn gesproken.
Eene zaak is echter voor het oogenbllk noodig om er de aandacht op te vestigen, en deze is, dat de Ned. Hervormde kerk waakzaam zij en blijve.
Een gewaarschuwd mstn, zegt het spreekwoord, geldt voor twee.
OP DEN GOEDEN WEG.
De Regeering schijnt met de hulpverleening aan den landbouw op den goeden weg te zijn. Althans van alle kanten worden de maatregelen, die Minister Verschuur thans heeft genomen, geprezen.
Minister Colijn zeide het destijds in de Tweede Kamer bij het optreden van het Kabinet, dat alvorens nieuwe stappen zouden worden gedaan om den landbouw verder te steunen, de resultaten van de Londensche conferentie dienden te worden afgewacht. Mocht deze conferentie geen uitkomst geven, dan zou de Regeering haai] eigen weg gaan en de landbouwmoeilijkheden opnieuw onder de oogen zien.
Dit laatste is nu geschied.
Het resultaat van haar onderzoek heefl de Regeering er toe gebracht, om bij de Staten-Generaal de landbouw-crisiswet in te dienen, die inmiddels in het Staatsblad verscheen en op grond waarvan dezer dagen het crisisgraanbesluit werd uitgevaardigd, dat met ingang van 14 Augustus in werking is getreden.
Bij dit besluit werd opgericht een tijdelijke graancentrale, waardoor de invoer van granen wordt gecontroleerd en de invoer slechts mag plaats hebben tegen betaling van een vast recht.
Deze graancentrale is opgericht, ten einde te voorkomen, dat in afwachting van definitieve regeling, waarmede nog eenige tijd gemoeid zal zijn, groote voorraden graan tegen de huidige lage prijzen uit het buitenland worden ingevoerd.
Blijkens hare maatregelen heeft de Regeering dus een nieuwe stap gedaan op de weg der autarkie.
Dat de steunregeling aan den graanbouw moeilijkheden zal opleveren voor de veehouderij, die op haar beurt voor haar vee goedkoop voedergraan behoeft, valt niet te ontkennen, doch het is bekend, dat de regeering ook de bezwaren voor de veehouderij onder de oogen ziet en deze tot oplossing wil brengen.
Vast staat intusschen dat het geheele landbouwvraagstuk onverwijld tot oplossing behoort te worden gebracht.
Wat tot heden geschiedde is verblijdend en hoopgevend.
Wij hebben goed vertrouwen, dat binnenkort, kennende de voortvarendheid van het Kabinet Colljn, de boerenstand in zijn geheel zoo zal geholpen worden, dat hij in staat is het hoofd boven water te houden.
Dat er haast bij het werk is, daarop wijzen de feiten van groote armoede en van veel zorgen ten plattelande, waarvan ook het gevolg is, dat de kerk, de diaconie, de zending en de school in 't gedrang komen.
De landbouw is voor ons volk van zoo groote beteekenis en neemt in ons land zoo breede plaats in, dat vóór alles de bodemexploitatie weer loonend zal moeten worden.
Geschiedt dit, dan zal heel ons volk daarvan profijt trekken.
Anders staat het ergste te vreezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's