De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

8 minuten leestijd

HET UNIFORMVERBOD.
Reeds bij vroegere gelegenheden hebben wij de aandacht gevestigd op de noodzakelijkheid om van regeeringswege maatregelen te treffen tegen het in het openbaar dragen van kleedingstukken of opzichtige onderscheidingsteekenen, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streden, of korter gezegd, dat het dragen van uniform door niet bevoegden in het openbaar zal verboden worden.
Dat de Regeering, waaraan zij vroeger nooit zou hebben gedacht, zich de bevoegdheid gaat toekennen om maatregelen voor te schrijven, waarbij het dragen van bepaalde kleedingstukken verboden wordt, moge, op zichzelf bezien, absurd (dwaas) lijken, toch leiden de omstandigheden, zooals wij eenigen tijd geleden schreven, er toe, om een z. g. n. uniformverbod uit te vaardigen.
De toestand is op het oogenblik toch zóó geworden, dat, terwijl vroeger vrijwel alleen de Marxistische partijen, socialisten en communisten, zich met opzichtige onderscheidingsteekenen als roode vlaggen, roode bloemen of roode linten tooiden, teneinde de opmerkzaamheid te trekken en propaganda voor de revolutionaire denkbeelden te maken, tegenwoordig ook anti-Marxistische groepen — bij zonderlijk fascisten, nationaal-socialisten, of onder welken naam deze organisaties zich aandienen — dat voorbeeld volgen.
Al deze politieke groepen gaan meer en meer van den openbaren weg gebruik maken voor het houden van hunne manifestaties en demonstraties, waardoor niet alleen het publiek, dat zich rustig langs de straat beweegt, gehinderd wordt, maar vooral ook, wijl de denkbeelden van de manifesteerende en demonstreerende politieke organisaties vierkant tegenover elkander staan, de openbare veiligheid in gevaar komt, met het gevolg, dat orde-en rustverstoringen op den openbaren weg aan de orde van den dag zijn.
Het zijn geen uitzonderingen, dat door de verscherping der politieke tegenstellingen en door de moderne methoden van betoogen der verschillende politieke groepen, wanordelijkheden op de straat plaats vinden, die soms in ware veldslagen ontaarden en de politie handen vol werk geven om de vechtenden te scheiden en het publiek te beschermen tegen den overlast, dien het van deze rustverstoringen ondervindt.
Hier komt zich te wreken de zwakheid van vroegere regeerders, die de propaganda der revolutionair-gezinden vrijwel rustig lieten voortgang hebben. Zij kunnen nu de gevolgen van een dergelijk zwak optreden aanschouwen.
Van het Kabinet Colijn, dat in zijn regeeringsverklaring schreef : „Tegen extremisme, van welke zijde zich dit ook openbaart, zal met beslistheid worden opgetreden. Het oefenen van terreur tegenover de ordelievende bevolking en het verwekken van onrust zullen zonder aarzeling worden tegengegaan", was te verwachten, dat het aan de orde-en rustverstoringen, die zich op den openbaren weg schier eiken dag voordoen, een einde zou maken.
De eerste maatregel daartoe is het wetsontwerp dat dezer dagen bij de Staten-Generaal werd ingediend, n.l. eene aanvulling van 't Wetboek van Strafrecht, waarbij strafbaar wordt gesteld „het dragen of voeren in het openbaar van kleedingstukken of opzichtige onderscheidingsteekenen, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven".
Ter toelichting van het wetsontwerp schrijft de Minister van Justitie :
„Het ostentatief dragen — of voeren — van kleedingstukken of onderscheidingsteekenen met staatkundige strekking werkt, in het bijzonder in dagen van spanning, op politieke tegenstanders uittartend. Voorbeelden daarvan vertoonen zich in den laatsten tijd helaas meermalen. Bij herhaling was in verband daarmede, soms uitgebreid, politie-optreden noodzakelijk tot handhaving van de openbare orde".
Met deze sobere uiteenzetting van de noodzakelijkheid van het treffen van maatregelen tegen het verschijnsel van den laatsten tijd, dat aan staatkundig streven in het openbaar uitdrukking wordt gegeven, motiveert de Regeering de indiening van het wetsontwerp.
De Regeering heeft met het regelen der materie in het Wetboek van Strafrecht op voorbeeld van het buitenland de toepassing in handen van de rechterlijke macht gelegd en niet in die van haar zelve.
De rechterlijke macht zal dus het desbetreffende artikel van het Wetboek van Strafrecht hebben te interpreteeren (uit te leggen). Of zich daarbij geen moeilijkheden zullen voordoen, zal de practijk moeten leeren.
Misschien ware het doelmatiger geweest een algemeen wettelijk voorschrift te geven met een door de Regeering uit te vaardigen stelsel van verbodsbepalingen voor bepaald aangewezen kleedingstukken en onderscheidingsteekenen.
Men kan er toch van opaan, dat door de politieke groepen, die hunne denkbeelden op den openbaren weg aan den man willen brengen, gepoogd zal worden om buiten het artikel te blijven, dat op het staatkundig streven in het openbaar uitdrukking te geven, straf bepaalt.
De mensch is vindingrijk.
Een Koninklijk Besluit is bovendien gemakkelijker aan te vullen, dan een wet te wijzigen.
Hoe dit intusschen zij, het wetsontwerp zal zekerlijk door alle wèldenkenden met ingenomenheid zijn begroet geworden.
Toch doen zich nog allerlei vragen voor, die, voordat de wet tot stand komt, onder de oogen zullen moeten worden gezien. Volgens den Minister zal het dragen van een zwart hemd verboden zijn, doch ook het dragen van een roode das ?
Opzichtige onderscheidingsteekenen zijn niet geoorloofd te dragen, doch wel b.v. een hakenkruis van klein model ?
Wij zouden deze vragen met meerdere kunnen aanvullen.
Een vraag van geheel anderen aard is deze, of het verbod van het in het openbaar dragen of voeren van kleedingstukken of opzichtige onderscheidingsteekenen, zich ook uitstrekt tot de jeugdbeweging van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij ? Zooals bekend is, dragen de leden van de Arbeiders Jeugd Centrale (A. J. C.) een blauw hemd met roode das.
Op het eerste gezicht zou men de hier gestelde vraag ontkennend kunnen beantwoorden, omdat de Jeugdbeweging der S.D. .P. naar geen staatkundig beginsel streeft. Echter de Statuten van de A. J. C. leeren wel anders.
Artikel 2, lid 2, der Statuten luidt: „Inzonderheid wat de leden van 16 jaar en ouder betrefit, wordt beoogd een meer directe voorbereiding tot het actief en het doelbewust deelnemen aan de maatschappelijke taak der arbeidersklasse".
Uit al deze gevallen blijkt, dat het voor e rechterlijke macht nog niet zoo gemakkelijk en eenvoudig zal zijn om het nieuwe wetsartikel toe te passen.
Het begin is er echter.
En voor dit begin, waarvan ontegenzegelijk preventieve kracht zal uitgaan, zijn wij de Regeering dankbaar.

EED VAN DE LEDEN DER STATEN GENERAAL.
Over dit gewichtige onderwerp, dat binnenkort wel aan de orde zal komen, maakt prof. mr. Paul Scholten in een der laatste nummers van het Algemeen Weekblad belangrijke opmerkingen. De hoogleeraar schrijft o.a. :
Wie niet kan zweren of beloven getrouw te kunnen zijn aan de Grondwet, mag dit ook niet doen. Ziet hij dit zelf niet in, dan moet het hem door den wetgever worden verhinderd. Zijn onwaarachtige eed is een publiek schandaal. Om daartoe te komen, zou ik wenschen dat aan den Procureur Generaal bij den Hoogen Raad de bevoegdheid werd toegekend zich te verzetten tegen aflegging van eed of belofte naar art. 88 G.W. door hem, die blijkens zijn openlijke verklaringen en gedragingen in oprechtheid niet kan verklaren getrouw te zullen zijn aan de Grondwet. Meent de verkozene dat dit verzet ten onrechte is geschied, dan onderwerpt hij de zaak aan den Hoogen Raad. Vóór deze het verzet heeft opgeheven, wordt de betrokken persoon niet tot eedsaflegging toegelaten.
De beslissing moet m. i. liggen bij den rechter, niet bij de Kamers der volksvertegenwoordiging, noch minder bij de Regeering. De beslissing of iemand het recht heeft verbeurd te verlangen dat zijn eed of belofte als ernstig gemeend moet worden beschouwd en dus aanvaard in haar verreikende consequentie, moet onttrokken worden aan de sfeer van den partijstrijd — moet door den rechter, in wiens objectiviteit vertrouwen bestaat, worden uitgemaakt. Voor Provinciale Staten en Gemeenteraad zouden analoge bepalingen moeten worden gemaakt, waarbij echter niet de Hooge Raad, maar Hof en Rechtbank de beslissing zouden hebben te geven.
Het gevolg zou zijn, dat sommige gekozenen niet in functie zouden kunnen treden, hun plaatsen zouden leeg blijven. In het ontbreken van 't wettelijk getal zou uitkomen, dat een deel van het volk een volksvertegenwoordiging op den voet der constitutie in het geheel niet wenscht.
Wellicht voert men tegen dit voorstel aan, dat bij aanneming dit deel der bevolking ten onrechte de mogelijkheid mist haar stem in de vertegenwoordiging te doen hoeren. Wie dit zegt, vergeet dat ook dit recht gehoord te worden alleen binnen de constitutie bestaat. Het parlementaire stelsel berust op de tegenstelling van partijen, doch alleen van partijen, die elkaar erkennen, die met elkaar kunnen strijden, omdat zij een gemeenschappelijk strijdperk hebben. Dit strijdperk is dat der constitutie. De oppositie kan in het parlementaire stelsel alleen een loyale oppositie zijn. Een oppositie die — hoezeer haar beginsel staat tegenover dat der Regeering — erkent, dat de Regeering Regeering is en dus gehoorzaamd moet worden. Een revolutionaire oppositie past niet in het parlement, zij is er binnen geslopen door de onoprechtheid van een belofte, die zij niet wenscht te houden. Het is recht haar te weren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's