SCHIER ALS MET GEDOOFDE VUREN...
Schier als met gedoofde vuren, Toeft mijn ziel reeds vele uren, Ja, zelfs dagen op de levenszee. Ach — straks voert de stroom haar afwaarts mee.
Schier als met gedoofde vuren ! Help, o God ! Wil brandstof sturen. Opdat, waar 't oog nu asch aanschouwt. Weer vlammengloed zijn kracht ontvouwt.
De vaart, door 's Heeren gunst begonnen, Scheen spelevaart. En overwonnen Werd toen reeds alle strijd geacht. 't Zou immers gaan van kracht tot kracht?
De afvaart ging zoo vlug, zoo snel. De vuren brandden heerlijk fel. Er was slechts weinig windgeruisch. 't Ging zingend aan op 't Vaderhuis.
En nu — 't is niet de eerste keer — Zit ik beschaamd en troost'loos neer. Ik dobber op de levenspas En speur naar vuur, doch vind slechts asch.
'k Heb bij de vuren niet gewaakt. Mijn roeping trouweloos verzaakt 'k Heb niet verwijderd d' asch der zonde. Wee mij ! Ik help Gods werk ten gronde.
O God ! Behoudt Uw werk in 't leven. Wil m' om Uws Zoons wil niet begeven. O Geest, blaast weder aan de vuren. Wil Zelf mijn levensschip besturen.
Den Haag, Sept. 1933.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's