De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Na alles goed te hebben opgenomen, had hij de jongelui gezegd dat, wanneer zij lust hadden voor deze onderneming, zij op hem konden rekenen. Daarna was veel heen en weer gepraat, een contract gemaakt, hier en daar dergelijke inrichting bezien en tenslotte tot de uitvoering der plannen overgegaan.
Zoo heeft Kleiterp zijn export-slagerij gekregen, die in de toekomst vrij zeker mede oorzaak wordt, dat men hier ook eigen veemarkt krijgt.
Er is evenwel nog meer gebeurd.
't Zal een maand of acht geleden zijn, toen de bovenzaal van „, de Vergulde Hoorn" tot achteraan toe gevuld was met boeren, afkomstig uit den ganschen omtrek. „Als het getij verloopt, moeten de bakens verzet worden". Met die woorden had de Jonker, van wien de oproep tot deze vergadering was uitgegaan, de bijeenkomst geopend en daarna uiteengezet, hoe het eisch des tijds was, dat ten opzichte van de zuivelbereiding verandering werd aangebracht, evenals elders, en ook Kleiterp, zoo gunstig gelegen in het midden eener welvarende streek, zijn zuivelfabriek kreeg. Voor minder arbeid zou meer productief kunnen worden gewerkt, terwijl het vooral ook voor de fokkerij van het grootste belang zou zijn, dat men tot bereiking van dit doel eenparig samenwerkte. Daarom had hy voorgesteld om tot de oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek over te gaan. Dat was er bij de boeren ingegaan. In een oogenblik was de grief, welke deze en gene door „, de Eendenkooi"geschiedenis nog tegen den Jonker had, vergeten. Niet een, die verwacht had, dat de rijke mijnheer van „Grovestins" zóó de belangen van geheel den boerenstand wilde behartigen, en toen met algemeene stemmen besloten werd overeenkomstig de voorstellen te handelen, werd, niettegenstaande al zijn tegensputteren. Klaas Lolkes zelfs gekozen, om in het dagelijksch bestuur der vereeniging zitting te nemen.
Zoo is het gekomen, dat voor een paar weken de aanbesteding heeft plaats gehad en eveneens dicht bij de straks aangegeven plek thans de fundamenten gegraven worden van de inrichting, waar welhaast op groote schaal de zuivelbereiding voor Kleiterp en omstreken zal plaats hebben.
Ondertusschen is de verhouding van den Jonker tot ds. Feurman steeds inniger geworden. Geregeld wordt er tusschen de pastorie en „Grovestins" voeling gehouden. Te midden van allerlei stoffelijken arbeid, die hem dagelijks in beslag neemt, is het den Jonker een verkwikking af en toe met zijn geestelijken leidsman een diep gesprek te houden over vraagstukken, betreffende den godsdienst of ook wel van algemeenen aard, maar waarover zoo maar niet met iedereen gesproken kan worden. Eigenaardig is het hoe de theoloog en de jurist hier elkander aanvullen, zoodat men om beurte leermeester en leerling is. Nimmer zal des Zondags de familiebank van het Slot in de kerk onbezet zijn, of het moet wezen, dat de Jonker op reis is of een heel enkele maal de familie bezoekt, die zich zoo langzamerhand verzoend heeft met het feit, dat op „Grovestins" de toestanden gewijzigd zijn. Het is trouwens in al zijn doen en laten aan hem te merken, dat hij maar niet een andere opinie gekregen heeft en dus anders over verschillende dingen denkt als voorheen, maar dat de belijdenis der waarheid Gods door zijn ziel is gegaan. Hij is een ander mensch geworden. Hij heeft ean ander leven gekregen. Een nieuw leven. Hij is „wederom geboren".
De sombere, zwaarmoedige uitdrukking van het gelaat is verdwenen, en in een vroolijke, opgewekte, blijmoedige stemming verricht hij gewoonlijk zijn werk. Elken morgen heeft er een stille afzondering plaats, in welke oogenblikken geestelijke kracht voor den komenden dag verzameld wordt en waarna met moed aan den arbeid wordt gegaan. Is hij door het geloof in Christus niet verzekerd geworden van de on verderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die voor hem in de hemelen wordt bewaard ? Heeft hij geen vrede met God gekregen, en wacht hem niet de heerlijkheid Gods ? Mag hij niet roemen in de zekerheid der zondenvergeving door Hem, die werd overgeleverd om onze zonden, maar ook opgewekt tot onze rechtvaardigmaking, en die nu aan Gods rechterhand gezeten, priesterlijk de Zijnen heiligt en koninklijk hen bewaart, om hen allen tot zich te trekken ?
Daarom kan hij zoo vroolijk zijn en klinkt zijn lievelingslied menigmaal door kamer en gang :
'k Heb geloofd, en daarom zing ik. Daarom zing ik van gena. Van ontferming en verlossing Door het bloed van Golgotha. Daarom zing ik U, die stervend Alles, alles hebt volbracht; Lam Gods, dat de zonde wegneemt. Lam van God voor ons geslacht!
En wanneer hij dan met menschen, die hem verstaan, zooals ds. Feurman of ds. Velthuis of oude Marijke of zijn koetsier, spreekt over de wegen Gods, die Hij vaak houdt met Zijn volk, om hen te brengen tot het heil dat in Christus is, dan vloeit zijn mond over van lof en dank aan den Heer, die hem bij zooveel aardsche zegeningen ook de geestelijke gaven niet onthouden heeft, 'k Heb maar één begeerte — zoo heeft hij eens gezegd — het is om altijd meer en getrouwer mijn leven te stellen in den dienst des Heeren, gelijk de dichter het uitdrukte :
„Voor U wil ik leven — voor U wil ik lijden, Voor U wil ik d' aard' doen weergalmen van lof,
Aan U wil ik adem en levenskracht wijden Tot de Engel des Heeren mij slake uit het stof.
Zoo geeft zijn bazuin geen onzeker geluid. Ieder weet, wat hij aan Jonker van Sterrenburgh heeft en niettegenstaande 't groote verschil dat er bestaat tusschen hem en zoovelen met wie hij voortdurend in aanraking komt, is er niet een, die hem niet respecteert, omdat gezien wordt dat, hetgeen hij belijdt, ook in de practijk van het leven in daden wordt getoond. Zelfs Van Nauta heeft onlangs ergens verzekerd, dat als alle fijnen zo6 waren als hij, «i' best met hen huis te houden was; en dat beteekent in zijn mond nogal iets.
Nog eenmaal is het feest in Kleiterp geweest, waaraan schier allen, zonder uitzondering, hadden deelgenomen. Het was, toen door de eerepoort, opgericht vooraan in het dorp, de Jonkvrouw werd binnengeleid, die voortaan meesteres op „Grovestins" zo" zijn. Zoo ooit, dan kwam het toen uit hoe sterk de band der liefde was, die het volk aan den Jonker verbond.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's