De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

7 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
De intocht van 't jonggehuwde paar had een zegetocht geleken en toen voor den ingang van de Slotlaan halt had moeten gehouden, omdat heel Kleiterp daar wel vergaderd scheen en op een wenk van den meester gansch die menigte met ontbloote hoofden was gaan zingen :
Dat 's Heeren zegen op u daal, Zijn gunst uit Sion u bestraal', Hij riep u Zijnen naam ter eer, Loof, loof dan aller heeren Heer,
toen was het Jonker van Sterrenburgh te machtig geworden en had hij niet anders kunnen doen dan met de hand wenken, om zoo zijn dank te betuigen voor de eenvoudige, maar spontane hulde, door de dorpelingen hem gebracht De Heer had alles wélgemaakt, en ook in hem had het gejuicht : „Loof den Heere, mijne ziel!"
Hier zouden wij de pen kunnen neerleggen, was het niet, dat wellicht gevraagd wordt hoe het met de andere personen uit dit verhaal gegaan is.
Wat de familie Mollema betreft, jarenlang is deze met genoegen en tevens tot groote tevredenheid van de Slotbewoners in dienst van de familie Van Sterrenburgh geweest. Voor Douwe is er geen grooter vreugde dan wanneer hij mag inspannen om met zijn heer en mevrouw te gaan toeren, terwijl de rijke levenservaring van vrouw Mollema oorzaak was, dat zij meermalen bezoek van mevrouw kreeg of op het Slot geroepen werd. Sjoerd is op zijn verlangen eveneens bij de paarden gekomen, om misschien later de opvolger van zijn vader te worden, terwijl de tweede zoon de Landbouwschool te Wageningen doorloopt. In hem zit wellicht een goed tuinman, die het vooral met de kweekerij erg opheeft.
Met Jouke en Anneke is het eveneens bijzonder gezegend gegaan. Wel zijn de rampen des levens hun niet gespaard ; eens is Anneke aan den rand van het graf geweest, maar boven aller verwachting werd zij weer opgericht en bleef voor haar huis gespaard. Werken is niet noodig, als ik je maar behouden mag, heeft Jouke meermalen gezegd, en toen het zóóver was, dat versterkend voedsel de genezing voltooien moest, ontbrak het niet aan de noodige middelen.
Met Theunis en Aaltje is het altijd tobben gebleven. Dan weer eens overvloed, maar dan óok weer aan alle kanten tekort, tot niet gering verdriet van Klaas Kroontje, die maar nooit tot zijn geld kan komen en steen en been klaagt, dat hij nog eens doodarm wordt. Eenmaal is Claar thuis geweest met een huzaar, die een vervaarlijke muts droeg en een lange sabel op zij had, waar Aaltje doodsbang van was. Doch na dien tijd is dat bezoek nimmer herhaald, vooreerst omdat de ouders er meer last dan lust van beleefd hadden, en dan, omdat het Claar veel te eng was in zoo'n ordinair huisje. Zij kon er geen „asem" krijgen, en 's nachts niet slapen, omdat het daar zoo benauwd was. Als haar vriend te eeniger tijd wachtmeester bij de marechaussee wordt, gaan zij trouwen en hebben dan plan een luchtige woning te betrekken met „kamers a suite", zooals bij haar mevrouw.
De toekomst van Louw Overzee en Jans lijkt rooskleuriger. Reeds heeft hij 'n tweetal akten gehaald en wacht slechts op een benoeming, waarbij hij deze productief kan maken. Ongetwijfeld zal hij zijn weg door de wereld wel vinden.
Oude Marijke leeft nog. Hoewel de last des ouderdoms haar niet gespaard blijft, is haar hart nog jong en kan zij roemen in de genade Gods. Ook zij heeft nog met bevende stem meegezongen, toen heel Kleiterp den Jonker met zijn jeugdige echtgenoote bij de Slotpoort hulde bracht, en er bestaat geen grooter vreugde voor haar, dan wanneer 't bekende tentwagentje voor haar deur stilhoudt en de jonge mevrouw Van Sterrenburgh uitstapt om haar een bezoek te brengen. Af en toe, als de rheumatiek haar niet te veel plaagt, kijkt zij nog eens bij Anneke, in wier huishouding alles even keurig netjes is en wier oudste haar „beppe" (grootmoeder) noemt. Ook komt Klaas Lolkes elken zomer met den wagen voor, om haar voor een paar dagen op „de Eendenkooi" te halen. En overal waar het oudje komt, brengt zij een zonnestraal.
Ten slotte nog even bij Jap ingeloopen. Hoewel ook op „de Eendenkooi" niet enkel rozen groeien, is toch ook hier het Schriftwoord zichtbaar voor aller oog in vervulling gegaan, dat de hand des vlijtigen gezegend wordt. Daar is hard gewerkt, maar de vrucht bleef ook niet uit. Door de goede zorg van den Jonker, wiens verschijning hier niets bijzonders meer is, maar dien men gaarne komen ziet, werd nog onlangs het contract in dien zin gewijzigd, dat Klaas Lolkes niet meer zetboer is, maar voor eigen rekening de boerderij huurt, gelijk Lettinga en anderen. Niet een uit den boerenstand, die er hem meer op aanziet, dat hij slechts een gewoon arbeider was, toen hij hier het bestuur kreeg, doch elk waardeert hem vanwege zijn ijver en practische kennis. Hij is een en al boer, die zich 's morgens nooit verslaapt en 's avonds de laatste is, na overdag met bijzondere helderheid van hoofd het bedrijf in de groote boerderij te hebben geleid. Nog onlangs heeft zijn buurman Yntema, met wien hij zoo bijzonder best overweg kan, tegen zijn vrouw gezegd : „'k Sta je d'r borg voor, dat de luidjes op „de Eendenkooi" er nog eens warmpjes bij komen te zitten". En vrij zeker heeft Yntema 't hier bij 't rechte eind.
Wat Jap betreft, het is haar aan te zien, dat zij ouder wordt, maar anders is het nog dezelfde fleurige Jap van altijd. Als we eens op een vroegen morgen een bezoek aan „de Eendenkooi" brachten, honderd tegen een, zouden wij haar bij de karnton op de maat van den arbeid een lied hooren zingen als het volgende :
„Tink, hwêr 't dyn wei mei rinne By hv/et it lot dy bringt, Hwetst' misse moatst of winne, Hwet komt en hwet forsinkt, Hwet kreft dy fiert om hegen Hwet swiets dy barre mei, Hwet onk dy triuwt om legen — len bljuwt dy j immer nel. Dat is üs God, de Heare ; Jowst' dy by lok en lest Him oer en jowst' Him eare Den stiestü fest.

Den wykje d' ierdske smerten, En 't Ijochtet yn e nacht; Hwent Hy mint trouwe herten, En haldt for hjar de wacht. Bij tsjinrin, leed en rampen Jowt Hy dy hoop' en moed. Hy stipet dy yn 't kampen, Bringt 't goede dy troch 't tsjoed r Hy laet troch tsjusternisse ; Of bliere sinneskyn, De lotre fen gewisse Syn himel yn. Wat echter óok bij haar openbaar wordt, dat is hoe de rijkere levenservaring haai geestelijk leven heeft verdiept, en wanneer zij met haar man soms 's avonds, na volbrachte dagtaak, de wonderlijke wegen des Heeren overdenkt of met vader en moeder spreekt over de dagen van het verleden en den toestand, waarin zij thans verkeert, dan kan zij zoo dankbaar getuigen, dat de Heer alles heeft wèlgemaakt.
En Klaas Lolkes zegt niet veel, omdat dit niet in zijn aard ligt, maar als Jap zóó spreekt, dan is dit mede uit zijn hart gegrepen. Zingen kan hij ook niet, omdat hij niet noot-vast is, zooals zijn vrouw zegt, maar daarom ligt evengoed ook zijn ziel in het schoone vers, dat hij zoo gaarne van haar mag hooren :
De Heer is mijn Herder ! 'k Heb al wat mij lust. Hij zal mij geleiden Naar grazige weiden. Hij voert mi] al zachtkens Aan waat'ren der rust.
De Heer is mijn Herder ! Hij waakt voor mijn ziel : Hij brengt mij op wegen Van goedheid en zegen. Hij schraagt m' als ik wankel; Hij draagt m' als ik viel.
En wanneer zij af en toe een bezoek aan de ouders brengen, waar alles van toenemende welvaart getuigt, dank zij de vriendelijke zorg en mildheid van de familie van Sterrenburgh, dan stemt jong en oud van harte in met het dankbaar woord van moeder Mollema, als zij na het overdenken dezer wonderlijke wegen zegt : Kinderen vergeet het nooit, Gode alleen zij de eer !

—Einde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's