TOTDAT...
(Hosea 5 vers 15).
Ik, de Heere, zal henengaan. En keeren weder tot Mijn plaats, Totdat — bij 't zoeken Mijns gelaats, Zij schulderkennend voor Mij staan”.
Totdat — door invloed van Gods Geest, 't Geruste volk wordt opgeschrikt. En zich, ontwakend, ziet verstrikt In banden van den dood — en vreest.
Totdat — 't hun ziele bang zal zijn, Daar zij zichzelven schuldig keuren. Zelfs 't deugdenkleed vaneen zien scheuren.
En zij, van hoofd tot voet, onrein.
Totdat — men schaamrood wederkeert Tot God, de Bron van levend water. Van de gebroken bakken gaat er Een volk, dat lafenis begeert.
Dan vindt de zondaar nergens rust. Bestormt als een geweldenaar Den hemel. Want alleen vandaar verwacht hij ware zielerust.
Dan vangt hij aan den Esther-gang. Dan wordt het noodsignaal gegeven. Want 't gaat om eeuwig dood of leven. Dan is 't de ziele waarlijk bang.
Totdat — vanuit het Hof der hoven God Zijn gena komt weg te schenken. Dat overtreft zelfs beê en denken. Het gaat 't verstand zeer ver te boven.
O, driewerf-zalig oogenblik ! Als hemellicht in 't harte straalt. Als Gods Geest daarin nederdaalt En 't oog ziet met vernieuwden blik.
Dan speurt het oog ver óver graf En tijdelijk gebeuren heen. Want d' eeuwigheid heeft 't hart betreên, De hand omklemt den pelgrimsstaf.
Toch blijft de pelgrim immer mensch, Die telkens weer komt af te dwalen. Zoo graag met eigen deugd wil pralen. Wat is, o God, wat is een mensch !
Wat kan de zonde invloed krijgen, Ook op des pelgrimst doolziek hart; Waardoor hij God ten diepste smart En Deze weer opnieuw moet dreigen :
„Ik, de Heere, zal henengaan En keeren weder tot Mijn plaats. Totdat — bij 't zoeken Mijns gelaats. Zij schulderkennend voor Mij staan”.
Zoo heeft de pelgrim steeds van noode Bekeering, ja, van dag tot dag. Ach, dat hij. meer op Christus zag. Nog al te weinig leeft hij Gode.
Tekort, door ongeloof en klacht, Doet hij aan Gods genadewerk. Want zijn Verlosser is toch sterk ? Ja, Amen, Ja ! Zijns is de kracht!
Eens leidt, door paarlen poorten heen, Hij 's Heeren vrij gekochten binnen. Daar zullen zij God recht beminnen, Zingen van Zijn goedgunstigheên.
Den Haag,
Sept. 1933.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's