De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

KLEINE SCHOLEN.
Het kan in de politiek soms wonderlijk loopen.
Onder de bewonderaars der Openbare School namen de Vrijzinnig - Democraten steeds eene vooraanstaande plaats in.
De heer Ketelaar was jarenlang de gevierde algemeene Secretaris van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers, den z.g.n. rooden Bond.
Mr. Oud fungeerde langen tijd als voorzitter van de Vereeniging Volksonderwijs, de vereeniging van de palstaanders voor de Openbare School.
De Vrijzinnig-Democraten sloten zich nog het vorig jaar van heeler harte aan bij de bestrijders van het wetsontwerp van Minister Terpstra, dat ten doel had, om ter oorzake van bezuiniging op de onderwijsuitgaven, belangrijke en ingrijpende wijzigingen in de Lager Onderwijs 1920 te brengen. Men zal zich herinneren, hoe schier avond aan avond de heeren Ketelaar, Oud en andere Vrijzinnig-Deocraten, den boer op gingen om op de meest felle wijze den wetgevenden arbeid van den toenmalige» Minister van Onderwijs te becritiseeren en af te breken, den arbeid, die — zoo redeneerden zij — de vernietiging van het Openbaar Onderwijs op het oog had.
Dit alles had nog geen jaar geleden plaats.
Sindsdien is de leider van de Vrijzinnig-Democraten, mr. Marchant, opgetreden als Minister van Onderwijs, en zijn partijgenoot mr. Oud, als Minister van Financiën.
En wat ziet men nu gebeuren ?
Dit, dat het op het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen op het oogenblik niet anders toegaat, dan onder het vorig Kabinet.
Tengevolge van den hoogst ongunstigen toestand van 's Lands geldmiddelen is ook Minister Marchant, aangespoord door den Minister van Financiën, genoodzaakt het mes er diep in te zetten. Zelfs gaat hij veel verder, dan de maatregelen, welke Minister terpstra destijds in zijn wetsontwerp voorstelde.
Daarenboven heeft de Minister zich verplicht gezien tot de Gemeentebesturen een circulaire te richten met betrekking tot de opheffing van tal van kleine Openbare scholen. In die circulaire verzoekt mr. Marchant de afdoening van hangende opheffingsplannen ten krachtigste te willen bevorderen.
Vooral de laatste maatregel heeft de toorn van de frontmakers voor de Openbare School opgewekt.
De democraat — zoo zeggen deze menschen — is bij mr. Marchant ondergegaan, terwijl de dictator naar boven is gekomen. En toch heeft de tegenwoordige Minister van Onderwijs gelijk gehad, toen hij zijn circulaire inzake de kleine schooltjes tot je Gemeentebesturen richtte.
Want het loopt bij het Openbaar Onderwijs met de kleine schooltjes, die heel wat kosten, inderdaad de spuigaten uit.
De laatste officieele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek vermelden, dat er in ons land 102 Openbare éénmansscholen zijn, terwijl het Bijzonder Onderwijs er slechts 5 heeft.
De bewering is dan ook niet juist, dat de maatregelen, die ter bezuiniging op de uitgaven van de Onderwijsbegrooting getroffen worden, ten voordeele komen van de Bijzondere School.
„Gelijke monniken, gelijke kappen", zegt men, doch bij het Bijzonder Onderwijs bestaan dergelijke ongezonde toestanden niet als ten aanzien van de kleine schooltjes bij het Openbaar Onderwijs gevonden worden.
Mr. Marchant verklaarde onlangs, dat hij eerst als wethouder van Onderwijs in de Residentie en daarna in de korte spanne tijds, dat hij Minister was, veel geleerd heeft.
Wij nemen dit gaarne aan.
Hij zal daarbij echter zeker ook wel tot de meening zijn gekomen, dat de Vrijzinnig-Democraten bij hunne bestrijding van het wetsontwerp-Terpstra veel te ver zijn gegaan en dat zij niet altijd redelijk in hunne critiek zijn geweest.
Mr. Marchant en de zijnen maken een uitstekende oefenschool door.
De Bond van Nederlandsche Onderwijzers m het Nederlandsch Onderwijzersgenootichap luiden op dit oogenblik de stormklok, doch de Vrijzinnig-Democraten trekken niet meer aan het touw.
Dat is al heel wat gewonnen.
Hopen wij, dat bij de voorstanders der Openbare School betere denkbeelden doorbreken over wat noodig is om tot bezuiniging op de onderwijsuitgaven te geraken. Niet het Bijzonder Onderwijs maakt de schoolopvoeding van de kinderen van ons volk duur, doch het Openbaar Onderwijs. Met het opruimen der dwerginstituten bij het Openbaar Onderwijs zal de schatkist ongetwijfeld in sterke mate gebaat zijn.

EEN STAP VOORUIT.
Over de ontbinding van de Tweede Kamer is in het voorjaar van dit jaar heel wat te doen geweest.
Er waren toen voor-en tegenstanders. De maatregel werd goed-en afgekeurd. Toch had — en wij wezen daarop reeds in April — de maatregel een gunstige zijde, die op dit oogenblik vrijwel door een ieder wordt erkend.
Zelfs zij, die zich destijds het hevigst tegen de ontbinding der Kamer hebben verzet, zullen moeten toegeven, dat achteraf die ontbinding een groot politiek voordeel heeft gegeven.
Stel, de Tweede Kamer ware niet ontbonden geworden, dan zouden de verkiezingen in de maand Juli hebben plaats gehad, waarvan het gevolg zou zijn geweest - en de ervaring leert dat — dat het nieuwe Kabinet eerst in Augustus zou zijn gevormd geworden; misschien zelfs niet eerder dan in September.
De Ministers zaten dan op het oogenblik als vreemden op hun Departement.
Hoe geheel anders is de toestand nu ! Het Kabinet-Colijn kwam reeds in Mei bijeen. Het had daardoor een moois gelegenheid tot voorbereiding. De begrootingen tonden rustig worden opgemaakt en vastgesteld.
Alles is nu gereed voor het nieuwe zittingsjaar.
De Troonrede levert het bewijs, dat het Kabinet zich duchtig rekenschap heeft gegeven van de moeilijke tijdsomstandigheden, waarin zich ons volk bevindt.
Het heeft de maatregelen met nauwgezetheid overwogen, die moeten worden getroffen om het economisch leven, zoo goed als dit maar even mogelijk is, te hulp te komen.
Verschillende wetsontwerpen, die in dezen crisistijd van beteekenis zijn, zoowel economisch als financieel, werden reeds afgehandeld. Denk b.v. aan de omzet-belasting en de crisiswetten.
Andere wetsontwerpen, die ingrijpende wijzigingen in de bestaande wetten inhouden, konden worden ingediend.
Ministerieele commissies zijn bezig om met grooten spoed allerlei vraagstukken te onderzoeken, die voor de vitale belangen voor ons land van groot belang zijn.
Ware de Tweede Kamer niet ontbonden geworden, dan moest al dit werk nog bekeken en bestudeerd worden.
Op het oogenblik staat dit anders.
Wij zijn een belangrijke stap vooruit.
Waarover een ieder, die het met het landsbelang wèl meent, zich zal verheugen.
Uit het kwade is 't goede voortgekomen. Voor dien zegen zijn wij God dankbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's