FINANCIËN
Daar zijn van die jeugdherinneringen, die zoo diep zijn ingegrift in de memorierol, dat men zegt: ., zoo oud kan ik niet worden of ik zie ze nog met volkomen scherpte voor me”.
Zoo staat me nog altijd voor den geest, hoe in de smidse, vlak bij mijn ouderlijke woning, de man achter het aambeeld het harde ijzer bewerkte. Zoo hard als hij er op sloeg — zoo dacht ik toen — kan zekerlijk 't niemand. Met den zwaren voorhamer sloeg hij er zoó geweldig op, dat de vonken spatten naar alle kanten. En dat niet één keer, maar een heelen tijd door. De sterke man scheen geen vermoeidheid te kennen. Niet eerder liet hij den hamer rusten, voor hij zijn doel had bereikt.
Zie, dit kwam me bij het schrijven van mijn stukje weer met nieuwe levendigheid voor den geest. „Treft het u zelven niet, hoe uw doen gelijkt op dat van uw buurman uit uw jeugd ? " — alzoo de geheime overlegging, die bij me oprees.
Gij hanteert wel niet een zwaren voorhamer, ge staat ook niet achter een aambeeld, neen, het materiaal dat ter uwer beschikking staat is van een heel andere makelij, maar wél is het voortdurend hameren, dat van u gevraagd wordt. ledere week weer moet ge op hetzelfde onderwerp terugkomen. Dezelfde stof vraagt om bewerking, 't Mag wel iets verschillen waar ge uw krachten op beproeft, doch in den grond loopt het altijd over dezelfde kwestie.
Dat dit noodzakelijk is, daarvan ben ik ten volle overtuigd. Wanneer niet telkenmale dezelfde klop wordt vernomen, zinkt het medeleven ver beneden het peil. Daarbij komt nog iets. De ervaring leert mij, dat het bij ons drukke leven vaker dan eens voorkomt, dat niet altijd die aandacht geschonken wordt aan wat in zoo'n weekblad wordt ondergebracht, 't Overkomt me zelf ook wel eens, dat een blad, waarop men geabonneerd is, ongelezen weer in den stapel verdwijnt. Daarom kan het zijn nuttigheid hebben dat men de aandacht vestigt vaker dan één keer op een en dezelfde zaak.
Waarmede ik de vorige week eindigde, daaraan wil ik thans iets toevoegen, 'k Zei toen dat de maand September voor mij een der duurste, zoo niet de meest bezwaarde maand is van het heele jaar. Dan beginnen onze studeerende jonge menschen weer met een nieuw cursusjaar. Wat dit voor een Penningmeester beteekent, begrijpt een ieder. Zullen zij beginnen met hun arbeid, zoo moet de sleutel worden omgedraaid van mijn geldkistje. Wat ik daar zorgvuldig heb weggeborgen en waarop ik met zekeren trots heb neergezien, wordt dan ineens uitgegeven. Het spreekt, dat hetgeen voorafgaat als voorbereidende werkzaamheid, niet anders zijn kon dan optellen, wat er noodig is en uittellen wat er aanwezig is.
Men noemt dit laatste : kasgelden. D.i. wat er In de kas zich bevindt. Nu mag het van voren naar achteren worden geteld, of omgekeerd, in het einde maakt het geen verschil. Meer dan er is, kan niet worden uitgegeven.
Staat dit vast, evenzeer kan niet worden gemorreld aan dat wat de jonge menschen noodig hebben. Ons aantal is in de laatste jaren eer toegenomen dan af. Die op een gymnasium hebben gegaan, komen, als zij hun eindexamen met goed gevolg hebben afgelegd, aankloppen om verder hun studie aan de Academie te kunnen volgen. Daarom gaat het. De behoefte aan predikers, die de Gereformeerde beginselen zijn toegedaan, is, Gode zij dank, nog zeer groot. De vraag daarnaar blijkt bij voorkomende gelegenheden telkens. Wij verheugen ons daarin niet weinig. Doch niettemin dit verschijnsel, dat 't aantal studeerenden gelukkig groeit, staat er dit tegenover, dat aan onze kas eischen worden gesteld, momentelijk zeer groot. Onze kas dreigt eerder leeg te zijn dan alle handen zijn gevuld.
Dit is een minder prettige gewaarwording, 'k Behoef u waarlijk de verzekering niet te geven, dat zulks mijn zorg niet weinig vergroot. Wat ik o zoo graag eens voorzien had is, dat van verschillende zijden mij eens een sommetje was toegezonden. waardoor de klem was weggenomen. Ik zeg niet, dat ik mij voor bedelen schaam, maar toch geloof ik dat bij een goede organisatie van ons Gereformeerde volk zoo iets niet beslist tot de noodzakelijke dingen behoort. Wanneer ieder, die weet waarom het gaat, en die tevens ziet hoe beslist noodig deze dingen zijn, in zijn eigen kring eens rondzag en zelf voorging, nu, dan meen ik, was de kou-o zoo spoedig van de lucht, 'k Kreeg deze week, evenals de vorige, enkele contributies van leden binnen, daardoor viel het eindcijfer nog niet tegen, maar de gewone inkomsten waren niet zoo vele, als wij gehoopt en gewenscht hadden.
Daarom spreek ik het nog eens uit — en ik zal op dezelfde plek als den vorigen keer nog eens den hamer laten vallen : helpt mij zoveel ge kunt mijn lasten verlichten. Het gaat om Gods zaak. De Kerk, die ons lief is, niettegenstaande het vele waaronder wij gebogen gaan, kan op deze wijze weer worden de plaats, waar het lichtend schijnsel van Gods Getuigenis weer uitstraalt naar alle kanten.
Thans wil ik u het staatje van deze week voorleggen.
1. Het eerste kwam weer uit eigen gemeente, n.l. van den heer J. P. B. ƒ 2.50
Wij zeggen hem vriendelijk dank. Gewoonlijk liet hij het in mijn bus glijden. Ge moet n.l. weten, dat ik dezer dagen mijn geboortedag mocht herdenken. Zoo'n kleine attentie doet een mensch goed.
2. Van een onzer vrienden uit Kampen, die zijn naam bij deze gelegenheid niet anders wenscht te schrijven dan N.N, ontving ik naar aanleiding van 't zelfde feit, zooeven genoemd, „ 15.—
Hij wist heel goed, waarmee hij mij een bizonder genoegen kon doen. Hij zond mij voor de beide fondsen, die in deze dagen extra zorg behoeven, mij deze prachtige gift.
Of ik er blij mee was ! Niet weinig, 'k Hoop dat de Heere het ons tezamen nog menig keer doe beleven.
3. De heer C. J. Revet te Gouda zond me uit den collectezak van de Ned. Herv. Vereen. „Calvijn" aldaar „ 5.—
Voorganger was de Eerw. heer Vermaas, van Rotterdam.
4. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van mej. N.N. voor het Studiefonds 5 gld. ; van mej. N.N. voor het Studiefonds 2.50 gld.; van N.N. voor den Geref. Bond 1 gld. Samen „ 8.50
Alles uit de collecte Nieuwe Kerk.
Tevens wordt door mij deze gelegenheid waargenomen een begane fout te herstellen. Bij een vorige verantwoording waarin vermeld werd dat het busje van de fam. P. de B. te Bodegraven had opgebracht f 12.85, had ik mij verschreven. Niet vanuit Bodegraven, maar van Hazerswoude was mij de inhoud van het busje toegezonden.
’k Bied mijn excuses in deze aan.
5. Door ds. Van Grieken te Rotterdam kreeg ik van Z. A. K. twee giften, ieder van 10 gld. Samen „ 20.—
6. De Penningmeester van de afd. Utrecht van onzen Geref. Bond zond mij de contributie. 't Was niet minder dan „ 122.—
Wij danken hem en allen die hieraan hun arbeid hebben gegeven, hartelijk.
7. Van N.N. uit Utrecht kreeg ik om het momentelijk tekort iets te verlichten „ 3.—
Zijn er niet onder de vrienden, die dit voorbeeld willen volgen ? Ge behoeft u vooralsnog niet ongerust te maken omtrent een mogelijke plaatsruimte. Daar is in mijn kas in deze dagen ruimte zat.
8. Van het jonge paar, dat de vorige week in het huwelijk trad in Maassluis, kreeg ik als dankoffer voor het Studiefonds „ 5.—
Wij zeggen den heer F. en zijn ega hartelijk dank voor deze attentie en spreken den wensch uit, dat de Heere hun Zijn rijken zegen niet onthoude.
9. Door den heer W. Boelhouwer te Baarn kreeg ik uit de collecte, gehouden in „Calvijn" te Baarn, voor het Studiefonds , 2.50
Wij zijn daarmee verblijd. 10. De heer Faber te Nijkerk (Fr.) zond me als contributie der leden , , 40.—
Ook deze zending ontvingen wij met groote dankbaarheid.
11. Door ds. Heijer te Vlaardingen van de fam. N.N. 80 opgespaarde nikkeltjes voor het Studiefonds „ 4.—
Alles tezamen opgeteld
f 227.50.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's