STAAT EN MAATSCHAPPIJ
's RIJKS FINANCIEN.
De toestand van 's Rijks financiën baart groote zorg. De moeilijkheden, die ons land op financieel gebied doormaakt, nemen zelfs nog dagelijks toe.
Zoowel de Millioenen-Nota als de radiorede, die de Minister van Financiën de vorige week hield, geven van deze moeilijkheden een duidelijk beeld.
Uit de verstrekte begrootingscijfers blijkt toch, dat op den gewonen dienst voor 1934, wanneer de heffingen, die het vorig jaar voor één jaar tot een bedrag van ruim 76 millioen werden toegestaan, ook voor het kom.ende jaar worden verlengd, dat is dus bij handhaving van den bestaanden belastingdruk, een nadeelig slot is geraamd moeten worden van niet minder dan 190 millioen gulden. Dit cijfer is zelfs 136 millioen hooger dan het saldo, dat op de begrooting van 1933 was vastgesteld.
Op welke wijze stelt nu de Regeering voor het tekort van de 190 millioen gulden op de Rijksbegrooting te dekken ?
Eigenlijk Kan van eene dekking der begrooting of wel van een sluitende begrooting voor het volgende jaar niet gesproken worden.
Het spreekt wel vanzelf — zoo schrijft de Minister van Financien in de Millioenen-Nota — dat het volstrekt onmogelijk zou zijn een zoo geweldig tekort in één enkel jaar te overbruggen. De Regeering is echter van oordeel, dat een dergelijke eisch ook niet behoeft te worden gesteld. Waar het in de tegenwoordige omstandigheden op aankomt is, dat de middelen worden aangewezen en aanvaard, waardoor het vast komt te staan, dat binnen enkele jaren het begrootingsevenwicht zal zijn verzekerd.
In hoeverre het financieel beleid der Regeeririg dit evenwicht in de naaste toekomst mogelijk maakt, zal later moeten blijken. Dit ééne staat echter op dit oogenblik wel vast, dat het jaar 1934 geen sluitende begrooting brengt.
Dit feit is wel hoogst bedenkelijk ; maar het behoeft ons volk niet te verontrusten, althans zoolang geen nieuwe moeilijkheden intreden.
Als dekkingsmaatregelen tot opheffing van het tekort van 190 millioen zullen moeten dienen : in de eerste plaats de omzetbelasting, inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard ; verder verschillende heffingen, waaronder een couponbelasting, eene belasting op het vermogen in de doode hand, eene verhooging van den tabaksaccijns en eindelijk een wijziging van het tarief der inkomstenbelasting, alle welke middelen tezamen een bedrag van 106 millioen gulden zullen moeten opbrengen.
Het restant tekort, groot 84 millioen, zal gevonden worden door besparingen op het onderwijs en op de defensie. Deze besparingen zijn echter perspectivisch. Verder zal ter dekking van het tekort het spoorwegtekort worden weggewerkt, en eindelijk zal, om de balans in evenwicht te krijgen, een verdere vermindering van den salarislast plaats hebben.
Dat al deze maatregelen zware offers van ons volk vorderen, daarvan is de Regeering zich volkomen bewust.
Het zal echter de vraag zijn, of de bevolking bij het terugloopen der inkomsten deze offers zal kunnen blijven dragen.
Mocht dit niet meer mogelijk zijn en zouden de financieele moeilijkheden bovendien nog verergeren, dan zou het sluitend maken der begrooting uitsluitend moeten worden verkregen door verlaging der uitgaven.
In dat geval zullen dan de niet-onmisbare diensten moeten worden opgeheven en de Overheid een eenvoudiger huis hebben te betrekken. Intusschen is het zoover nog niet en wij hopen, dat het ook niet zoover zal komen.
Doch hoe dit alles zij, de Rijksfinanciën verkeeren in een zorgelijken toestand, waarvan Regeering en volk zich ten volle rekenschap hebben te geven.
DE DEFENSIE-BEGROOTING.
De besparingen, welke op de begrootingen van de Departementen van Onderwijs en Defensie zullen moeten worden aangebracht om het financieel evenwicht in de Staatshuishouding te bewaren, zijn bepaald op respectievelijk 15, 5 en 12 millioen gulden. Teneinde de besparingen op de Defensiebegrooting voor te bereiden en mogelijk te maken, is reeds een Staatscommissie benoemd geworden, die de opdracht ontving om op korten termijn de desbetreffende voorstellen bij de Regeering in te dienen.
De Sociaal Democraten vertrouwen intusschen meer op de totstandkoming van de besparing op het onderwijs, dan op die van de Defensie. En in deze meening staan zij, wat te betreuren valt, niet alleen. Er zijn zelfs nog heel wat personen, die van oordeel zijn, dat slechts in zeer zeldzame gevallen de handen aan het heilige huisje der Defensie geslagen wordt.
Dat dit niet zoo is, daaraan heeft dezer dagen het Chr. Historisch dagblad „De Nederlander" nog eens herinnerd. De redactie van dat blad schrijft :
Het is te betreuren, dat van sommige zijden, ondanks de meest notoire feiten, voortdurend de voorstelling wordt gewekt, alsof defensie het heilige huisje li is, dat stelselmatig aan de bezuiniging! wordt onttrokken. Het is juist andersom.! Op weinig hoofdstukken der begrooting zijn besparingen aangebracht als op defensie. Sinds 1922 is het eindcijfer met ruim 30% gedaald. Dat de nieuw ingestelde - Staatscommissie zonder in het vleesch te snijden, nog verdere bezuinigingen zal kunnen voorstellen, b.v. door inperking van het beroepskader en invoering van het destijds verworpen capitulantenstelsel, is ten zeerste te hopen. ' Maar zelfs indien zij het volle bedrag van ƒ 12 millioen niet zou kunnen halen. dan zou dit, ja, uit financieel oogpunt bedenkelijk zijn, maar het record van „ defensie op dit gebied niet aantasten. "
Dat op de defensie-begrooting belangrijk is bezuinigd geworden, toont „De Nederlander" verder met deze cijfers aan:
Bij de begrooting voor 1932 werd he'l eindcijfer van Defensie met ƒ 5.7 millioen verlaagd, immers terug gebracht van ƒ 101.7 millioen op ƒ 96 millioen; en bij de begrooting voor 1933 werd het nogmaals met ƒ 7.6 millioen verlaagd, d.w.z. teruggebracht van ƒ 96 millioen op ƒ 88.4 millioen. Dit is tezamen meer dan ƒ 13 millioen besparing in twee jaren. Thans is het eindcijfer verlaagd tot ƒ 87.8 millioen, voornamelijk onder invloed van de laatst vastgestelde salariskorting.
Het is goed, dat het Chr. Historisch dagblad nog eens ter voorkoming van het vormen eener legende op deze zaak de aandacht heeft gevestigd. Het was ook zeer noodig dat dit gebeurde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's