VRAGENBUS
Vraag: Wat beteekent het, als de Heiland spreekt van „gesnedenen om het Koninkrijk der hemelen"? (Matth. 19 •:12).
Antwoord. De eunoechoi of gesnedenen (denk aan het woord eunuch) om het Koninkrijk der hemelen, zijn degenen, die Om de wille van de zaak van Gods Koninkrijk veel moeten ontberen. Mozes moest prijsgeven de zoon van Farao's dochter genaamd te worden, met alles wat daaraan vast zat. Johannes de Dooper moest een woestijnprediker zijn. Paulus moest vrouw en huisgezin missen. En na hen zijn er zoovelen geweest, die, om de wille van het Koninkrijk Gods, vader en moeder moesten verlaten, van vrouw en kinderen werden afgezonderd, om getuigen des Heeren te zijn, boodschappers van het Evangelie Gods. Denkt aan de mannen en vrouwen, die in het werk der Zending ingaan. Zelfverloochening vraagt de Heere soms op de moeilijkste manier. Als men niet loslaat, als men niet verloochent, als men niet verliest — kan men het Koninkrijk Gods niet ingaan ! En som.s komt de Heere met zulke zware eischen en voert Hij ons langs zulke diepe en moeilijke wegen. Maar Zijn wil is alléén goed — belijdt de Christen, die dagelijks bidt: Uw wil geschiede" (Catech. Zondag 49).
Ja — er zijn „gesnedenen om het Koninkrijk der hemelen", die met veel zelfverloochening den Heere. achterna wandelen. Maar als alles moet worden losgelaten, wil de Heere in Christus ook wel alles vergoeden. En de priester en priesteres des Heeren leert, in gehoorzaamheid des geloofs, met een willig hart het offer, ook het zwaarste offer brengen. Want de Christen mag weten, dat de Heere Zijn kinderen door Zijn Heiligen Geest van het eeuwige leven wil verzekeren en „Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt" (Cat. Zondag 1).
Het is beter om alles te moeten missen en rijk te zijn in God, dan om alles te bezitten en arm, ellendig, blind en naakt zijnde, zonder God en zonder Christus en zonder hope te zijn.
„Die dit vatten kan, vatte het" — zei de Heiland (Matth. 19 vers 12). Het beroofd worden van het genot van het huwelijk en van 't gezinsleven, is maar een onderdeel (Joh. de Dooper, Paulus enz.) In 't algemeen ziet het op de offers, op de soms zware offers, die vrijwillig, om Gods v/il, gebracht moeten worden ; op de groote zelfverloochening, om de wille van de zaak des Heeren, noodzakelijk, als het God belieft ons in zulke wegen te leiden.
Vraag: Wat beteekent : „die vuil is, dat hij nog vuil worde" ?
Antwoord. In Openb. 22, waar we deze woorden lezen, staat ons beschreven, dat de tijd voorts kort is. Het eindoordeel is nabij. Het gaat naar de groote crisis, naar de uiteindelijke beslissing voor de eeuwigheid. En nu zijn er tweeërlei soort menschen. De eerste soort zoekt het in de zonde, in het onrecht, in de vuilheid, in de wereld met allerlei gruweldienst. De tweede soort zoekt de gerechtigheid in Cliristus, om onder Zijn vleugelen te schuilen, om den Heere te dienen in oprechtheid en heiligheid.
Bij de verschrikkingen van de laatste dingen roept de Heere nu dengenen, die Hem vreezen toe, dat zij, dié rechtvaardig zijn, meer en meer de rechtvaardigheid bij Hem moeten zoeken en zij die heilig zijn, met begeerte om God te dienen, moeten nog meer zich in die heerlijkheid oefenen ! Want de gevaren zijn zoo vele en er moet gewaakt, gebeden, gestreden worden, om zich van de gerechtigheid te verzekeren en in heiligheid toe te nemen, anders zou het nog misloopen, tot velerlei ellend. Zóó boos zijn de tijden.
En die eerste soort, die halsstarrig zich van den Heere afkeert en den dienst der zonde openlijk is toegedaan — ach, zij willen zich toch niet bekeeren. Welnu dan, de tijd is nog kort. Dat zij die vuil zijn, nog vuiler worden ! Dat zij die onrecht doen, nog méér zich aan het onrecht overgeven ! Want ze hebben nog een kleinen tijd om zich vrij te bewegen. Straks is het voor eeuwig uit. Dat zij dan den korten tijd nog benutten om in het onrecht óp te gaan en in vuilheid hun hart op te halen !
Maar laten Gods kinderen méér en méér zoeken om gerechtvaardigd, om geheiligd te mogen worden. Om den Heere te mogen zijn als een gewillig volk in den dag Zijner heirkracht! En om zich in alles gedekt te mogen weten onder het witte kleed der gerechtigheid van Christus, dat wit gewasschen is in Zijn bloed !
„Ik kom haastelijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn". Openb. 22 : 12.
„Zalig zijn zij, die Zijne geboden doen, opdat hunne macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad" Openb. 22 : 14.
„Maar buiten zullen zijn, die de ongerechtigheid lief hebben Openb. 22:15.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's