FINANCIËN
Met geregelden arbeid gaat gepaard ook een vaste verdeeling van dezen arbeid over de dagen der week. Ge ziet dit bij de vrouwen het allerduidelijkst. Als de rustdag voorbij is en de eerste werkdag is ingeluid, dan zegt de man : moeder is begonnen met haar Maandagsche werk. In Zuid-Holland en meerdere streken van ons land hoort ge dan vrijwel overal hoe met den stamper de wasch wordt behandeld. Zoo gaat het eiken dag. Immer weer dezelfde handeling. In de laatste dagen van de week merkt ge, hoe alles zich voorbereidt voor 't komende slot. Vrijdags wordt in letterlijken zin het huis met bezemen gekeerd. Dan speelt alles wat man heet een gewaagd spel de vrouwen ook maar in het minste een stroospier in den weg te leggen. Voor niets is er oog, dan voor een geredderden boel. Op den Zaterdag spiegelt zich af de komende rustdag. Op de dorpen wordt zelfs het erf geharkt. Dit gaat immer zoo door. Met een regelmaat is hier het heele leven verdeeld, zelfs zóó, dat van een zekere klokmatigheid kan worden gesproken.
Is het met ons, mannen, wel veel anders ? 'k Geloof het niet. Wie geen orde en regelmaat heeft in zijn leven, komt in alles tijd tekort. Vergeet n.l. niet, dat een dag eerder om is dan ge zelf weet. Betrekkelijk is het niet eens zooveel wat een mensch verzet. De noodzaak leert hem ook zijn dagen te verdeelen. Wat een Dominee te doen heeft, is niet zoo heel gemakkelijk aan te geven. Catechiseeren, ziekenbezoek, zich voorbereiden voor den Zondag ; alles wat onder is te brengen bij zijn herderlijk en leeraarsambt. Dat daarmee het volle leven wordt gevorderd, behoef ik niet eens zelf op te merken, dit vat ieder. Zoo kunt ge 't ook wel op uw vingers uitrekenen dat de verzorging van elk ding dat hier naast staat ergens als tusschen geschoven moet worden. Zoo is 't ook met het opstellen van deze rubriek. Dit is vastgesteld door den loop der dingen op Dinsdagmorgen of Dinsdagmiddag. Uiterlijk moet het gereed zijn vóór 5 uur. Somtijds heb ik tijd over, vaker spant het geen klein beetje. Toch valt me in den regel deze arbeid niet zwaar. lic doe het met liefde, omdat ik gelooven mag dat op deze wijze iets wordt gedaan, waardoor de gang des Evangelies, het Woord, zijn loop mag hebben. Wanneer de bede op onze lippen is gelegd: „Heere, stoot arbeiders uit in Uw wijngaard", zoo kan het niet wel anders of oog en oor, ons heele zijn zal zich richten op den weg waarin zij gevormd mogen worden. 't Komt me altijd zoo onbegrijpelijk voor, hoe men wel telkens er op uittrekt om een Bedienaar des Woords te zoeken, en zelf nooit, of heel slapjes, iets heeft bijgedragen om zulke Bedienaars van het Evangelie mede te doen vormen. Gelijkt dit niet veel op : zoeken te oogsten waar men niet gezaaid heeft ? In iedere gemeente, waar men prijs stelt op de zuivere prediking van het Woord, moest in elk geval eenmaal per jaar vast — liefst in voor-èn najaar — een collecte gehouden worden voor onzen Bond. Daar staat ons immers geen ander doel voor oogen dan predikers te vormen, die een rijken Christus prediken voor een arm en nooddruftig volk.
In onze dagen wordt veel aan banden gelegd. De vrijheid wordt een uitermate schaarsch goed, doch déze vrijheid is, Gode zij dank, ons nog niet ontnomen, dat wij uit onze kringen nog op deze wijze menigen Bedienaar des Evangelies mogen zien voorbereid. Laat het mij — zij 't niet voor den eersten keer — nóg eens uitspreken : Wij helpen geen jongelieden om een vak te leeren, of om straks in een ambt te staan, maar het doel dat ons bij onzen arbeid voor oogen staat is onze Kerk, onder biddend opzien, weer te zien teruggeleid op de rechte wegen, 'k Vraag aan ieder, die in dezen iets te zeggen heeft, niet alleen ons mee te helpen arbeiden, maar bovenal om de voorbede. Dit ontbreekt maar al te veel. Als Gods Geest begint te waaien, zoo botten de schijnbaar doode twijgen uit en de kale akkers worden met ruischend koren vol. Zie, in dezen iets te mogen doen, al is het ook nog zoo weinig en nog zoo gebrekkig, is voor mij persoonlijk een oorzaak om met liefde dezen arbeid te verrichten. En deze liefde wordt aangewakkerd niet wei nig door de vele blijken van medeleven, welke ik telkens weer mag ondervinden. Ge weet toch niet, hoe het den moed stalen kan zoo'n enkel briefje, waarin uitdrukking wordt gegeven aan een mee-willen-dragen der lasten, welke op onze schouders zijn gelegd. Hoeveel N.N.'s of er niet wonen in ons land, waarvan ik zelf wellicht den naam niet zal hooren hier, maar die zich onder het oog van den genadigen God neerbuigen, vragende : mag ik iets bijdragen om uit het gruis van Sion weer te zien oprijzen den Tempel Zijner eere ? Zie, dit maakt niet alleen het werk licht, maar heerlijk. Zoo wordt het kleinste offer „goud-gerand".
'k Wil het er nu bij laten. Wat ik mij voorgenomen had om dezen keer voor u neer te leggen, blijft ditmaal achterwege. Anders wordt het stukje te lang. En vervelend mag men nooit worden. Mijn vader had van die vaste gezegden. Eén daarvan wil ik nu eens gebruiken : „Ge moet in den smaak ophouden". Ik was van plan om iets van dezen Dinsdag-morgen te vertellen. Nu hoop ik het de volgende week te doen. Zorg gij nu, lezer, dat ik ook dan mijn arbeid met opgewektheid mag verrichten.
1. Mijn eerste gift voor deze week kwam uit Genemuiden. Daar wonen meelevende vrienden en vriendinnen.
De Pastor loei zond mij ƒ 1.—
Deze was in zijn brievenbus gestopt met een bijschrift : een kleine bijdrage voor het Studiefonds. 'k Zie hierin een klop op de deur van den man, die hetgeen hierin voorzit wel zal willen doorgeven. Wij hebben den steun van onze Gereformeerde Gemeenten voor onze fondsen nu harder noodig dan ooit. Ik heb nog nooit zoo kort gezeten als in deze week.
Meer zal ik er niet van zeggen. 2. Uit eigen gemeente komt heel wat binnen. Daar gaat geen eene week voorbij of er glijden briefjes in den collectezak voor onze fondsen. Dat vind ik heerlijk. Zoo kwam er uit den collectezak van de Nicolai-kerk 10 gld.; van de Jacobi-kerk f 2.50. Daarbij werd mij ter hand gesteld van N. N. f 2.50 ; terwijl om mijn zwakke kas te steunen mij nog drie briefjes van 10 gld. werden overgereikt.
'k Wou dat hieraan een voorbeeld werd genomen. Tezamen is dit niet minder dan „45.—
Wij danken allen hartelijk.
3. Door ds. Koolhaas te Charlois werd me op de vergadering van den G.Z.B, ter hand gesteld : van de fam. Z. f2.50; van mej. B. f 1.—; van mej. de Kr. f 1.— en van ons beiden
N.N. flO.—. Samen „14.50
't Was voor mij een verrassing, hier iets te ontvangen. Och, in den wortel is er niet veel verschil. Het Evangelie hier èn het Evangelie onder de heidenen staan onder één Zender. Gebiede de Heere over beiden Zijn zegen.
4. Door ds. Pott te Kralingen kreeg ik van een catechisante, M. F. „ 3.—
Als ik van de catechisanten, die bij onze Dominees gaan, nu ieder eens een gulden kreeg, dan was ik voor dezen winter uit den brand.
5. Vanuit Vaassen werd me toegezonden de contributie van de leden.
Vriend Eilander zij vriendelijk gezegd voor zijn bemoeienis. dank
Deze bedroeg ditmaal „ 20.—
6. Voor het Studiefonds kreeg ik van J. B. te H. „ 2.50
Ook mijn welgemeenden dank.
7. Ds. Bout te Genemuiden kwam deze week nog een keer terug. Dit maal om mij af te dragen één vierde van een gift van 10 gld. voor het Studiefonds. „ 2.50
'k Hoop hem nog vaker tegen te komen op mijn pad. Hij is mij welkom.
8. Niet ver van Genemuiden ligt Kampen. Hier hebben we ook tal van vrienden, die me eveneens zoeken te verrassen. Zoo zond vriend E. Roest mij dit berichtje :
Op uw klacht van de vorige week kom ik u dit zenden.
Op 17 September werd hier een collecte gehouden voor het Studiefonds, waarbij voorging ds. Van der Zee te Vaassen. Deze collecte bracht op de kolossale som van f 108.50. Uit de Zondagsschoolbusjes van de Zondagsschool op G.G. kwam f 16.50. En uit 't busje van den heer Roest zelf niet minder dan f 25.—. Tezamen „ 150.—
Hij schreef er nog iets bij :
Dit zal u wel te pas komen, dunkt me.
Nu, óf 't me welkom was. Beter moment kon moeilijk worden gekozen.
Den Kamper vrienden mijn gereedelijken dank.
9. Door collega Meijers kreeg ik van N.N. uit Sommelsdijk „ 2.50
10. Door den Eerw. heer P. A. Joen te Bolnes kreeg ik uit de kas voor Inwendige Zending, voor het Studiefonds „ 7.50
. vriendelijken dank ook in onzen dezen.
11. Uit den collectezak te Rijssen zond ds. Van Voorthuizen me „ 1.—
12. Uit de collecte van de Bijbellezing te Kralingen zond ds. Pott, aldaar, mij „ 5.—
13. Contributie van leden te Maassluis „ 6.—
14. Contributie van een drietal leden te Delft „ 3.—
15. Contributie van leden te Hoogeveen „ 75.—
16. Contributie van leden te Rotterdam (Zuid) „ 39.56
17. Contributie van leden te Middelburg „ 26.25
18. Mijn sluitstuk kwam net binnen, , 'k Vond èn den inhoud èn den vorm van dien aard, dat ik er echt mee verblijd werd en gesterkt in mijn arbeid.
De inhoud was een papieren rijksdaalder met een tientje „ 12.50
Dit werd genoemd een verschuldigde premie. Bij leven en welzijn mag ik een ander jaar hier weer op rekenen.
Waar de gever of geefster — want elke aanduiding ontbreekt — zich voor het alziend oog des Heeren ziet geplaatst, schenke diezelfde God den gever nog menig blijk van Zijne genade.
Gij hebt onze handen alzoo gesterkt.
Tezamen bedroegen onze inkomsten van deze week niet minder dan
f 416.81.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's