De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

4 minuten leestijd

Het Evangelie van Marcus wordt gewoonlijk genomen als het oudste Evangelie. Een verzameling van woorden en gesprekken van Jezus (Logia geheeten) van de hand van Mattheus (Levi, de tollenaar) in het Arameesch (de gangbare taal in Jeruzalem ten tijde van des Heilands omwandeling op aarde) gaat er aan vooraf. Maar als Evangelie is het geschrift van Marcus het oudste en het eerste (bij Mattheus en Lucas bekend en door hen gebruikt) . De schrijver is: Johannes Marcus, uit Jeruzalem afkomstig, de zoon van Maria (Hand. 12 vers 12), de neef van Barnabas (Col. 4 vers 10), voor een tijd de metgezel van Paulus (Hand. 15), de vriend en geestelijke zoon van Petrus (1 Petrus 5 vers 13), maar niet minder de boezemvriend van Paulus in z'n gevangenschap (Col. 4 : 10 ; Filem.on vers 24 ; 2 Tim. 4 vers 11). Hij woont dan te Rome. De zware dagen van Nero zijn voorbij ; Petrus is gedood, Jeruzalem is nog niet gevallen, maar de Joodsche oorlog (68 na Chr.) is in 't zicht. Het Evangelie is geschreven ongeveer 68 na Chr., met de bedoeling aan de Christenen gelegenheid te geven te kunnen lezen „de dingen aangaande Jezus, de majesteitelijke Messias, de groote Zoon van David, de Zoon van God, de Heiland der wereld". De majesteit van den Messias staat in het centrum. Het handelend optreden van den Heiland staat op den voorgrond. Het zijn de daden, de wonderen, de teekenen van Jezus, die achter elkaar beschreven worden. Lange redevoeringen geeft Marcus niet, wel veel korte, pittige gezegden en korte spreuken (1 vers 15 ; 2 vers 27 ; 2 vers 23, 26, 29 ; 4 vers 8, 13 ; 7 vers 13, 27 ; 8 vers 21 ; 9 vers 23, 29 ; 10 vers 30; 11 vers 22 ; 12 vers 27, 34 ; 14 vers 36. Van de Bergrede b.v. geeft Marcus maar enkele gedeelten. 4 vers 21 ; 9 vers 50; 10 vers 11 ; 11 vers 25.
Een reeks van genezingen: een verlamde, door het dak tot Hem gebracht, genezen 2 vers 1—12 ; genezing van iemand met een verdorde hand, op den Sabbathdag, 3 vers 1—6 ; (Zijn familie zegt dat Hij Zijn verstand kwijt geraakt is, 3 vers 21 ; de Schriftgeleerden noemen Hem Beëlzebul) ; Gelijkenissen (de zaaier, 4 vers 2—20 ; het opwassend zaad, 4 vers 26—29 ; Groei van het Koninkrijk!) De storm op zee gestild, 4 vers 35—41; de bezetene, die in de graven woont, in het land der Gergesenen, genezen, 5 vers 1—20 ; een doode opgewekt (Jaïrus' dochtertje) en de 12jarige kranke vrouw genezen, 5 vers 21—43. Spijziging van 5000 ; 6 vers 34—41. Jezus wandelt op het water, 6 vers 45—52. Genezingen in Gennésaret, 6 vers 53—56. De Kananeesche vrouw ; de doove genezen; een blinde genezen (7 vers 24—8 vers 26). De belijdenis van Petrus te Caesarea Filippi: Gij zijt Gods Zoon ! (8 vers 27—33). Lijdensvoorspelling. De verheerlijking op den berg; genezing van een bezeten knaap (9 vers 2—50). De Lijdensweg voorspeld. Bartimeüs.
Het lijden en sterven wordt ons van dag tot dag en van oogenblik tot oogenblik beschreven. Zondag : intocht in Jeruzalem. Maandag : de vijgeboom vervloekt ; de tempel gereinigd. Dinsdag : de vijgeboom verdort. Gelijkenis van de booze landlieden. Jezus : Davids" Zoon en Heere. Woensdag : rede over de toekomst; zalving te Bethanië. Donderdag : Paaschmaal, verraad van Judas ; Petrus gewaarschuwd ; Gethsémané. De vluchtende jongeling (Marcus zelf ? ) Voor den Hoogepriester ; Petrus' verloochening. Vrijdag: Voor Pilatus ; kruisiging ; begrafenis. Zaterdag : in het graf. Zondag : het ledige graf. Verschijningen.
Marcus bedoelt het leven van Jezus te teekenen als een leven van ontplooiing van kracht en macht. Hij is van het begin afaan de Messias en wordt meer en meer als Messias openbaar, wat de vijandschap opwekt van de Farizeërs enz., en wat ook slecht begrepen wordt door Zijn discipelen.
Het groote doel van Marcus is, het rusteloos leven van den Heiland, groot in wonderen en macht, te teekenen. Hij geeft Zich geheel als Heiland, die in de wereld is gekomen om zondaren te helpen en zalig te maken. De Heiland haast Zich, om Zich te geven ; snel volgen de teekenen en wonderen op elkaar (het woordje „dadelijk" komt 45 maal voor in het kleine Evangelie, en vooral in het eerste deel (1 vers 14—8 vers 26) ; 5 maal zooveel als in het tweede gedeelte).
De Heiland zal bij dat alles moeten ondergaan en sterven ; maar Hij zal ook opstaan en verheerlijkt worden, om te zijn de Leeuw uit Juda's stam, de Heiland der wereld, In alles blijkt : Deze is waarlijk Gods Zoon!
Het Evangelie begint bij de verschijning van Jezus met kracht en de loop van het evangelie is in de dagen van Marcus (in]Rome) met heerlijkheid, ten spijt van de vijandschap der menschen en het woeden van de hel.
Het begin en het slot van het Evangelie spreken van krachtig openbaar worden van Davids grooten Zoon, en wat er tusschen ligt is, om den Heiland te doen zien als den Messias, die met majesteit is bekleed, ook al wil men het in Zijn dagen niet bekennen. Jezus is de ware Messias, de Zoon van God, de Leeuw uit Juda's stam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's