De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

VOORTVAREN.
Het verdient algeheele instemming, dat de regeering rustig voortgaat, om al die maatregelen te treffen welke kunnen strekken om het gezag te versterken en de vrijheid te verdedigen, de twee grondpijlers, waarop het gebouw van het staatkundig leven van een volle rust.
Om zich een denkbeeld te vormen van v/at op dit terrein in den laatsten tijd werd gedaan, noemen wij achtereenvolgens de uitsluiting van de Communisten van het bekleeden van eenig staatsambt of eenige rijksbetrekking; de bepaling, waarbij het voor ambtenaren, ressorteerende onder het Departement van Defensie, verboden is lid te zijn van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij of van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen; het onder curateele zetten van den rooden Gemeenteraad van Zaandam, indien niet aan den eisch der regeering ware voldaan geworden om de begrooting van 1933 sluitend te maken ; het uniformverbod ter voorkoming van het uitdagend en uittartend optreden der revolutionairen op den openbaren weg, wat vooral in de grootere gemeenten een dagelij ksch gevaar voor de orde en de rust oplevert; de afstraffing van den burgemeester van Koog a/d Zaan wegens zijne medewerking aan de oprichting van „Het Anker", het Marineblad, dat ten doel heeft de krijgstucht op de vloot te ondermijnen, en eindelijk de goedkeuring door de regeering van het dezer dagen uitgevaardigde verbod der Radio-Omroep-Controle-Commissie, waarbij het niet meer toegelaten is de Internationale voor de microfoon te zingen of te spelen.
Uit al deze maatregelen zal het duidelijk zijn geworden, dat de regeering niet stilzit, wanneer het gaat om de versteviging van het gezag en de bescherming van de vrijheid.
Dat verder op 't gebied der gezagshandhaving nog wel het een en ander te doen is, blijkt uit de opsomming van een aantal maatregelen, die in het Voorloopig Verslag nopens het Ie Hoofdstuk der Rijksbegrooting onder de aandacht van het Kabinet gebracht worden.
In dat Verslag wordt gevraagd, dat de regeering haar volle aandacht blijft geven aan de werkzaamheid van alle extremistische organisaties en groepen, aan het dragen van wapens door daartoe niet bevoegden, aan het zich oefenen in 't gebruik van wapens door middel van organisaties, welke niet onder de leiding en de feitelijke controle van de overheid staan, en verbiedt wat te dezen aanzien niet kan worden toegelaten ;
met kracht tegengaat het misbruiken van de vrijheid van vereeniging, van het woord, van de straat en van de pers ;
waarborgt een krachtige, afdoende bestrijding van alle terreur met het doel geoorloofde, rustige, niet uittartende propaganda van andersdenkenden te verhinderen, af te dwingen wat men anders niet zou verkrijgen, of het verrichten van arbeid door werkwilligen onmogelijk te maken ;
zich de zekerheid verschaft, dat alle lagere overheden loyale medewerking verleenen aan de regeering met betrekking tot de handhaving van het gezag en de bevordering van den eerbied voor de staatsinstellingen.
Ook nog voor een ander punt wordt de belangstelling van het Kabinet gevraagd, namelijk voor eene regeling, waarbij leden van de Staten-Generaal of van andere vertegenwoordigende of besturende lichamen, die den door hen afgelegden eed of belofte van trouw aan de Grondwet schenden, van het lidmaatschap dier lichamen zullen worden uitgesloten.
Men ziet, dat er, zooals wij reeds hierboven zeiden, nog een groot stuk werk voor de regeering op het terrein der gezagshandhaving te verrichten is.
De Overheid heeft, als voerende gezag van Godswege, als haar voornaamste taak te beschouwen de handhaving van het gezag in Staat en Maatschappij, opdat de onderdanen een gerust en stil leven mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid.
Het mag verwacht worden, dat het tegenwoordig Kabinet, in de vervulling van deze taak zijne roeping ziet tot eere Gods en tot zegen van ons volk.

„DE BEHENDIGHEIDSSPELEN” VERBODEN.
De Minister van Justitie heeft de vorige week voor de tweede maal ingegrepen ten opzichte van de hazardspelen : Spiralo, Straperlo, of hoe men ze noemen wil, die dezen zomer als z.g.n. „behendigheidsspelen" hun intrede in ons land gedaan hebben. De eerste maal liet de Minister op het einde van het badseizoen te Scheveningen proces-verbaal tegen den exploitant van het Straperlo-spel en tegen de deelnemers van dit spel opmaken, teneinde een uitspraak van den rechter in hoogste instantie te verkrijgen.
Ditmaal ging de Minister, nu deze spelen over het geheele land hand over hand toenemen, verder, door zelfs den uitslag van het Haagsche proefproces niet af te wachten, den Procureur-Generaal bij de Gerechtshoven, de opdracht te verleenen, dat hangende dit proces, de spelen moesteïi werden gestaakt op straffe van vervolging en inbeslagneming.
Dat de Minister tot het verleenen van deze opdracht gekomen is, vindt z'n oorzaak in het feit, dat in het Haagsche proefproces ernstige aanwijzingen zijn verkregen, dat de genoemde „behendigheidsspelen" niet anders zijn dan bij de wet verboden hazardspelen.
Zou de rechter tot een andere beslissing zijn gekomen, of nog komen, dan zou de regeering onverwijld een voorstel tot wijziging van het Strafwetboek hebben aanhangig te maken, waarbij ook deze „behendigheidsspelen" zouden moeten verboden zijn.
Het kan toch niet toelaatbaar worden geacht, dat bij de toenemende zedenverwildering, die zich in strandbaden, straatprostitutie enz., reeds openbaart, ook nu nog het hazardspel ongestraft voortgang te laten hebben.
Naar de bladen berichten, verrijzen de speelholen als paddestoelen uit den grond.
Ons volk zal in overgroote meerderheid den Minister van Justitie dankbaar zijn voor zijn krachtig optreden tegen het kwaad van het hazardspel.

OVERHEID EN AMBTENAAR.
De Ministerraad heeft Maandag het volgende besluit uitgevaardigd :
De Raad van Ministers,
Overwegende dat in deze woelige tijden de ambtelijke plicht medebrengt, dat de ambtenaar de Overheid in hare zware taak steune, en haar geen moeilijkheden berokkene noch in noch buiten de uitoefening zijner bediening.
Besluit :
dat de ambtenaar zich zal hebben te onthouden van elke openbare actie tegen de Overheid en haar beleid.
(w.g.) De Minister van Staat, Voorz. van den Raad van Ministers,
Uit dit besluit van den Ministerraad blijkt, dat de regeering zich volkomen bewust is van den ernst van den tijd, waarin wij leven.
Is het op zichzelf reeds af te keuren, dat ambtenaren actie voeren tegen maatregelen, die de regeering treft. Te meer is zulk optreden verwerpelijk, wanneer dit geschiedt in het geval, dat het land zich bevindt aan den rand van den afgrond en alle pogingen moeten worden aangewend om het schip van Staat voor een wissen ondergang te behoeden.
Ook in het besluit van den Ministerraad zit een stuk gezagshandhaving, dat aller toejuiching verdient.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's