De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

15 minuten leestijd

ZOU HET WAAR ZIJN?
Wij hebben kortgeleden melding gemaakt van het eigenaardig artikel van ds. D. Bakker, hoofdredacteur van „Kerk en Volk", wekelijksch orgaan van de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden, over het a.s. Reorganisatie-Rapport van „Kerkopbouw". Hij mocht toen nog niets publiceeren en deed het toch. Wij willen natuurlijk ook niet vooruitloopen op de zaak. Het Rapport moet nog verschijnen. Wachten is de boodschap. Maar wat ons al niet heelemaal onbekend was, treedt meer en meer in 't licht; o.a. ook door „de Kroniek" van ds. Te Winkel uit Den Haag in „Onder eigen Vaandel". En dat is dit: dat „Kerkopbouw", waarin ook de Modernen zijn vertegenwoordigd, er over denkt, om met voorstellen inzake „Filiaalgemeenten" te komen of „Huisgemeenten", naar 't model, dat indertijd door dr. J. C. Niemeijer van Bolsward is ontworpen en door de Vrijzinnigen is overgenomen.
Wanneer het waar mocht zijn, dat in het komend „Reorganisatie-Rapport" van „Kerkopbouw" deze zaak inderdaad wordt voorgesteld, dan zal het voor ons onaannemelijk zijn. We hebben dan veel liever dat het maar blijft zooals het nu in de Hervormde Kerk is, dan dat het worden zou naar de beginselen van het Rapport-Kerkopbouw. Wanneer men zóó de Kerk van Christus wil gaan inrichten, dan moet men het straks niet anderen verwijten, dat men zich verzet, krachtig verzet. Maar dan moet men zelf de verantwoordelijkheid en de schuld dragen.
Men moet niet aan de belijdenis der Kerk komen !
Men moet niet de Kerk gaan ont-kerken !
Dan wagen wij het liever in onze Hervormde Kerk met het aloude beginsel, dat velen lief is en dat naar Gods Woord is.
Houdt Christus Zijne Kerk in stand, Zoo mag de hel vrij woeden. Gezeten aan Gods rechterhand. Zal Hij haar wel behoeden !
Ons volk, ook te midden van den grooten afval, ja juist nu, nu de afval zoo groot Is, heeft behoefte aan een Kerk, die Christus' Kerk wil zijn, naar Gods Woord !

HUISGEMEENTEN.
Indien we ons niet vergissen, is men bezig, b.v. prof. Wagenaar, van Leeuwarden (Evangelisch predikant aldaar), de menschen te suggereeren met het mooie van de „huisgemeenten", zooals die in Jeruzalem en elders, in den beginne werden aangetroffen. Wat waren de broeders en de zusters toen in liefde bijeen !
En daarom wil men nu weer gaan spreken van „huisgemeenten", om in de Hervormde Kerk aan „minderheden" ergens ter plaatse het recht te geven „zich zelfstandig te gaan organiseeren" als „huisgemeenten". Hier een moderne huisgemeente, daar een evangelische „huisgemeente" enz. enz.
Maar men voelt toch wel, dat men voor 't geen men nu blijkbaar wil gaan voorstellen (we hopen dat het niet waar is, wat men fluistert) niet het recht heeft, om de huisgemeenten, waarvan we in de eerste tijden van het Christendom lezen, te gaan vergelijken met wat men nu blijkbaar wil in 't leven roepen
Ontstonden de huisgemeenten toen, omdat de belijdenis aangaande God en Christus, zóó verschillend was, dat men onmogelijk kon saamleven in één Kerkgemeenschap ? Waren er toen „moderne" en „evangelische" huisgemeenten enz. ?
Immers neen !
De huisgemeenten van vroeger waren principieel en practisch gehéél anders dan men nu bedoelt, 't Is eenvoudig niet met elkaar te vergelijken !
Wat men nu wil gaan doen, is niets anders, dan rechten en vrijheden geven aan onderscheidene groepen, die niet staan op den bodem van de belijdenis der Kerk, die in geest en hoofdzaak de belijdenis der Kerk loochenen, tegenspreken en verwerpen. En dat is ontoelaatbaar in de Kerk des Heeren. Men moet de Kerk Kerk laten en men mag er zéker niet mee doen, wat men in een Vereeniging zelfs niet zou doen. Wat men alleen maar met een faillieten boel doet, om den aftocht voor te bereiden.
Verbeeldt u, dat we een „Evangelische" huisgemeente kregen ergens, met al de rechten en vrijheden in de Hervormde Kerk, als men daar (volgens het oordeel van prof. Brouwer, in z'n boekje over de richtingen) „de zonde niet opvat als volstrekt bederf en de genade maakt tot helpende genade (synergisme) ; als men daar van oordeel is, dat Paulus van Jezus' prediking is afgeweken ; dat Jezus niet het vleesch geworden Woord (Zoon Gods) is, maar een geschapen hemelling, hooger dan de engelen. Waar men het N.T. tegenover het O.T. stelt, de triniteit ontkent, de persoonlijkheid van den Heiligen Geest loochent, eveneens de satisfactie of de verzoenende kracht van Christus' bloed, het bestaan van booze geesten enz., daarbij leerend : de wederherstelling aller dingen.
Stelt u voor, dat dat nu een „Huisgemeente" genoemd wordt naar het mooie voorbeeld van de eerste Christengemeente !
Neen zulke dingen moest men nu niet meer onder de, menschen willen brengen.
’t Is absoluut verwerpelijk; 't is met geen mogelijkheid te aanvaarden !
Zal misschien prof. Wagenaar, Evangelisch predikant van Leeuwarden, op de vergadering van „Kerkopbouw" worden verdedigd ?
We hopen het niet! De Evangelischen (die in 1834 zoo'n fatalen invloed hebben uitgeoefend op de uitdrijving van een groot deel van de Gereformeerden, hun zelfs niet gunnend dat ze als „huisgemeente" rondom Gods Woord saamvergaderden !) kunnen nu misschien heel lief gaan praten, waar zij altijd voorstanders zijn geweest van volstrekte leervrijheid (behalve voor de Gereformeerden !).
Maar wij moeten er niets, zegge niets van hebben !

LAAT DE KERK TOCH KERK ZIJN !
Het Kerkprobleem is het Christus-probleem.
De Kerk moet Christus' Kerk zijn. Anders is zij geen Kerk. De Kerk moet Kerk des Woords zijn, anders is zij geen Kerk. De Kerk moet een belijdende Kerk zijn, anders is zij geen Kerk. En zoo moet de Ned. Hervormde Kerk Christus' Kerk zijn, sprekende naar Gods Woord, staande met haar belijdenis als een pilaar en vastigheid der Waarheid in het midden des volks ! Ons volk heeft niets aan een Kerk, die dat zou weigeren te willen zijn. Vooral nu niet, nu de afval zoo groot is. Een Kerk, die zich door genade aan den Heere mag overgeven om uit Hem te leven, kan tot grooten zegen zijn. En daarom is onze bede geduriglijk, dat de Heilige Geest ook in onze Hervormde Kerk mag werken, om haar te verwaardigen als een getrouwe getuige te staan temidden van ons Volk en Vaderland.
De Raad der Kerken heeft te Utrecht vergaderd in verband met het bekend worden der ontstellende cijfers der laatste volkstelling, waaruit gebleken is — wat we al lang wisten — dat het getal van degenen, die met de Kerk gebroken hebben, ontstellend groot is. Op die vergadering, onder voorzitterschap van Z.Ex. prof. Slotemaker de Bruine, zijn vele goede woorden gesproken en vele plannen onder de ogen gezien. Maar het komt ons voor, dat de hoofdzaak — wij zeggen niet: vergeten — te weinig onder de oogen gezien is.De Ned. Hervormde Kerk als Christus' beijdende Kerk, naar Gods Woord. Geen andere zaligheid kennend dan in Jezus Christus, naar de Schriften.
Het deed ons goed, in „Woord en Geest" en artikel te lezen van dr. Geelkerken, uit Amsterdam, predikant bij de Geref. Kerk H.V., over de conferentie te Utrecht (de conferentie over de ontkerkelijking). En we nemen met instemming een gedeelte van dat schrijven over.
Een drietal opmerkingen maakt dr. Geelkerken. De eerste is : na al 't praten moet het nu komen tot daden ! En dan ten tweede : „Met name bij de discussie kwam wel uit, hoe zeer het richtingsverschil van allesbeheerschende beteekenis is. Veel in de oude kerkelijke onderscheidingen blijkt volkomen verouderd te zijn. De groote scheidslijn loopt reeds lang niet meer tusschen Doopsgezind, Hervormd, Remonstrantsch, enz., maar tusschen vrijzinnig en rechtzinnig, zij het ook met allerlei schakeering van die twee. Hoeveel zou er voor het kerkelijk leven in ons vaderland — ook voor den aanvat der onkerkelijkheid en der ontkerkelijking — gewonnen zijn, indien men er in slaagde een concentratie der vrijzinnigheid eener-, der rechtzinnigheid anderzijds over heel de linie tot stand te brengen ! De verhoudingen zouden dan zuiverder worden, de krachten zouden niet in onderlingen strijd elkaar opheffen, en de weg was gebaand voor een betere organisatie van het kerkelijke leven, dan thans het geval is. Zou het den Raad der Kerken niet mogelijk zijn hier krachtig zulk een noodzakelijke „Neuorientierung" te bevorderen ?
Eindelijk. Met name het vraagstuk van de Ned. Hervormde Kerk blijkt toch wel duidelijk van niet te overschatten invloed te zijn op heel den kerkelijken toestand hier te lande. Zoolang dit vraagstuk niet principieel tot een practische oplossing komt — de Ned. Hervormde Kerk is nog steeds verre de grootste der Protestantsche Kerkgemeenschappen in ons vaderland — is alle therapie, die gezocht wordt in betere administratie, betere verdeeling van arbeidskrachten, doeltreffender controle op kerkelijk ambtswerk enz., toch eigenlijk slechts een aanwenden van palhatieven. Een kerk is nu eenmaal kerk door haar belijdenis, door haar levend en krachtig belijden van Christus. Daarin moet zij één zijn en daarin haar kracht hebben naar binnen en naar buiten. Dat dit in de grootste Protestantsche Kerk van Nederland nog altijd niet het geval is. Is zeker wel het allerdroevigste van den toestand op kerkelijk gebied hier te lande. Hoe geheel anders zou ook ten opzichte van de ontkerkelijking en de onkerkelijkheid onmiddellijk de situatie worden, indien „Kerkopbouw" en „Kerkherstel" er in slaagden om eenparig de Ned. Hervormde Kerk te reorganiseeren tot een alleen het Evangelie predikende, uitsluitend den Christus der Schriften belijdende kerkgemeenschap in het midden van ons volk. Laten toch allen, die hier iets kunnen doen, de handen met kracht ineenslaan, om dit probleem der Ned. Hervormde Kerk, dat reeds zoolang het kerkelijk en godsdienstig leven van ons volk drukt, eindelijk eens tot een bevredigende oplossing te brengen. Het is inderdaad de hoogste tijd !”
Hier wordt het dus genoemd : het allerdroevigste van den kerkdijken toestand, dat de Ned. Hervormde Kerk, de grootste Protestantsche Kerk van Nederland, nog niet is een „alleen het Evangelie" predikende en „uitsluitend den Christus der Schriften belijdende Kerkgemeenschap is in het midden van ons volk”.
Accoord !
Laten we midden in al de cijfers van alle mogelijke statistieken die woorden groot gedrukt, in omlijsting, plaatsen, zóó, dat ieder die waarlijk in deze dingen belangstelt, die woorden 't eerst ziet en leest.
O ! dat de Heilige Geest mocht nederdalen om onze oogen te openen en onze harten te ontsluiten !
Dat de Heilige Geest mocht doorwaaien onze Hervormde Kerk !
Meer dan ooit voelen we het, dat Gods Geest over ons moet komen, om ons wijs te maken en te leiden in alle waarheid, ook inzake de Kerk.

VRIJZINNIG TEGENOVER RECHTZINNIG.
In de Hervormde Gemeente te Groningen is een samenspreking gehouden tusschen een Commissie uit den Kerkeraad bestaande uit de heeren : ds. Willemze, ds Coolsma, ouderling prof. Haitjema en Pieters, en een Commissie uit de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden bestaande uit de heeren : prof. Lindeboom, mr. Enklaar en ds. Smit Sibinga (voorzitter van de afdeeling). De samenspreking ging over de aanvrage vanwege de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden om een doopbeurt, te bedienen door den Vrijzinnigen voorganger, ten overstaan van den Kerkeraad (orthodox). Gehoord het advies van de Kerkeraads-Commissie, heeft de Bijzondere Kerkeraad toen geweigerd, niet uit zucht tot heerschen, maar omdat het niet mag en niet kan; 't welk met een vijftal redenen werd omschreven. De Kerkeraad moet de geestelijke leiding hebben in de gemeente en mag die niet aan anderen in handen geven. Door toe te staan, zou zij eigen prediking en sacramentsbediening veroordeelen of twijfelachtig stellen. Het gezag van den Kerkeraad steunt in de heerschappij van Christus, naar Wien hij te vragen heeft. De Vrijzinnige beweging drijft in een verkeerde richting, waarbij noch aan Christus noch aan het geestelijk ambt als Zijn instelling, wordt vastgehouden. De Kerkeraad erkent alleen hen, die den Christus belijden, zooals de Heilige Schriften Hem teekenen.
Op die vijf gronden heeft de Kerkeraad van Groningen geweigerd.
Natuurlijk, dat de Vrijzinnige Hervormden daarmee geen genoegen nemen en prof. Lindeboom heeft getracht een weerlegging te geven in het Vrijzinnig Kerkblad van Groningen, maar het is voor ons een bewijs te meer, dat de Kerkeraad, die vasthoudt aan den Christus der Schriften en de belijdenis van Hem vraagt ook bij het Sacrament van den Heiligen Doop, in zijn recht staat en getrouwheid heeft betoond.
Wat is de Heilige Doop zonder het geloof en de belijdenis van Jezus Christus en Zijn verzoenend sterven ?
Immers een plechtigheid — zonder eigenlijken inhoud. En daartoe mag de Hervormde Kerk niet medewerking verleenen.

UIT HET LAND VAN HET MODERNISME.
In N.-Holland staan in de Protestantsche gezinnen de ledige wiegen. In vele gezinnen is zelfs nooit een wieg geweest. Men vermoordt daar zichzelf. En Rome vaart er wél bij.
In Noord-Holland staan de Protestantsche kerken ledig. Men heeft er eerst blad voor blad uit den Bijbel gescheurd in naam van de wetenschap. Men bedankte er natuurlijk voor om een „papieren paus" te erkennen. Noch de Bijbel noch de kerkelijke belijdenisschriften konden genade vinden in de oogen van de machthebbers, en het volk is hen nagevolgd.
En wat er soms van het Protestantschkerkelijk leven bekend wordt, is dan ook niet zelden allertreurigst.
We knippen uit het Amsterdamsch Predikbeurtenblad — de Herv. Kerkbode van Amsterdam — een stukje uit. 't Is een brief, door de redactie opgenomen. Men leze !
De redactie zet er boven „Arm Noord-Holland". Wat te begrijpen is.
In den brief staat: „De Harddraverijvereeniging „West-Friesland" bestond 50 jaar. 't Is Zondag 24 Sept. 1933 ; des namiddags half acht. Ik ben in Schagen. Midden in het dorp ligt het marktplein, waar de mooi-gebouwde Ned. Hervormde kerk staat, met haar hoogen toren. De deuren van de kerk gaan open. 's Zondagsavonds half acht. Verschillende dingen worden uit de kerk naar buiten gedragen, o.a. een tafeltje, twee stellingen met draad, te gebruiken voor koorddansers ; een trapeze en nog enkele andere dingen. Al deze voorwerpen werden opgebouwd en neergezet op het plateau tegen de kerk, waarna de kerkdeuren werden gesloten. Volgens advertenties zou er dien avond een openlucht acrobatiek gehouden worden. Juist had de klok acht slagen doen hooren, welke klonken over het anders zoo rustige dorp Schagen, toen de kerkdeuren weer werden geopend en een manspersoon in zwarte jas en hooge zijden hoed op, naar buiten trad. Een groot muziekkorps, opgesteld ook op het plateau der kerk, begon een bijpassend muzieknummer uit te voeren. Honderden nieuwsgierigen uit Schagen en omstreken stonden opgesteld op het marktterrein. De persoon dan, komende uit de kerk, liep op een tafeltje toe, boog eenige malen naar 't publiek en begon daarna een voorstelling te geven in acrobatische toeren. Toen deze geëindigd waren, trad hij in gympak, waarover een chambercloak, de kerk weer binnen. Na eenige oogenblikken trad 'n clown uit de kerk. Hier behoef ik u niet verder over te schrijven. U begrijpt wel, welke malle figuren deze persoon vertoonde. Na deze voorstelling werd 't muziekkorps verzocht een marsch te spelen. Uit de kerk kwamen toen vier gymnasten, gekleed in gympak en chambercloak in marschcolonne aangemarcheerd. Ook deze gaven een voorstelling. Toen dit voorbij was, trad er een persoon de kerk uit, gekleed in een roode broek en dito gestreept jasje. Deze deed verschillende goocheltoeren, zooals vuureten en vuurspuwen en dergelijke dingen, te gek om op te noemen. Hierna komt nog een half gekleede dame de kerk uit, die nog eenige verrichtingen aan de trapeze vertoonde. Tot slot van het programma kwam er nog een clown te voorschijn. Ik zal maar eindigen, Dominé, want ik vrees, dat het u begint te vervelen. Ik hoop niet, dat U mij dit kwalijk neemt, dat ik U dit zoo uitvoerig heb geschreven”.
De redacteur van het „Kerkbeurtenblad", dr. G. Oorthuys, voorziet dezen brief van het volgende onderschrift :
„Hier zullen de Besturen der Kerk moeten ingrijpen. Zij worden van deze ergernis op de hoogte gebracht.
„Maar hier ziet gij de consequentie daarvan, dat eerst het eeuwig Evangelie des kruises uit de kerken is verbannen. Daarop zijn de Sacramenten gevolgd. Daarna de menschen. Een halve eeuw geleden waren de kerken, ook in het nu leege Noord-Holland, nog gevuld. Dat hoort men telkens ouderen van dagen getuigen. En nu het Woord en de gemeente er uitgebannen zijn, trekt de wereld er in met al haar nulliteiten.
„Zoo wordt ook 't laatste greintje respect, dat voor de Vaderlandsche Kerk in Noord-Holland mocht overgebleven zijn, moedwillig uitgeroeid”.
Wij herinneren ons nog levendig het optreden van ds. H. J. D. R. Theesing, Herv. pred. te Middelie-Kwadijk (N.-H.) met zijn verschrikkelijke prediking, waarover ook in de Synode nog al wat te doen geweest is. (Dr. Oorthuys was toen juist Synode-lid). Na welke procedure, die natuurlijk op niets uitliep (in 1834 en 1886 vielen de kerkelijke procedures „bij toeval" heel anders uit !!) door ds. Theesing nog het brutale boelqe „Verboden Christendom", zes toespraken van een „ketter" — is uitgegeven (bij de Uitg.-Mij. „De Vrij religieuse tempel", dir. K. H. Noest Jr., Amsterdam 1923).
Schandelijke, goddelooze dingen zijn toen uitgesproken, neergeschreven en uitgegeven ! En de vruchten blijven niet uit.
Wij begrijpen best, dat de Modernen in Noord-Holland zulke dingen zeggen en doen ! De boom wordt aan z'n vruchten gekend. Een doornstruik brengt nu eenmaal geen druiven voort.
Maar dat men bij de orthodoxen niet over héél de linie om Christus' wil, om de wille van Kerk en Volk, in deze geen partij kiest, kunnen we niet verwerken.
Men walgt van de allerakeligste redeneeringen, die dan door sommigen gehouden worden en men ergert zich gruwelijk over de houding, die door anderen wordt aangenomen.
Maar zóó gaat verloren ! onze Hervormde Kerk
Arm Nederland !
Laat de Kerk, laat onze Hervormde Kerk toch Kerk zijn en zich als Kerk mogen openbaren.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's