De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

9 minuten leestijd

Het Evangelie van Matt heus (Levi, de tollenaar, een Apostel des Heeren, Matth. 10 : 3 ; Mare. 3 : 18 ; Lucas 6:14 ; Hand. 1 : 13 ; Mare. 2 : 14 ; Matth. 9:9; Luc. 2 : 27) telt 28 hoofdstukken en 1068 verzen, waarvan het grootste gedeelte ook terug te vinden is in het Evangelie van Marcus. Het is geschreven door een christen uit de Joden, die met de Joodsche gebruiken op de hoogte is en bij zijn lezers 't zelfde veronderstelt. Hij schrijft voor christenen uit de Joden, opdat ze gesterkt zullen worden in hun geloof ; en voor Joden, opdat ze zullen leeren opmerken, dat Jezus is de Beloofde aan de Vaderen, de Messias, in Wien al de Schriften 2 ij n vervuld. Steeds heeft hij de Schriften van het O. T. bij de hand, om ze te citeeren. Vandaar de plaats van dit Evangelie, als het eerste van het viertal, omdat het de brug wil vormen tusschen O. en N. Testament. De lijn loopt door, van de belofte in de vervulling. Jezus is Abrahams ware zaad, Davids Zoon, alles naar de Schriften. Dat Jezus de beloofde Messias is, wordt door voortdurende aanhalingen uit het O. Testament nader aangetoond, waarin natuurlijk een apologetische strekking zit, om Christus tegen de verwerping door de Joden te verdedigen. Want het leven van Jezus, den Beloofde aan de Vaderen, wordt ons door Mattheus beschreven als een drama. De Profeet, die tal van redenen houdt, wordt niet geloofd. De Koning, die komt om het Koninkrijk Zijns Vaders tot openbaring te brengen, wordt door 't volk als volk verworpen. En zelfs Zijn discipelen, die in Hem gelooven en Hem overal volgen, begrijpen Hem zoo dikwijls verkeerd. De Profeet-Koning, de aan de Vaderen beloofde Messias, moet onder de ergernis van het volk dóór, om in een diepen lijdensweg Zijn leven te eindigen ; maar dan ook te komen tot de grootste heerlijkheid !
De opzet van het Evangelie van Mattheus is, om ons te laten zien, dat Jezus het v/are zaad van Abraham, de groote Zoon van David is, wat onder donkere schaduwen schuil gaat en door het volk niet gezien wordt, maar dat toch waar en zeker is.
In het geslachtsregister rekent Mattheus dat alles voor : de afkomst van Christus is te zoeken bij Abraham (1 vers 1) ; bij David (1 vers 6, 7).
Als een echte rekenmeester zegt Mattheus (Levi, de tollenaar, die met tabellen en staten goed overweg kon) : „Zoo waren het van Abraham tot David samen veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap 'tot Christus veertien geslachten" (1 vers 17). (14 = 2 x 7). Er zit een zekere gang in de geschiedenis ten opzichte van de beloften Gods en de vervulling daarvan. Abraham, de vader der geloovigen, staat aan het begin ; in zijn zaad zouden alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Davids regeering is het hoogtepunt. De Babylonische ballingschap is het laagtepunt. Maar Israël gaat niet verloren. God vergeet Zijn belofte niet : Jezus wordt geboren, Abrahams zaad, Davids Zoon, Israëls Verlosser, de Heiland der wereld is er nu. Zóó wordt Gods raad vervuld, gaande „naar de Schriften".
't Gaat door veel zonde heen, gelijk het geslachtsregister bewijst (Thamar, Rachab, Ruth, de Moabitische, „de huisvrouw van Uria" — vier vrouwen worden genoemd ten bewijs).
Over de geboorte van Jezus uit de maagd Maria Jesaja 7) ligt een schaduw, en lastering kan veel kv/aad doen (hoofdstuk 1) ; Zijn afkomst uit Nazareth is niet eervol (hoofdstuk 2). Als Hij in het openbaar optreedt is het niet met machtsvertoon, maar in den doop wordt Hij één met Zijn volk, in zonde en schuld, (hoofdstuk 3). Tegenover den duivel en de wereld toont Hij den geestelijken gang te kiezen voor Zijn Koninkrijk en geen aardsche macht of heerschappij (hoofdstuk 4). Dat is de inleidi'ng van het boek : Jezus, de Profeet-Koning, is echt mensch, nederig, veracht, maar één met Zijn volk, geestelijk en heilig, deelend in de gunst Zijns Vaders. Echter is Hij, de Profeet-Koning, niet aantrekkelijk voor de menschen, voor de wereld. De onwaardigste is Hij, die Nazaréner genaamd wordt, en niemand begeert Hem van al degenen die een nationalen held verwachten. Maar God bereidt Hem de Wijzen uit het Oosten, die den Koning der Joden eeren en aanbidden! De mensch Christus Jezus is de Gezalfde des Vaders, Gods Uitverkorene, Die door schande en dood gaat naar de eeuwige overwinning.
Het tweede gedeelte van het boek, waarin ons het eerste optreden van den Profeet-Koning geteekend wordt, is 4 vers 23—10 vers 42. De Bergrede (3 hoofdstukken) om te laten zien hoe Jezus leert, ook, waar 't moet tegenover de leeringen van menschen, die de Wet Gods omtuinen en krachteloos maken. Jezus stelt Zich nooit tegenover „wat geschreven staat", nooit tegenover de Schriften ; wel tegenover hetgeen het volk „van de Ouden gehoord hebben" ; rabbinistische spitsvondigheden en doode vormelijkheid. De gezindheid moet oprecht zijn en aan Gods geboden moet eerlijk en oprecht gehoorzaamheid worden betoond. Geen pogingen om de Wét te ontduiken, onder vromen schijn van menschelijke drogredenen In de vreeze Gods moet ons huis vast staan! (Matth. 5 vers 7).
Als „de Knecht des Heeren" neemt Hij de ellende Zijns volks op Zich, zieken genezend, tegelijk als Messias vergeeft Hij de zonden. (8—9 vers 34).
Als Profeet-Koning zendt Hij Zijn jongeren uit in het midden van het volk, dat Hij roept en zoekt, maar dat Hem verwerpt en daarvan de volle verantwoordelijkheid moet dragen. Bij deze gelegenheid houdt de Heiland een breede „uitzendingsrede" (hoofdstuk 10). De crisis komt en de verwerping door de leiders des volks wordt meer en meer openbaar (11 vers 25—12 vs. 50). Er komt scheiding tusschen degenen, die Hem erkennen, en die Hem verwerpen. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren ; waarbij het volk de volle verantwoordelijkheid mceit dragen ! Het spreken in gelijkenissen maakt dan, dat degenen, die in Hem gelooven, de geheimen van het Koninkrijk Gods des te beter geestelijk leeren verstaan. Die Hem verachten en verwerpen komen door het spreken in gelijkenissen des te meer buiten de geheimnis van het Koninkrijk Gods te staan. In hoofdstuk 13 lezen we een gansche reeks van gelijkenissen ; zeven in getal. Israël als volk zal uitvallen ; het roemen in het vleesch zal hen verhinderen in te gaan ; een nieuw, geestelijk Israël zal Hem aanhangen; zal de woorden van den Profeet gelooven en zal den Koning Israels dienen. De verantwoordelijkheid des volks moet gevoeld worden en de gevolgen zullen vreeselijk zijn voor Abrahams zaad. Dé Profeet die beloofd is (Deut. 18 vers 19) is gekomen, maar men heeft niet naar Hem gehoord !
Voortgaande met Zijn arbeid, komt het tot de Christusbelijdenis van Petrus (hoofdstuk 16). De lijdensweg wordt aangezegd. De verheerlijking op den berg volgt (17 vers 1—23). De Gemeente des Heeren zal straks geestelijk Hem gehoorzaam zijn (18). De Profeet-Koning zal tot Zijn eere komen in het geestelijk zaad van Abraham.
De Galileesche periode nadert haar einde (19 en 20). De Judeesche en Jeruzalémsche periode stelt evenzeer Christus als Profeet-Koning voor oogen. 't Gaat niet met pracht en praal, maar met goddelijke majesteit (21). De „Koningsgelijkenissen". waarin Hij Zich als Koning voorstelt, om de ongehoorzaamheid van het volk te teekenen, met strafbedreiging. Hij is méér dan Salomo ; Hij is èn Davids Zoon èn Davids Heere (22). „Wee u", klinkt over de hoofden van de Farizeën. (De „rede tegen de Farizeën ; hoofdstuk 23); De Gemeente des Heeren, die geestelijk aan Hem verbonden is, moet wakend wachten op Zijn wederkomst. Het eind zal vol heerlijkheid zijn, al gaat het door vele verschrikkingen. (De „eschatologische rede"; hoofdst. 24 en 25).
Dan volgt de lijdensweg, tot ergernis der Joden, met verkeerd begrijpen van de discipelen, maar ter vervulling van al de heerlijke beloften Gods, in de Schriften vervat. Schijnbaar wordt alles één groote mislukking, maar de Profeet-Koning zal worden verheerlijkt. Zijn Woord zal bewezen worden waar te zijn. Zijn Koninkrijk zal openbaar worden als een eeuwig Koninkrijk (26, 27). Met klaar bewustzijn en in volkomen bereidheid betreedt Hij, die in de Schriften leeft, den lijdensweg, éénswillens met Zijn Vader, ook al wederstaan Hem Zijn eigen discipelen. Het is om Zijn volk te verlossen en Zijn Koninkrijk tot openbaring te brengen in heerlijkheid. En op het oogenblik, dat de vijanden meenen te mogen juichen en de vrienden vol treurigheid zijn, is de heerlijkheid van den Messias aan 't licht getreden in Zijn opstanding naar de Schriften".
Jezus is de Profeet, die bij Mattheus — die groepeert — tal van redevoeringen houdt: Bergrede (5, 6, 7 ; "uitzendingsrede (10) ; rede tegen de Farizeën (23) ; eschatologische rede (24, 25) , een aantal gelijkenissen (hoofdst. 13 geeft er zeven in getal : de zaaier, 13 vers' 3—23 ; het goede zaad en het onkruid, dat beide moet opwassen, vers 24—30 en 36—43 ; heit mosterdzaad, vers 31—32; het zuurdeeg, vers 33 ; de schat in den akker, vers 44; de koopman in schoone paarlen, vers 45—46 ; het vischnet, vers 47—50). Verder een aantal gelijkenissen in hoofdst. 18, 20, 22, 25 enz.
Hoewel er maar één Evangelie is en maar één Heiland, zoo is het licht, dat er van uitstraalt, zóó rijk en zóó heerlijk, dat het door één spiegel niet zóu kunnen worden weerkaatst. En zóó hebben we onder Gods voorzienig bestel vier beschrijvingen van het Evangelie aangaande Jezus Christus ontvangen, waarvan óók de beschrijving van Mattheus een geheel eigen plaats inneemt ; voor Palestina bestemd, maar omstreeks het eind der eerste eeuw in de KL-Aziatische gemeenten alom bekend en tot op dezen dag ook voor ons bewaard.
Was het bij Marcus, den leerling van Petrus en Paulus (ongevveer 70 na Chr. te Rome geschreven voor Christenen uit de heidenen) er om te doen, Jezus Christus voor te stellen in de steeds voortgaande openbaring van Zijn gbddelijke kracht in een menigte van teekenen en wonderen, waarin de heerlijkheid van den Leeuw uit Juda's stam uitstraalt en waardoor 'de Heiland bewezen wordt waarlijk Gods Zoon te zijn. Bij Mattheus, de Christen uit de Joden, in Palestina (ongeveer 80 na Chr.) gaat 't er om, het leven van Jezus den Profeet-Koning te beschrijven, die in tal van redevoeringen tot Zijn volk spreekt, maar die, hoewel Hij de Beloofde aan de Vaderen is en alles naar de Schriften gaat, door Zijn volk wordt verworpen.
Zalig het volk, dat het geklank Zijns Woords kent èn ónder Zijn heerschappij leven mag !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEREFORMEERDE GELOOFSLEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's