FINANCIËN
De weg der ouden wordt eenzaam.
In letterlijken zin genomen, zal niemand hierop iets kunnen afdingen. Van wie met hen jong zijn geweest, zijn verreweg de meesten gevallen. Wanneer ge dan ook zulk een oude van dagen de vraag eens voorlegt, hoe hij het aanvoelt, zal van verreweg de meesten het antwoord luiden : ik gevoel me als een eenzame. Toen ik den middelbaren leeftijd had bereikt, waren er hier en daar in de rijen al ledige plaatsen. Bij het klimmen der jaren nam dit kwaad zichtbaar toe, en nu ik het tijdperk van de zeer sterken heb bereikt, is het maar een enkeling meer, die naast me is overgebleven.
Weet ge waarbij ik dit verschijnsel zou willen vergelijken ? Bij dat, waar eerst het jonge hout werd weggekapt. Daarna werd de bijl gelegd aan den voet der krachtigen. Totdat eindelijk nog enkelingen restten, die tot nu aan het lot der anderen waren ontgaan. Ook dezen wacht een zelfde lot. De bijl des doods legt alles neer.
Gedachten vol weemoed en levensernst klimmen bij deze overdenking vanzelf naar boven. Gen ding is zekerder en niets staat meer vast dan dit, dat de rouwklagers zullen rondgaan door de straten, zeggende : hij of zij is niet meer.
En toch, al staat dit onwankelbaar vast, wekt het voltrekken van dit vonnis lederen keer weer eenige ontsteltenis. Als ge de brieven uit de bus haalt en daar tusschen bevindt zich een met rouwrand, zoo is zeker deze de eerste, welke wordt opengevouwen. En als het dan een is, dien ge goed gekend hebt, een uwer vrienden, een uwer naastbestaanden, zoo blijft eene ontroering niet achterwege. Het eerste wat ge bij het binnenkomen in de huiskamer dan ook opmerkt is dit : „raadt nu eens wie er dood is ? "
Zonder antwoord af te wachten, geeft ge zelf aan uw ontroering lucht, zeggende : hij of zij is niet meer.
Zoo ging het mij dezer dagen ook. Van wien ik het heelemaal niet verwacht had, kreeg ik opeens de doodstijding. 'k Had zelfs van eenige ongesteldheid niets gehoord. 't Was nog maar enkele weken geleden, dat hij met nog een van mijn vrienden bij mij een heelen middag had doorgebracht. Zijn wandelstok, dien hij had laten staan, was nog geen veertien dagen geleden opgehaald. En nu opeens kreeg ik daar het voor mij, en zeker voor zeer velen, ontstellende bericht : hij is niet meer.
’k Wil zijn naam u noemen, 't Was de heer H. Turkenburg, van Bodegraven. Hij en ds. Van der Wal, van Wageningen, hadden in het laatst van September bij mij de boeken en bescheiden van den Gereformeerden Bond wezen nazien. Als Commissie waren zij, met hun beiden, voor dit werk aangewezen.
Met welk een opgewektheid en toewijding werd deze arbeid door hen verricht. Niet alleen werden de onderscheidene posten nagegaan, op een wijze, zooals van een zakenkundig en nauwlettend iemand' mag worden verwacht, maar ook werd de heele opzet van de zaak aan een grondig oordeel van een deskundige onderworpen. Zoodat een hoogst aangename indruk als vanzelf overbleef. Toen dan ook afscheid werd genomen, was niet enkel een warm woord van dank op zijn plaats, doch bovenal werd de erkentelijkheid verlevendigd voor het bezit van zulke mannen en vrienden.
De heer H. Turkenburg blijft niet alleen bij zijn talrijke vrienden, doch inzonderheid bij onzen Bond in dankbare herinnering. Wij danken God voor de rijke gave, ons in hem geschonken. Lange jaren heeft hij ons met zijn innemende eigenschappen gediend en gesteund, waarvoor de Gever van dit alles zij geprezen.
Wij voelen dan ook levendig mee met den familiekring en met hen, die dagelijks met hem mochten verkeeren. Deze ledige plaats wordt niet dan door den Heere Zelf gevuld. Wanneer Hij het laat zien, 't is Mijne hand, die hem u schonk, en 't is Mijne hand weer, die hem thans afloste. Ingegaan in de eeuwige heerlijkheid, alleen door de genade Gods daartoe verwaardigd, na een van alle kanten gezegend leven. Welke rijke gaven waren hem toebetrouwd, en hoe minzaam en bescheiden was hij in den omgang. Wij kunnen het ons zoo goed indenken, dat het leed groot is bij hen, die achterblijven. Trooste de Heere hen Zelf met Zijn rijke vertroostingen, en leere Hij ons Hem te zwijgen.
Dat wij deze ontboezeming aan het papier toevertrouwen, nu wij hem zagen wegvallen, zult ge vatten, wanneer ik u zeg, dat het in onze bedoeling had gelegen in een van de pas verschenen nummers van De Waarheidsvriend mededeeling te doen van het nazien van onze boeken door de Commissie, waarvan de heer Turkenburg voorzitter was. 't Heeft niet zoo mogen zijn.
Laat me thans mededeelen wat deze v/eek bij den Penningmeester binnenkwam.
1. Vanuit eigen gemeente kwam van mej. N.N. de maandelijksche gift van ƒ 2.50 van mej. B. voor het Studiefonds „ 2.50 uit den collectezak van de Nic. kerk „ 1.—
2. Te Hillegersberg werd een spreek beurt gehouden, waarbij voorging ds. Fokkema, van Amstelveen. De collecte bracht op „ 26.09
3. Uit den collectezak te Wierden zond ds. Van Asch mij „ 2.50
4. Van den heer S. H. te Kr. ontving ik voor het Studiefonds „ 10.—
5. Mevr. de wed. N.N. te V. zond me een briefje, waarin zij uiting gaf aan de stille hoop, dat men den Penningmeester zeer goed zou bedenken. Want, zoo schreef zij, als de kinderen om brood vragen, en het is niet in de kast, zoo v/ekt dit zeker geen aangename gevoelens. Daarvan gaf zij zelve een voorbeeld, door te zenden „ 25.— Wij brengen ook op deze wijze onzen hartelijken dank.
6. Door ds. Koolhaas te Charlois ontving ik van N.N. voor het Studiefonds „ 1.—
7. Door ds. v. d. Graaf te Nijkerk kreeg ik, als bij hem gecollecteerd op 29 October, met bijschrift „uit dankbaarheid", voor het Studiefonds „ 5.—
8. De netto-opbrengst van de collecte voor de fondsen van den Gereformeerden Bond van de Afd. Delfshaven, bij gelegenheid van een lezing op 26 October, waar ik zelf voorging, bedroeg „ 40.— Deze uitkomst valt niet tegen. Ik dank de vrienden voor hun warme medewerking.
9. Door den heer v. d. F. te Utrecht kreeg ik van N.N. „ 2.50
10. Door ds. Koldewijn te Hattem, op Dankdag in de collecte gevonden voor het Studiefonds „ 1.—
11. Door ds. Bout te Genemuiden voor het Studiefonds uit den collectezak. „ 5.—
12. Door ds. Hakkesteegt te Kortenhoef werd me uit zijn catechisatiebus toegezonden „ 8.—
13. Een der vrienden te V. had dezer dagen het voorrecht zijn 12 1 /2jarig huwelijksfeest te vieren. Als blijk van dankbaarheid jegens God zond hij voor de fondsen mij „ 7.50 'k Heb in den geest hen beiden de hand gedrukt, 'k Was een en andermaal in dezen kring met groot genoegen, 'k Heb in hun blijdschap gedeeld. De Heere voege er nog vele gelukkige jaren aan toe.
14. Voor het Studiefonds werd me toegezonden door P. v. D. te R. „ 5.— Mijn vriendelijken dank.
15. Door den heer H. de Boer, Penningm. kerkv. der Ned. Herv. Gemeente te Elburg, kreeg ik voor het Studiefonds een gift van de Kerkvoogdij van „ 10.— Ook voor deze gift zijn wij hoogst erkentelijk. We houden ons aanbevolen.
16. Door ds. de Geus te De Bilt van een vriendin uit Bilthoven voor het Studiefonds, met opschrift „uit dankbaarheid", „ 2.50 Wij zijn ook dankbaar. Ten slotte zoek ik een kleine nalatigheid te herstellen.
Vanuit Hierden zond ds. Van Dop mij een gift, welke den indruk zou kunnen geven, dat deze van hem zelf kwam. Daar hij haar ontvangen had van iemand, die onbekend wenscht te blijven, zoek ik deze fout te herstellen.
Den vriendelijken gever intusschen onzen welgemeenden dank.
De gezamenlijke-opbrengst was alzoo
f 157.09.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's