De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

„Wat wordt die kalender dun”.
Met deze woorden werd hedenmorgen 't blaadje van den scheurkalender afgetrokken. De gedachte, welke hierbij werd wakker geroepen, is die van den snellen voortgang van ons leven. Vóór we het weten, staan we aan den uitgang van het jaar. Nu zal het niemand als iets vreemds in de ooren klinken, dat bij mij als Penningmeester van den Gereformeerden Bond nog een gedachte daarnaast post vatte. Ons boekjaar n.l. loopt nog een maand eerder af. Dit begint met 1 December en loopt af met 30 November, 'k Ben dan ook onmiddellijk aan den arbeid getogen om eens ten naaste bij een overzicht te hebben over den stand van zaken.
Hoeveel waren de inkomsten over het verloopen jaar, d.w.z. tot heden? Wij schrijven, terwijl ik momentelijk mijn gedachten aan het papier toevertrouw, 14 November. Er resten nog ruim twee weken, welke aan dit boekjaar ten goede komen.
Nu is vergelijken altijd een moeilijk ding. Want de omstandigheden waaronder wij heden leven, kunnen zoo heelemaal anders zijn dan die, welke achter ons liggen. En ongetwijfeld is dit heden het geval. Wij gaan bergafwaarts. Het hoogtepunt ligt achter ons. Wij meenen, dat hiertegen niemand iets zal inbrengen. Wanneer ik dan ook met een enkel woord van waarschuwing aanvang, zeggende : span uwe verwachtingen voor dit jaar, 1 Dec.—30 Nov. niet te hoog, zoo moet dit als volkomen gemeend worden aangenomen. Wij zijn ook lager. De cijfers, welke ik voor mij heb liggen, laten hieromtrent geen twijfel achter. Verleden jaar konden onderscheidene posten worden geboekt, die tot de zeer bizondere behooren. Toen kwamen tot driemaal toe legaten binnen. Dit was nu het geval niet. Op zoo iets mag niet worden gerekend. Gezien het tijdperk van meer dan 25 jaar dat onze Bond bestaat, was het een vorig boekjaar ook wel zeer bizonder.
Dit alleen is voldoende om een lager eindcijfer tegemoet te zien.
Toch schuilt hierin het verschil niet alleen. Ook de gewone inkomsten geven een lager punt aan.
Vooreerst de contributies.
't Gebeurt vaker, dat ook na het afsluiten van het boekjaar nog leden aan hun verplichting in dezen niet hebben voldaan, doch thans is het wel opvallend.
Zou ik daarom bij de penningmeesters van de Afdeelingen én bij de verspreid wonende leden, die dit nalieten, mogen aandringen op spoedige toezending ? 'k Zou dit gat zoo gaarne iets kleiner zien. 't Verschil bij een vorig jaar is opvallend, - 'k Vertrouw dat ieder die dit leest, zich zelf even de vraag voorlegt: heb ik den Penningmeester van den Bond mijn bijdrage voor 1933 al toegezonden ? Zoo neen, doe het dan dadelijk. Ge maakt mijn werk daardoor gemakkelijk en mijn zorg veel lichter.
Wat de inkomsten betreft van wat wij onze bezittingen noemen, heb ik heelemaal geen klagen. Hierbij kwamen vrijwel geen teleurstellingen voor. Dit is wel iets opmerkelijks, voornamelijk in onze dagen, waar zooveel wankelt en onvast is geworden. De belegging onzer gelden bleek voorzichtig te zijn gedaan. Met erkentelijkheid jegens God, Wiens hand hierin duidelijk mag worden gezien, gedenken wij onze voorgangers, die zorg en moeite in dezen zich hebben gegeven om alles zoo goed mogelijk te regelen, 't Had niet beter kunnen worden verzorgd.
Met de giften voor onze fondsen is het verschil niet klein. Doch wanneer het nu net zoo gaat als verleden jaar, in de maand November kan nog veel worden goed gemaakt. Toen werd n.l. meer dan duizend gulden — zegge 1000 gulden — onder giften geboekt. Wie weet, of het nog niet op dezelfde wijze geschiedt.
Wij leven in afwachting.
't Komt vaker voor, dat waar wij niets zien dan donkerheden, dat de Heere het licht maakt.
Met de busjes staat het nog zoo slecht niet. 't Zou ons heelemaal niets verwonderen of 1933 blijft bij het voorgaande jaar niet ten achter. Nog een klein stootje, en wij zijn er. Laat een ieder die een busje heeft eens een onderzoek instellen of de inhoud niet noodt tot verzending. In den loop der jaren zijn er onderscheidene geplaatst, van welke ik nooit meer iets heb vernomen, 'k Maak dan ook van deze gelegenheid gebruik eens aan te kloppen bij de zoodanigen, die tot nu blijk geven in den vergeetboek te zijn geraakt.
Deze wijze van steun verleenen is voor velen als aangewezen. Groote giften past hun niet, doch een stuiver of een dubbeltje of iets meer, glijden zóó door de opening. Wat sommige busjes opbrengen, is waarlijk niet klein. Ik noem thans geen namen, maar wanneer ik zeg dat er zijn, die mij in een jaar tijd 100 gulden en meer toezenden, zoo is de gevolgtrekking door u zelf licht gemaakt: dit werpt meerdere bate af dan verreweg de meeste collecten, 'k Ben op mijn busjes niet weinig trotsch. De stille werkers met deze dingetjes doen reuze-werk. Ik dank hen voor al hun arbeid en moeite. Binnen niet te langen tijd hoop ik hierop nog eens terug te komen, 'k Heb een nieuwe collectie dezer dagen thuis gekregen. Wie er een hebben wil, geve mij zijn adres maar op !
Na de rubriek „busjes" volgt die van de spreekbeurten. Deze blijft het verste achter. Deze is onrustbarend veel lager. Hier wringt onze schoen het meest.
'k Wil evenwel hopen dat in deze laatste twee weken nog veel van den achterstand mag worden ingehaald. Verleden jaar kwam in dit zelfde tijdvak nog bijna 900 gulden — zegge negenhonderd gulden — binnen. Zou dit nu tot de onmogelijkheden behooren ? Met een weinig goeden wil kan zooveel worden bereikt. Daarom doe ik op elken collega, op iederen kerkeraad, die weet wat wij met onzen arbeid bedoelen en najagen, een ernstig beroep om ook nu een collecte te houden voor onze fondsen.
Zonder uw hulp blijft onze wagen steken. De steun, welken wij hebben toegezegd, en die tot de uiterste proporties is herleid, dringt ons bij u aan te houden met dubbele volharding.
Wat goede wil beteekent, hebt ge bij de Paaschcollecte getoond. Deze was zoo goed, zoo beschamend goed, dat wij hieruit de gevolgtrekking maken dat gij ons helpen wilt.
Niemand onzer blijve achter!
Wanneer ik nog één woord hieraan toevoeg is het dit: onzen oud-alumni wordt deze zaak wel zeer nauw op het hart gebonden, 't Geldt onze gezamenlijke eer.
Wij zien met meer dan gewone verwachting naar uwe berichten uit. 'k Vertrouw, dat ge ons in dezen niet zult beschamen. Geve de Heere ons Zijne voorlichting en bijstand in alles te merken.
Hierbij leg ik thans de lijst voor van wat bij me inkwam.
1. Ds. Van Voorthuizen te Rijssen zond me een gift aldaar gecollecteerd van N.N. voor het Studiefonds, van ƒ 2.50
Mag ik, na vriendelijk dank te hebben gezegd, eens aan de Broeders in deze warm-meelevende gemeente 't verzoek richten ons in deze moeilijke tijden met een extra collecte te steunen ? Wacht hier niet langer mee. Helpt ons eens spoedig, als ge kunt !
2. Van den heer J. v. O. te lerseke kreeg ik me toegezonden voor het Studiefonds „ 10.— Deze gift heeft ons niet weinig verblijd. Onze welgemeende dank hiervoor.
3. Ds. Van Ginkel zond mij vanuit zijn oude Gemeente voor de fondsen uit zijn catechisatiebus nog „ Ook deze wijze van steun verleenen heeft onze warme sympathie. Wij betuigen ook langs dezen weg hem onzen dank in dezen. 7.50
4. In aansluiting hiermee — immers de werkkring van ds. Van Ginkel wordt in deze dagen wel iet of wat verwijd ; Nieuwpoort staat met Gouda verwisseld te zullen worden. Wij spreken hierbij onzen wensch uit dat de Heere hem in zijn nieuwe gemeente Zijn bekwaammakende genade in rijke mate doe geworden. De Goudsche vrienden hebben met verlangen uitgezien naar een eigen predikant, die met hen mee zou leven en strijden voor de Waarheid die hun lief is. Wij begrijpen het ten volle dat de bede leeft in hun hart, dat de komst van den jongen Prediker mag zijn in Gods gunst. Immers hiervan is alle waarachtige zegen afhankelijk.
In de moeilijke tijden, die zij hebben doorgemaakt, hebben zij een vereenigingspunt gevonden in de Ned. Herv. Vereen. „Calvijn". Een paar keeren ben ik zelf hier met veel genoegen geweest. Vandaar, dat ik heb meegeleefd ook in deze laatste maanden. De keuze, welke is uitgebracht op den Nieuwpoortschen Pastor, vind ik gelukkig, 'k Vertrouw, dat hij met zachte doch tevens vaste hand leiding zal zoeken te geven, zoodat de zaak van Gods Koninkrijk door zijn komst zal worden gediend en Zijn Naam hierin worde geprezen.
De Vereen. „Calvijn" heeft daarom goed gezien ons dadelijk een blijk te geven van hun meeleven ook in onzen arbeid door bij gelegenheid, dat ds. Lekkerkerker, van Oldebroek, voor hen optrad, een deurcollecte te houden, welke niet minder opbracht dan , 77.94
Hoogst erkentelijk en dankbaar hebben deze vrienden mij gestemd door zulk een bijdrage, 'k Dank hen er hartelijk voor.
Zegene de Heere verder dezen arbeid.
5. Door den heer Van Erven, alhier, werd me toegezonden van de wed. A. voor de beide fondsen „ 1.—
6. Uit Vianen mocht ik ontvangen van mej. v. W. 1 gld. en van den heer v. W. f 1.50. Samen 2.50
7. De Kerkeraad van Sommelsdijk deed me toekomen uit den collectezak aldaar „
8. Door ds. Remme, van Amsterdam, kreeg ik voor het Studiefonds van N.N. uit Ouderkerk a/d Amstel „
9. Uit den collectezak van Wierden ontving ik een gift voor de beide fondsen met opschrift „uit dankbaarheid" „ 5.—
10. In mijn inleidend woord heb ik een enkele klacht geuit omtrent de iet of wat late toezending van contributiegelden. Een uitzondering hier mee deed mij een van onze trouwe vriendinnen me toekomen de abonnementsgelden voor De Waarheidsvriend over het komende jaar, in z'n geheel, „ 4.—
Dit mag als voorbeeld worden gesteld voor de anderen. 'kZal de Administratie in Maassluis den naam wel noemen.
11. Door ds. Van Hof te Delfshaven kreeg ik van den heer v. G. aldaar voor het Studiefonds „ 2.—
12. Door ds. Bouthoorn te Huizen ontving ik van N.N. aldaar als dankoffer voor genoten zegeningen onder de prediking , 10.-
13. Ten slotte kreeg ik uit Vlaardingen een prachtzending.
Vlaardingen heeft bij ons altijd een wit voetje. Daar leeft een actie, die navolging verdient. Wanneer een bewijs zou moeten worden gegeven wat een georganiseerde groep vermag, zoo hebt ge 't hier voor u. Aan contributie werd opgebracht 142 gld. Een tweetal spreekbeurten werden gehouden, waarvan een 15 gld. en de ander 18 gld. opbracht.
Daarbij werd gevoegd de opbrengst van negen busjes, n.l. : Gez. Broek f2.30 ; van A. Romein f 3.47'/2 ; J. de Goede f4.74; Tr. Westerhout f2.305; K. Groeneveld f3.91 ; P. Storm f 1.50; P. J. W. Maarleveld f5.62; mej. v. Velzen f 1.50 en J. P. Bergman f 1.15.
Wanneer ik nu mag rangschikken : Contributie ƒ 142.— Spreekbeurten „ 33.— Busjes „ 26.50 Samen ƒ 201.50
Zou hiermee niet kunnen worden bewezen wat we zeiden : in ons Gereformeerde volk schuilt nog zooveel liefde tot de Waarheid, dat zij de stoutste verwachtingen beschaamt ?
Wij zeggen de Vlaardingsche vrienden allerhartelijkst dank. Ieder die heeft meegeholpen druk ik in den geest de hand. Ge hebt ons grootelijks verblijd.
Opgeteld, komen we tot de som van
f 325.94.
utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's