De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

8 minuten leestijd

DE HUISGEMEENTEN.
Ons artikeltje over Huisgemeenten is door de grootere en kleinere pers, die op één bericht zijn afgegaan, verkeerd gebruikt in de toepassing. Want toen wij er over schreven ging het tegen een artikel van prof. Wagenaar, Ned. Herv. pred. te Leeuwarden, voorkomend in het Evangelisch Zondagsblad, waar de voorstelling werd gegeven, dat we in 1933 wel „huisgemeenten" konden maken voor Vrijzinnigen, Evangelischen, Ethischen, Confessioneelen en Gereformeerde Bonders, want in de eerste jaren van het Christendom lezen we óók van „huisgemeenten" ! Ons artikel zei toen, dat het niet toelaatbaar is het begrip „huisgemeente" op die manier te misbruiken. De „huisgemeenten", waarvan we in de brieven van Paulus lezen, zijn geen „huisgemeenten" voor principieel verschillende belijders van den Naam van Christus. Die huisgemeenten vinden de oorzaak in héél andere redenen. In Christus-belijdenis verschilden ze niet!
Omdat ons artikel geschreven werd vóórdat het Reorganisatie-Rapport van „Kerkopbouw" verschenen was en ons dus niets, zegge niets van dat Rapport bekend was, kon ons artikel uit den aard der zaak niet over de constructie van dat Rapport gaan. Daarom mag men ons artikel ook niet zonder meer op het Rapport toepassen. Over dat Rapport hebben we nog geen woord geschreven en we doen het ook nu nog niet. Natuurlijk zullen we binnen niet al te langen tijd (het heeft overigens absoluut geen haast) wel te kennen geven hoe we tegenover het Rapport, wat de hoofdgedachten en ook wat de uitwerking der onderdeden aangaat, staan. Maar wij vinden het niet aanbevelenswaardig, dat er door de Pers van te voren reeds verwarring gesticht wordt. Althans onzerzijds willen we er zooveel mogelijk voor waken, dat het niet geschiedt.
Laat ieder, die belang stelt in deze dingen, intusschen het Rapport maar eens rustig lezen en laat men zoo mogelijk onder elkaar maar eens over deze dingen spreken. De dingen zijn er ernstig genoeg voor.

KERK EN VOLK.
Onze Hervormde Kerk heeft in 1816 voor een zonderlinge keus gestaan. De hooge heeren, die zich verbeeldden dat zij het recht hadden om als „Overheid" de zaken van de Kerk in orde te maken, redeneerden ongeveer aldus : wanneer wij de wegen van de „burgerlijke" orthodoxie gaan bewandelen, die de belijdenis van den Christus op den voorgrond wil zetten en die belijdenis in de Kerk wil handhaven, dan raken we een deel van de Nederlandsche protestanten kwijt. Een streng belijdende Kerk kan niet samengaan met „heel het volk”.
Daartegenover stond een hoog fijne liberaliteit, die het op wetenschappelijke gronden en krachtens religieuse gevoelens, niet al te streng nam met de belijdenis — het ja-en-neen-stelsel was nog zoo kwaad niet — om dan alzoo heel het Protestantsche volk in één school en in één Kerk saam te houden. Want o ! men heeft zoo'n groote liefde voor héél 't volk, zonder onderscheid, 't Volk gaat vóór. De kinderen van het volk op school, en de ouders der kinderen in de Kerk, alles in liefde en in verdraagzaamheid één van zin en streven.........
1816 met de Synodale Besturenorganisatie voor de Hervormde Kerk is uitvloeisel van die filosofische vrijzinnigheid, die met innerlijk ontfermen over het volk was bewogen. Met de geloovige-rechtzinnigheid (die „burgerlijke" rechtzinnigheid) zou de Kerk en het volk niet bij elkaar kunnen blijven. Dan zou een deel der natie buiten de Vaderlandsche Kerk vallen, omdat natuurlijk velen het met de belijdenis aangaande den Christus der Schriften niet eens kunnen zijn. En werd die „strenge" belijdenis dus ten grondslag gelegd aan de Kerk en zou die belijdenis worden gehandhaafd (men noemt dat dan vriendelijk „leertucht") dan zou er scheuring en gedeeldheid komen in het midden des volks. De Hervormde Kerk kon dan wel eens de „groote" Kerk en de „volks"Kerk af raken. En dat moest worden voorkomen, 't Welk men in 1816 ook heeft beproefd.
De Kerk staat telkens voor de keuze : of den Christus Gods, den Heiland en Zaligmaker der Schriften, Gods Zoon, waarachtig God en waarachtig mensch, den eenigen en algenoegzamen Verlosser vasthoudend — en dan een gedeelte van het volk (een grooter of kleiner deel van de natie) buiten de Christus-belijdende Kerk. Of alle protestanten, die door geboorte Nederlander en protestant zijn, in één en dezelfde algemeen-protestantsche Kerk — maar dan met de Christus-belijdenis „geven en nemen". Het ja-en-neen-stelsel" toepassend in het huis des Heeren.
1816 heeft gekozen voor 't laatste. Eén Kerk, één school. Met het filosofisch liberaal ideaal : héél het volk van kindsbeen af met elkaar opgroeiend in de school, om ook — althans het protestantsche gedeelte — in één Kerk voortaan saam te leven ! De Roomschen zullen wel niet zoo spoedig verdwijnen en de Joden zullen zich wel niet zoo gemakkelijk bekeeren tot het algemeen-protestantsche-gevoelen, maar Gereformeerden, Lutherschen, Remonstranten Doopsgezinden enz., kunnen en zuUen dan ten minste saamgroeien — zij 't langzaam — om dan als één protestantsch volk in één school en in één Kerk (ook maatschappelijk en politiek) saam te leven ! Zij 't dan ten koste van de Christus-belijdenis........
Zij, die de orthodoxe Christus-belijdenis voorstaan, zij zijn de oorzaak van de antithese, van de tegenstelling op principieel, geestelijk, kerkelijk, maatschappelijk en politiek gebied, in school en kerk niet 't minst. En met die zwarte kool moet die „burgerlijke" orthodoxie dan ook maar geteekend worden en geteekend blijven ! Onverdraagzame, eenzijdige, bekrompene dogmatisten, die de oorzaak zijn van zoo velerlei ellende voor land en volk !
1816 heeft een keuze gedaan, geïnspireerd door de filosofische liberaliteit.
Dat er van het hooge ideaal: héél 't volk in één Kerk, met verloochening van de Christus-belijdenis, niets, letterlijk niets is terecht gekomen, ook niets kan en zal terechtkomen, willen de ruimhartige vrijzinnigen niet zien en niet erkennen.
Maar wij staan altijd nog en altijd weer voor de keuze : de Christus-belijdende Kerk in het midden des volks als een getrouwe getuige van Hem, Die de weg, de waarheid en het leven is, zonder Wien niemand tot den Vader komt — of het ja-en-neen stelsel, met vernietiging van de Kerk en met verlies van het volk.
Ieder Nederlander van geboorte recht te geven als zoodanig te behooren tot de Kerk en zóó een Nederlandsche, Hervormde, Protestantsche volkskerk te willen vormen, is in alle opzichten onwaar, onwezenlijk en doemt alles tot één groote, bittere teleurstelling èn voor de Kerk èn voor het volk.
De Kerk, de Nederlandsche Hervormde Kerk moet het karakter hebben en houden van Christus' Kerk, die een belijdenis, een bediening des Woords, der sacramenten en der gebeden heeft, óók een dienst der barmhartigheid in Christus' Naam, óók eer dienst der zending onder Jood, Heiden en Mohammedaan, niets anders wetende dan Jezus Christus en dien gekruisigd.
De karakterteekening van de Kerk, ook van de Nederlandsche Hervormde Kerk mag niet ontbreken, anders gaat de Kerk, dan gaat Kerk èn Volk verloren !
En daarom zal ook nu de strijd gaan om het karakter der Kerk, der Christelijke, Nederlandsch Hervormde Kerk, als deel van de eene, algemeene of catholieke Kerk, welke gebouwd is op het fundament Jezus Christus, hebbend het Woord van den Heiland en Zijne Apostelen.
En dan moet rondom het Genadeverbond de band tusschen Kerk en Volk gelegd en bewaard worden.
Hierin is onze Nederlandsche Hervormde Kerk de kranke Kerk. Zij is verkeerd behandeld, ja mishandeld gedurende nu meer dan honderd jaar. Waarbij velen haar den rug toe gekeerd hebben. En nu is het onze roeping om voor die Kerk, welke de Heere van ouds in dezen lande geplant heeft en sinds bewaarde, op te komen, dat zij weer meer en meer mag komen tot openbaring van het karakter van Christus' Kerk in de bediening des Woords en der Sacramenten, in den dienst der barmhartigheid en der zending. Dat zij ook meer en beter wake over de opleiding van hare dienaren. Om dan rondom het Genadeverbond te leven en dat verbond met ons en onze kinderen in heerlijkheid en in geloof te betrachten en zóó de Kerk op te bouwen en te bevestigen, zóó ook het Volk te zegenen !
Heerlijk, dat de Koning der Kerk leeft en niet zal beschamen allen, die Hem vreezen naar Zijn Woord en op Hem hopen.
Hij roept ons toe, bijzonder ook in deze bange tijden van veel ongeloof en leugenleer, waarbij de afval dagelijks grooter wordt: strijdt den goeden strijd des geloofs — bewaart het pand u toebetrouwd !
Waarbij we hebben het profetisch Woord, dat zéér vast is.

VERSCHRIKKELIJK.
We lezen van een Mormonenaanval op Europa. Want in Londen is grond gekocht (voor 100.000 Pond) en nu zal daar een groot, goed ingericht gebouw worden neergezet, dat het groote hoofdkwartier voor het Mormonenleger in Europa zal worden. Men zal het zoo vlug mogelijk inrichten en in het voorjaar zal van uit dit centrale punt, midden in oud-Londen, de groote aanval op Europa beginnen. Reeds thans liggen in millioenen exemplaren vliegende blaadjes, brochures en kranten gereed — zoo lezen we in „De Standaard". En die eenigszins met het werk en de practijken van de Mormonen-zending op de hoogte is, weet dat dit een geducht middel in den strijd is, om van overwinning tot overwinning te gaan, vooral in deze verwarde tijden, nu zoovele menschen het evenwicht kwijt zijn geraakt en angstig en onrustig vragen: „wie zal ons 't goede doen zien ? " 2000 goed geschoolde zendelingen, met jarenlange ondervinding toegerust, staan gereed om zich door heel Europa te verspreiden en alom het werk der Mormoonsche missie te beginnen of uit te breiden.
Het is wel verschrikkelijk wat zich in deze tijden afspeelt.
Och, dat de Kerk des Heeren haar stem deed hooren onder jongen en ouden, predikende de boodschap des heils in Jezus
Christus, hier en in alle landen, tot aan de uiterste einden der aarde !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's