De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Zoo ten naaste bij kan ik het me indenken wat het beteekent voor een moeder, die haar huishoudgeld in oogenschouw neemt en bij zichzelve zit te peinzen : hoe zal ik dien jongen van een nieuw pak voorzien, en dat meisje een fatsoenlijk japonnetje verschaffen ? Op meevallertjes heeft zij niet te rekenen, tegenvallers komen haar eerder tegemoet.
„Moeder, wanneer kom ik eens aan de beurt ? 't Is al zoo lang geleden, dat ik wat nieuws heb aangekregen". Mijn vriendinnetjes hoor ik zoo nu en dan zeggen : „zij heeft altijd hetzelfde aan".
Zoo zijn de tafelgesprekken.
Wat zij, die zorgende moeder, daarop voor antwoord geeft, gaat haar maar half goed af en het doet haar zelf zeer: „Als 't maar heel is ; al is het dan ook iet of wat verschoten, laat ge dan tevreden zijn. Ik heb zelve ook in geen tijden iets nieuws gekregen. Ik vraag toch ook niet, wanneer ik iets anders mag aantrekken ? "
Wanneer zij zoo'n antwoord geeft, is het voor wie haar kennen, niet onduidelijk, dat het haar eenigszins pijn doet, zoo de gemoederen te moeten stillen. En wat vader aangaat, deze zegt, door zijn zoeken naar een onderwerp, waardoor het gesprek een andere wending mag nemen, ook duidelijk, dat hij allesbehalve zich op zijn gemak gevoelt, 't Is dan ook geen kleine zaak, het verschil van thans met voorheen. Vroeger kon hij ruimschoots in het onderhoud van zijn gezin voorzien. Daar was zelfs een overschot, 't Was niet alleen, dat de kinderen niet behoefden te vragen om iets nieuws. Moeder behoefde vader maar even aan te zien en 't was zoó klaar. Zij zelve mocht kiezen ook voor zichzelf.
't Spreekt, dat moeder in deze nooit voorop gaat. Zij doet als de klokhen. Zij zoekt wat voor de jongens en de meisjes goed is. Zij roept ze tot zich en als allen verzadigd zijn, neemt zij ook iets.
Mij dunkt, nu zult ge wel begrepen hebben hoe zoo ongeveer mijn gevoelens zijn.
De tijden van overschot zijn er geweest. Wij zijn in een anderen staat des levens overgegaan, 't Wordt nu de vraag, welke voortdurend bij ons opklimt: „hoe zal ik ieder 't zijne geven ? " Deze moet dat hebben, en gene kan ook met minder niet toe". Dat is het allerzuinigste waar ik mee toe kan. Om verder te springen dan mijn polsstok reikt(*laat ik liever aan waaghalzen over. Hieraan zijn gevaren verbonden, niet klein. ledere verstandige huismoeder zal zich voor dat glibberig pad dan ook beslist wachten.
Wij hebben de vorige week al een waarschuwing laten hooren. Verandering ten goede heb ik nog weinig kunnen bespeuren. De collecten van het vorig jaar en die welke nu gehouden zijn, maken geen klein verschil, 't Schijnt bijna de helft. Met gewone giften is het weinig anders. Ik preek nog wel eens hier en daar, en dan verbaas ik me vaak over de keuze der corporaties, waarvoor men gelden laat inzamelen. Het beweegt zich lang niet altijd in gereformeerde linie.
Wanneer het nu zoo stond, dat niet gereformeerde gemeenten ook wel eens een inzameling hielden voor onze fondsen en voor onze Zendingscorporatie — maar hier over wordt daar zelfs niet gedacht.
Nu ligt het niet in mijn bedoeling — heelemaal zelfs niet — om met een zekere angstvalligheid ons werk der liefdadigheid te verrichten, doch vergeet nooit: eerst de huisgenooten des geloofs.
Wij hebben het niet gemakkelijk in onze dagen. Van alle kanten dreigt gevaar. De candidaten van gereformeerde zijde kunt ge er gemakkelijk uit vinden. Het „Kerknieuws" laat in deze een duidelijk verstaanbare taal hooren. Wanneer er maar een aankomt, zooals de term luidt, als een Candidaat beroepbaar is en onze gemeenten geven hem haar vertrouwen, zoo is het gelijkend op een wedloop : wie zal hem krijgen ? 't Moge aan de eene zijde een zeker gevoel van voldoening wekken, aan de andere zijde teekent 't een schreienden nood.
Wij zullen er thans niet meer van zeggen. Laat een verkeerde gevolgtrekking niet worden gemaakt, n.l. : wij gaan met groote passen vooruit; want ik vrees, dat de tegenstanders van alles wat gereformeerd is, met minstens even grooten ijver zich inspannen de positie, welke zij thans innemen - en door onze laksheid hun zoo lang is gelaten — niet zullen laten glippen. Gelooft me vrij : wat met de gereformeerde prediking niet dan op vijandigen voet staat, laat, wat ijver en inzicht betreft, nog menigeen onzer achter zich.
Wanneer ik er nog een enkel woord tot opwekking, om ons in deze laatste week nog krachtig te steunen, aan toe mag voegen, is het om deze reden : Wanneer er een tekort komt, moet dit zoo klein mogelijk zijn. Daar is mijnerzijds geen klein gevoel van schaamte, wanneer ik dit woord „tekort" nederschrijf, omdat ik de meening ben toegedaan dat zulks in den huldigen toestand niet mag voorkomen.
Onzerzijds hebben wij ons niet het verwijt te doen, niet genoegzaam bij ieder der vrienden te hebben aangedrongen. De beurzen los te maken is niet ons werk. Dit laten wij aan Hem over. Die de harten beweegt. Wanneer wij ons zelf met al het onze in Gods hand stellen mogen, hebben wij niets meer te zeggen.
Geve daarom de Heere ons ook in deze laatste week — het is er maar één die ons scheidt van 1 December ; dan begint voor ons weer een nieuw boekjaar — de leiding Zijns Geestes. Regeere Hij ons en regele Hij ons leven.
Thans het overzicht van deze week.
1. Het eerste postje kwam uit de Hoofdstad, uit Amsterdam. Aan contributie was hier opgehaald ƒ 16.50
'k Twijfel niet, of ge zult het met me eens zijn, dat hier nog wel iets valt aan te vullen. De arbeid, overal, doch inzonderheid in de steden, en vooral in steden als de Hoofdstad, wachten op een goede organisatie. Hier valt voor de kort geleden opgerichte Afdeeling van den Geref. Bond veel te doen. De Commissie van Actie zal u graag van advies dienen. Gods zegen ruste op onze zwakke pogingen.
2. Door ds. Koolhaas, van Charlois, kreeg ik van N.N. door middel van V. F. 45 nikkeltjes en 36'/2 cent. Samen „ 2.43
3. Door ds. Van Wijngaarden, van Veenendaal, kreeg ik een deel van een gift, n.l. „ 5.—
Eerlijk gezegd, had ik iets anders verwacht. Niet een deel van een gift, maar een collecte. Is er niet pas een intree geweest in Veenendaal ? En wel in de vacature van ds. Jongebreur ? 't Zou niet in zijn lijn liggen. dit zoo te passeeren. „Ja" — zoo hoor ik van meerdere kanten opmerken — „ge hebt gelijk, maar voor eigen gemeente dient eerst gezorgd. Wij hebben het zeer hard noodig". Daarin staat ge niet alleen. Dit hoort men haast overal. Doch weet ge wat in mijn Bijbel staat ? Leg eens voor u 1 Kon. 17 vers 13. Wanneer ge dit goed leest, zult ge mij niet kunnen ontstrijden, dat ge zelf achteraan komt. Geloof me vrij, wie voor de zaak des Heeren het eerst offert, lijdt zelf nooit gebrek, diens meel in de kruik mindert niet en diens olie neemt niet af. Intusschen dank voor de toegezonden gift.
4. Contributie van de leden werd ons door ds. v. d. Graaf opgezonden. Deze bedroeg „ 13.25
Ook hier wijst alles op noodzakelijke organisatie. Wij zeggen den zender en de gevers dank.
5. Uit Dordrecht werd me van de Afdeeling aldaar door den Penningmeester toegezonden „ 40.— als contributie.
Ook voor deze zending onzen vriendelijken dank.
6. Opbrengst van de collecte, alhier gehouden op een spreekbeurt, waarbij voorging ds. Vreugdenhil, van Gorinchem, „ 20.48
7. Opbrengst van de collecte, gehouden te Sprang, bij een preekbeurt van ds. Bartlema, van Zeist, op Zondag 19 November. „40.—
Wij hopen, dat deze gemeente spoedig weer een eigen leeraar mag ontvangen. Vanouds draagt zij 't stempel leeraarlievend te zijn. Niet om den drager, maar om wat hij draagt, 't Is altijd jammer, dat zulke gemeenten zoo lang vaak vacant moeten zijn.
In den middellijken weg bedoelt onze Bond hierin de helpende hand te bieden. Zegene de Heere ons pogen. Onzen hartelijken dank voor de gehouden collecte.
8. De inhoud van het Zegveldsche busje werd me dezer dagen door den heer C. Bardelmeijer toegezonden. Dit geschiedt elke maand. Wanneer ik de boeken nakijk van jaren geleden, zoo vind ik dezen zelfden plaatsnaam met den zelfden zender reeds vermeld. Zulk een trouwe hulp mag als voorbeeld worden gesteld. De inhoud bedroeg „ 3.56
Onze allerhartelijkste dank.
9. Uit den collectezak van de Vereeniging „Calvijn" te Gouda werd me nog eens „ 5.— toegezonden.
Onze oprechte dank.
10. Contributie van de Afdeeling Gorinchem kwam ook binnen. „ 43.25
Wij zijn erkentelijk voor den arbeid die hieraan verbonden is.
Die hierin hebben meegeholpen onzen dank
11. Van de Dames H.—P. te Zeist kreeg ik een gift van „ 2.50
12. Mej. de W. te Hattem zond me eveneens een rijksdaalder. „ 2.50
Voor beide giften zeg ik hartelijk dank.
13. Zaterdagmorgen kreeg ik een vriend uit Waddinxveen bij me. Hij wou graag geholpen worden voor a.s. Zondag. Hij zat — zooals hij zei — in de war. 'kHeb hem daarbij mogen helpen, door de telefoon te laten werken. Wij kregen het voor elkaar.
Als dank daarvoor kreeg ik een tientje voor de fondsen. „ 10.—
Daarmee was ik zeer verblijd. Als hij nu ook zoo vriendelijk zal willen zijn om in zijn eigen gemeente ook eens zijn best te willen doen om mij ook eens te willen helpen. Ook hier geldt: lees eens na 1 Kon. 17 : 13.
14. Het busje van de Fam. Ditmarsch, hier, bracht op niet minder dan „
Wij zeggen dank voor deze blijken van medeleven. 4
15. Van N.N. te Zelhem 20 guld. plus 5 gld., „ 25.--
ontvangen met een zeer waardeerend schrijven voor onzen arbeid.
Wy worden door deze waardeering gesterkt in ons werk. Worde deze waardeering overgedragen van oud op jong. Gods beloften zijn zeker Ja en amen in Christus den Heere.
16. Door ds. Van Dorssen te Nieuw Lekkerland werd me de contributie toegezonden van de leden aldaar, met een collecte, gehouden op Dankdag, voor onze fondsen.
Wij zeggen den Kerkeraad allervriendelijkst dank voor het houden van deze collecte. Waar de contributie vaak wel iets te lijden heeft door de ongunst der tijden, is de uitkomst nog weer verrassend.
Tezamen bedroegen deze „
17. De heer D. van Lokhorst te Hilversum bezorgde mij thuis de contributie van de leden aldaar, zijnde „
De lijst van de leden ontvangen we zeker nog wel met de juiste adressen ? Mag ik deze binnen niet te langen tijd tegemoet zien ? Met veel dank voor de moeite.
18. Uit den kerkezak van Dirksland kreeg ik me toegezonden door ds. Van der Wal „ 2.—
19. Van de Afdeeling Bodegraven werd me de contributie van de leden toegezonden, zijnde „ 55.30
20. Het busje van de Fam. v. Luijn alhier, bracht op de prachtsom van „ 10.—
21. De pas bevestigde Candidaat te Ter Aar, ds. Hoeufft van Velsen, zond me de collecte, gehouden bij zijn bevestiging en intrede in de gemeente Ter Aar, waarbij prof. dr. H. Visscher als zijn bevestiger optrad.
Deze collecte bracht op niet minder dan „ 75.~
Mag ik op deze wijze mijn erkentelijkheid betuigen voor het houden van deze collecte. Zij kan als voorbeeld gesteld worden aan anderen. Ruste Gods zegen in rijke mate op de prediking en make de Heere den weg van den jeugdigen Prediker voorspoedig en stelle Hij hem tot een rijken zegen.
22. De heer K. te Breukelen zond me voor een eventueel tekort voor het Studiefonds. „ 1.50
23. De Administrateur berichtte mij, dat de heer S. H. hem als abonnement voor De Waarheidsvriend 10 gld. zond, waarvan 6 gld. was bedoeld voor de fondsen. „ 6.—
24. Heel tenslotte ontving ik nog vanuit Veenendaal van mej. v. d. P. 0.50 ; van den heer H. B. 0.50 ; van den heer G. B. 0.50 ; van den heer A. O. 0.50 en van NJST. 0.50 en van N.N. nog eens 0.50. Samen „ 3.—
Uit deze zending bleek me nog opnieuw, dat de nagedachtenis van onzen te vroeg ontslapen ds. Jongebreur nog leeft bij niet weinigen.
Mag ik nu eens even optellen ?
Als ik goed zie, is het dezen keer niet tegengevallen. Evenwel, het gat is nog niet dicht. Daar mankeert nog al wat aan !
Wie helpen kan, helpe mee! Nog maar ééne week rest.
’t Was deze week
f 456.55.
Wij zijn hoogst erkentelijk en wachten verder af.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's