De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Vroeger was het leven wel iet of wat eenvoudiger dan tegenwoordig. Stel u eens voor, een gewoon klein baasje zou zich verplicht hebben gezien om er een heele boekhouding op na te houden, ik wed, dat hij bij het hooren van zoo'n eisch u zou hebben aangezien met oogen, waaruit viel af te lezen : „Wat zou dat nu voor nut kunnen inhebben ? Dat is de zotheid gekroond". Een klein baasje, zegt ge, houdt er nu niet alleen boekhouding op na, zeg maar gerust, niemand uitgezonderd, die een of ander bedrijf uitoefent, ontkomt er aan. Vraag maar eens, of men in 't landbouwersbedrijf, of iemand die aan veeteelt doet, ontkomt aan dezen eisch. De fiscus leert het hem wel. In de belasting wordt hij aangeslagen voor zoo en zoo hoog, niet omgekeerd, spreek het niet verkeerd uit door te zeggen : zoo en zoo laag. Neen, 't is beslist afgerond naar den hoogen kant. Kan hij nu niet met de stukken aantoonen, dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan die som, zoo wordt de schatting als juist aangenomen. Wat tot gevolg heeft, dat hij betalen moet, zelfs van datgene wat hij nooit gehad heeft.
Zoo komt het, dat van boekhoudkunst nu een veel breeder kring verstand heeft
dan voorheen.
Ik vind dit nog zoo kwaad niet. Immers leefde men voorheen meer onbewust, op goed vertrouwen, afwachtende of er wat over bleef of niet; nu komt men te staan voor de nuchtere feiten. De getallen spreken uit wat er uitging en v/at er inkwam. Niet, dat hierdoor in de werkelijkheid veel verandert, maar men kan zien waar de gevaren schuilen, zoodat straks hiermede winst kan worden gedaan.
Ook wat mijn werk aangaat, vind ik het niet kwaad, dat de kring van deskundigen in dezen zich niet weinig heeft verwijd. Iedereen, die in de zaken van onzen Bond meeleeft, voelt iets van de moeiten en zorgen, welke de Penningmeester voor zijn rekening heeft.
De laatste overzichten wezen heen naar een dreigend tekort. Met de mindere inkomsten had het Bestuur al een weinig rekening gehouden. Waar ook maar eenigszins bezuinigd kon worden, was dit geschied In vergelijking met de jaren, die achter ons liggen, was het verschil zelfs aanmerkelijk groot. En toch werd de kloof tusschen uitgaven en inkomsten hoe langer hoe grooter. Wat dichter het eindpunt naderde, hoe wijder de kloof werd.
Nu moet ge u indenken, dat „tekort" in onze woordenboeken tot nu niet voorkwam. Het sluitstuk was in vorige jaren altijd een sprong naar boven. Het kapitaal groeide elk jaar. Het was alleen de vraag : zal het huidige dat van die voorbijgingen nog weer te boven gaan ? Er zat een zekere groei in, die aangenaam stemde. Het was te voorzien, dat dit niet van blijvenden duur kon wezen. Daarvoor zijn de tijdsomstandigheden van den huldigen dag te moeilijk. Hierdoor immers wordt een dubbel kwaad — ik bedoel een kwaad in den zin van moeilijkheden voor den Penningmeester — in het leven geroepen, n.l. eerstens worden de inkomsten kleiner, en vervolgens de rij van hen, die zich om steun aanmelden, langer. Hoezeer ook gestreefd mag worden, van bezuiniging in daadwerkelijkheid komt o zoo weinig terecht. Met minder kan niet worden volstaan, tenzij het terrein van hulpverleenen wordt ingeperkt. En daartegen heb ik zeer ernstige bezwaren. Hoe graag ik ook mijn zorgen zie verminderen, op deze wijze liever niet. Daarvoor is de nood te groot en zijn de tijden te ernstig.
Wij leggen deze dingen dan ook in Gods hand, afwachtende wat Hij over ons beschikt. Wanneer we een blik naar achteren werpen, zeggen we : „Hij heeft ons wonderlijk geleid". Trots alle moeite, tegenstand en verdachtmaking, zijn we niet alleen in staat gesteld om te blijven, maar om onze werkzaamheden uit te breiden. Zie, deze wetenschap, dat de trouw des Heeren ons in stand hield, geeft ons ook goeden moed voor de toekomst. Hoe het dan ook gaan moge, onder Zijn hoede voelen wij ons veilig en geborgen. Ons ideaal blijft: werkzaam te mogen zijn om de Waarheid Gods te verbreiden en te verdedigen in het midden van ons volk, tal heil van de Kerk, die ons lief is.
Blijven onze oogen open voor al de gevaren van onzen tijd niet alleen, maar geve Hij ons met wijsheid te verstaan de teekenen van Zijn hand.
Wij gaan thans over u het overzicht te geven van wat deze laatste week binnenkwam.
1. Uit den collectezak van Hasselt kwam voor onze fondsen de eerste gift, n.l. ƒ 2.50
In zoo'n losse gift voelen wij het medeleven in onze Gereformeerde gemeenten. Zij geven aan de omgeving, waartusschen zij verkeeren, een wenk in deze richting : och, help toch deze zaak bouwen !
Wij danken deze stille gevers.
2. De Pastor van Voorthuizen gaat, waar hij ook staat, altijd voort met zijn gestadige hulp en steun ons te bieden. Zoo zond hij uit zijn gemeente ons thans weer den inhoud van zijn catechisatiebus „ 5.—
Wij zeggen hem allerhartelijkst dank.
3. De heer B. Koele te Vorchten zond ons het abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend „ 4.—
Wij vestigen de aandacht van den Administrateur op deze gift.
4. De heer Lankkamp te Vianen zond ons de contributiegelden van de leden aldaar. „ 12.—
Onze vriendelijke dank voor zijn moeite.
5. 'k Reisde dezer dagen met den trein en, zooals het vaker gebeurt, voor een der raampjes zag ik het gezicht van een van onze trouwe vrienden. Natuurlijk zocht ik zijn gezelschap. Hij was niet alleen. Moeder en dochter waren bij hem. Lang waren wij niet in elkanders gezelschap, want zij stapten spoedig weer uit. Maar toch was het lang genoeg om in mijn hand bij het afscheid nemen ongemerkt een rijksdaalder achter te laten.
Wij danken moeder en vader beide.
Op namen noemen zijn zij beide niet gesteld, 't Was de fam. O. te B. „ 2.50
6. Onder letters A. Z. ontving ik vanuit Oud-Beijerland f 1.50 aan contributie plus f 2.50 voor de fondsen „ 4.—
Ook hier is een woord van dank geheel op zijn plaats.
7. Door ds. Heijer te Vlaardingen kreeg ik van de fam. D. 200 nikkeltjes en 150 halve centen voor het Studiefonds „ 10.75
De Vlaardinger vrienden laten zich waarlijk niet onbetuigd. Ds. Heijer wil onzen dank wel aan de fam. D. overbrengen en er zelf een deel van voor zichzelf reserveeren.
8. De vorige week kreeg ik van enkele Veenendaalsche vrienden enkele giften. Deze week kwam van een drietal een nagift van „ 1.50
Wij zijn voor deze gedurige giften hoogst erkentelijk en houden ons aanbevolen.
9. De heer J. M. v. M. te Harderwijk zond aan den Administrateur 10 gld., waarvan 4 gld. was bestemd voor abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend, zoodat er overbleef „ 6.— voor den Penningmeester.
'k Ben voor deze attentie zeer gevoelig en betuig mijn vriendelijken dank.
10. De Penningmeester van de Afd. Monster zond me als aldaar voor onze fondsen gecollecteerd in de kerk „ 28.50
De zegen des Heeren ruste rijkelijk hierop.
11. De Penningmeester van de Afd. Delft zond me de contributie f63.75, plus 1 gld. voor het Leerstoelfonds en 1 gld. als nagift op de Paaschcollecte. Samen „ 65.75
Den Delftschen vrienden onzen dank voor de inzameling.
12. Mej. V. M. te Gorinchem gireerde mij „ 2.—
13. Evenzoo N. N. te Dordrecht „ 6.—
14. Wat gevolgd werd door een gift van N.N. te Meppel van „ 10.—
Voor al deze giften zeg ik hartelijk
dank. 15. Een collecte werd me toegezonden van Dinteloord, waar ds. Van Ameide, van Groot Ammers, voorging bij een spreekbeurt. Deze collecte bracht op niet minder dan , . 50.12
De gemeente van Dinteloord en den Pastor uit Groot Ammers betuigen wij bij dezen onzen welgemeenden dank.
16. De Penningmeester van de Afd. Gouda zond me de opbrengst van een collecte, gehouden bij een spreekbeurt, waarbij voorging ds. Vroegindeweij, van Wilnis. Tevens sloot hij in de contributie van de leden.
Het geheel bedroeg „35.97
Voor dit alles zeggen wij den Goudschen vrienden hartelijk dank.
17. Ds. Mulder, van Hoevelaken, heeft in zijn oude gemeente Voorthuizen voor onze fondsen gecollecteerd, waar hij hier een spreekbeurt voor onzen Bond vervulde. De collecte bracht de niet onaanzienlijke som op van „ 46.10
18. Uit eigen gemeente kreeg ik enkele giften. Uit mijn brievenbus kwamen twee couverten, één van 55 cent onder letters A. v. M. en één van N.N. van 1 gld. Samen „ 1.55
Verder op mijn spreekuur gaf de heer K. mij „ 2.50 Deze had zijn vrouw ingezameld in haar busje.
In mijn wijkgebouw vond ik naast een pak capsules een zakje met nikkeltjes en 2 gld.
Dit was tezamen „ 3.60
Ik word elken keer beschaamd door deze blijken van meeleven. Den Gever van dit alles zij onzen dank.
19. Gevonden in de collecte bij den dankstond voor het gewas te Wageningen van N. N. uit dankbaarheid voor het Studiefonds „ 1.—
20. Van den heer A. v. M. te Renswoude voor het Studiefonds „ 2.50
21. De heer P. de N. te Ouderkerk a/d Amstel, uit belangstelling voor de fondsen „ 5.—
22. Mej. W. V. d. Pol te Terschuur zond me den inhoud van haar busje, no. 18 „10.—
23. N.N. uit Abbenes zond me voor de beide fondsen „ 10.—
Ook deze giften getuigen van hartelijk medeleven. Ik mag mijn erkentelijkheid hiervoor niet achterhouden.
24. De Penningmeester van de Afd. Rotterdam zorgde voor den sluitpost. Hij zond me de contributie, 92 gld., en f 2.50 voor het Studiefonds en f 1.50 voor het Leerstoelfonds. Samen „ 96.— Dit alles is spoediger opgeteld dan bij elkander gezameld.
Veel werk is hieraan verbonden, en van veel liefde mag hier worden getuigd. Ieder apart een woord van dank te betuigen, valt niet mee. Evenwel zult ge willen gelooven, dat ik niet onder woorden kan brengen, wat in mijn hart in dezen leeft.
Onze arbeid wordt grootelijks verlicht door de wetenschap, dat er velen met ons deze zaak beschouwen als een taak, ons van Godswege op de hand gezet.
Hij gebiede over alles Zijn onmisbaren zegen.
Wij hadden deze week nog een niet onbelangrijke bijdrage, 't Bedroeg nog
f 424.84
't Is nu Dinsdag-middag. Donderdag is de laatste dag van November. Wat dus nog binnenkomt voor 1 December geldt nog voor dit boekjaar.
Wie nog iets wil bijdragen, houde hiermede rekening.
Zijt Gode bevolen van uw vriend,
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's