FINANCIËN
Hoe gevoelig de menschelijke geest is voor indrukken van buiten, blijkt uit tal van dingen. Geeft u zelven maar eens rekenschap hoe het komt, dat de gemoedsstemming van een mensch vaak als afgespiegeld wordt in het weer. Wanneer het den heelen dag weigert licht te worden vanwege mist of regen, ontworstelt ge u noode aan de uitwerking hiervan op uw geest, terwijl omgekeerd het lichtend schijnsel van de zon niet nalaat zijn uitwerking te toonen in heel uw aanblik.
Dit zal niemand kunnen ontkennen. Dit is een feit, dat alle dagen kan worden nagegaan. Maar wat evenzeer zal moeten worden toegegeven is dit, dat de werkelijke toestand toch niets te maken heeft met de gesteldheid van het weer buiten.
Wanneer dan ook de vraag zou worden gedaan: is het nu wel een blijk van nuchter en zin, dat ge u daardoor laat beïnvloeden, zoozeer, dat zonder eenige wijziging in zaken het eene oogenblik u vroolijk doet zijn en het volgende moment u zuchtend ziet nederzitten ? Wanneer deze vraag u zou worden voorgelegd, zoudt ge zelf de eerste zijn om te zeggen : „Wel neen, 't is zelfs van dwaasheid niet vrij te pleiten ! Of het regent of de zon schijnt, de zaak blijft dezelfde".
Zoo is het nou vrijwel dezelfde zaak met onze gevoelens omtrent Oud-en Nieuwjaar. Op Oudjaarsavond ligt er overal een waas van ernst. Een ernstige plooi vindt ge schier op ieders gelaat. Zoodra de klok 12 heeft geslagen en de nieuwe jaarkring is ingeluid, is dezelfde trek op eens verdwenen om plaats te maken voor een nauwelijks van oppervlakkigheid vrij te pleiten lichtvaardigheid.
Ook hier is niets gewijzigd in dien enkelen minuut van overgang. En toch zal niemand zich vergissen in dezen : op Oudjaarsavond ziet alles even donker; op Nieuwjaar weerspiegelt zich in alles de lichtende hoop.
Zoo laat zich ook eenigszins verklaren de gemoedsgesteldheid, waarin ik thans verkeer. 30 November behoort weer tot het verleden. Ons boekjaar werd afgesloten om plaats te maken voor een nieuw boekjaar. Wat het oude bracht, weten we, tenminste zoo ten naasten bij. De moeiten van het leven in het algemeen met de moeilijkheden van de huidige dagen weerspiegelen zich daarin duidelijk af. Zoo het anders geweest Ware, zou noodzakelijk aan een uitzonderlijke positie moeten worden gedacht. Toch mag niet worden verzwegen dat het ons aan de bizondere hulp des Heeren niet heeft ontbroken. Onze groote erkentelijkheid jegens Gods menigvuldige blijken van genade, sta bij ons voorop. Hij heeft het wèl gemaakt. Zijn Naam zij door ons dank gezegd en geprezen. Of het nu hier zijn oorzaak mede in vindt — wellicht wel ten deele — toch kan ik me niet onttrekken aan een zeker gevoel van een eenigszins blij gestemde hoop op wat nu ons is wachtende. Wat ook verandere, Gods trouw blijft. Hij, die ons zoo lang en zoo uitnemend Zijn bijstand heeft geschonken, zal ons ook verder nabij zijn. Ik hoop op een goed jaar.
De eerste week is al reeds moedgevend. Ik zeg natuurlijk nog niet alles. Voorzichtigheid blijft voor ieder gebiedende eisch; voor een Penningmeester in onze dagen geldt zij dubbel. Toch wil ik niet verzwijgen, dat van meer dan een kant mij helpende handen worden toegestoken. Zij, die vroeger door ons geholpen werden, helpen óns thans. Dit verschijnsel verblijdt me in dubbele mate. Met een enkele week hoop ik iets meer te kunnen melden.
Thans leg ik alleen de gewone inkomende posten over.
1. De vorige week werd een collecte vermeld, gehouden bij een spreekbeurt te Dinteloord. Hierop volgde nog een nagift van ƒ 10.—
Hartelijk dank voor deze zeer gewaardeerde toegift. Wij verblijden ons hierin, dat onze arbeid, inzonderheid in vacante gemeenten, wordt aangevoeld als bedoelende het groote mankement aan predikanten eenigszins te verlichten. Geve de Heere hier spoedig een eigen Herder en Leeraar.
2. De heer G. Buter te Hasselt zond ons het abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend Hij rondde het af tot 5 gld. „ 5.—
De Administratie te Maassluis zal hiervan ook goede nota nemen.
Gaarne zag ik, dat meerderen daaraan een voorbeeld namen. In onze dagen komt het nog al eens voor, dat bezuinigingen worden ingevoerd juist op dit terrein. Dit kan niet anders dan onzen arbeid ten zeerste bemoeilijken. Door ons blad sta ik in relatie met onze menschen; wordt deze band doorgesneden, zoo klinkt mijn woord niet meer tot hen door. Wat ik ook zeggen mag, zij lezen 't niet meer. Dus niet alleen dat wij het abonnementsgeld missen, maar het contact is verbroken.
Helpe een ieder daarom zooveel hij kan !
3. Vanuit het hooge Noorden zond de heer M. P. te Dokkum mij 10 gld. „ 10.— voor het Studiefonds.
Met deze gift ben ik ten zeerste verblijd. Friesland en Groningen zijn voor ons werk niet het vruchtbaarste. Vandaar dat zulk een enkel blijk van waardeering dubbel aangenaam aandoet.
Wij hopen nog steeds op uitbreiding.
4. Vóór eenigen tijd heb ik in Wageningen voor onze menschen een samenkomst geleid en daarin een onderwerp behandeld, wat tot nu nog niet was gebeurd. Mijn indruk was, dat hierdoor vruchtbaar werk werd geleverd. Ds. Van der Wal had hier de leiding. Wanneer het zoo geschiedt, verloopt het niet in bijzaken en beantwoordt het aan de bedoeling, n.l. uitbreiding en verdediging van de Waarheid, welke ons lief is. De collecte bracht op, wat voor dezen kring niet klein behoeft te worden geacht, de som van „ 16.94
’t Zou niet kwaad zijn, dat voornamelijk ook in deze streken meerdere spreekbeurten werden georganiseerd. Wij zijn voor dit voorloopig verkregen resultaat dankbaar.
5. De heer P. van Beek te Slikkerveer zond ons deni inhoud' van zijn busje „ 8.10
Hij is voor ons een oude bekende. Zijn busje heeft al goed werk gedaan. Al zijn de tijden zwaar en moeilijk, in zoo'n busje glijdt voor ons werk nog lichtelijk eene kleine bijdrage. Wij zijn met wat hij deed uitermate verblijd.
6. Vanuit Hazerswoude werd ons uit een 'tweetal busjes ook den inhoud toegezonden, n.l. van mej. C. Qualm en van den heer Jac. Vos. Het eerste bracht op niet minder dan f28.25. Wij zijn haar, en de vrienden die hierin van het hunne bijdroegen, zeer erkentelijk. Elke drie maanden wordt dit busje gelicht en eiken keer bedraagt de opbrengst meer dan 25 gld. Dat is dus meer dan 100 gld. in het jaar. Wordt hierin niet bewaarheid, dat vele kleintjes één groote maken ? Ik vind deze wijze van collecteeren het meest vruchtdïagend. Er gaat tevens een gestage herinnering en aanbeveling van uit. Wij brengen in dezen een woord van warmen dank aan de verzamelaarster en bevelen haar, inzonderheid thans, waar haar en de hare een hoogst gevoelige slag werd toegebracht door het verlies van haar geliefden Vader, in Gods allesvervullende genade. Trooste Hij, Die dit alleen vermag, haar Zelf met Zijne rijke beloften.
Naast dit busje kwam ditmaal nóg een zich aandienen. Onze vriend Jac. Vos heeft een apart spaarpotje op zijn schoorsteenmantel geplaatst, waar zoo tusschenbeide ook een bijdrage in wordt gedeponeerd. Hij maakte het tegelijk met dat Van mejuffr. Qualm ook leeg. Dit bracht op! 6 gld. Alzoo tezamen „ 34.25
Zou dit voorbeeld niet kunnen worden nagevolgd ook elders ? Op menigen schoorsteenmantel is nog wel een plekske dat kan worden ingeruimd voor een busje. Wie er eentje hebben wil, laat 't mij maar weten. Ik heb er net 50 thuis gekregen. Bij mij in de kast brengen ze niets op. Bij u lichtelijk meer. Wij wachten op een teeken uwerzijds. Hazerswoude gaat hierin voor. De heer J. van Pijlen vroeg me nog enkele busjes te willen zenden. De Afdeeling alhier wordt in haar geheel dank gezegd.
Wij maken van deze gelegenheid tevens gebruik haar te condoleeren met het verlies van haren ijverigen en warm meelevenden Voorzitter den heer J. Zwemstra. 'k Herinner het mij nog levendig, hoe hij in onze actie deelde, wanneer er iemand kwam in hun midden om voor den Gereformeerden Bond het pleit te voeren.
Wat werd opgemerkt bij zijn verscheiden is ten volle waar : al worden de arbeiders afgelost, de arbeid blijft.
Zij de Heere ook den zijnen goedgunstig nabij in alles.
7. Vanuit eigen gemeente kreeg ik weer onderscheidene giften. Mij toegezonden van mej. de wed. N. N. „ 10.—
Uit den collectezak van de Vredeskerk een gift van 20 gulden en een van f 1.50, met opschrift voor de Waarheidsvriend. Beide van N. N. „ 21.50
Verder de gewone maandelijksche gift van N. N. van „ 2.50
Ten slotte nog van den heer K., mij persoonlijk ter hand gesteld „ 1.—
8. Mej. J. de Gr. te Schiedam zond me „ 1.—
9. Door ds. Koldewijn te Hattem uit de collecte een tweetal giften, n.l. een van 3 gulden en een van 1 gulden, met bijschrift „om het gat te helpen stoppen". Alzoo „ 4.—
Wij zijn met deze giften zeer verblijd. Op deze wijze worden gaten gestopt. Als ieder iets bijdraagt, is straks geen gat meer te vinden.
10. De contributie van de leden van Goudriaan werd ons opgezonden, n.l. „ 19.—
Wat u opmerkt omtrent het uitblijven van een spreker voor den Bond moet u zich maar eens vervoegen bij ds. Timmer. Ook kunt u zich vervoegen bij onze commissie van actie. Secretaris is de heer Maarleveld, Arnold Hoogvlietstraat 39, Vlaardingen. Deze dient u met raad en daad.
11. Van mevr. H. te Soest kreeg ik een gift van „ 10.—
12. Evenzoo zond me de heer M. P. te Aalsmeer „ 2.50
Ook voor deze giften zijn wij zeer gevoelig en dankbaar.
13. Ds. V. Voorthuizen te Rijssen zond ons 'toe de collecte, welke aldaar gehouden bij gelegenheid, dat ds. Enkelaar van Leerdam hier in zijn oude gemeente voorging. Zij bracht op „32.47
Mogen we bij dezen onzen dank betuigen, en onze zaak bij voortduring blijven aanbevelen.
14. De penningmeester van de afdeeling Leiden droeg af contributie van de leden, zijnde „ 33.—
'k Zal uw wenschen doorgeven aan het Hoofdbestuur, dat beloof ik u. Voorloopig onze felicitaties.
15. Evenzoo werd mij vanuit Ermelo de contributie afgedragen, zijnde „ 17.—:
16. Door den heer E. J. v. Spankeren te Ede werd ons toegezonden uit het busje van de beidfe Jongelingsvereenigingen „Obadja" en „Samuel" „ 6.21
’k Heb 21 December genoteerd. Zoo de Heere wil en wij leven hoop ik dan ten uwent in een samenkomst een woord te spreken. Het onderwerp zal ik u nog nader melden. Intusschen mijn dank voor het mij toegezondene.
De Heere zegene onze zwakke pogingen en.zij ons in onzen arbeid gunstrijk nabij.
17. Door ds. de Geus te de Bilt kreeg ik mij toegezonden van vrienden uit Bilthoven f5.— en van vrienden uit Culemborg f7.50, samen 12.50
18. Van ds. Klüsener te Vinkeveen kreeg ik het laatste blaadje van zijn giro met , 2.—
19. Door ds. Van Grieken te Rotterdam ontving ik verschillende giften uit eigen gemeente, n.l. f2.50 en f2.50 en f2.— en f 1.— en f 1.— en f 1.—, tezamen 10.—
Voor al deze gaven mijn welgemeenden dank.
20. Verleden Zondagavond mocht ik in 's-Gravenmoer voorgaan in de Bediening, en een collecte houden voor onze fondsen. De collecte bedroeg hier „ 20.-
Wat me nog niet tegenviel, 'k Dank de Pastor-loci en den kerkeraad voor hun bereidwilligheid om ook iets mee te helpen bijdragen in onze nooden.
21. In 's-Grevelduin-Capelle werd mij bij het uitgaan van de kerk door den heer v. d. Gr. van Well, namens N. N. 10 gulden ter hand gesteld. Ook deze gift stemde mij tot blijdschap „ 10.—
22. De heer A. K. te Oosterbeek zond me een zeer sympathiek schrijven, tevens insluitend 2 gulden aan postzegels „ 2.—
Mag ik hiervoor dank zeggen.
Deze eerste week van ons begonnen boekjaar is moedgevend. Immers, wanneer ik goed geteld heb, bedraagt de gezamenlijke som niet minder dan
f 300.97.
Godes Naam zij geprezen.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's