FINANCIËN
Iedereen heeft in onze dagen den mond vol met klachten omtrent de hooge lasten. Dat is op zich zelf ook zeer goed te verstaan. Waren de inkomsten nog even groot als voorheen, in de jaren, die kort achter ons liggen, zoo zou omtrent de meerdere uitgaven niet zoo worden gezucht als thans. Doch nu gaat het eene naar beneden, terwijl het andere in stijgende richting zich beweegt. Dit roept niet alleen een onbehagelijk gevoel wakker, maar stemt tot ontevredenheid en misnoegen.
Toch is hieromtrent weinig verandering ten goede te wachten. Alles vraagt om steun. Haast geen enkele tak uitgezonderd, vordert voor zich op de aandacht van de regeering, opdat men niet geheel ten gronde zal gaan. Zoo komt het, dat , de lasten vanzelf klimmen. De regeering kan, net zoo min als een van ons, uitdeelen zonder eerst te hebben ontvangen. Zij vordert van ieder naar zijn eigen draagkracht, steun.
Omtrent deze lasten houdt men in onze dagen niet op met bedillen. Evenwel komt het mij sterk voor, dat de menschheid thans de grootste lasten zich zelven nog oplegt. Niemand b.v. zegt hem, dat hij een huis bewonen moet van zooveel in de maand of zooveel in de week. Niemand zegt hem, dat hij daarin een ameublement zich aanschaft, dat voorheen in de deftige salons van de menschen van hoogeren stand alleen werd gevonden. En ga zoo maar door. Onze mond staat niet stil met klachten hierover en daarover. Op dezen post moet worden bezuinigd, en dat moet noodzakelijk worden verlaagd, maar als het er op aankomt, blijft het net zoo staan als van te voren. Hij buigt zich maar weer opnieuw onder den zich zelven opgelegden last. Ik wil u en mij zelven ééne vraag voorleggen : zouden wij dulden, dat een ander ons zulke lasten opbond, als wij vrijwillig ons zelven opleggen? 'kGeloof er heelemaal niets van. 'kZou eerder vreezen, dat een oproer ontstond.
De grootste lasten doet de mensch zichzelven aan. Dat is een waarheid, waarbij niemand mij durft tegen te spreken. Wij torsen een vracht, welken wij van niemand zouden willen aannemen dan van ons zelf. Zoo leert ons nu de werkelijkheid. Wanneer we op iets bezuinigingen willen toepassen, zoo heeft het vaak niets om het lijf; .integendeel, wij laten vallen wat wij niet, dan feer noode kunnen afstaan. Het mes wordt niet gezet in stoffelijke dingen, maar vaak in dragers van het geestelijke.
Zie, dat is jammer, en getuigt van een schuldige kortzichtigheid. Wanneer wij trachten te bezuinigen, moeten wij weten welke posten daardoor in de eerste plaats in aanmerking komen. Het eerste, waarop ons oog valt, zijn vaak dingen — let er maar eens op — die samenhangen met het Koninkrijk Gods. Wie hierin niet vooréchtiglijk handelt, heeft vóór hij 't weet al uitgevoerd wat een kwade raadgever hem heeft ingefluisterd.
Naar een anderen kant moet ons oog zich richten. Wat zijn daar een dingen, die wij vaak gedachteloos aanhouden, die wij zoo maar uitgeven, 'k Wil me onthouden door het noemen van tal van dingen, welke aan niemand onzer onbekend kunnen zijn. Als de wil maar eens voorzat om werkelijk tot een legeren post in dezen te geraken, zoo zoudt ge versteld staan welk een resultaat hier viel te boeken. Nuchterheid is altijd een gebiedende eisch geweest. Wie niet met nuchteren blik de dingen aangiet, stoot straks op een pijnlijke wijze tegen den muur der werkelijkheid. Doch thans voornamelijk mogen wij den Heer e wel dagelijks bidden om een nauwen wandel voor Zijn aangezicht. Wat door Zijn hand vooraan is geplaatst, worde door ons zondig wezen niet naar achteren geschoven. Dat de bede blijve opklimmen : „Uw Koninkrijk kome". Wanneer 't „mijne" voorop komt te staan, loopt alles wanhopig in de war. Dan schoppen wij Gods geboden aan den kant en loopen onzen naaste omver. Vóór we het einde van den ons voorgestelden weg hebben bereikt, zijn vaak de ervaringen van dien aard, dat wij zelf moeten zeggen : was ik maar nooit begonnen.
Gode voorop, en den Heere volgen, zou dat geen veiligheid geven in onze gangen ? En voor ons persoonlijk èn voor onze zaken. Wij hebben het nu o zoo vaak noodeloos zwaar. De lasten, ons zelven opgelegd, zijn voor onze kleine kracht te veel en te groot.
Geve de Heere ons hiervoor maar telkens een geopend oog, opdat ons levenspad worde bewandeld door voeten, gericht door den Geest des Heeren, aan de hand van Zijn Woord.
Wij hebben nooit een andere ervaring opgedaan dan deze : wie in gehoorzaamheid zich mag nederzetten aan de voeten des Heeren, luisterend naar het woord : „ken den Heere in al uwe wegen en Ik zal uwe paden recht maken" — die ervaart ook de waarheid hiervan.
Ook onze zaken hebben wij voor den Heere neer mogen leggen. Wij konden er niet meer dóór kijken. Wij hebben het aan Hem mogen bekend maken en gevraagd wat te moeten doen, en de resultaten zijn voor den zooveelsten keer voor ons beschamend geweest.
De tweede week van ons nieuwe boekjaar bleef bij de eerste niet achter. Daartusschen staat een post, welke ons grootelijks heeft verblijd.
Wij willen u het staatje voorleggen.
1. De eerste post kwam uit eigen gemeente, 'k Ontving van de dames P. v. D. en mej. F. ieder een rijksdaalder; samen ƒ 5.—
2. De heer P. v. D. te R. zond me eveneens 5 gld. . .(^ . „ 5.—
3. De Secretaris van. de Afdeeling Zegveld zond me de contributie op, zijnde 39.—
4. 'k Was dezer dagen in Kampen. Uit gebrek aan een spreker ben ik zelf er voor gespannen, 't Was er koud, en toch vond ik een warmte, welke zoo recht goed doet. Bij mijn bezoek bij een onzer vrienden werd me bovendien nog een briefje van f 10.— in de hand gestopt. „ 10.—
Namen noem ik niet. Onzen oprechten dank wil ik wel betuigen. De Heere zij ook de Kamper Gemeente met Zijn genade nabij.
5. Ds. Holland, van Putten, zond me toe als gecollecteerd aldaar voor onze fondsen „ 12.50
6. Van twee onzer oud-alumni — dat zijn degenen die mede door onzen steun hun studie aan de Academie hebben kunnen volbrengen — ontving ik van ieder 500 gulden. Dat is tezamen „1000.—
Welke gevoelens, eerst bij het ontvangen van de toezegging en daarna van de som zelve, in mijn hart waren, laat zich niet in woorden weergeven. Daar ben ik even blij mee als wanneer ik ze voor mij zelf zou hebben gekregen. Mijn financiën worden hierdoor niet alleen weer in evenwicht gebracht, maar ook bedillende lippen stilgezet. Niet licht wordt een betere aanbeveling aan ons werk gegeven, dan door onze eigene jonge menschen. Wanneer zij voorgaan op een wijze, zooals hierin duidtelijk doorstraalt, maken zij mijn — neen ons — werk niet alleen mogelijk, maar zetten daarop een stempel, dat met een gulden rand is omtrokken.
Ik schud in gedachten u beiden de warme vriendenhand.
7. De heer J. van Eek te Doorn zond me „ 4.—
’k Begrijp, dat hij hiermee het abonnementsgeld heeft willen voldoen. 'k Laat het de Administratie te Maassluis weten.
8. Van den Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente van Dordt kreeg ik voor het Studiefonds > . 7.50
9. Door ds. Koolhaas te Charlois kreeg ik van Co L. voor het Studiefonds 20 nikkeltjes > :1.-
10. De collecte, gehouden bij een spreekbeurt te Barneveld, waarbij ds. Van Amstel van Voorthuizen voorging, bracht op „ 23.55
11. De collecte, gehouden te Schoonhoven, waarbij als voorganger optrad ds. Pott van Kralingen, bracht op , , 27.-
12. De collecte, gehouden te Ede, waarbij ds. Van den Berg van Amersfoort voorging, bracht op „ 44.15
'k Verheug me in het feit, dat er meerdere collecten gehouden worden voor onze fondsen in dezen voor ons lang niet gemakkelijken tijd. Waar men het placht te doen, late men het thans niet na, en waar men het tot nu naliet, daar zoeke men een punt om te beginnen. Wij zijn met elke gift en met iedere collecte blij. Natuurlijk zijn we voor wie eenig gewicht bijzetten, niet 't ongevoeligst.
Wij zeggen elk der drie gemeenten, die ons de collecten deden geworden, allerhartelijkst dank.
13. Door ds. Fokkema te Amstelveen ontving ik diverse giften ten bedrage van , 77.25 'k Ben den Amstelveenschen vrienden uiterst dankbaar.
14. Ontvangen door mij hij het uitgaan van de Janskerk van N.N. „ 2.50
15. Bij mij aan huis bezorgd door mej. de wed. N.N. voor de fondsen „
16. Door ds. Pott te Kralingen ontving ik als gecollecteerd op de Bijbellezing „ 5.-
17. Door ds. Van Dorp te Den Haag ontving ik van N.N. 1 gld. voor de beide fondsen ; van N.N. 2 gld. voor den Geref. Bond en de beide fondsen, en van den heer D. te Overschie 50 gld., na het houden van een lezing voor de Jongelingsvereeniging voor het Leerstoelfonds. Tezamen „53.—
Deze heksluiter heeft ons ten zeerste verblijd. Dit maakt tezamen de som van
f 1321.45
Dat zijn sprekende cijfers. Worde des Heeren Naam in deze sprake alleen verheerlijkt en Zijn Koninkrijk gebouwd.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
EVANGELISATIE-COMMISSIE VANWEGE DEN GEREFORMEERDEN BOND
VERANTWOORDING DER ONTVANGSTEN OVER NOVEMBER.
Collecten : Uit Suawoude en Tietjerk ƒ 30.05 Uit Genemuiden „ 80.27 Deel der collecte uit Harderwijk „ 8.50 Uit Oosterwolde (Geld.) „ 28.— Uit Onstwedde , , io7. Samen ƒ 253.82
Giften:
Gevonden in de collecte te Onstwedde ƒ 2.50 Gevonden in de collecte op Dankstond in de Ned. Herv. kerk te Groot-Ammers. .„ 10.— Van J. V. O. te IJ „ 5._ Gevonden in de collecte der Ned. Herv." kerk te Veenendaal „ 2.50 Van A. R. te V „ 4.6O Van J. M. te V [[ 5._ Van N. N. te H ........", 5.~ Uit de catechisatiebus van ds. J. van Amstel te Voorthuizen „ 5. Door den Eerw. heer P. van Dijk te Leersum (f 1.50 van een weduwe, en f2.— uit catechisatiebus). Tezamen „ 3.50 Door ds. Van Dorp te s-Gravenhage e" kwartjes van een kleinen jongen op zijn 6den verjaardag en fl.— van N.N „ 2.50 Van A. V. M. te R ^^ 2.50 Van A. de J. te M [[[ 20. Samen ƒ 66.10
In het geheel is dus ontvangen ƒ 319.92.
Dank zij de collecten, die in enkele gemeenten zijn gehouden, komen we dezen keer aan een mooi bedrag. Het gaat te boven hetgeen gemiddeld per maand noodig is om een sluitende rekening te krijgen. Jammer, dat dit nu maar zoo zelden voorvalt. Meestal blijven we belangrijk beneden het gemiddelde maandbedrag, dat noodig is. December is de laatste maand in ons boekjaar. Op 31 December wordt onze rekening afgesloten. Groote vreeze bekruipt mij, dat er weer een aanzienlijk tekort te melden zal zijn. Reeds zijn heel wat dagen van December verstreken en de inkomsten zijn nog zeer sober. Zal het op het einde van het jaar wat ruimer vloeien ? Er zijn zoovele gemeenten die zich mogen verblijden in 't voortdurend genot en den zegen der Gereformeerde prediking en waar zonder twijfel ook vele lezers van De Waarheidsvriend worden gevonden. Daar kan de Zondag een dag van rijken zegen en geestelijk genot en opbouw zijn, een zegen, die meegedragen wordt in de volgende dagen der week. Wat is het voorrecht voor u en vooral ook voor uw geheele gezin groot. Er zijn kleine groepen, die snakken naar het samenleven in een gemeente, waar de zuivere prediking gevonden wordt. Doch om een of andere reden zijn ze genoodzaakt in een Moderne omgeving te blijven. Een Evangelisatiekring geeft dan eenige vergoeding en steun bij de opvoeding der opgroeiende jongens en meisjes. Financieel zijn ze niet bij machte om de onkosten te dragen.
Welnu, gij, die op den dag des Heeren zooveel voorrechten geniet, denk ook eens aan hen, die hunkeren naar hetgeen gij overvloedig bezit en doet wat in uw vermogen is om noodlijdende Evangelisaties in stand te houden.
Gaarne zouden we ook op eenige plaatsen in Zuid-Holland den arbeid met kracht aanvatten. Er is reeds begonnen door den Bond van Geref. Godsdienstonderwijzers, die belangeloos hun tijd en kracht geven. Doch geheel zonder geld is het ook niét mogelijk. En we hebben op aanvraag om steun voor noodzakelijke onkosten afwijzend moeten beslissen. Er zijn kansen, schoone kansen in Zuid-Holland. Mogen we die kans ongebruikt voorbij laten gaan ?
Laten nu de Gereformeerde gemeenten, die nog niets van zich laten hooren, in dit jaar nu eens iets doen, dan kan het werk zijn voortgang hebben. We willen toch immers samenwerken tot verbreiding en verdediging van de Waarheid In de Ned. Hervormde Kerk ?
Dat dit nu niet een ijdele leuze zij, doch ernst. De tijden zijn ernstig. Er is geestelijke nood. Er zijn velden, die bearbeiding vragen. Laat ieder iets bijdragen. Zeg niet zoo spoedig, dat 't niet kan. In de gemeenten, die een collecte hebben gehouden, is ook geen overvloed. Onder de ontvangen bedragen is menig penningske van den arme. En dit te weten, stemt temeer dankbaar.
Met hartelijken dank aan Kerkeraden, die een collecte deden houden, en allen, die persoonlijk hun giften inzonden, zie ik gaarne uw verdere zendingen tegemoet.
De Penningmeester van de Ev.-Comm. vanwege den Gereformeerden Bond:
Ds. A. LUTEIJN.
Gironummer 143400. Onstwedde, December 1933.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's