De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

DE INDISCHE FINANCIëN.
Hoe donker de toestand der geldmiddelen van het Rijk en van tal van groote en kleine Gemeenten ook is en hoe dreigend nog steeds de zware wolken zich boven den financiëelen hemel van ons land saampakken, toch steekt de toestand, waarin de financiën der Overheidskassen zich hier te lande verkeeren, nog gunstig af bij den deplorabelen staat der geldmiddelen van Nederlandsch-Indië.
Welken grooten omvang de crisis in de financiën van Ned.-Indië gekregen heeft, blijkt uit de cijfers, die onlangs zijn gepubliceerd geworden.
Deze cijfers geven aan, dat de tekorten op den gewonen dienst in de jaren 1930, '31 en '32 respectievelijk bedroegen 82.5, 102.8 en 136.7 millioen gulden, terwijl te verwachten is dat het jaar 1933 een tekort zal opleveren van 151 millioen en het tekort op de begrooting voor 1934 te ramen is op 88 millioen gulden.
De vlottende schuld van Nederlandsch-Indië bedraagt dus in 5 jaar tijds 560 millioen gulden, welk bedrag uit leening zal moeten worden gedekt.
Neemt men nu voorts in aanmerking, dat in de jaren 1931, '32 en '33 achtereenvolgens 43.60 en 28 millioen is bezuinigd geworden en dat de uitgaven in de jaren 1930 tot 1934 van 524 op 377 millioen gulden, mede door het invoeren van drukkende crisisheffingen, werden teruggebracht dan krijgt men een indruk van den omvang der verwoesting, die door de crisis in de Indische financiën werd aangebracht.
Nu is het ontstellende van den toestand in Ned. Indië deze, dat op de geldmiddelen daar te lande niet verder meer valt te bezuinigen. De bezuinigingen zijn vrijwel ten einde. Voor den dienst van 1934 heeft de Indische regeering nogmaals de salarissen met 9 millioen gekort en zelfs is de wetgever hier te lande er niet voor teruggeschrokken om, zooals men in de bladen heeft kunnen lezen, de pensioenen aan te tasten, uit welk middel nog 7 millioen gulden kan verkregen worden;
Toch ook afgezien van deze 16 millioen gulden bezuiniging, is een sluitende begrooting voor 1934 niet te verkrijgen. Het tekort op de begrooting van Nederlandsch-Indië voor het volgende jaar bedraagt, naar hierboven werd aangegeven, nog een kleine 100 millioen gulden.
Hoe ernstig en troosteloos het met de financiën van Nederlandsch-Indië gesteld is, daarvan gaf dr. Colijn een samenvatting, toen hij in de vergadering van de Tweede Kamer van 7 December de balans aldus opmaakte en zeide :
Wanneer wij de pensioenen en de schuld op één lijn stellen, beide dus onaantastbaar; wanneer ik dan daarbij behoud in Indië de primaire diensten : het leger, dat maar weinig meer is dan een politieleger voor de handhaving van rust en orde ; de politie ; de rechterlijke macht; het Binnenlandsch Bestuur en den belastingdienst, en wanneer ik afschaf, maar dan ook volledig, de heele marine ; wanneer ik afschaf alle onderwijs van de laagste school tot de hoogescholen toe ; wanneer ik afschaf de geheele volksgezondheid ; wanneer ik geen cent besteed aan het onderhoud van wegen en 'bruggen en de irrigatiewerken voor de bevolking laat vervallen; en wanneer ik datzelfde doe met allen arbeid van het Departement van Landbouw, Handel en Nijverheid, en ik zend alle onderwijzers, alle leeraren, alle professoren, alle doktoren, alle ingenieurs en alle andere ambtenaren, die niet behooren tot die primaire diensten, die ik genoemd heb, naar huis, zonder een cent wachtgeld en zonder eenige pensioenuitkeering, dan nog heb ik geen sluitende begrooting.
Het is wel een somber beeld, wat de financiën van Nederlandsch-Indië te zien geven.
Dat dr. Colijn het zijn plicht achtte nogmaals duidelijk den toestand van de geldmiddelen van Nederlandsch-Indië uiteen te zetten, vindt z'n oorzaak hierin, dat er nog zoo velen zijn die zich den ernst van dien toestand, ondanks alles wat waarvan gezegd wordt, niet realiseeren, maar ook was het nieuwe licht, dat dr. Colijn op de Indische financiën vallen liet, noodig, omdat de financiëele toestand van Nederlandsch-Indië verband houdt en van beteekenis is voor dien van het Rijk in Europa en het crediet van Nederland niet te scheiden is van dat van Nederlandsch-Indië.
Na hetgeen hierboven gezegd is over den desolaten toestand, waarin de Indische financiën zich bevinden, zal het duidelijk zijn, dat deze aangelegenheid aan de Regeering groote zorg baart en dat bijzonder dr. Colijn naar nieuwe middelen omziet om tot saneering van den toestand te geraken. In welke richting intusschen die saneering zal moeten gezocht worden, zal zoo aanstonds blijken, wanneer de begrooting van Nederlandsch-Indië aan de orde is.
Voorop dient te staan, dat evenals in Nederland, ook in Indië de begrooting sluitend moet worden gemaakt. Ook daar te lande zullen uitgaven en inkomsten in evenwicht moeten worden gebracht.
Wat daartoe noodig is, is de taak, die aan dr. Colijn ten volle is toevertrouwd.
Moge het hem gegeven zijn het schip van Staat in Indië in veilige haven te brengen.
De Heere schenke hem daarvoor kracht en wijsheid.

DE DOODEHANDSGOEDEREN EN DE KERKVOOGDIJEN.
Het Novembernummer van het Maandblad van de Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederl. Hervormde Kerk, wijdt een paar artikelen aan het wetsontwerp, betreffende de goederen in de doode hand. Het laatste artikel, dat tot opschrift draagt: „De doodehandsgoederen ten slotte", vraagt in het bijzonder de aandacht. Het artikel luidt:
De diakonlegoederen zullen zijn vrij gesteld. Om diezelfde vrijstelling wordt gevraagd wat betreft de kerkvoogdij-en pastoriegoederen. Maar daarmee alleen zijn wij nog niet klaar.
De regeering mag verwachten, dat diakonie-, kerkvoogdij-en pastorie-goederen uitsluitend voor hun bestemming zullen worden gebruikt.
Dat mag ook de Kerk zelf verwachten. Want zonder dat werken de doodehandsgoederen slechts demoraliseerend.
Op onze streekvergadering te Leeuwarden op 9 November, is daarover uitvoerig gesproken. Van menige diakonie te platten lande kan men zich afvragen : waarvoor dient die instelling eigenlijk ?
En het is ook waar, dat er kerkvoogdijen zijn, althans in den goeden tijd zijn geweest, die zulk een hoog inkomen hadden, dat zij er allerlei zaken mee gingen betalen, die geen eeredienst van hum Hervormde gemeente vormden.
En over de pastoralia is óok nog wel een en ander te zeggen. Want er zijn in Friesland en Groningen predikantsgezinnen, die thans in betrekkelijke armoede moeten leven en voor eenige jaren geleden nog een hoog inkomen hadden. Dat verschijnsel moge eigen zijn aan ieder vrij beroep, maar het predikantsambt is nu eenmaal geen vrij beroep en dus is er met die pastorie-goederen iets niet in orde.
Het richtige beheer en de richtige bestemming van de doodehandsgoederen, die aan onze Kerk toekomen, onder welken titel of rechtsfiguur dan ook, is en blijft een onderwerp van groot actueel belang, waaraan nog niets veranderd is, als het gevaar van een rijksdoodehandsbelasting is afgewenteld. En wij, d.i. de Kerk, mogen straks niet weer lekkertjes onzen slaap gaan voortzetten.
Want overtollige goederen, of goederen, die niet voor hun bestemming gebruikt worden, of goederen die niet economisch beheerd worden, zijn een bron van demoralisatie èn voor de Kerk èn voor den Staat.
Misschien dat een wet op de doodehandsgoederen vooraf zou moeten gaan aan een juiste en rechtvaardige belasting op die goederen.
En te zijner tijd aan de tot standkoming van een wet op de doodehandsgoederen mede te werken, daartoe moet de Kerk op een loyale wijze bereid zijn.
De gedachte, die in het slot van het artikel wordt naar voren gebracht, eerst een wet op de goederen in de doode hand, en daarna de belasting op die goederen, lijkt ons nog niet zoo verwerpelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's