VRAGENBUS
Vraag : Is het waar, dat een volkstelling een zondige daad van de Overheid moet gerekend worden, gelijk we lezen in 2 Samuel 24, waar God Zich vertoornt over de volkstelling, door David gehouden?
Antw. : Hier hebben we weer een bewijs, dat we toch maar niet zóó, zonder onderzoeken van de Schriften, moeten komen aandragen met een tekst. In losse teksten ligt nooit de kracht. De kracht ligt in Gods Woord en dat Woord moeten we. Schrift met Schrift vergelijkend, aandachtig lezen en ernstig onderzoeken. De volkstelling van David is zonde en God vertoornt zich. Maar waarom ? Omdat David z'n sterkte gaat zoeken in het volk, in het groot aantal menschen, in de menigte van mannen en strijdbare helden. Het is een blijk van z'n trotschheid ; hij wil zeggen : zóó talrijk zijn mijn onderdanen ! Vervloekt is een iegelijk, óók David, die vleesch tot z'n arm stelt!
Maar wanneer het volk, zooals bij ons om de tien jaar, geteld wordt (volkstelling) dan is het om een overzicht te krijgen op de verhoudingen en de toestanden die er zijn in ons land en onder ons volk. Om de statistiek te kunnen opmaken van allerlei. Om orde op de dingen te stellen en dus zoo goed mogelijk te weten hoe het met ons volk gesteld is; hoeveel mannen, hoeveel vrouwen, hoeveel gehuwd en ongehuwd, hoeveel kinderen, hoeveel volwassenen ; hoe het staat met den godsdienst van Nederland, met het kerkelijk leven, enz. En dat is natuurlijk geen zonde. Dat is niet een zaak, waarover de Heere Zijn toorn openbaart. En daarom is het ook geen zonde de gegevens op de lijsten te verschaffen. Want het is niet om de Regeering te helpen en te sterken bij het kwade. Maar om mee te helpen, dat alles zoo goed mogelijk zal worden gekend, wat er van het volk en het volksleven moet worden gekend. Er is dus, ook bij de laatste volkstelling van 1930, geen enkele oorzaak, dat „het hart van onze Regeering zou slaan" en dat zij zou moeten zeggen vanwege de volkstelling: „ik heb zeer gezondigd in hetgeen ik gedaan heb ; maar nu, o HEERE, neem toch de misdaad uws knechts weg, want ik heb zeer zottelijk gedaan" (2 Samuel 24 vers 10).
Zijn we dan wel Christenen ? Het leven is daar, waar Jezus Christus geboren wordt; geboren ook in ons hart.
EEN ROOMSCHE STEM.
Het Schild, apologetisch maandschrift, uitgave der A. V. Petrus Canisius, 's-Hertogenbosch (Oranje Nassaulaan 16) geeft telkens beschouwingen, die ons Protestantisme en onze Kerken raken. En dikwijls zeer interessant. Zoo nu weer in betrekking tot de Synode der Hervormde Kerk, de Synode van Middelburg der Gereformeerde Kerken en de Synode van de Chr. Gereformeerde Kerk, gehouden te Zwolle.
Van de Synode der Gereformeerde Kerken zegt Het Schild (Roomsch), dat wel als 't voornaamste punt, dat daar behandeld en nu tot oplossing gekomen is, de „Gezangenkwestie". Tot nu toe hadden de Gereformeerde Kerken (aldus Het Schild) slechts de berijmde psalmen, met als aanhangsel een zeer klein aantal gezangen, 'b.v. wel de lofzang van Simeon, maar niet de Engelenzang en ook niets van Jesaja. Nu heeft men een klein getal Evangelische liederen, o.a. van Da Costa, er bij gekregen, óók het zoo bekende : „O Hoofd, vol bloed en wonden" en het Te Deum in Nederlandsche vertaling : „Wij loven U, o God, wij prijzen Uwen Naam". „Een Christelijke Kerk, die het Nieuw-Testamentische lied niet kent, maakt toch wel een heel poveren indruk", zegt Het Schild. Nu voortaan zal het Te Deum, dat eigendom is van héél de Christelijke Kerk, óók in de Gereformeerde Kerken gezongen worden. „Zou het niet kunnen zijn, dat dit lied nog eens de banier wordt, waaromheen de zoo jammerlijk verscheurde Christenheid zich weer ging vereenigen ? " — vraagt het Roomsche Orgaan.
Over de Haagsche Synode der Hervormde Kerk schrijft Het Schild ongeveer als volgt: „Voornamelijk administratieve arbeid ! En het is opmerkelijk, dat dit leidende bestuurslichaam zóó weinig den ernst der tijden begrijpt, dat zijn leden ook nu nog, inplaats van inzake de brandende kwestie der verwording der Kerk en der schrikkelijke onkerkelijkheid althans een advies uit te brengen, diep met het hoofd gebogen zitten over allerlei administratieve kwesties. Wat het hart van ouderen en jongeren beroert, voelt men blijkbaar niet. Het principieele vraagstuk — dat van de organisatie en de belijdenis der Kerk — kwam wel even ter sprake door een voorstel van Confessioneele zijde, inzake de z. g. n. „Groote Synode", afgevaardigd door de Classicale Vergaderingen Maar van de zijde van „Kerkopbouw" was een ander voorstel te verwachten, en daarom liet men de zaak maar voor 't geen het was en is". En dan volgt: „De eenige reorganisatie voor de Hervormde Kerk zal o.i. mogelijk zijn door de machtige hand van den Staat, zooals dat in Duitschland is geschied". 1816 spreekt nog tot op heden en in de toekomst kon een veranderde politieke constellatie in Nederland wel weer eens iets 'brengen a la 1816. Achter de vraag : of de door de Confessioneelen begeerde „presbyteriale reorganisatie' nog veel kans heeft, zet Het Schild een groot vraagteeken. „Intusschen blijven de lotgevallen van het Kerkgenootschap, dat nog 34% der bevolking omvat, ons ten zeerste interesseeren", zegt de Roomsche scribent.
Over de beslissing inzake de leer van het Chiliasme van ds. Berkhoff wordt dan ook het oordeel nog gegeven.
Dat zullen we de volgende week nog even opnemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's