De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

GROOTE ZEGENINGEN IN BETHLEHEM.

10 minuten leestijd

Toen zeide haar schoonmoeder tot haar : „Waar hebt gij heden opgelezen, en waar hebt gij gewrocht ? Gezegend zij, die u gekend heeft!" En zij verhaalde haar schoonmoeder, bij wien zij gewrocht had, en zeide : „De naam des mans, bij welken ik heden gewrocht heb, is Boaz." Toen zeide Naomi tot haar schoondochter : „Gezegend zij hij den Heere, die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de dooden !" Voorts zeide Naomi tot haar : „Die man is ons nabestaande; hij is één van onze lossers." Ruth 2 : 19 en 20.

Wonderlijk leidt de Alwijze de schreden Zijner kinderen. En Hij weet alleen, wat het beste is. Zijn doen is enkel majesteit en aanbiddelijke heerlijkheid. Dat wij toch altijd alles aan Hem overlieten, en nimmer eigengekozen paden wilden betreden ! Achteraan komen, en ons laten leiden, dat is het teedere geheim van het zieleleven veer Gods volk. Dan leeren zij zeggen :
De Heer is recht in al Zijn weg en werk; Zijn goedheid kent in 't gansch heelal geen perk. Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. Dat ongeveinsd in 't midden der ellenden, Zich naar Gods troon met Zijn gebeên blijft wenden. Hij geeft den wensch van allen, die Hem vreezen. Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.
Met alle eigengekozen wegen en alle eigen werk komen we steeds bedrogen uit. Eigen wegen voeren van God af ; Gods wegen brengen ons steeds als arme zondaren bij den rijken Heere Jezus. En wat is heerlijker dan niets te zijn in onszelf, en rijk en gelukkig in den Zone Gods ! We verliezen dan ons zelf, en vinden Jezus. Moge dit voor u en mij de zegen zijn, die ook de kribbe van Bethlehem ons weer biedt! Dan zal 't Kerstfeest zijn voor onze ziel. Daar komt het toch maar op aan.
Was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren. En niet in u, zoo gaat gij nog verloren.
Hiermee stemt ook de ervaring overeen van die kinderen des Heeren, die in onzen tekst Naomi en Ruth worden genoemd; de eerste de schoonmoeder, de tweede haar schoondochter.
Oorspronkelijk was Naomi een welgestelde, gelukkige huisvrouw, wonende te Bethlehem. Zij bezat een man, Elimelech, en twee zonen, Machlon en Chiljon. Ook behoefde ze geen zorgen te dragen over haar dagelijksch brood ; en dat zegt veel op deze wereld, gelijk we zien in den tegenwoordigen tijd. Blijkbaar was zij bij iedereen in Bethlehem gezien en geacht. Zij droeg dus haar naam Naomi, of Liefelijke, niet tevergeefs. Haar grootste voorrecht was echter, dat zij oprecht den Heere vreesde. Dat is een schat, nietwaar ? die alle waardij te boven gaat, waarbij niets is te vergelijken.
Echte vromen bezitten helaas ! ook hun gebreken en begaan fouten, groote fouten vaak. In Bethlehem dreigde hongersnood, en Naomi besloot met de haren te vertrekken naar het heidensche Moab, alzoo onder het kruis uit te loopen, en zich zelf te redden.
O die eigen gekozen wegen, daar komen we steeds bedrogen mee uit. Hoe hebben Gods kinderen dagelijks noodig, achteraan te komen, en aan hun Hemelvader te vragen : „Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal ? " Daarom kreeg ook Naomi in Moab den Heere tegen, en deed de Almachtige haar groote bitterheid aan.
De zware slagen begonnen te vallen. Eerst liep zij achter de lijkbaar van haar man. Slechts degenen onder ons, die zelf man en huisvader door den dood verloren hebben, kunnen recht beseffen wat zulk een slag beteekenen moet. Wie gehuwd is, en man of vrouw verliest, dien overkomt de grootste ramp, die ons in dit leven treffen kan. En dan dat alleen achterblijven ! O als God niet troost en sterkt, het is niet om door te komen.
Intusschen waren haar zonen, tegen de Wet des Heeren in, met heidensche meisjes getrouwd, wat op zichzelf reeds een beproeving voor de oude godvruchtige vrouw moest zijn, al heeft de Heere ook uit het kwade het goede laten voortkomen, door Ruth te bekeeren tot den God van Israël.
Maar iets heel ergs zou nog komen : Na het smartelijk verlies van haar man, moest zij bovendien nog haar beide zonen, de één na den ander, wegbrengen naar den akker der dooden, vanwaar onze dierbaren in deze bedeeling nimmer wederkeeren. En wat ook een groote moeilijkheid was te midden van rouw en tranen, met haar man en zonen had zij ook haar brood begraven.
Laten we dit verlies niet gering tellen ! U zult zeggen : „Naomi was toch een geloovige vrouw, en geloovigen weten, dat zij altijd door God in den hemel zullen geholpen worden". Alles goed en wel, maar een geloovige bezit niet steeds de beoefening of het gebruik van het geloof. Evenals een huisvrouw wel eens haar sleutels kwijt is, en dan nergens bij kan, en alle huisgenooten mee zoeken naar den verloren sleutelbos, die toch op een heel gewoon plekje ligt, zoo ook is de Christen maar al te veel de sleutels kwijt van het geloof en mist daardoor allen troost des Hemels. Ja ! dat gebeurt nog al eens bij de kinderen des Heeren, en dat door eigen schuld. Dan moeten ze de knieën buigen en God aanroepen om hulp. Gelukkig nooit tevergeefs, want onze God laat niet varen de werken Zijner handen.
Arm, broodeloos, moe en uitgeput, kwamen Naomi en Ruth Bethlehem binnen. De inwoners der stad, die haar vroeger in betere dagen gekend hadden, waren één en al verbazing. Heel de stad liep uit, allen bekeken haar van alle zijden : gestalte, kleeding, houding, gewaad. En in dezen uitroep werd de algemeene indruk weergegeven : ,, Is dit Naomi ? " De beproefde weduwe antwoordt echter den inwoners der Broodstad : „Noemt mij niet Naomi! Noemt mij Mara (d.i. Bitterheid) ; want de Almachtige heeft mij groote bitterheid aangedaan. Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de Heere doen wederkeeren. Waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de Heere tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad heeft aangedaan !" Zoo arm en ellendig keerde Naomi in Bethlehem weder, dragend thans zwaarder kruis dan hetgeen zij niet had willen dragen. O, die zondige natuur ! Wat doet zij ons een kwaad!
Evenwel, lezers, is het een gelukkige zaak, wanneer we in ons zelf heel arm opgaan naar de geboorteplaats van onzen Heere Jezus Christus. Moge dat aan ons allen gegeven worden, vooral in deze adventsdagen, nu Christus' Kerk, zoo te zeggen, weer heenreist naar Bethlehem! Ten eerste ligt daar een heel arm Kindeke in de kribbe, dat door Zijn armoede ons, arme zondaren, rijk maken wil. En verder : Jezus kwam niet op de aarde voor beste, brave, vrome, geestelijk rijke menschen, maar voor zondaren, die geen raad weten, die zich voor God en menschen schamen wegens hun algeheel verloren staat. Zulke geheel arme menschen alleen kan Jezus gebruiken. Voor hen is Bethlehem rijk aan beteekenis, en wordt het Genade-broodhuis hoe langer, hoe rijker.
Toen Naomi en Ruth in Bethlehem binnentraden, was het juist het begin van den gerstenoogst, weelde en overvloed. En die rijkdom zou nog grooter worden, want na den rijken gerstenoogst volgde de nog rijker tarweoogst. Beter tijd hadden deze oude en jonge weduwe nooit kunnen uitkiezen, om de poort van Bethlehem, voorbij de bornput, die in de poort is, binnen te gaan. Wat zullen die oogen der armen hebben opgekeken !
Zoo gaat het ook in deze dagen nog, geliefde lezers. Wanneer u en ik naar Bethlehem gaan, is het daar steeds een rijke toestand. Weeldeoogst wordt binnengehaald, en het wordt nog weelderiger. Maar wij zelf moeten heel arm zijn, zoó arm, dat we niets bezitten dan zonde en schuld, en geen penning kunnen vinden om onze groote schuld bij God te betalen. Voor Farizeërs en Rijke Jongelingen en menschen als de Oudste Zoon uit de gelijkenis, die nog nooit kwaad gedaan hebben, is Bethlehem slechts een dorre zandwoestijn. Maar voor nietsbezittenden is het een heerlijk oord, waar zij alles vinden, wat hun ziel van noode heeft. Daarom lezen we in Gods Woord: „Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen!" En elders vinden we geschreven, dat de Heiland op aarde kwam om het verlorene te zoeken, en het weggedrevene terecht te brengen, en het gebrokene te heelen. Daarom, mijn lezers, die een gebroken en verslagen hart bezit, die bekommerd zijt vanweege uw zonden, die u zelf hebt leeren kennen door den Heiligen Geest als geheel verloren in zonden en schulden, o aarzelt niet, maar vlucht tot Jezus ! Gij zijt juist een geschikt voorwerp voor Hem, om zalig te maken. Hij ziet naar u uit. Hij verwacht u. Hij zoekt werk bij u. Geeft uw Heiland veel aan u te doen ! Verschaf Hem maar arbeid ; Hij toch kwam, niet om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Komt echter heden ! Stelt het niet uit tot morgen, want gij weet niet, wat de morgen baren zal. Redding is mogelijk aan deze zijde van het graf. En rust zullen we hier beneden nimmer vinden, tenzij we onze ziel geborgen weten door al het volbrachte werk van onzen dierbaren Heere Jezus, die gehoorzaam was aan den Vader tot in de kribbe, tot aan het kruis.
Hij kan en wil, en zal in nood, Zelfs bij het nad'ren van den dood Volkomen uitkomst geven !
Eenmaal in Bethlehem binnengekomen, kwam het er voor Ruth, als de jongere, op aan, voor haar schoonmoeder de kost te verdienen ; immers had zij met deze een verbond gesloten tot over graf en dood, en ook verzekerd : „Uw volk is mijn volk, en uw God, mijn God !" Ruth had alzoo in de middellijke wegen den plicht voor het onontbeerlijk levensonderhoud te zorgen. Maar nu is dit zulk een heerlijke ervaring van allen, die God zoeken in Bethlehem, hun schreden wórden wonderlijk door hun trouwen God geleid. Hun Hemelvader zorgt voor hen. Ze hebben slechts op te rapen, wat hun God hun geeft. En de Heere weet precies, wat en hoeveel Zijn volk noodig heeft.
Door nood en ellende gedreven, ging Ruth zonder uitstel reeds dadelijk heen, om met ijver te zoeken, wat hun zoo onmisbaar noodig was. De Heere leidde haar schreden, en, zonder het voorloopig te laten weten, dreef de Algoede Zegenader haar naar den akker van den schatrijken, edelen. Godvreezenden Boaz, en aanstonds wordt zij reeds meer dan overvloedig geholpen ; en — straks zullen zij en Naomi nog veel rijker bevrijd worden van allen nood, ontheven van elke zorg.
Boaz, niet waar ? mijn lezers, beteekent „Vlug". In alle opzichten is Boaz een type van den Heere Jezus. Ook die is onze Redder, Losser, Borg en Middelaar. Ook die helpt vlug en terstond. Dat deed Hij vroeger, dat doet Hij nog, want Hij is gisteren en heden Dezelfde en tot in alle eeuwigheid. Hij is het Kind van Bethlehem, de held van Golgotha.
Gij, die dit leest, verzuim toch niet naar Hem te gaan met al uw zonden en zorgen ! Het kan nu nog ; maar hoelang ? Het heensnellende Oude Jaar, het dorre blad, winterkou, het herinnert ons aan den voortsnellenden tijd en de broosheid van ons leven. Hebt gij uw knieën nog niet voor den Heiland gebogen, verhardt uw hart niet, laat u nooden en leiden, en ook gij zult kunnen meespreken van heerlijke ervaringen in Bethlehem ! En gij, die, door genade, Gods Zoon als uw Heiland en Koning hebt leeren kennen met meer of mindere zekerheid, laat handel en wandel getuigen van de genade, aan uw ziel geschied, en vertrouw op Hem in nood en zorg, Hij zal het wél maken, ook voor u !
Moge uw ziel met den dichter zingen :
Gij zijt mijn God, U zal ik loven, Verhoogen Uwe Majesteit! Mijn God, niets gaat Uw roem te boven ; U prijs ik tot in eeuwigheid ! Laat ieder 's Heeren .goedheid loven. Want goed is d' Opper majesteit! Zijn goedheid gaat het al te boven ; Zijn goedheid duurt in eeuwigheid !

Neerlangbroek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1933

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's