UIT DE AFDEELINGEN
DORDRECHT. Vrijdag 15 December kwam onze af deeling in jaarvergadering bijeen, onder voorzitterschap van den heer H. Neerings.
De secretaris, W. de Zwart, behandelde als onderwerp: „Het kerkelijk vraagstuk in het licht van Afscheiding en Doleantie".
Er is een kerkelijk vraagstuk in de Ned. Herv. Kerk (modus-vivendi, reorganisatie, Kerkherstel, Kerkopbouw) en daar buiten (allerlei kerken en kerkjes). Wezenlijk is er van geen kerkelijk vraagstuk sprake, omdat „de" Kerk, het Lichaam van Christus een geestelijke werkelijkheid is, die in den Raad Gods rust. Het kerkelijk vraagstuk raakt dus geenszins het wezen der Kerk, maar haar openbaring.
Met het oog op de komende herdenking der Afscheiding dienen wij als Herv. Gereformeerden onze verhouding ten opzichte van die beweging nog eens nader te bepalen, aangezien ook wij bij alles wat er op kerkelijk terrein voorvalt, ten nauwste betrokken zijn.
Al moeten Afscheiding en Doleantie gewaardeerd worden als symptomen van oplevend geloofsleven, toch hebben beide bewegingen de oplossing van het kerkelijk vraagstuk geen stap verder gebracht: veeleer bemoeielijkt. Al scheidt men zich af van de Ned. Hervormde Kerk, daarmede is aan het recht van het Gereformeerde volk: te leven overeenkomstig den eisch des Woords, niet genoeg gedaan. En over niets meer en niets minder gaat het. Zoodat wij als Herv. Gereformeerden geen heil kunnen zien in het verlaten van de Ned. Hervormde Kerk.
Het kerkelijk vraagstuk houdt verband met alle Gereformeerden, die krachtens den eisch des geloofs bijeen behoorden. Pluriformiteit moet op grond der historie worden toegegeven, doch pluriformiteit der Kerk op grond van dezelfde belijdenis kan niet door den beugel. (Vgl. dr. Severijn, Propagandaboek Geref. Bond, 1930, blz. 20).
Redelijke bezwaren tegen vereeniging van alle Gereformeerden zijn niet in te brengen : van welke zijde ook ! De Chr. Gereformeerde Kerk mag de leer van de veronderstelde wedergeboorte (van de Gereformeerden) niet aangrijpen om de kloof tusschen beide groepen diep te houden. Dit is tevens niet overeenkomstig hetgeen op de Dordtsche Synode van 1618—'19 geschied is. Verschillende richtingen zouden elkaar dan ook aanvullen en corrigeeren.
Zoolang het kerkisme echter hoog oplaait en persoonlijke haat en verdachtmaking gezaaid worden, zoolang zal de oplossing van het kerkelijk vraagstuk blijven wenken, als een ideaal dat schier onbereikbaar is. Alleen een geest van gehoorzaamheid kan de bede van den lijdenden Hoogepriester in vervulling doen gaan : Ik wil, dat zü allen één zijn, gelijk als wij.
Na een aangename bespreking werd de vergadering op de gebruikelijke wijze gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1933
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's